Macrofaunanieuwsmail 104, 11 mei 2012

Macrofaunanieuwsmail 104, 11 mei 2012

Beste lezers,

In mei leggen vele vogels een ei………

En een rijk gevulde nieuwsmail, dank aan alle schrijvers.

Als je wat ziet, hoort of leest,

stuur je berichten naar macrofauna@rws.nl.

Eerder verschenen nummers staan op:

http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/overlegkaders/macrofaunanieuwsmail/

Is uw email adres gewijzigd…….geef het ook even door aan macrofauna@rws.nl

Myra Swarte

In dit nummer:

Twee nieuwe vondsten Dixa nebulosa in 2011. 2

Bijzondere en nieuwe macrofaunasoorten aangetroffen in 2011 binnen het meetnet van Waterschap Regge en Dinkel 4

Dina pseudotrocheta Grosser & Eiseler, 2008 nieuw voor Nederland en oproep voor waarnemingen  7

AQUON zoekt nieuwe collega’s. 9

Cursus Waterplanten en Waterkwaliteit v.a. 23 mei 2012. 10

Bestimmungskurs ” Aquatische Neozoen “”. 11

Platform Beek & Rivierherstel, nieuw en opgericht door de Stowa. 12

Workshops macrofotografie. 13

Fotogids Libellenlarvenhuidjes. 13

De Nederlandse Rivierkreeften (Astacoidea & Parastacoidea) 13
Twee nieuwe vondsten Dixa nebulosa in 2011

Dirk Kruijt & Casper Zuyderduyn

Binnen het meetnet 2011 van Waterschap Hollandse Delta heeft Bureau Waardenburg op 10 augustus twee larven van de meniscusmug Dixa nebulosa aangetroffen in het Singelwater van Numansdorp. Daarnaast is op 21 september datzelfde jaar door Stichting Waterproef tevens één larve aangetroffen in de Grote Wije, een onderdeel van de Botshol in de provincie Utrecht. Deze soort is in 2006 voor het eerst aangetroffen in Nederland in de Albaplas bij Loenen en in 2008 in de stadsvijver Lindenholt bij Nijmegen (Cuppen, 2009). In 2010 is de soort aangetroffen in Plas Vechten bij Utrecht en in de Midden-Regge (Boonstra et al., 2011).

D. nebulosa komt zowel in stromende- als stilstaande wateren voor, waarbij de larven zich vooral ophouden in overhangende grassen en russen. In Europa komt de soort verspreid voor, in het laagland van Groot Brittannië is het bijvoorbeeld de meest talrijke Dixa-soort (Disney, 1999; Wagner & Cobo, 2001). D. nebulosa is goed te onderscheiden van de sterk gelijkende (bron)beeksoort D. dilatata door de veel lichtere (gele) kop en achterstuk. Daarnaast bevindt zich bij D. dilatata op elke “paddle” van het achterstuk één zeer grote eindstekel in tegenstelling tot D. nebulosa waar een dergelijke grote stekel ontbreekt (Disney, 1999).

Het Singelwater is een stilstaand water van circa 1,5 meter diep met grotendeels beschoeide oevers. De emerse vegetatie bestond ter plaatse uit soorten zoals riet, liesgras en gele lis. Tevens was gele plomp aanwezig. Noemenswaardige aangetroffen macrofaunasoorten in het Singelwater zijn de haftenlarve Caenis luctuosa, de watermijt Lebertia inaequalis, de kokerjufferlarve Cyrnus trimaculatus en de dansmuggenlarve Paratendipes albimanus. De watermijt Hygrobates longipalpis en de dansmuggenlarve Polypedilum nubeculosum waren daarnaast het meest talrijk.

De monsterlocatie in de Grote Wije bestond uit een mengmonster van zowel het diepere deel van de Botshol als een zeer ondiepe zone met kraggen. Met uitzondering van de dansmug Tribelos intextum en de Zoetwaterneriet (Theodoxus fluviatilis), zijn er in de directe omgeving van de vindplaats geen opmerkelijke soorten aangetroffen. De monsterlocatie wordt met name gedomineerd door de Tijgervlokreeft (Gammarus tigrinus) en dansmuggen uit het Microtendipes chloris aggregaat.

De recente vondsten overziende kan worden geconcludeerd dat D. nebulosa zich in Nederland aan het uitbreiden is en in een brede range aan watertypen te verwachten is.

Dirk Kruijt (Bureau Waardenburg)

Casper Zuyderduyn (Stichting Waterproef)

Literatuur

Boonstra, H., R. Wiggers, O. Duijts, H. Cuppen, T. van Haaren, D. Tempelman & G. Wolters,      2011. Bijzondere macrofaunasoorten aangetroffen in 2010 binnen het meetnet van             Waterschap Regge en Dinkel. Macrofauna nieuwsmail 97.

Cuppen, H. (2009). Meldingen van Diptera larven die nieuw zijn voor Nederland of weinig    waargenomen. Macrofauna nieuwsmail 87.

Disney, R.H.L. (1999). British Dixidae (meniscus midges) and Thaumaleidae (trickle midges):       keys with ecological notes. Scientific Publications of the Freshwater Biological         Association 56.

Wagner, R. & F. Cobo, 2001. New and rare aquatic Diptera (Dixidae, Thaumaleidae and   Empididae) from Spain and Andorra. Ann. Limnol. 37 (1) 2001 : 29-34.

Dixa nebulosa uit de Botshol

Singelwater te Numansdorp (zuidzijde monsterpunt)

De grote Wije (Botshol)

Bijzondere en nieuwe macrofaunasoorten aangetroffen in 2011 binnen het meetnet van Waterschap Regge en Dinkel

Harry Boonstra, Rink Wiggers, Olaf Duijts en Gersjon Wolters    

Koeman en Bijkerk, Mei 2012

Ook in 2011 zijn er door medewerkers van Koeman en Bijkerk weer monsters gedetermineerd uit het

beheergebied van Waterschap Regge en Dinkel. Dit levert elk jaar weer leuke en verrassende

vondsten op. Hieronder een samenvatting van de meest interessante waarnemingen.

Arcteonais lomondi (10 exemplaren, Westerbouwlandleiding, 17-10-2011)

Binnen het WRD meetnet is dit de eerste keer dat deze worm is aangetroffen. De worm wordt

voornamelijk aangetroffen in veenplassen, maar ook in een sloot en in een laaglandbeek (Van Haaren

& Soors, in prep). De Westerbouwlandleiding is een gebufferde sloot en past dus goed in het beeld

van de huidige vindplaatsen.

Atractides distans (1 _, Hazelbeek, 26-9-2011)

Sinds 2000 is dit de tweede locatie waar deze watermijt is aangetroffen binnen het meetnet. In 2001

en 2007 is de mijt aangetroffen in de Rammelbeek. Landelijk wordt A. distans de laatste jaren vaker

waargenomen (Limburg, Noord Brabant). Misschien profiteert deze soort van een betere waterkwaliteit

in de Nederlandse beken?

Aturus scaber rotundus (1 _, Dinkel, 24-10-2011)

Net als in 2003 is ook in 2011 een vrouwelijk exemplaar van deze watermijt aangetroffen in de Dinkel.

Het betreft dezelfde monsterlocatie en mogelijk kan zich op deze locatie een populatie handhaven.

Het is buiten Limburg de enige locatie in Nederland waar de soort wordt waargenomen.

Graptodytes granularius (1 adult, Lemselermatenven, 21-4-2011)

Dit is de tweede waarneming sinds 2000 van deze kever binnen het meetnet van WRD. G. granularis

is eerder in 2006 in de Teeselink poel nabij Neede aangetroffen. Beide locaties zijn kleine ondiepe

licht zure wateren met veel vegetatie en organisch materiaal. Dit is in overeenstemming met de

biotoopbeschrijving in Drost et al. (1992).

Figuur 1: De Onzoelbeek ten tijde van bemonstering

Hyropsyche saxonica (23 larven, Mosbeek, 5-4-2011 & 26-9-2011; 33 larven, Onzoelbeek, 18-4-

2011)

Naast de locatie in de Mosbeek, waar de larven van deze kokerjuffer vorig jaar voor het eerst werden

aangetroffen (Boonstra et al. 2011) is H. saxonica dit jaar ook in een monster van de Onzoelbeek

waargenomen. De Onzoelbeek had ten tijde van de bemonstering een maximale stroming van 60

cm/s en is grotendeels beschaduwd (figuur 1). Dit beeld lijkt te kloppen met de huidige bekende

vindplaatsen in Nederland (Higler, 2008). Daarnaast zijn op beide vindplaatsen ook grote stenen

aanwezig.

Lebertia natans (1 _, Dinkel, 9-5-2011)

Lebertia natans is nieuw voor de Nederlandse Fauna en wordt buiten Nederland aangetroffen in

benedenstroomse delen van beken (Di Sabatino et al. 2010). Ook onze waarneming komt uit het

benedenstroomse deel van de Dinkel (Figuur 2). De watermijt wordt verspreid in centraal- en

noordoost Europa aangetroffen, maar is ook Europees gezien een zeldzaamheid (Di Sabatino et al.

2010).

Figuur 2: Dinkel, nabij De Lutte.

Pomatinus substriatus (1 _, Dinkel, 9-5-2011)

Sinds 1950 is deze waterkever nog maar op 5 locaties in Nederland aangetroffen (Vorst, 2010, Data WRD). In Overijssel is in 2004 een exemplaar verzameld in de Ruenbergerbeek (Overdinkel) en in 2005 is nabij de Lutte een mannelijk exemplaar verzameld in de Dinkel.

P. substriatus is een oeverbewoner van (schone) rivieren

(Drost et al.1992). Onze monsterlocatie (Figuur 2) komt overeen

met deze beschrijving en ligt ongeveer een kilometer stroomopwaarts van de locatie waar in 2005 een exemplaar werd gevangen.

Pristina rosea (1 exemplaar, Gammelkerbeek, 17-10-2011)

Dit betreft de eerste waarneming van deze worm voor het meetnet van WRD. Ook landelijk wordt de soort weinig waargenomen.

Een reden hiervoor kan zijn dat Pristina soorten klein zijn en daarom

tijdens het uitzoeken worden gemist. De laatste bekende waarneming was in 2002 in de rivier de Vecht (Van Haaren & Soors, in prep).

Een belangrijk determinatiekenmerk zijn de lange, ongelijke en

parallelle naaldtanden (Figuur 3).

Figuur 3: Naaldtanden van Pristina rosea (Foto: Ton van Haaren).

Sperchon vaginosus (6 _, Hazelbeek, 4-10-1995; 5 _, Bloemenbeek, 3-10-2011)

De soort is nog niet eerder met zekerheid voor de Nederlandse fauna vastgesteld vanwege

onduidelijkheid over de status van de soort. Recent is deze onduidelijkheid opgelost (Di Sabatino et al

2010). Volgens Gledhill behoort een mannetje gevangen in de Achterhoek ook tot deze soort (Smit &

Van der Hammen, 2000). Bert Knol wist echter te melden dat hij deze soort ook in de Hazelbeek heeft

aangetroffen in 1995 en dit heeft gecorrespondeerd met H. Smit en T. Gledhill. Door Gledhill is deze

waarneming later met zekerheid bevestigd. Zeer waarschijnlijk betreft de waarneming uit de

mijtenatlas deze vondst.

In de Bloemenbeek werden in 2011 vijf mannelijke exemplaren gevangen die behoren tot Sperchon

vaginosus. De soort is verspreid in Europa aangetroffen in beken en rivieren (Di Sabatino et al. 2010)

Dankwoord

Bert Knol en Marion Geerink worden bedankt voor de prettige samenwerking binnen het project.

Ewoud van der Ploeg en Christophe Brochard worden enorm bedankt voor het meehelpen uitzoeken

van de vele organismen. Ton van Haaren wordt bedankt voor het maken van de foto van P. rosea

Literatuur

Boonstra, H., R. Wiggers, O. Duijts, H. Cuppen, T. van Haaren, D. Tempelman & G. Wolters (2011). Bijzondere

macrofaunasoorten aangetroffen in 2010 binnen het meetnet van Waterschap Regge en Dinkel. Macrofauna nieuwsmail 97.

Di Sabatino, A., R. Gerecke, T. Gledhill & H. Smit 2010. Chelicerata: Acari II. Süßwasserfauna von Mitteleuropa

7/2(2): 1-236. Spektrum Akademischer Verlag

Drost, M.B.P., H.P.J.J. Cuppen, E.J. van Nieukerken & M. Schreijer (red.), 1992. De waterkevers van Nederland.

Uitgeverij KNNV, Utrecht.

Haaren, T. van & J. Soors (in prep.). Aquatic oligochaetes of The Netherlands and Belgium and notes on the

occurrence in Germany including annotated and illustrated keys to species (Annelida, Clitellata). Concepttabel (Versie 31 January 2011).

Higler, L.W.G. (2008). Verspreidingsatlas Nederlandse kokerjuffers (Trichoptera). Uitgave EIS-Nederland, Leiden.

Smit, H. & H. van der Hammen (2000). Atlas van de Nederlandse watermijten (Acari: Hydrachnidia). Nederlandse

Faunistische Mededelingen 13: 1-273.

Vorst, O. (ed.) (2010). Catalogus van de Nederlandse kevers (Coleoptera). Monografieën van de Nederlandse

Entomologische Vereniging No. 11.

Voor vragen en/of opmerkingen graag contact opnemen met: Harry Boonstra

T 050 820 0014

E h.boonstra@koemanenbijkerk.nl

E info@koemanenbijkerk.nl

W www.koemanenbijkerk.nl

P Postbus 111, 9750 AC Haren
Dina pseudotrocheta Grosser & Eiseler, 2008 nieuw voor Nederland en oproep voor waarnemingen

David Tempelman, mei 2012

Erpobdellidae zijn grote, wormachtige bloedzuigers. Ze zuigen geen bloed, maar verslinden andere macrofaunasoorten, zoals borstelwormen en muggenlarven. Er zijn acht soorten in Nederland bekend: Dina lineata, D. punctata, Erpobdella monostriata, E. nigricollis, E. octoculata, E. testacea, E. vilnensis en Trocheta pseudodina. T. bykowskii is afgevoerd van de Nederlandse lijst (Van Haaren et al. 2004).

In drie monsters uit het beheersgebied van Waterschap Peel & Maasvallei werden Erpobdellidae aangetroffen, die niet goed op naam konden worden gebracht. Ze leken nog het meest op Trocheta pseudodina, een soort die vooral in het rivierengebied te vinden is. De vindplaats van de meeste van deze exemplaren betrof echter het Gelderns-Nierskanaal. Dit is een gegraven verbinding tussen het riviertje de Niers in Duitsland en de Maas. Het 3 km lange Nederlandse deel van het Gelderns-Nierskanaal loopt vanaf de Duitse grens naar de Maas, zuidelijk langs het natuurgebied De Hamert. De gebied waar het “kanaal” doorheen stroomt ligt ongeveer 20 km ten noorden van Venlo. Het Duitse deel van het traject is volkomen genormaliseerd. Het Nederlandse deel van het “kanaal” loopt de Maasterrassen af waardoor het water zich diep ingesneden heeft en een zeer natuurlijke morfologie heeft, vergelijkbaar met de referentietoestand voor watertype R14. De waterkwaliteit laat de laatste jaren te wensen over, tenminste dat denkt onderzoeker Jeroen van Mil (Waterschap Peel & Maasvallei) te zien aan de soortensamenstelling: vooral in de Niers, maar ook in het Gelderns-Nierskanaal zijn een tiental soorten verdwenen die kritisch waren voor hogere organische belasting (meded. Jeroen van Mil). Toch komen er nog allerlei interessante macrofaunasoorten voor die typisch zijn voor stromende wateren, zoals de vlokreeft Gammarus fossarum, de dansmug Polypedilum pedestre en de worm Stylodrilus heringianus.

Deze begeleidende soorten zijn heel andere, dan die we gewend zijn van Trocheta pseudodina. Bovendien was de bovenlip en het atrium (Figuur 3) van deze individuen ook niet zo als we gewend waren van T. pseudodina. Het leek ons daarom minder waarschijnlijk, dat deze Erpobdellidae Trocheta pseudodina zou zijn. Maar welke dan wel? In 2008 beschreven Clemens Grosser en Brigitta Eiseler een nieuw soort Erpobdellidae: Dina pseudotrocheta (Grosser & Eiseler, 2008). Materiaal werd daarom naar Clemens opgestuurd. Na dit bekeken te hebben, stuurde hij ons de volgende reactie: “Meiner Meinung nach handelt es sich um Dina pseudotrocheta. Die Cornua sind zwar sehr stark lateral gebogen, fallen aber durchaus in die Variationsbreite. […]. Vermutlich ist D. pseudotrocheta eine taxonomisch sehr interessante Art, da einzelne Populationen mal stärker und andere Populationen mal weniger stark von Dina zu Trocheta überleiten.[…] Die Tiere stellen somit den Erstnachweis für die Niederlande dar […] (e-mail van Clemens Grosser aan Ton, april 2012).

Figuur 1 Habitus van Dina pseudotrocheta uit het Gelderns-Nierskanaal (locatie OGELD400), 4 mei 2011.

Figuur 2 Rugzijde van Dina pseudotrocheta (midden van het dier) (zelfde individu).

Figuur 3 Atrium van Dina pseudotrocheta (zelfde individu).

Figuur 4 Mannelijke pore (boven ) en vrouwelijke pore (beneden) van Dina pseudotrocheta (zelfde individu)

Vergeleken met de foto van het type-exemplaar (afbeelding 7, pag. 34 in Grosser & Eiseler, 2008) is het atrium van het materiaal uit Limburg verschillend: de cornua zijn veel krommer, maar volgens Clemens valt dit dus binnen de spreiding van de soort. Deze bloedzuiger is dus nieuw voor Nederland. Wat nog niet duidelijk is, hoe algemeen hij is. Nader onderzoek zal dit moeten uitwijzen. Het loont waarschijnlijk de moeite, om exemplaren van als Dina of Trocheta gedetermineerde Erpobdellidae nog eens te bekijken met het artikel van Grosser & Eiseler (2008) bij de hand.

Oproep: Over de nieuwe vondst willen we later dit jaar in Lauterbornia publiceren. Eventuele nieuwe waarnemingen kunnen hierbij van nut zijn, om meer over het voorkomen van deze soort in onze streken. Deze waarnemigen zijn dus welkom !

Met dank aan: Jeroen van Mil (Waterschap Peel & Maasvallei, Venlo), voor opmerkingen over ecologie en morfologie van het Gelderns-Nierskanaal en voor het vrijgeven van deze informatie; Ton van Haaren (Grontmij | team Ecologie, Amsterdam), voor het maken van de foto’s en Clemens Grosser (Elstertrebnitz) voor het controleren van het materiaal.

Referenties

Grosser, C. & B. Eiseler (2008). Beschreibung von Dina pseudotrocheta sp. nov. (Hirudinea: Erpobdellidae) aus dem deutsch-belgischen Grenzgebiet. Lauterbornia 65: 27-41, D-86424 Dinkelscherben, 2008-11-15.

Haaren, T. van, H. Hop, M. Soes & D. Tempelman (2004). The freshwater leeches (Hirudinea) of The Netherlands. Lauterbornia 52: 113-131. Dinkelscherben.

David Tempelman

Grontmij | team Ecologie

Postbus 95125

1090 HC Amsterdam

david.tempelman@grontmij.nl

AQUON zoekt nieuwe collega’s

AQUON is op 1 juli 2011 ontstaan en is het grootste waterschapslaboratorium van Nederland. Deze organisatie werkt voor 9 waterschappen. Dit gebeurt in laboratoria in Leiden, Breda, Tiel en tot2013 inBoxtel en Rotterdam. We hebben bij het team Hydrobiologie een vacature voor de functie specialist hydrobiologie. Het team is belast met bemonsteren, determineren en rapporteren van hydrobiologische monsters en bestaat uit ca 25 medewerkers.

Word jij onze nieuwe SPECIALIST HYDROBIOLOGIE?

De specialist hydrobiologie is verantwoordelijk voor het ontwikkelen (beleid) en overdragen van kennis op het gebied van een of meerdere specialismen zoals macrofauna, macrofyten, fytoplankton en/of diatomeeën. Ook is de specialist belast met het adviseren van  klanten, voorbereiding, uitvoering en evaluatie van onderzoeken, met methodeoptimalisatie en het bemonsteren, determineren en rapporteren van hydrobiologisch onderzoek. De specialist hydrobiologie levert tevens een bijdrage aan het KAM-systeem.

Wacht niet en solliciteer bij AQUON!

Heb jij, onder andere:

  • HBO – WO werk- en denkniveau;
  • vaardigheden om een meerjarig onderzoeksprogramma te ontwikkelen voor de uitbouw van hydrobiologische kennis binnen het team Hydrobiologie;
  • kennis om de collega’s te ondersteunen bij de opzet en uitvoering van onderzoek;
  • vaardigheden om analyses/onderzoeken onder accreditatie te brengen;
  • kennis om te adviseren over voorstellen ter verbetering van systemen en procedures;
  • gebiedskennis ten behoeve van hydrobiologisch veldonderzoek, kennis om te determineren en om integrale ecologische rapporten te schrijven;
  • kennis om te werken volgens de wet- en regelgeving, op een efficiënte en kostenbewuste wijze;
  • een drive om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen en literatuur op het vakgebied;
  • goede communicatieve eigenschappen om kennis en ervaring te delen met onder andere kennisinstituten, de Raad van Accreditatie, projectleiders en opdrachtgevers;

en wil je samenwerken met je collega’s in een ambitieuze organisatie, dan nodigen wij jou uit om bij AQUON te solliciteren.

Prima arbeidsvoorwaarden

De functie is ingeschaald tussen € 2.827 en € 3.926 bruto per maand (indicatief schaal 10). Afhankelijk van je ervaring wordt het salaris bepaald. AQUON kent een werkweek van 36 uur en heeft verder flexibele arbeidsvoorwaarden, een goede pensioenvoorziening en opleidingsmogelijkheden.

Interesse en solliciteren?

Wil je meer weten over de functie, bel dan met Jako van der Wal, tel.: 06-50732126 of Mieke Moeleker, tel. 06-50732110 . Wil je meteen solliciteren, mail dan voor 2 juni 2012 naar secretariaat@aquon.nl onder vermelding van A40010.

Lees meer over AQUON op www.aquon.nl.

AQUON stelt er geen prijs op dat bedrijven op basis van deze advertentie ongevraagd hun diensten aanbieden

Cursus Waterplanten en Waterkwaliteit v.a. 23 mei 2012

Inleiding

De kwaliteit van het water en de onderwaterbodem bepalen in belangrijke mate welke waterplanten er kunnen voorkomen. Omgekeerd kan op basis van de waterplantensamenstelling een goede indicatie gekregen worden van de waterkwaliteit. Sinds de sterke achteruitgang van de kwaliteit van het aquatische milieu in de vorige eeuw, is veel kennis ontwikkeld over de factoren en processen die de waterkwaliteit sturen. Met behulp van deze kennis is het mogelijk om de oorzaken voor achteruitgang te herkennen en kunnen aangetaste wateren en waterplantenbegroeiingen succesvol worden hersteld en beheerd. Wie de ecologie van onze waterplanten kent en regelmatig buiten rondloopt, kan vrijwel alle belangrijke veranderingen in waterkwaliteit herkennen.

Om kennisuitwisseling tussen onderzoek en beheer te stimuleren organiseert Onderzoekcentrum B-WARE, in samenwerking met de afdeling Aquatische Ecologie en Milieubiologie van de Radboud Universiteit Nijmegen, een cursus waarbij uitgebreid wordt ingegaan op de relatie tussen waterplanten en waterkwaliteit. Onderwerpen die in deze cursus aan bod komen zijn het herkennen van soorten, welke eisen ze stellen aan de waterkwaliteit, (biogeo)chemische processen die van invloed zijn op de waterkwaliteit, aantastingen, herstel en beheer van wateren en tenslotte de Kaderrichtlijn Water (KRW).

Doel en opzet

Het doel van de cursus is om water-, natuurbeheerders en beleidsmakers te leren luisteren naar het verhaal dat de watervegetatie vertelt en dit te leren koppelen aan essentiële ecologische processen. Deze kennis is tevens relevant voor het inschatten en bepalen van doelstellingen voor de KRW.

De cursusduur bedraagt 6 dagen, verspreid over twee weken. De cursus omvat hoorcolleges, case studies met opdrachten en twee dagexcursies. Het cursusmateriaal bestaat uit een cursusmap met de cursushandleiding, hand-outs van alle colleges, case studies en praktische opdrachten en recente overdrukken van artikelen uit de vakliteratuur.

Doelgroep

De cursus is bestemd voor medewerkers (hbo- of academisch niveau) werkzaam bij waterschappen, natuurbeheerorganisaties, ministeries, provincies, gemeenten, adviesbureaus, etc.

Voorlopig programma

Woensdag 23 mei 2012: Theoretische achtergronden
  Relatie waterplanten en omgeving, chemische typologie van wateren, anorganisch koolstof, trofie, meten van basale waterkwaliteitsparameters.
Donderdag 24 mei 2012: Ecologie van waterplanten
  Groeivormen van waterplanten, koolstofgebruik, waterkwaliteitstypen, waterplanten herkennen, waterplanten als indicatoren voor de waterkwaliteit.
Vrijdag 25 mei 2012: Excursie
  Tijdens de excursie worden een aantal verschillende typen wateren bezocht, waarbij herkenning en indicatiewaarden van waterplanten centraal staat en wordt ingegaan op de mogelijkheden voor herstel en beheer.
Woensdag 30 mei 2012: Aantastingen en herstel van wateren
  Externe- en interne eutrofiëring, verzuring, alkal(in)isering, invasieve soorten, defosfatering, peilbeheer, baggeren, vismanipulatie, catchment liming, casestudy: Drijvende waterweegbree.
Donderdag 31 mei 2012: Excursie
  Tijdens de excursie worden een aantal verschillende typen wateren bezocht, waarbij herkenning en indicatiewaarden van waterplanten centraal staat en wordt ingegaan op de mogelijkheden voor herstel en beheer.
Vrijdag 1 juni 2012: Beheer van wateren & synthese
  Waterplantengemeenschappen, bruikbaarheid en onbruikbaarheid van de syntaxonomische benadering bij waterplantenbegroeiingen, Kaderrichtlijn Water, maatlatten, beoordeling op basis van waterplanten, toepassing van maatlatten, synthese.

Informatie

Voor nadere informatie kunt u zich wenden tot de cursuscoördinator:
Dr. Hilde Tomassen, Tel: 024-3652813 of H.Tomassen@b-ware.eu

http://www.b-ware.eu/index?loc=cursussen/cursus_waterplanten.html

Bestimmungskurs ” Aquatische Neozoen “”

Das Gustav Stresemann Institut (GSI) veranstaltet in Kooperation mit der

Deutschen Gesellschaft für Limnologie (DGL), Arbeitskreis Taxonomie,

vom 05. bis 7. November 2012

44. DGL-Bestimmungskurs

” Aquatische Neozoen – Ökologie, Bestimmung und Bewertung“

Dozenten: Carsten Grabow, Gerhard Schoolmann, Prof. Dr. Andreas Martens

                 Kursleitung:     Brigitta Eiseler, Roetgen   

                                        Kai Möller, Bad Bevensen (GSI)

Inhalte

Der geplante Kurs unterscheidet sich von den bisherigen Bestimmungskursen in drei Punkten:

1. Im Bestimmungsteil des Kurses geht es diesmal um eine große Bandbreite taxonomischer Gruppen.

Es sollen dabei neben den Tiergruppen mit vielen Neozoenarten, wie Mollusca oder Amphipoda – mit dem Schwerpunkt aktuelle Neuzugänge und kritische Arten –, auch solche berücksichtigt werden, die in bisherigen Kursen/ oder deren Neozoen nicht oder kaum behandelt wurden: etwa Nemertini, Branchiobdellidae, Polychaeta, Bryozoa, Plathelminthes, Halacaridae, Curculionidae, Crustacea außer Amphipoda. Statt langer Bestimmungswege wird es eher direkte Vergleiche/Gegenüberstellungen geben.

2. Ein weiterer Schwerpunkt ist die Früherkennung im Freiland nach Verhaltensmerkmalen und die

Nutzung von Habitatcharakteristika.

3. Im Seminarteil sollen neben Biologie und Ökologie von Neozoen insbesondere Konzepte der Bewertung von Neozoenvorkommen vorgestellt und diskutiert werden. Neozoen sind für Gewässerbiologen und -ökologen eine Herausforderung: Die neu auftretenden Arten müssen erkannt und bestimmt werden. Ihre Herkunftswege sind nachzuvollziehen, um weitere ungewollte Ausbreitungen einschränken zu können und die Auswirkungen dieser Arten müssen beurteilt werden. Denn neben Neozoen, die sich unauffällig zwischen den heimischen Arten einordnen, gibt es solche, die plötzlich massenhaft auftreten, Lebensgemeinschaften verändern und auch in der

Wasserwirtschaft eine ernstzunehmende Gefahr darstellen können, wie es die aktuelle Invasion der Quaggamuschel zeigt.

Das genaue Programm wird voraussichtlich mit der Zulassung versandt.

Der Kurs beginnt Montag den 05.11.2012 um 14.00 Uhr (1. Mahlzeit ist der Nachmittagskaffee) und

endet am Mittwoch den 07.11.2012 um 12.00 Uhr (letzte Mahlzeit ist das Mittagessen).

Die Kosten für den Kurs betragen 370,00 €. DGL-Mitglieder, VBTA-Mitglieder und Studierende zahlen

ermäßigt 340,00 €. Die Leistungen umfassen 2 volle Tage Unterkunft in Zweibettzimmern mit 4 Mahlzeiten/Tag, Pausengetränke sowie Betreuung, Kursgebühr und Kursunterlagen. Für Einzelzimmer wird ein Zuschlag i.H.v. 10,00 €/Nacht erhoben. Die Zahl der Einzelzimmer ist begrenzt; ggf. erfolgt eine Unterbringung in einem nahe gelegenen Hotel. Begleitpersonen (z.B. Ehepartner), die nicht am Kurs teilnehmen, sind willkommen und zahlen 120,00 € für Verpflegung und Unterkunft im

Doppelzimmer mit dem Teilnehmenden; auf der Anmeldung bitte ggf. vermerken.

Für die Bearbeitung ist ein Binokular bis etwa 45x mit Beleuchtung erforderlich. Zum Ausleihen steht

eine begrenzte Anzahl von Geräten zur Verfügung. Bitte geben Sie bei der Anmeldung an, ob Sie ggf.

ein Gerät ausleihen wollen, und ob Sie, wenn dies nicht möglich ist, dann Ihre Anmeldung

zurückziehen oder ob Sie die benötigten Geräte und deren Transport nach Bad Bevensen selbst

organisieren.

Kai Möller, Gustav Stresemann Institut, Klosterweg 4, D-29549 Bad Bevensen

Tel. 05821-955-115, kai.moeller@gsi-bevensen.de

Fachliche Auskünfte erteilt:

Brigitta Eiseler, Heidkopf 16, 52159 Roetgen, Tel. 02471-4189, b.eiseler@gmx.d

http://www.gsi-bevensen.de/unsere_seminarangebote_seminar.php?sem_id=1425&da=2012-11-05&de=2012-11-07&bu=&fb=&kib=&PHPSESSID=846f00d5c3dfcad2d56ab606eb8b2fc3

Wir würden uns freuen, Sie im GSI Bad Bevensen begrüßen zu dürfen!

Mit freundlichen Grüßen

Bodo Fröhlich (Institutsleiter)

Anlage: Anmeldevordruck

Platform Beek & Rivierherstel, nieuw en opgericht door de Stowa

Tijdens de eerste bijeenkomst van het Platform Beek- en Rivierherstel stonden vier vragen centraal: hoe hebben we vier decennia beek- en rivierherstel uitgevoerd, wat hebben we ermee bereikt, wat hebben we ervan geleerd en hoe ziet de toekomst van succesvol beek- en rivierherstel eruit?

Het platform, een initiatief van STOWA, richt zich op beken en kleine rivieren in het regionale watersysteem, de grote rivieren in de rijkswateren en de aangrenzende overstromingsvlakten. Ecologisch herstel van beken en rivieren speelt een belangrijke rol bij het behalen van diverse waterkwaliteitsdoelen.

Het programma en de powerpointpresentaties van deze eerste dag staan op:

http://www.watermozaiek.nl/index.php?title=Eerste_bijeenkomst_Platform_Beek-_en_Rivierherstel

Op http://wikibeekherstel.nl kunnen geïnteresseerden terecht voor informatie over beekherstel.

Deze wiki-pagina ontsluit wetenschappelijke kennis en praktijkervaringen mbt hermeanderen. Doelgroep zijn medewerkers van waterschappen, terreinbeherende organisaties, DLG en adviesbureaus. De pagina is continue in ontwikkeling en zal in de komende tijd uitgroeien tot een compleet Digitaal Handboek Hermeanderen.

    Workshops macrofotografie

 

In samenwerking met Het Brabants Landschap vinden twee korte workshops van een halve dag plaats. De eerste is op zaterdag 19 mei in Oirschot en gaat over de techniek van macrofotografie. De tweede is op zondag 17 juni in Valkenswaard en gaat over de artistieke kanten van macrofotografie. Beide workshops zijn voor de beginnend natuurfotograaf. Ben (of word) je lid van het Brabants Landschap, dan krijg je korting.

Centrum voor Natuurfotografie [cvn@centrumvoornatuurfotografie.nl]

 

 

 

Fotogids Libellenlarvenhuidjes

  • Auteur: Christophe Brochard, Dick Groenendijk, Ewoud van der Ploeg, Tim Termaat
  • Prijs: € 42,95
  • Leverbaar vanaf mei, nu al bestellen met deze VOORINTEKENACTIE t/m 31 mei van € 49,95 voor € 42,95
  • In het voorjaar vind je ze soms aan de waterkant: lege hulsjes in de vorm van een insect. Het zijn huidjes waar zojuist een libelle uit is gekropen, na een jarenlang onderwaterbestaan als larve. Die huidjes vertellen veel over het voorkomen van libellen, en daarmee over de ecologie van het gebied.

De Nederlandse Rivierkreeften (Astacoidea & Parastacoidea)

Auteurs: B. Koese & M. Soes

Omvang: 107 pagina’s, 214 figuren en foto’s

ISSN: 1875-760X

Prijs: EUR 12,50

Te bestellen door een bericht te sturen naar: eis@ncbnaturalis.nl

Het boekje en een factuur worden dan thuis gestuurd.

Einde macrofaunaniewsmail 104

14 May 2012
By on 07:06
Macrofaunanieuwsmail 103, 2 april 2012

Beste lezers,

 

Het is tijd om naar buiten te gaan. “Een nieuwe lente, een nieuw geluid:” (Herman Gorter)

 

 

 

Als je wat ziet, hoort of leest,

stuur je berichten naar macrofauna@rws.nl.

Eerder verschenen nummers staan op:

 

http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/overlegkaders/macrofaunanieuwsmail/

 

Is uw email adres gewijzigd…….geef het ook even door aan macrofauna@rws.nl

 

Myra Swarte

 

 

 

 

 

In dit nummer:

 

 Aankondiging Odonata cursus, 4 en 5 oktober 2012. 2

 

Opgaveformulier determinatiecursus Odonata larven 4 en 5 oktober 2012. 3

 

Fotogids Libellenlarvenhuidjes. 4

 

Waarnemingen van zeldzame soorten watermijten gevraagd. 5

 

De Nederlandse Rivierkreeften (Astacoidea & Parastacoidea) 6

 

Stel je voor. 7

 

The Mayflies of Europe. 7

 


 Aankondiging Odonata cursus, 4 en 5 oktober 2012

Beste mensen,

 

Ik ben blij dat ik de Macroinvertebraten cursus voor 4 en 5 oktober 2012 kan aankondigen. Deze keer worden de larven van de Odonata behandeld.

 

De cursusleiders zijn Prof. Dr. Andreas Martens en Dr. Mathias Lohr. Zij hebben zeer veel ervaring met het geven van determinatiecursussen van Odonata larven.

Daarnaast zijn Christophe Brochard en Ewoud van der Ploeg voor de cursus uitgenodigd.

Beiden zijn auteur van de ‘Fotogids van Libellenlarvenhuidjes’. Dit boek zal omstreeks mei 2012 worden uitgegeven. Naast vele goede foto’s zal dit boek een nieuwe determinatietabel voor Odonata huidjes omvatten. Dit boek zal tijdens de cursus als cursusmateriaal aan alle deelnemers worden uitgereikt.

 

Tijdens de cursus wordt het determinatiemateriaal in de vorm van larvenhuidjes ter beschikking gesteld aan de cursisten, zodat een ieder een eigen referentie collectie kan opbouwen.

 

Het programma omvat naast een vaste inleiding over taxonomie, morfologie, biologie en autecologie zoveel mogelijk tijd om zelf te determineren. Door de unieke situatie van 4 begeleiders is er mogelijkheid tot maximale interactie tussen cursusleiders en cursisten. Bepaalde vragen zullen gedurende de cursus klassikaal aandacht krijgen zodat iedere cursist maximaal profiteert. Tijdens de cursus zullen enkele complexe soortgroepen extra aandacht krijgen. Hierbij kan gedacht worden aan Coenagrion puella/pulchellum en Sympetrum meriodinale/sanguineum/striolatum, etc. Mocht iemand nog specifieke wensen hebben voor een lastig couplet laat dat dan ruim van te voren weten.

 

De eerste dag (donderdag) begint om 9.30 met koffie en thee en om 10.00 uur begint het programma. ‘s Avonds zullen Prof Martens en Dr Lohr enkele interessante presentaties geven over hun onderzoek met Odonata. De cursus eindigt vrijdagmiddag om 16.00 uur.

 

De cursus vindt plaats in het Hof van Wageningen, Lawickse Allee 9, 6701 AN Wageningen.

 

De kosten van de cursus bedragen € 790,- per persoon. Dit is inclusief de ‘Fotogids van Libellenlarvenhuidjes’, 1 overnachting op een tweepersoonskamer, onbeperkt koffie en thee, ontbijt (1x), lunch (2x) en avondeten met 1 consumptie(1x), maar exclusief BTW.

 

Je kunt je voor de cursus opgeven door onderstaand formulier volledig in te vullen en via post of mail te zenden naar onderstaand adres. Hier kun je ook terecht voor verdere informatie. Bij onvoldoende deelnemers zal de cursus niet doorgaan.

 

Ken je collega’s of mensen in je omgeving die mogelijk geïnteresseerd zijn maar nog niet bekend met de determinatiecursussen van het team zoetwaterecologie of de macrofaunanieuwsmail niet ontvangen, zou je deze informatie dan willen doorsturen? Alvast bedankt!

Nadere mededelingen over het programma, de locatie, routebeschrijving en huishoudelijke zaken worden vier weken voor aanvang van de cursus toegezonden.

 

Met vriendelijke groeten,

 

Dorine Dekkers

Alterra, Wageningen UR,

Centrum Ecosystemen, Team Zoetwaterecologie

Postbus 47,

6700 AA Wageningen

Email: dorine.dekkers@wur.nl

Tel: 0317-485397

 

Opgaveformulier determinatiecursus Odonata larven 4 en 5 oktober 2012

 

 

 

Voornaam:                        …………………………………………………………………….

 

Achternaam:                     ……………………………………………………………………

 

Organisatie:                      ……..…………………………………………………………….

 

Straat en nummer:         …………………………………………………………………….

 

Postcode:                           ………………………………………………………………….…

 

Plaats:                                 ………………………………………………………………….…

 

Telefoon (werk):            ……………………………………………………………….……

 

E-mail:                                 ……………………………………………………………….……

 

Vegetariër                         ja/nee/anders, namelijk……………………….………

 

Voorkeur kamergenoot:             ……..……………………………………………………………..

 

 

Afmelding tot 8 weken voor aanvang van de cursus is gratis, latere afmelding gaat gepaard met betaling van reeds gemaakte kosten; bij afmelden tot 4 weken voor aanvang van de cursus wordt 10 % van het cursusgeld in rekening gebracht; afmelden tot 2 weken voor de cursus wordt 20 % van het cursusgeld in rekening gebracht; afmelden een dag voor of op de eerste dag van de cursus betekent dat het volledige cursusgeld in rekening wordt gebracht. In overleg met de organisatie is het mogelijk om een vervangende persoon te benoemen.

 

 

 

 

 

 

Fotogids Libellenlarvenhuidjes

  • Auteur: Christophe Brochard, Dick Groenendijk, Ewoud van der Ploeg, Tim Termaat
  • Prijs: € 42,95

Leverbaar vanaf mei,

nu al bestellen met deze VOORINTEKENACTIE t/m 31 mei van € 49,95 voor € 42,95

In het voorjaar vind je ze soms aan de waterkant: lege hulsjes in de vorm van een insect. Het zijn huidjes waar zojuist een libelle uit is gekropen, na een jarenlang onderwaterbestaan als larve. Die huidjes vertellen veel over het voorkomen van libellen, en daarmee over de ecologie van het gebied.

Voor het eerst verschijnt er nu een Nederlandstalige veldgids waarmee je deze huidjes op naam kunt brengen. Het eerste deel geeft achtergrondinformatie over libellen en over het verzamelen, conserveren en determineren van hun huidjes. Het tweede deel beschrijft de huidjes van de 80 meest voorkomende libellen en waterjuffers van Noordwest Europa.

  • Unieke foto’s van de huidjes, de larven, de volwassen libellen en hun    biotoop
  • Meer dan 80 soorten en compleet voor Noordwest Europa
  • Heldere soortbeschrijvingen en determineersleutel van de huidjes

 

 

 

 

 

 

ISBN: 9789050114097
Pagina’s: 224
Formaat: 17 x 24
Gewicht: 750
Ledenkorting: 10 %

 

 

 

 

Waarnemingen van zeldzame soorten watermijten gevraagd

 

Ondergetekende is met een aantal andere mensen bezig een artikel te schrijven over nieuwe en zeldzame watermijten in Nederland. Tot nu toe zitten we op zo’n 7-8 nieuwe soorten voor Nederland, dat is al de helft van wat ik geschat heb in het Biodiversiteitsboek voor Nederland.

Naast deze nieuwe soorten willen we ook soorten opnemen die zeer zeldzaam zijn en soorten die zeldzaam zijn en waarvan de nieuwe vondsten buiten het bekende verspreidingsgebied vallen.

Voorts is er een aantal soorten waarvan het voorkomen in Nederland al langer bekend is, maar waarvan nog nooit verspreidingsgegevens zijn gepubliceerd.

Dat zijn Hygrobates setosus en Mideopsis roztoczensis

Ook van Hydrodroma pilosa / H. despiciens zijn nog nooit aparte verspreidingskaarten gepubliceerd, maar gezien het algemene voorkomen van deze soorten laten we ze voor dit moment nog buiten beschouwing. Mocht je nog zeldzame soorten hebben waarvan je niet zeker bent, neem dan gerust contact met ons op.

Daarnaast wil ik vragen om van locaties waarvan je weet dat er minder algemene soorten voorkomen mij materiaal op te sturen in 96 % ethanol. Dit voor een DNA barcoding project van Naturalis, waarvoor ik de watermijten verzamel.

Ik zal zelf het materiaal op naam brengen.

 

Harry Smit (harry.smit@ncbnaturalis.nl)

Nederlands Centrum voor Biodiversiteit,

Postbus 9517,

2300 RA Leiden

 

Mede namens Harry Boonstra, Olaf Duijts, Rink Wiggers en Barend van Maanen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mideopsis roztoczensis

 

www.fotopage-watermites.eu

 

 

 

 

Nieuw verschenen!

 

De Nederlandse Rivierkreeften (Astacoidea & Parastacoidea)

 

Met dit boekje is het voor het eerst mogelijk om alle thans in Nederland voorkomende volwassen rivierkreeften op naam te brengen. Daarnaast zijn soorten die veel in de handel circuleren en enkele soorten uit omringende landen opgenomen.

Daarmee is deze publicatie ook voor West-Europa compleet, zowel wat betreft de inheemse als de exotische soorten.

Tevens zijn verspreidingskaarten van alle in Nederland waargenomen soorten opgenomen.

Zie ook: http://science.naturalis.nl/et

 

 

Auteurs: B. Koese & M. Soes

Omvang: 107 pagina’s, 214 figuren en foto’s

ISSN: 1875-760X

Prijs: EUR 12,50

Te bestellen door een bericht te sturen naar: eis@ncbnaturalis.nl

Het boekje en een factuur worden dan thuis gestuurd.

 

 

 


Stel je voor      

 

“Ik ben Eelke Schoppers en sinds 1 maart 2012 werkzaam als hydrobiologisch analist bij het Waterschap Groot Salland.

Voor deze baan ben ik werkzaam geweest als ecologisch adviseur bij een adviesbureau.

Ik heb vrij weinig ervaring in het determineren van macrofauna.

Dus een grote uitdaging voor mij.

Wel heb ik ervaring met het determineren van andere soortgroepen, foto’s hiervan zijn te bekijken op mijn website: www.naturepix.nl

 

Met vriendelijke groet,

 

Eelke Schoppers

hydrobiologisch analist

 

 

 

 

Te bestellen bij www.vermandel.com :

The Mayflies of Europe

 

Bauernfeind, E. & T. Soldán. 2012.

The present handbook is designed to provide for the first time an up-to-date standard work for Ephemeroptera identification, including last instar larvae (nymphs), subimago (dun), male and female imagines.

Recent changes in nomenclature are discussed in detail as well as gaps in current knowledge and probable pitfalls concerning the reliable identification of all taxa known so far from the region.

Keys are provided for genera and introductory chapters characterize every family and genus. Species accounts follow a common format providing a synonymy, characters for identification (including literature references), remarks (on type material, variation, confusing or extralimital species) and short information on biology and distribution pattern. Male genitalia are illustrated by micrographs and line drawings, REM photographs of the egg chorionic structure are provided for genera and selected species.

Habitus of larvae and imagines are for most genera illustrated by colour photographs. The geographical area covered is Europe including the European part of Russia, the mediterranean islands and North Africa. Short additional information is provided for adjacent parts of the western Palaearctic Region. A comprehensive index, check-list and distribution catalogue (following the widely adopted concept of Illies’ Limnofauna Europaean) allow for quick information on all species recorded so far from Europe.

Contents: Abstract; Introduction; Key to the European genera (larvae); Key to the European genera (imagines); Check-list; Systematic treatment (family, genus, species); Distribution catalogue; Colour plates; Illustrations of male genitalia (b/w photographs or line drawings as available; Illustrations of eggs (REM-photographs); References; Index.

 

781 pages. Numerous colour photos and black and white illustrations. Hardback  € 138,=

 

  Einde macrofaunaniewsmail 103

 

2 April 2012
By on 09:23
Macrofaunanieuwsmail 102, 30 januari 2012

Beste lezers,

 

Het is alweer de laatste dag van de eerste maand van het nieuwe jaar. Lukt het nog om alle genomen voornemens vol te houden?

 

 

 

 

Als in januari de muggen zwermen, dan moogt ge in Meert uw oren wermen.

 

 

 

 

Als je wat ziet, hoort of leest, stuur je berichten naar macrofauna@rws.nl.

Eerder verschenen nummers staan op: http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/overlegkaders/macrofaunanieuwsmail/

 

Is uw email adres gewijzigd…….geef het ook even door aan macrofauna@rws.nl

 

Myra Swarte

 

 

 

 

In dit nummer:

 

Vacature Macrofauna analist V/M… 2

Waarnemingen Trichoptera. 4

Atlas der mitteleuropäischen Köcherfliegenlarven. 5

Bericht van “verhuizing”. 5

Aankondiging Odonata cursus, 4 en 5 oktober 2012. 6

Opgaveformulier determinatiecursus Odonata larven 4 en 5 oktober 2012. 7

www.vermandel.com.. 8

 

 

Vacature Macrofauna analist V/M

voor 36 uur per week

 

Stichting Waterproef voert voornamelijk werkzaamheden uit voor Waternet en het Hoogheemraadschap Hollands Noorder Kwartier en daarnaast voor een aantal externe klanten. Waterproef levert advies, voert projecten uit en verricht onderzoek op chemisch, fysisch, microbiologisch en hydrobiologisch gebied. Het onderzoek wordt uitgevoerd t.b.v. de kwaliteit van het oppervlaktewater, controle van rioolwaterzuiveringsinstallaties en controle van lozingen van bedrijven en instellingen. Waterproef verricht tevens veel veldwerk, zoals onderzoek naar de kwaliteit van het openlucht recreatie zwemwater en gebiedsinventarisatie van flora en fauna.

De uitvoering van deze taken wordt verricht door een enthousiast en professioneel team binnen een jonge organisatie. Waterproef is volop in beweging richting een klantgerichte dienstverlening met een hoge kwaliteitsprijs verhouding. Bij Waterproef werken ruim 60 medewerkers, waarvan 8 bij het team biologie. Het team Biologie binnen Stichting Waterproef  is verantwoordelijk voor het hydrobiologisch onderzoek op het gebied van macrofyten, macrofauna, fytoplankton, fytobenthos, zoöplankton, visstand en daarnaast onderzoek aan stadswater, grasdijken en Flora- en faunawetgeving.

 

Voor het team Biologie is Stichting Waterproef op zoek naar een macrofauna-analist.

 

De macrofauna-analist in de functie van Hydrobiologisch veldmedewerker A is verantwoordelijk voor:

 

  • bijdragen aan onderzoek op het gebied van macrofauna;
  • verrichten van hydrobiologisch veldonderzoek;

 

Taakgebied

  • verzamelt, inventariseert, interpreteert en bewerkt informatie en gegevens (zoals data,

literatuur, rapporten en verslagen) voor de onderzoeksvoorbereiding;

  • levert een bijdrage aan de onderzoeksvoorbereiding en -evaluatie, verricht onderzoek, doet aanbevelingen en geeft adviezen op basis van geaggregeerde informatie;
  • vertaalt uitkomsten van onderzoek naar methoden, technieken en produkten;
    • stelt in overleg rapportages, overzichten, samenvattingen, evaluaties, specificaties,toelichtingen en prognoses op;
    • verricht hydrobiologisch veldonderzoek en neemt monsters;
    • ondersteunt bij het opzetten van projectmatige onderzoeken;
    • adviseert en levert een bijdrage aan de ontwikkeling van onderzoeksplannen;
    • verwerkt en bewerkt de resultaten/gegevens van het (veld) onderzoek;
    • stelt technische rapportages op;
    • bouwt referentiecollecties op;
    • adviseert gevraagd en ongevraagd over maatregelen ter verbetering van systemen en

           procedures;

  • houdt toezicht op de naleving van wet- en regelgeving in het beheersgebied; rapporteert overtredingen van milieuwetgeving, afwijkingen en bijzonderheden;
  • Speelt in op kansen in de markt en levert voorstellen hierover.

 

Speelruimte

  • De hydrobiologisch veldmedewerker A neemt beslissingen bij de inventarisatie en bewerking van informatie en gegevens, bij het bijdragen aan hydrobiologisch onderzoek, bij het opstellen van implementatieplannen, rapportages en adviezen, bij het verrichten van hydrobiologisch veldwerk en opstellen van rapportages en adviezen; vastgesteld beleid op werkterrein, regelgeving, onderzoeksmethoden en projectbudgetten vormen het kader;
  • De hydrobiologisch veldmedewerker A legt verantwoording af aan het afdelingshoofd over de betrouwbaarheid van informatie en gegevens, over de kwaliteit van de beleidsondersteuning en over de kwaliteit van het veldwerk.

 

Kennis en vaardigheden

  • kennis van het werkterrein en de daaraan gerelateerde wet- en regelgeving;
  • kennis van methoden en technieken voor het uitvoeren van hydrobiologisch onderzoek;
  • kennis van procedures en richtlijnen;
  • inzicht in relevante werkterreinen en de ontwikkelingen daarbinnen;
  • vaardigheid in het verrichten van onderzoek;
  • vaardigheid in het interpreteren van gegevens, in het opstellen van implementatieplannen,
  • rapportages, nota’s en adviezen en geven van toelichtingen.
  • Onderhouden van een eigen netwerk

 

Contacten

  • met interne- en externe medewerkers over de planning om informatie/vakkennis uit te

wisselen en de werkzaamheden af te stemmen;

  • met projectleiders en leidinggevenden over ontwikkelingen in het werkterrein en over

           onderzoeksondersteunende en -uitvoerende werkzaamheden, hydrobiologisch

           veldonderzoek, notities en adviezen om af te stemmen;

  • met opdrachtgevers, terreinbeheerders en grondeigenaren over monsternemingen om de

           eerste klachten op te vangen en toegang te verkrijgen tot het grondgebied.

 

Profiel

  • Minimaal een HBO-denk en -werkniveau;
  • Minimaal 3 jaar ervaring in macrofauna-onderzoek
  • In bezit van rijbewijs-B
  • Goede schriftelijke vaardigheden
  • Kennis van (water)vegetatie is een pre
  • Kennis van kwaliteitsystemen is een pre
  • Kennis van GIS is een pre

 

Wat bieden wij?

 

  • Afhankelijk van kennis en ervaring een salaris van €2.527,- tot € 3.463,- bruto op basis van een 36-urige werkweek;
  • Uitstekende arbeidsvoorwaarden als flexibele werktijden, keuzesysteem arbeidsvoorwaarden;
  • Een enthousiast en gedreven team van collega’s;
  • Veel ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.

 

 

Voor inhoudelijke vragen over de functie kunt u terecht bij Casper Zuyderduyn c.zuyderduyn@waterproef.nl. Voor vragen over de sollicitatieprocedure kunt u terecht bij

Eddy Moorman  e.moorman@waterproef.nl.

Uw schriftelijke sollicitatie inclusief CV,  kunt u tot uiterlijk 1 maart 2012 sturen aan

Stichting Waterproef, t.a.v. Mirjam Hendriks M&O adviseur, postbus 43 1135 ZG Edam.

 

Waarnemingen Trichoptera

 

beste Allemaal,                             

 

Hierbij vraag ik jullie aandacht voor het DAET-project.

In april zou de Distribution Atlas of European Trichoptera (DAET) moeten verschijnen. In dit project worden gegevens van voornamelijk volwassen Trichoptera bijeengebracht. Zie:

http://www.trichoptera-rp.de/html/biofresh-projekt_daet.html  

 

In Nederland zijn de gegevens tot 2008 ongeveer redelijk op orde. Ze werden bijgehouden door Bert Higler. Daarna zijn wel veel waarnemingen gedaan, maar deze zijn (nog) niet allemaal  in het bestand terecht gekomen. Komende tijd willen we het EIS-bestand verder compleet proberen te maken.

De verspreidingsatlas zal zich vooral baseren op waarnemingen van adulten. Echter, ik zou toch ook larven-waarnemingen (en de spaarzame waarnemingen van poppen) willen indienen. Peter Neu heeft me gevraagd of ik dit completer gemaakte waarnemingen-bestand uiterlijk medio januari 2012 zou willen opsturen. De waarnemingen komen dan – na screening door Peter i.s.m. Malicky – in de atlas .

 

Kortom bij deze het verzoek, of jullie waarnemingen naar mij willen opsturen, waarvan je weet of het vermoeden hebt, dat die niet in het EIS-bestand staan. Als je het te druk hebt, of andere redenen hebt die verhinderen om volledige databestanden op te sturen, zou je dan willen nagaan welke belangrijkste waarnemingen zeker in het bestand zouden moeten terechtkomen? Een belangrijke voorwaarde voor opname is dat de naam van de determinandus in het bestand bij de waarneming staat.

 

We kunnen als EIS ook uiteraard helpen waarnemingen voor het bestand te archiveren, mocht je geen tijd hebben (bijv. nog niet-gedigitaliseerde rapporten). Voor wat betreft Limnodata-records voor 2007, geldt dat deze door Bert gescreend en in het EIS-bestand staan. Limnodata van na 2007 zijn nog niet opgenomen. Op dit moment streven we nadrukkelijk nog niet naar volledigheid. Het is meer dat het zonde zou zijn, als de bijzonderste, recente waarnemingen in de atlas zouden ontbreken. Van bijzondere larvenwaarnemingen is een foto of anderszins determinatie-verantwoording wenselijk.

 

Alvast veel dank voor jullie reactie en ik hoop op jullie medewerking,

met vriendelijke groet,

 

 

David Tempelman
EIS-coördinator Trichoptera
p/a Grontmij | team Ecologie
Locatie Science Park – Amsterdam
tel. + 31 20 751 2102
mob. + 31 6 20 96 83 44

 

 

Atlas der mitteleuropäischen Köcherfliegenlarven

Waringer, J. & W. Graf (2011):

Atlas der mitteleuropäischen Köcherfliegenlarven /

Atlas of Central European Trichoptera Larvae.

Über 600 Farbfotos.- 468 pp.,

Erik Mauch Verlag, Dinkelscherben. €128,=

www.lauterbornia.de

 

Völlige Neubearbeitung des Vorgängerwerkes “Atlas der österreichischen Köcherfliegenlarven”. Einem neuen Konzept folgend enthält der Atlas neben einem dichotomen nun auch einen synopti­schen Bestimmungsschlüssel. Der stark erweiterte geographische Rahmen umfasst neben Öster­reich auch das deutsche und das schweizerische Arteninventar. Die Forschungsergebnisse der letzten 15 Jahre werden verwertet, ebenso der aktuelle Stand der Taxonomie und Nomenklatur. Durch die mitteleuropäisch zentrierte Artenstruktur und die durchgehend zweisprachige Textie­rung (deutsch/englisch) ist der Atlas auch weit über die oben definierten Grenzen hinaus in den angrenzenden Ländern anwendbar. Ausführliche Hinweise zu Sammel- und Untersuchungstech­nik, Morphologie, Lebenszyklen und Köcherformen sowie zu Biologie, Ökologie und Lebensräu­men ergänzen den Bestimmungsteil. Neue artspezifische Tabellen mit Angaben zu Verbreitung nach Ökoregionen, zum Saprobienindex, zur Kopfkapselbreite, zur Flugzeit, zum funktionellen Er­nährungstyp und zur zonalen Verteilung in stehenden und fließenden Gewässern machen den neuen Atlas zu einem wichtigen Referenzwerk.

 

 

Bericht van “verhuizing”

 

Beste allemaal,

Zoals jullie wellicht weten, ga ik per 1 januari werken aan de Hogeschool HAS Den Bosch te ‘s Hertogenbosch. Daarom zal mijn Deltares-adres komen te vervallen. Mijn nieuwe adresgegevens zijn:

Leon van Kouwen
Hogeschool HAS Den Bosch, Sector Mens, Dier en Milieu
Onderwijsboulevard 221, 5223 DE ’s-Hertogenbosch
Postbus 90108, 5200 MA ‘s-Hertogenbosch
Telefoon: 0617106957
E-mail: l.vankouwen@hasdb.nl

Wil je dit in je administratie verwerken?

Voor lopende projecten van Deltares kun je terecht bij Gertjan Geerling (gertjan.geerling@deltares.nl) en Tom Buijse (tom.buijse@deltares.nl).

Groeten en een goed eind van 2011,
Leon

 

 

Aankondiging Odonata cursus, 4 en 5 oktober 2012

Beste mensen,

 

Ik ben blij dat ik de Macroinvertebraten cursus voor 4 en 5 oktober 2012 kan aankondigen. Deze keer worden de larven van de Odonata behandeld.

 

De cursusleiders zijn Prof. Dr. Andreas Martens en Dr. Mathias Lohr. Zij hebben zeer veel ervaring met het geven van determinatiecursussen van Odonata larven. Daarnaast zijn Christophe Brochard en Ewoud van der Ploeg voor de cursus uitgenodigd. Beiden zijn auteur van de ‘Fotogids van Libellenlarvenhuidjes’. Dit boek zal omstreeks mei 2012 worden uitgegeven. Naast vele goede foto’s zal dit boek een nieuwe determinatietabel voor Odonata huidjes omvatten. Dit boek zal tijdens de cursus als cursusmateriaal aan alle deelnemers worden uitgereikt.

 

Tijdens de cursus wordt het determinatiemateriaal in de vorm van larvenhuidjes ter beschikking gesteld aan de cursisten, zodat een ieder een eigen referentie collectie kan opbouwen.

 

Het programma omvat naast een vaste inleiding over taxonomie, morfologie, biologie en autecologie zoveel mogelijk tijd om zelf te determineren. Door de unieke situatie van 4 begeleiders is er mogelijkheid tot maximale interactie tussen cursusleiders en cursisten. Bepaalde vragen zullen gedurende de cursus klassikaal aandacht krijgen zodat iedere cursist maximaal profiteert. Tijdens de cursus zullen enkele complexe soortgroepen extra aandacht krijgen. Hierbij kan gedacht worden aan Coenagrion puella/pulchellum en Sympetrum meriodinale/sanguineum/striolatum, etc. Mocht iemand nog specifieke wensen hebben voor een lastig couplet laat dat dan ruim van te voren weten.

 

De eerste dag (donderdag) begint om 9.30 met koffie en thee en om 10.00 uur begint het programma. ‘s Avonds zullen Prof Martens en Dr Lohr enkele interessante presentaties geven over hun onderzoek met Odonata. De cursus eindigt vrijdagmiddag om 16.00 uur.

 

De cursus vindt plaats in het Hof van Wageningen, Lawickse Allee 9, 6701 AN Wageningen.

 

De kosten van de cursus bedragen € 790,- per persoon. Dit is inclusief de ‘Fotogids van Libellenlarvenhuidjes’, 1 overnachting op een tweepersoonskamer, onbeperkt koffie en thee, ontbijt (1x), lunch (2x) en avondeten met 1 consumptie(1x), maar exclusief BTW.

 

Je kunt je voor de cursus opgeven door onderstaand formulier volledig in te vullen en via post of mail te zenden naar onderstaand adres. Hier kun je ook terecht voor verdere informatie. Bij onvoldoende deelnemers zal de cursus niet doorgaan.

 

Ken je collega’s of mensen in je omgeving die mogelijk geïnteresseerd zijn maar nog niet bekend met de determinatiecursussen van het team zoetwaterecologie of de macrofaunanieuwsmail niet ontvangen, zou je deze informatie dan willen doorsturen? Alvast bedankt!

 

Nadere mededelingen over het programma, de locatie, routebeschrijving en huishoudelijke zaken worden vier weken voor aanvang van de cursus toegezonden.

 

Met vriendelijke groeten,

 

Dorine Dekkers

Alterra, Wageningen UR,

Centrum Ecosystemen, Team Zoetwaterecologie

Postbus 47,

6700 AA Wageningen

Email: dorine.dekkers@wur.nl

Tel: 0317-485397

 

Opgaveformulier determinatiecursus Odonata larven 4 en 5 oktober 2012

 

 

 

Voornaam:                        …………………………………………………………………….

 

Achternaam:                     ……………………………………………………………………

 

Organisatie:                      ……..…………………………………………………………….

 

Straat en nummer:         …………………………………………………………………….

 

Postcode:                           ………………………………………………………………….…

 

Plaats:                                 ………………………………………………………………….…

 

Telefoon (werk):            ……………………………………………………………….……

 

E-mail:                                 ……………………………………………………………….……

 

Vegetariër                         ja/nee/anders, namelijk……………………….………

 

Voorkeur kamergenoot:             ……..……………………………………………………………..

 

 

Afmelding tot 8 weken voor aanvang van de cursus is gratis, latere afmelding gaat gepaard met betaling van reeds gemaakte kosten; bij afmelden tot 4 weken voor aanvang van de cursus wordt 10 % van het cursusgeld in rekening gebracht; afmelden tot 2 weken voor de cursus wordt 20 % van het cursusgeld in rekening gebracht; afmelden een dag voor of op de eerste dag van de cursus betekent dat het volledige cursusgeld in rekening wordt gebracht. In overleg met de organisatie is het mogelijk om een vervangende persoon te benoemen.

 

 

 

 

www.vermandel.com      

 

 

 

Velddeterminatietabel voor lieveheersbeestjes van Belgie en Nederland

 

In de Benelux komen een 60-tal soorten voor.

Voor elke soort worden naast de determinatiekenmerken ook de zeldzaamheid, geologische verspreiding, habitat, voedsel en overwinteringsplaatsen besproken.

Herziene druk met larventabel.

Bewerkt en aangevuld door Stijn Segers (2011)

Euro 7,50   80 blz. P/B

 

 

 

 

Zakmicroscoop 60-100x  zoom Euro 19.00 

 

 

 

 

Einde macrofaunaniewsmail 102

31 January 2012
By on 13:01
Macrofaunanieuwsmail 101, 14 december 2011

Beste lezers,

 

Het kerstnummer van 2011 ontvang je bij deze. Alweer een jaar voorbij, waarin vele soorten de revue hebben gepasseerd. Voornamelijk soorten uit het zoete water, maar ook enkele brakwater soorten en zelfs een enkele zoute soort.

Een nieuwsmail voor alle soorten waterbeestjes zou erg mooi zijn. Voel je uitgedaagd om te blijven schrijven. Op naar de volgende honderd?.

 

 

 

 

December Tijd om zaken af te ronden en….. verhalen te schrijven?

 

 

Winter 2011-2012                                of                                Winter 2011-2012

 

Dus als je wat ziet, hoort of leest, stuur je berichten naar macrofauna@rws.nl.

Eerder verschenen nummers staan op: http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/overlegkaders/macrofaunanieuwsmail/

 

Is uw email adres gewijzigd…….geef het ook even door aan macrofauna@rws.nl

 

Fijne feestdagen,

Myra Swarte

 

 

 

In dit nummer:

 

Hydryphantes flexuosus gevonden in het Markiezaatsmeer 2

Stel je voor 1. 4

Hydrobiologisch analist Vacature Groot Salland. 5

43. DGL-Bestimmungskurs „Trichoptera-Larven“ 6

Anmeldung Trichoptera Kurs. 8

Stromend landschap. 9

Stel je voor 2. 10

www.wateropleidingen.nl 11

 


Hydryphantes flexuosus gevonden in het Markiezaatsmeer

 

Hydryphantes flexuosus gevonden in het Markiezaatsmeer

 

In opdracht van waterschap Brabantse Delta is in het Markiezaatsmeer bemonstering van onder andere macrofauna uitgevoerd. In het voorjaarsmonster van 26 april 2011 vonden we een 11-tal watermijten, waaronder vier van het genus Hydryphantes. Om tot een soortnaam te komen, moest naast de (door ons) gebruikelijke literatuur zoals van der Eijk en Viets, nog meer informatie geraadpleegd worden. Uiteindelijk is met behulp van het relatief nieuwe boek Acari II uit de serie Sϋβwasserfauna von Mitteleuropa gedetermineerd, en is Viets (1936) als aanvulling gebruikt. Harry Smit heeft de determinatie bevestigd, de vier exemplaren blijken pas de 2e vondst van deze soort in Nederland te zijn 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

foto 1: Markiezaatsmeer vanaf eiland Steenvliet, Francien Lambregts 26 april 2011

 

Bij de determinatie van Hydryphantes wordt vooral gebruik gemaakt van het aantal nappen op de genitaalplaat. Bij de exemplaren Hydryphantes flexuosus viel het grote aantal daarvan al snel op. Achteraan ligt op beide platen een groepje van zes nappen min of meer langs de achterrand en zijrand gelegen. Daarbij ligt er een losse nap helemaal in de voorhoek van beide platen. Tenslotte ligt er nog een nap onder deze platen. Zie tekening 1.

 

 

 

 

 

tekening 1: genitaalplaten Hydryphantes flexuosus,

Pieter Bieren 2011

Als aanvullend kenmerk wordt in Acari II uit de serie Sϋβwasserfauna von Mitteleuropa het aantal zwemharen op verschillende pootdelen genoemd. Het aantal hiervan is meer dan vijftien op het 4e en 5e segment van de achterste twee pootparen. en hiermee dus een groter aantal dan Hydryphantes octoporus die vergelijkbaar is vanwege het grote aantal nappen op de genitaalplaten.

Het grote aantal zwemharen is op foto 2 met enige moeite te onderscheiden, welgeteld zijn het er 25-30.

 

Foto 2: Hydryphantes flexuosus, let op het grote aantal zwemharen op 3e en 4e pootpaar.

Pieter Bieren, 2011

 

In de al eerder genoemde Sϋβwasserfauna von Mitteleuropa wordt aangegeven dat de Hydryphantes flexuosus vaak in de brakke kustregio’s gevonden wordt. Dit strookt goed met het habitat van deze vondst.

 

De locatie van de vondst, het Markiezaatsmeer, is een groot open brak meer op de grens van Noord-Brabant en Zeeland dat niet meer onder invloed staat van getijden. De diepte varieert sterk van ondiepe (voormalige) kreken en geulen aan de zuidkant, tot ruim3 meterdiep bij de afsluitende dam aan de westkant.

Het macrofauna-monster in dit meer is verdeeld over een aantal meetpunten geschept. Deze punten liggen aan de westkant van het meer en op het eiland Steenvliet, voornamelijk ondiepe delen.

 

 

Kaart 1: Zuidelijk deel van Markiezaatsmeer met de locaties waar het monster met Hydryphantes flexuosus  geschept is. Topografische atlas van Noord-Brabant, 2004.

 

Pieter Bieren

Aquon, locatie Breda

 

Literatuur

-          Sϋβwasserfauna von Mitteleuropa 7/2-2 Acari II

-          Topografische atlas van Noord-Brabant ANWB 2004

-          Robbert van der Eijk 1977, proefuitgave Watermijtentabel voor NL

-          Viets 1936, Tierwelt Deutschlands Spinnentiere oder Arachnoidea I

 

 

 

Stel je voor 1   

 

Ik ben Rebi Nijboer. Ik ben mijn carrière begonnen als onderzoeker aquatische ecologie bij Alterra. Daar heb ik gedurende 10 jaar veel gegevens van waterplanten en macrofauna geanalyseerd. Door al deze analyses ben ik goed op de hoogte van de ecologie van vele macrofaunasoorten. Ik heb onder andere een zeldzaamheidslijst opgesteld voor macrofauna, een meerjarig onderzoek uitgevoerd naar effecten van afvoerpieken en een proefschrift geschreven over de waarde van beoordelingsmethodes voor macrofauna.

Vervolgens heb ik een paar jaar als beleidsmedewerker bij een waterschap en provincie gewerkt.

Nu ben ik zelfstandig ondernemer. Ik werk voor verschillende opdrachtgevers, onder andere waterschappen. Omdat ik ook weer bezig ben met macrofaunaonderzoek heb ik me opnieuw voor deze nieuwsbrief aangemeld. Onlangs heb ik voor Waterschap Rijn en IJssel en voor Waterschap Veluwe een analyse uitgevoerd van alle macrofaunagegevens. Hieruit is een trend voor macrofauna te halen over de afgelopen dertig jaar. Opvallend is dat het aantal zeldzame soorten dat gevonden wordt, bij beide waterschappen flink is toegenomen. Deze toename is niet alleen toe te schrijven aan een verbetering van de waterkwaliteit maar ook aan de ontwikkeling van nieuwe determinatiewerken en betere bemonstering. Een mooi resultaat, waaraan uitwisseling van soortenkennis, onder andere via deze nieuwsbrief, ook zeker heeft bijgedragen! In De Levende Natuur van november staat een artikel over het macrofauna-onderzoek voor Waterschap Rijn en IJssel. Voor meer informatie en de rapporten verwijs ik jullie naar mijn website (www.rebinijboer.nl).

 

Hartelijke groeten

Rebi Nijboer

Aquatische ecologie & Waterbeheer

info@rebinijboer.nl

 

Zoek jij je uitdaging in het water?

Duik in het diepe en kom werken bij ons waterschap;

waterautoriteit en partner in samenwerking!

 

 

 

De sector Waterbeleid bestaat uit de afdelingen: Hydrologie en Ruimtelijke Ontwikkeling, Projecten, Laboratorium, Vergunningen en Ecologie en Kwaliteit.

De laatstgenoemde afdeling geeft vorm en inhoud aan de beleidsvoorbereiding en het onderzoeken van oppervlaktewater en waterbodems. Binnen de afdeling Ecologie en Kwaliteit zijn wij op zoek naar een:

Hydrobiologisch analist VM

voor 36 uur per week, locatie Zwolle

 

Functie-inhoud:

In deze functie:

• verricht je zelfstandig determinaties van aquatische macrofauna;

• verricht je zelfstandig vegetatie-inventarisaties;

• zorg je voor de verwerking van gegevens in een ecologische database;

• ondersteun je bij het bemonsteren van oppervlaktewater voor ecologisch onderzoek;

• zorg je voor kwaliteitsborging, onder andere door ringonderzoek en referentiecollectie.

 

Functie-eisen:

Wij gaan ervan uit dat je minimaal beschikt over een MBO werk- en denkniveau.

Dit blijkt bij voorkeur uit een afgeronde opleiding richting biologie, aangevuld met een opleiding richting determinatie-methoden. Je beschikt over enkele jaren werkervaring en je bent in staat om je werk goed te plannen en te organiseren.

Daarnaast vind je het leuk om een aantal maanden achtereen (winterperiode) achter een microscoop te werken en dit af te wisselen met veldwerk in de zomerperiode. Uiteraard ben je resultaatgericht, werk je accuraat en ben je in het bezit van een rijbewijs.

 

Salaris:

Afhankelijk van opleiding en ervaring bedraagt het salaris maximaal € 2.735,- (functieschaal 7) bruto per maand op basis van 36 uur. De pensioenvoorzieningen zijn verzekerd bij het ABP. Verder bieden wij een prima pakket arbeidsvoorwaarden, zoals een eindejaarsuitkering van 4%, de mogelijkheid

om deel te nemen aan onze collectieve ziektekostenverzekering IZA, flexibele werktijden, een arbeidsvoorwaardelijk keuzesysteem en een ruime studiefaciliteitenregeling.

Vanaf 1 januari 2012 wordt het individueel keuzebudget (IKB) ingevoerd.

 

Inlichtingen:

Voor meer informatie over de functie kun je contact opnemen met Bert Moonen, Hoofd afdeling Ecologie en Kwaliteit, telefoonnummer 038-4557330.

Het Waterschap Groot Salland streeft ernaar in het kader van het diversiteitsbeleid het aandeel allochtonen, arbeidsgehandicapten en vrouwen in haar organisatie te vergroten. Indien je tot één van deze groepen behoort, nodigen wij je nadrukkelijk uit om te solliciteren.

 

Sollicitatie:

Als deze baan is wat je zoekt, mail dan vóór 31 december 2011 uw sollicitatiebrief met CV aan

M.S. Gossink (P&O-adviseur) via vacature@wgs.nl.

Het ondergaan van een assessment of psychologische test kan een onderdeel zijn van de procedure. De briefselectie vindt in week 2 plaats en de eerste gesprekken zijn gepland op dinsdag 17 januari ‘12

 

Kijk voor meer informatie op www.wgs.nl/vacature


Das Gustav Stresemann Institut (GSI) veranstaltet in Kooperation mit der

Deutschen Gesellschaft für Limnologie (DGL), Arbeitskreis Taxonomie,

 

vom 12. bis 15. März 2012 den

 

43. DGL-Bestimmungskurs „Trichoptera-Larven“

 

                    Dozenten:     Prof. Dr. Johann Waringer, Wien

                                        Dr. Wolfram Graf, Wien

 

                 Kursleitung:     Brigitta Eiseler, Roetgen   

                                        Kai Möller, Bad Bevensen (GSI)

 

Programm

Köcherfliegen sind Indikatoren unterschiedlichster Gewässertypen, ihre Erfassung gehört zum Standard der Gewässerbewertung und Gewässerüberwachung. Der Kurs vermittelt den Zugang zu den in Deutschland vorkommenden bestimmbaren Larven.

Nach einer allgemeinen Charakterisierung der Familien werden die für die Bestimmung relevanten Merkmale erläutert und die einzelnen Familien vorgestellt, gefolgt von der Bestimmung auf Gattungs- und Artebene. Mit Material der Dozenten üben die Teilnehmer anschließend selbständig das Bestimmen. Die Bestimmungsgänge werden mit Hilfe von PowerPoint-Präsentationen mit Detailfotos veranschaulicht. Ein Abend ist für die Arbeit mit eigenem Material der Teilnehmer vorgesehen.

Zur Bestimmung wird das bis dahin neu aufgelegte 2-sprachige Werk von Waringer und Graf: „Atlas der Mitteleuropäischen Köcherfliegenlarven (Atlas of Central European Trichoptera-Larvae)“ zu Grunde gelegt, alternativ auch der „Atlas der Österreichischen Köcherfliegenlarven“ von 1997 derselben Autoren mit den entsprechenden Ergänzungen.

Das genaue Programm wird mit der Zulassung versandt.

Der Kurs beginnt Montag, den 12.03.2012, um 14.00 Uhr  (1. Mahlzeit ist der Nachmittagskaffee) und endet am Donnerstag, den 15.03.2012, um 12.00 Uhr (letzte Mahlzeit ist das Mittagessen).

Bad Bevensen liegt an der Bahnstrecke Hannover-Hamburg. Weitere Einzelheiten zur Anfahrt und zur benötigten Ausrüstung erhalten die Teilnehmer mit der Zulassung.

Die Kosten für den Kurs betragen 460,00 €. DGL-Mitglieder, VBTA-Mitglieder und Studierende zahlen ermäßigt 430,00 €. Die Leistungen umfassen 3 volle Tage Unterkunft in Zweibettzimmern mit 4 Mahlzeiten/Tag, Pausengetränke sowie Betreuung, Kursgebühr und Kursunterlagen. Für Einzelzimmer wird ein Zuschlag i.H.v. 10,00 €/Nacht erhoben. Die Zahl der Einzelzimmer ist begrenzt; ggf. erfolgt eine Unterbringung in einem nahe gelegenen Hotel. Begleitpersonen (z.B. Ehepartner), die nicht am Kurs teilnehmen, sind willkommen und zahlen 175,00 € für Verpflegung und Unterkunft im Doppelzimmer mit dem Teilnehmenden; auf der Anmeldung bitte ggf. vermerken.

 

Für die Bearbeitung ist ein Stereomikroskop bis etwa 45x mit Beleuchtung und wenn möglich Messokular erforderlich. Zum Ausleihen steht  eine begrenzte Anzahl von Stereomikroskopen (ohne Messokulare) zur Verfügung. Bitte geben Sie bei der Anmeldung an, ob Sie ggf. ein Gerät ausleihen wollen, und ob Sie, wenn dies nicht möglich ist, dann Ihre Anmeldung zurückziehen oder ob Sie die benötigten Geräte und deren Transport nach Bad Bevensen selbst organisieren.

Bei der Zuteilung der Geräte wird versucht, auf Teilnehmer mit weiter Anreise mit öffentlichen Verkehrsmitteln Rücksicht zu nehmen, im Übrigen entscheidet die Reihenfolge der Anmeldungen. Die Leihgebühr für die optische Ausrüstung beträgt 30,00 €.

 

Die Kurse sind von einigen Verwaltungen als Fortbildung für ihre Bediensteten anerkannt; bitte fragen Sie ggf. in Ihrer Verwaltung nach. Für die Teilnahme wird eine Bestätigung ausgegeben.

Anmeldung verbindlich und bitte nur schriftlich mit Brief (kein Fax wegen schlechter Lesbarkeit) mit beigelegtem Formblatt an das Gustav Stresemann Institut e.V., Klosterweg 4, D-29549 Bad Bevensen.

Bitte nennen Sie bei der Anmeldung Ihre DGL-/VBTA-Mitgliedschaft sowie neben Ihrer Anschrift Ihre Telefon- und ggf. Faxnummer (wo abends und am Wochenende erreichbar), ebenso Ihre eMail-Adresse. Wer mit dem Auto anreist, wird gebeten, dies mitzuteilen wegen möglicher gemeinsamer Anreise; es wird angeregt, Fahrgemeinschaften zu bilden. Wer gemeinsam anreist, sollte sich auch gemeinsam anmelden um die gemeinsame Zulassung sicherzustellen. Zur Sicherung Ihrer Teilnahme und zur Erleichterung der Organisation des Kurses wird möglichst frühzeitige Anmeldung empfohlen.

 

Sie erhalten von uns zunächst eine Bestätigung Ihrer Anmeldung, später dann gemeinsam mit weiteren Informationen und einer vorläufigen Liste der Teilnehmenden eine Rechnung, die bis zum darin angegebenen Termin zur Zahlung fällig ist; endgültige Zulassung mit dem Zahlungseingang.

 

Bei Rücktritt bis zu einem Monat vor Seminarbeginn erhalten Sie den gezahlten Betrag abzüglich einer Bearbeitungsgebühr von 20,00 € zurück; bei späterer Absage wird eine Ausfallgebühr von aufgerundet 20 % der Seminargebühr einbehalten; bei Absage innerhalb von acht Tagen vor Seminarbeginn müssen wir 75 % des Akademiebeitrages einbehalten, es sei denn, Sie benennen eine Ersatzperson oder eine Person auf der Warteliste des Kurses kann Ihren Platz übernehmen. Erscheinen Sie nicht, entfällt jegliche Erstattung.

 

Rückfragen zu Anmeldung, Organisation und Unterkunft bitte an

 

Kai Möller, Gustav Stresemann Institut, Klosterweg 4, D-29549 Bad Bevensen

Tel. 05821-955-115, kai.moeller@gsi-bevensen.de 

 

Fachliche Auskünfte erteilt:

 

Brigitta Eiseler, Heidkopf 16, 52159 Roetgen, Tel. 02471-4189, b.eiseler@gmx.de

 

Wir würden uns freuen, Sie im GSI Bad Bevensen begrüßen zu dürfen!

 

Mit freundlichen Grüßen

 

Bodo Fröhlich (Institutsleiter)

Anlage: Anmeldevordruck   

 


                                          Anmeldung

Hiermit melde ich mich unter Anerkennung der Bedingungen der Ausschreibung verbindlich an für den 43. DGL-Bestimmungskurs “Trichoptera-Larven” vom 12.03. bis 15.03.2012 im Gustav Stresemann Institut in Bad Bevensen-Medingen.

 

Bitte vollständig und leserlich ausfüllen (Zutreffendes ankreuzen)

 

 

Name, Vorname, akad. Grad:

 

 

Anschrift:

 

 

Tel. tagsüber:                                     Fax:                                        Tel. abends:             

 

eMail:             

 

DGL-Mitglied:    nein     ja                VBTA-Mitglied:    nein     ja  .

 

 

ich benötige ein Binokular:    nein     ja  .

 

wenn das Gerät nicht zur Verfügung steht,

         ziehe ich meine Anmeldung zurück

         organisiere ich die Geräte und deren Transport selbst           

 

 

Doppelzimmer (ggf. mit wem; ggf. Begleitperson             nein     ja        (mit:                                         )

 

 

Einzelzimmer    nein     ja                                   Anfahrt mit dem Zug:                     mit dem Auto:        .

 

 

Diäten / Unverträglichkeiten (Sonderwünsche können mit Mehrkosten verbunden sein):

 

 

 

Ich bin (Angabe freigestellt):

 

      Student                 Univ.-Biologe          Behörden-Biologe   

      freiberuflich           BTA                        andere Tätigkeit           

 

 

Ort, Datum, Unterschrift:

 

 

Stromend landschap            

 

Vloeiweidenstelsels in Nederland

Het boek Stromend landschap beschrijft een vergeten waterstaatsgeschiedenis. Al sinds de middeleeuwen bevloeiden boeren hun weidegronden met beekwater, om de opbrengst te vergroten. Dit gebeurde door de aanleg van vernuftige watersystemen. Pas toen de kunstmest zijn intrede deed, kwam er een eind aan de praktijk van het bevloeien. ‘Stromend landschap’ beschrijft de restanten van deze ingenieuze bevloeiingsstelsels. Agrarisch erfgoed blijkt cultuurhistorisch uiterst interessant.

 

 

In Stromend landschap ontvouwen de auteurs de werkelijke geschiedenis van beken en beekdalen aan de hand van relicten. Zij beschrijven historische bronnen en landschappelijke kenmerken en gaan uitgebreid in op een bijzonder cultuurhistorisch fenomeen: vloeiweidenstelsels. Bijna overal in Hoog-Nederland zijn restanten van vloeiweidensystemen terug te vinden. Beken die op het eerste gezicht vrij natuurlijk ogen, blijken in werkelijkheid onderdeel van een ingenieus watersysteem van  sprengen, flanksloten, opvangsloten, overlaten en spaarbekkens. Het blijkt dat alle andere boeken over beken herschreven moeten worden.

 

´Beken liggen niet dáár waar een rechtgeaarde beek hoort te lopen…’

 

De vier auteurs zorgen met Stromend landschap voor een eerste standaardwerk over vloeiweidenstelsels. Zij portretteren bevloeiingssystemen uit Nederland en uit onze buurlanden, van de middeleeuwse- tot en met de industriële systemen. Vanaf de Drentse Aa tot de Dommelbeemden vinden zij eeuwenoude onderdelen van bevloeiingssystemen terug. Het Landgoed het Lankheet, waar de vloeiweidenstelsels zijn hersteld, vormt de leidraad voor het verhaal.

 

 

Met duidelijke figuren wordt de werking van de vloeiweidenstelsels prachtig geïllustreerd. Een veldwijzergids biedt tot slot een praktisch stappenplan om zelf op zoek te gaan naar oude watersystemen. Stromend landschap schept een levendig beeld van een bijna verloren waterpraktijk en nodigt uit naar buiten te gaan om historie te ontdekken en het landschap op een nieuwe manier te lezen.

 

In aanvulling op het boek Stromend landschap maken de auteurs een speciale website www.stromendlandschap.nl met fotoseries, figuren, gebiedsrapporten en nog veel meer achtergrondinformatie.

 

 

Over de auteurs

In Stromend landschap zijn de jarenlange veldkennis en gebiedsanalyses van landschapsoecoloog Gert Jan Baaijens samengebracht. Eric Brinckmann is landschapsfilosoof en medebeheerder van landgoed het Lankheet. Peter Dauvellier is ruimtelijk adviseur, planoloog en grafisch tekenaar. Peter van der Molen is ecoloog. Het voorwoord is geschreven door de landschapsfilosoof Matthijs Schouten.

 

Stromend landschap

Vloeiweidenstelsels in Nederland

Auteurs:           G.J. Baaijens, E. Brinckmann, P.L. Dauvellier en P.C. van der Molen 

Illustraties:        P.L. Dauvellier

Uitgever:           KNNV Uitgeverij

Uitvoering:         224 p.,  22 x 27 cm, genaaid gebonden, full colour met talloze foto’s en illustraties

ISBN:               978 90 5011 389 2

Prijs:                € 29,95

 

Verkrijgbaar in de boekhandel en via www.knnvuitgeverij.nl

 

 

 

Stel je voor 2

 

Van jongsaf aan actief bij de Jeugdbond voor natuur en milieu in Vlaanderen werd de interesse voor insecten met de paplepel meegegeven. Naast dagvlinders, libellen en sprinkhanen kwamen ook verschillende vliegenfamilies, wantsen en kevers op mijn pad. Zo werkte ik o.a. mee aan de Verspreidingsatlas van de loopkevers en zandloopkevers in België (2008).

 

Tijdens mijn job bij de toenmalige Wielewaal (nu Natuurpunt) kreeg ik omstreeks 2000 de opdracht om poelen te bemonsteren op kevers en wantsen en vond er o.a. Cymatia rogenhoferi, Cybister lateromarginalis, enz. in de regio van Bree. Van 2000 tot 2010 gaf ik basiscursussen macro-invertebraten voor Natuurpunt Educatie en ontmoette zo ook heel wat waterdiertjes tijdens het geven van cursussen en begeleiden van determinatiesessies.

 

Sinds een jaar ben ik werkzaam bij Regionaal Landschap Noord-Hageland als medewerker biodiversiteit waar ik o.a. werk rond poelen aanleg en omvorming van visvijvers naar amfibiepoelen.

In mijn vrije tijd ben ik bezig met het bestuderen van waterkevers, vooral in Vlaams-Brabant ,Limburg en Antwerpen en uiteraard bemonster ik ook poelen in de werkcontext op macro-invertebraten en breng ik deze thuis op naam.

Sporadisch bekijk ik ook eens een bloedzuiger of waterslak op naam.

Onlangs onderzocht ik het Walenbos in Tielt-winge met o.a. de uitgestorven gewaande Rossige schaatsenrijder en allerlei interessante waterkevers waarvan ik er nog enkele wil laten controleren alvorens te publiceren.

 

Groeten, Nobby

Nobby Thys
projectmedewerker biodiversiteit                                                

Regionaal Landschap Noord-Hageland vzw
Villa Coremans. Gelrodeweg 2. 3200 Aarschot
T 016 61 92 28 F 016 63 10 60
www.rlnh.be

 

 

 

 

 

www.wateropleidingen.nl

 

 

 

Voor deelnemers aan het platform hydrobiologisch medewerkers en van het macro-invertebraten overleg heeft Wateropleidingen interessante opleidingen en cursussen waarmee zij de kennis op waterbeheersgebied kunnen vergroten.

 

Aanleg, beheer en onderhoud van natuurvriendelijke oevers

Functionaliteit en zekerheid zijn traditiegetrouw het uitgangspunt bij aanleg en onderhoud van oevers. Echter, nu Nederland steeds meer verstedelijkt, neemt de behoefte aan natuur toe. Er ligt daarom een nieuwe uitdaging: het natuurvriendelijk beheren van water en oever. U krijgt in deze cursus een helder beeld van de nieuwste ontwikkelingen met betrekking tot het aanleggen, beheren en onderhouden van natuurvriendelijke oevers. U leert een (oever)beheersplan en onderhoudsplan op te stellen op basis van de vele functies en eisen die aan oevers gesteld worden. U krijgt inzicht in verschillende onderhoudsmethoden en de planning hiervan. De onlangs verschenen ‘Handreiking Natuurvriendelijke oevers’; een standplaats benadering, van de STOWA vormt de leidraad van deze cursus.

De cursus start op: vrijdag 13 april 2012

 

Aquatische ecologie

Deze opleiding is met name interessant voor waterbeheerders die vanwege de Europese KRW verschillende maatregelen moeten nemen om oppervlaktewater op een goede kwaliteit te krijgen en het waterbeheer in Natura-2000 gebieden zodanig kunnen uitvoeren dat specifieke soorten zich gunstig ontwikkelen.

Tijdens de opleiding wordt er gebruik gemaakt van een digitale leeromgeving waarop de lesstof wordt aangeboden. Hierdoor kan optimaal gebruik worden gemaakt van de meest actuele informatie en systemen die via het web beschikbaar zijn. In de lessen kunt u met uw laptop direct werken aan opdrachten zoals het opstellen van waterbalansen, systeemanalyses en modellen. Daarnaast biedt de leeromgeving de mogelijkheid om buiten de lessen informatie uit te wisselen met mede cursisten en docenten en toetsen op de eigen werkplek te maken.

Kortom; om als waterbeheerder op het gebied van aquatische ecologie op de hoogte te zijn van de meest actuele informatie en digitale werkmethoden is deze opleiding een echte aanrader!

De opleiding start op: woensdag 28 maart 2012

 

Bemonsteren aquatische ecosysteem

In deze cursus komen de standaardvoorschriften die in het Handboek Hydrobiologie staan aan de orde. U krijgt inzicht in de manier waarop de voorschriften zijn opgebouwd en oefent tijdens de cursus in het veld met het nemen van monsters van macrofyten, macrofauna, fytoplankton en diatomeeën. Aan het einde van de cursus kunt u deze bemonsteringen, de monsterfixatie, het opslaan en het transporteren van monsters zelfstandig uitvoeren volgens de voorschriften van het Handboek Hydrobiologie

De cursus wordt gehouden op: dinsdag 13 en 27 maart 2012 (hele lesdagen) en dinsdag 11 september 2012 (terugkommiddag)

 

Bent u enthousiast geraakt over de genoemde cursussen en opleiding? Of wilt u graag meer informatie? Kijk op onze website www.wateropleidingen.nl of neem contact op met

 Gijs Koning (06) 57 57 33 13   gijs.koning@wateropleidingen.nl

 

 

Einde macrofaunaniewsmail 101


By on 12:57
Macrofaunanieuwsmail 100, 21 oktober 2011

Beste lezers,

De honderdste uitgave van de macrofaunanieuwsmail, wie had dat gedacht bij het begin.

Met behulp van de vele trouwe en natuurlijk ook de incidentele schrijvers hebben we deze nieuwsmails kunnen vullen. Waarvoor dank.
In deze honderdste editie staat nu ook een artikel over brakke Polychaeten. Ik hoop dat voor de toekomst deze brakke soorten en de zoute soorten meer lezers en schrijvers zullen inspireren.
Zo zou er op een gegeven moment een zoete en zoute editie van de macrofaunanieuwsmail kunnen ontstaan. WIE HELPT MEE?

Herfst, het waterleven komt langzaam tot staan. Tijd om zaken af te ronden en….. verhalen te schrijven?

Dus als je wat ziet, hoort of leest, stuur je berichten naar macrofauna@rws.nl. Eerder verschenen nummers staan op http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/overlegkaders/macrofaunanieuwsmail/

Is uw email adres gewijzigd…….geef het ook even door aan macrofauna@rws.nl

Myra Swarte

In dit nummer:

Hoe het allemaal begon…. 2
Nieuwe vindplaatsen en determinatie van de watermijt Hydrodroma torrenticola 3
Chelicorophium sowinskyi Martynov, 1924: een nieuwe pionier in het Nederlandse Rijn-stroomgebied. 6
Description of all stages and the cytology of Chironomus parathummi Keyl, 1961 (Diptera, Chironomidae) 8
Key to the adults of the water beetles of Britain and Ireland 8
Polychaeta (borstelwormen) in binnendijkse brakke wateren op Texel 9
Inspirerend en oogstrelend mooi: Natuur in Nederland 15
Provincies gaan invasieve exoten uitroeien 17
Natuur & landschap van de Vechtstreek 18

Hoe het allemaal begon….
Nieuwtjesmail macrofauna nr 1 mei 2000.
Collegiidae spec.
In navolging van de wellicht al bekende nieuwsmail van de libellenclub* ben ik gaan nadenken over het opstarten van een macrofauna nieuwsmail. Al pratend met een collega’s bij andere bedrijven kom je er steeds meer achter dat er een hoop weetjes zijn die wellicht te klein zijn om officieel te publiceren (of dat traject duurt te lang) maar wel heel handig kunnen zijn voor andere macrofaunologen. Dit kan variëren van een goed adresje voor pincetten, alcoholdichte potjes of inbedmiddelen tot het melden van een nieuwkomer. Ook interessante ontwikkelingen zoals toename of afname van bepaalde soorten en meldingen van publicaties zouden op de mail gezet kunnen worden.
Websites kunnen heel mooi zijn (voor macrofauna mensen is de site van aquasense een aanrader) maar zijn erg arbeidsintensief en hebben het nadeel dat de lezer geen melding krijgt van een update van de website, vandaar dat gekozen wordt voor een mailsysteem. De bedoeling is dat ieder zich vrij kan abonneren en dat er een centraal archief bijgehouden wordt van de verzonden mailtjes (je herinnert je dat het langs hebt zien komen en kunt het dan weer terugzoeken). Ik heb dit bericht aan al diegenen gestuurd waarvan ik denk dat ze wellicht interesse hebben of iets te melden hebben maar er zijn vast nog wel meer macrofaunamensen bij allerlei schappen en universiteiten dus hoort zegt het voort. Het mailadres is macrofauna@hotmail.com Wij werken onder windows 95 met word 7, hogere versies kunnen we niet lezen.
Stuur even een mailtje als je interesse hebt of als je graag wilt dat je adres geschrapt wordt. Per adres
het liefst 1 mailtje zodat ik geen adressen over hoef te tikken.
Groetjes Marianne Greijdanus, RIZA

Als ik terugblik op 100 macrofaunanieuwsmailtjes waarvan ik er 64 heb mogen verzorgen komt het liedje “alles draait om de eenvoud” naar boven…
Destijds kwam Bram bij de Vaate terug van een congres in de VS en had daar de Dreissena nieuwsbrief gezien, hij vroeg me of we zoiets ook voor Nederland op zouden kunnen zetten. Zelf had ik net de libellen nieuwsmail ontdekt en was er al werkend al achter gekomen dat veel macrofauna mensen het wiel zelf uit moesten vinden. Het werd dus een laagdrempelig en praktische insteek, niet alleen over driehoeksmosselen maar over alle macrofauna en alles waar je als macrofauna geïnteresseerde tegen aanloopt. Stuur maar een mailtje en de rest van de groep krijgt ze gebundeld en we slaan ze ook nog op in een weblog… destijds best vooruitstrevend, nu ziet het er wat achterhaald uit maar het werkt nog steeds want mensen komen op de site terecht en melden zich aan of stellen een vraag. We staan nog in de top 3 als je in google macrofauna intypt!
Honderd nummers in 11,5 jaar tijd is best wel veel eigenlijk voor zo’n beperkte groep (we begonnen met ca 50 leden waarvan een deel nog zonder emailadres!!!! en hebben er nu 234 uit binnen- en buitenland (4 Duitse en 14 Belgische adressen). Het succes van zo’n nieuwsmail valt of staat met de kopijleveranciers, zonder kopij geen nieuwsbrief, in het begin was dit af en toe wel even trekken om maandelijks een nieuwsmail te versturen maar vaak stroomde de dag na het verzenden van de macrofaunanieuwsmail de kopij binnen omdat mensen op een idee gebracht werden door wat ze lazen en ik hoor net van Myra dat het nog steeds zo werkt.
Namen van trouwe kopijleveranciers die ik zo terugkijkend in de eerste nummers tegenkom zijn Ton van Haaren, David Tempelman, Henk Vallenduuk. Zij, maar ook de mensen die maar enkele keren hebben bijgedragen, hebben er samen voor gezorgd dat de nieuwsmail nu haar 100e editie kent en dan natuurlijk ook nog de lezers. Geen nieuwsbrief zonder lezers! Allemaal heel hartelijk dank voor jullie bijdragen en Myra, bedankt dat je het stokje overgenomen hebt toen mijn werkveld veranderde en vol bent blijven houden mensen te motiveren en inspireren! Ik hoop nog vele jaren lezer te blijven van de nieuwsmail en zo op de hoogte te blijven van het wel en wee in de beestjeswereld!

Marianne Greijdanus RWS Waterdienst

Nieuwe vindplaatsen en determinatie van de watermijt Hydrodroma torrenticola

Ronald Munts & Barend van Maanen

Nieuwe vindplaatsen
Het genus Hydrodroma wordt in Nederland vertegenwoordigd door 3 soorten: Hydrodroma despiciens, H. pilosa en H. torrenticola. De laatstgenoemde soort is het minst algemeen en in Nederland vrijwel beperkt tot stromend water. De soort wordt in de Atlas van de Nederlandse watermijten (Smit & van der Hammen, 2000) nog zeer zeldzaam genoemd. Sindsdien zijn er vrij veel nieuwe vindplaatsen gemeld, met name uit het oosten en zuidoosten van het land.

Figuur 1. Verspreiding van Hydrodroma torrenticola in Nederland op basis van eigen waarnemingen en gegevens uit de Limnodata (www.limnodata.nl).

Determinatie van macrofaunamonsters door Bureau Waardenburg in opdracht van Waterschap Veluwe en Delta Waterlab (thans Aquon) leverde in 2010 zes nieuwe vindplaatsen van deze watermijt op die relatief ver buiten de reeds bekende vindplaatsen zijn gelegen (figuur 1).
Deze nieuwe vindplaatsen zijn gelegen in het Apeldoorns Kanaal (3 locaties), De Strijbeekse Beek (2 locaties) en Het Merkske (1 locatie). Opmerkelijk zijn met name de drie vindplaatsen in het Apeldoorns Kanaal. Eén van deze locaties ligt bij de monding van de Vrijenbergerspreng en daardoor is ter plaatse sprake van wat stroming. Op de overige twee locaties is de stroming veel geringer. De invloed van de goede kwaliteit van het water uit de spreng is echter nog wel merkbaar. Het is niet bekend of H. torrenticola in de spreng zelf ook voorkomt. Dit is echter wel waarschijnlijk.
Hydrodroma torrenticola komt vermoedelijk in meer beeksystemen voor, maar is voorheen vaak over het hoofd gezien.

Determinatie
Hydrodroma torrenticola kan gedetermineerd worden met behulp van de tabel in de Süsswasserfauna von Mitteleuropa 7/2-2 (Di Sabatino, Gerecke, Gledhill & Smit, 2010).
Het belangrijkste kenmerk wordt gevormd door de aantallen zwemharen. De combinatie van minder haren op 3P4 (3-8) en meer haren op de voorzijde van 4P5 (2-5) bij H. torrenticola ten opzichte van H. despiciens maakt een betrouwbaar onderscheid mogelijk. H. despiciens heeft namelijk meer haren op 3P4 (9-14) en minder haren op de voorzijde van 4P5 (0-1). Omdat bij H. despiciens soms aan één van beide poten 4P5, 2 haren kunnen zitten is het in geval van twijfel belangrijk om beide poten te bekijken.

Een tweede kenmerk wat wordt genoemd heeft betrekking op de papillen op de huid (zie fig. 8-6 c-e op pag. 8). Voor een aantal exemplaren uit Nederland van alledrie de soorten hebben we dit kenmerk beoordeeld, met het volgende resultaat:
Bij exemplaren die behoren tot H. pilosa droeg de huid vooral aan de achterrand van het lichaam spitse papillen, zoals in fig. 8-6 c. De papillen op de rest van de huid vertoonde echter meer overeenkomst met fig. 8-6 e. Bij een deel van de exemplaren van H. despiciens en H. torrenticola leek het kenmerk van de papillen aardig op te gaan. Bij andere exemplaren die we hebben bekeken was er geen verschil te ontdekken in papilvorm. De vorm hield voor beide soorten het midden tussen fig. 8-6 d en 8-6 e. Van H. despiciens zagen we zelfs enkele exemplaren waarvan de papillen sterk geleken op die van H. pilosa. Het kenmerk van de vorm van de papillen lijkt dus minder bruikbaar voor de determinatie in de praktijk en zou te gemakkelijk kunnen leiden tot determinatiefouten.
Blijkbaar treedt er de nodige variatie op, wat vaker voorkomt bij watermijten.

Er is nog een extra kenmerk wat niet is opgenomen in de Süsswasserfauna, maar wel wordt vermeld door Wiles (1985) en wat wij zien als een bruikbaar kenmerk. Dat is de dorsale, distale doorn op het 5e lid van de poten 1 tot en met 3 (Sp1 genoemd door Wiles). Bij H. torrenticola ontbreekt deze vaak, of deze doorn is eenvoudig afgerond, of bijna spits. De doorn is nooit afgeknot, zoals bij H. despiciens. Bekijk dit bij hoge vergroting (200-400x) in zijaanzicht (poot vlak). Het is wat lastig te zien, maar bij H. despiciens lijkt het topje zelfs iets verdikt, druppelvormig. Door de afgeplatte, asymmetrische vorm kan de borstel er verschillend uitzien, afhankelijk van het aanzicht. In ieder geval is te zien dat bij H. despiciens de top onregelmatig is, het licht wordt hier op een bepaalde manier gebroken (foto 1). Bij H. torrenticola zien eventueel aanwezige dorsodistale borstels er gewoon regelmatig uit, zonder speciale “lichteffecten”.
Foto 1. Hydrodroma despiciens dorsale
doorn 1P5 (foto: Barend van Maanen)
Hetzelfde verschil in borstelvorm hebben we ook waargenomen aan de min of meer dorsaal geplaatste borstels aan het uiteinde van dezelfde pootleden (foto 2).

Foto 2. Hydrodroma despiciens 3P5 (foto: Barend van Maanen)

Literatuur

Di Sabatino, A., R. Gerecke, T. Gledhill & H. Smit, 2010. Chelicerata: Acari II. Süsswasserfauna von Mitteleuropa 7/2-2. Elsevier Spektrum Akademischer Verlag, München.

Maanen, B. van, 2008. (concept). De determinatie van de Nederlandse soorten van het genus Hydrodroma Koch, 1837 (Hydrachnidia, Hydrodromidae).

Smit, H. & H. van der Hammen, 2000. Atlas van de Nederlandse watermijten (Acari: Hydrachnidia). Nederlandse Faunistische Mededelingen 13.

Wiles, 1985. The systematics of the British Hydrodromidae Viets, 1936. Archiv für Hydrobiologie Supplement 70: 365-403.

Dankwoord
Hans Hop (Waterschap Groot Salland) wordt bedankt voor de controle van de determinaties en Maarten Japink en Lieuwe Anema (Bureau Waardenburg) voor het vervaardigen van het verspreidingskaartje.

Ronald Munts
Bureau Waardenburg
r.munts@buwa.nl

Barend van Maanen
Waterschap Roer en Overmaas
b.vanmaanen@overmaas.nl

Chelicorophium sowinskyi Martynov, 1924: een nieuwe pionier in het Nederlandse Rijn-stroomgebied.
Naast de Kaspische slijkgarnaal Chelicorophium curvispinum sinds 1987 en zijn grotere broer Chelicorophium robustum sinds 2003 is in de najaarsmonsters van 2010 van het landelijke monitoringsmeetnet (MWTL) nu ook Chelicorophium sowinskyi in het Nederlands Rijn-stroomgebied aangetroffen.

Deze slijkgarnaal is zoals vele ander exoten vrijwel zeker via het Rijn-Main-Donau kanaal in de Rijn gekomen. De immigrant is in korte tijd al ver doorgedrongen in de Nederlandse wateren. Behalve bij Lobith zijn al enkele exemplaren aangetroffen in de Nederrijn op de locatie Remmerden en in de Waal op de locatie Wolferen. Verder stroomafwaarts heeft C. sowinskyi in de Nieuwe Merwede de locatie Kievitswaard bereikt. Op alle locaties werd C. sowinskyi aangetroffen bij de bemonstering van stenen. In de IJssel op de locatie Velp, waar jaarlijks stenen worden bemonsterd, zijn ze echter nog niet gevonden.

Na de opening van het Rijn-Main-Donau kanaal in 1992 zijn er al verschillende soorten uit de zogenaamde Ponto-Kaspische fauna hierheen gekomen.
In 1994 zagen we de vlokreeft Dikerogammarus villlosus, die zich al wijd heeft verbreid. Enkele jaren later gevolgd door de borstelworm Hypania invalida (1995), de aasgarnalen Limnomysis en Hemimysis en de pissebed Jaera istri (1997). Ook kwam in 2000 de platworm Dendrocoelum romanodanubiale.

Nr.1 C.sowinskyi, nr.2 C.curvispinum nr.3 C. robustum

C. sowinskyi heeft dezelfde habitus als C. curvispinum. Is even groot of zelfs iets kleiner.
Het duidelijkste verschilkenmerk tussen C. curvispinum en C. sowinskyi zit op de binnentak van de eerste uropode (Bernerth, 2010).

Nr.1 C.sowinskyi,

nr.2 C.curvispinum

C. sowinskyi heeft op de binnentak aan de binnenzijde van de eerste uropode geen stekels.
Bij C. curvispinum zitten op de binnentak aan de binnenzijde van de eerste uropode wel stekels, maar deze stekels liggen niet in het zelfde vlak als de stekels aan de buitenzijde.
Goed focusseren is nodig om de stekels te kunnen zien.
C. robustum is groter en lichter van kleur, heeft grotere antennes en is dus gemakkelijk te onderscheiden van C. curvispinum en C. sowinskyi. Daarentegen is C. sowinskyi bij het uitzoeken van monsters bij lage vergroting niet op habitus van C. curvispinum te onderscheiden.

Literatuur
Bernerth, H. & Dorow, S. (2010): Chelicorophium sowinskyi (Crustacea, Amphipoda) ist aus der Donau in den Main vorgedrungen – Anmerkungen zur Verbreitung und Morphologie der Art. Lauterbornia 70: 53-71.

Mirjam Kuitert
RWS Waterdienst
Mirjam.kuitert@rws.nl

Beste lezers,

De volledige pdf van dit artikel is apart bijgevoegd.
Zouden jullie waarnemingen van deze soort aan mij willen doorgeven?
Alvast hartelijk dank.

Henk Vallenduuk

Lauterbornia 72: 95-109, D-86424 Dinkelscherben, 2011-08-15
Description of all stages and the cytology of Chironomus parathummi Keyl, 1961 (Diptera, Chironomidae)
Peter H. Langton, Iya I. Kiknadze, Henk J. Vallenduuk and Albina G. Istomina
.
1 Introduction
In 2007 Vallenduuk collected larvae near Almere in the Netherlands. The karyotypes of Chironomus parathummi were investigated by Prof. Dr. I. Kiknadze. The larvae were collected in two localities in the Netherlands: Almere Oostvaardersdijk, groundwater seepage, on 27-03-2007, 6 individuals, and on 10-04-2007, 6 individuals: and Gemert, Molenbroekse Loop, running water, on 22-07-2008, 2 individuals. Later Vallenduuk succesfully reared larvae to adults and Dr. Peter Langton confirmed the species name.

Key to the adults of the water beetles of Britain and Ireland

Illustrated keys are provided for the families, genera, species and other taxa of the British and Irish Hydradephaga, or aquatic Adephaga.
This new volume is a revision of A key to the adults of British Water Beetles (Friday, 1988), originally published in the AIDGAP series. Revision of the 1988 work had become essential because of many changes in the taxonomy and classification of water beetles. However, because almost 400 taxa require treatment, the authors have decided to split the work into two volumes, with Part 2 (concerned with the aquatic Polyphaga) to be published at a later date. Note that The Carabidae (ground beetles) of Britain and Ireland (Luff, 2007) covers the terrestrial Adephaga. http://www.vermandel.com/product.php?pid=1321

Het boek is een goede aanvulling. Er staan nogal wat nieuwe kenmerken in en nieuwe plaatjes. Ook de kleurenplaten achterin (overgenomen uit een Tsjechisch boek) zijn erg de moeite waard.
Ook een nieuwe soort Suphrodytes. Let erop dat sommige Nederlandse soorten erin ontbreken!

Polychaeta (borstelwormen) in binnendijkse brakke wateren op Texel
David Tempelman, oktober 2011
Inleiding
In september 2011 gaf ik op Texel een tweedaagse veldcursus brakwater-macrofauna. De deelnemers aan de cursus, die ik voor Natuurmonumenten mocht geven, waren geïnteresseerde natuurliefhebbers en boswachters. In totaal heb ik ongeveer 50 macrofaunasoorten gevonden. Daaronder was een zevental polychaeten. Eerder had ik al twee andere soorten polychaeten gevonden op Texel. Daarmee komt de stand op negen. Van enkele soorten kende ik geen eerdere vondsten op Texel. Eén en ander was aanleiding om de soorten op een rijtje te zetten. Deze notitie loopt daarmee vooruit op het verslag wat aan Natuurmonumenten zal worden aangeboden.
Onderzochte wateren
De volgende wateren zijn in september 2011 door mij onderzocht: De Petten, Oude Molenkolk, Ottersaat, De Zandkes, Wagejot, De Bol: Binnenzwin, De Bol: Buitenzwin, De Bol en Utopia. In 2010 is bovendien het Noordkanaal en Waalenburg onderzocht.
Polychaeten
Polychaeten hebben, zoals de naam al doet vermoeden, veel borstels. Ten opzichte van oligochaeten is het opvallendst, dat de borstels zeer gevarieerd kunnen zijn. Verder hebben veel soorten palpen, tentakels, antennen, beborstelde keelzakken, flapjes aan de zijkant en wat al niet meer. De variatie is ongelofelijk, vooral in zee, en zelfs de binnendijkse soorten vertonen enorme onderlinge verschillen.
Soortbesprekingen
1. Aphelochaeta marioni (fam. Cirratulidae). Kleine worm, waarschijnlijk meestal niet langer dan enkele cm. Deze soort is algemeen in slibbige bodems in de Waddenzee. Hij komt verder voor in de bodem van het Noordzeekanaal, maar was op Texel – voorzover bekend – nog niet binnendijks aangetroffen. NB: de naamgeving van Cirratulidae is veranderd met de jaren. Zo werd deze soort voorheen Tharyx marioni genoemd. De determinatie is moeilijk; in Nederland komen zeker zo’n 5 soorten Cirratulidae voor, en één daarvan heeft zelfs nog geen officiele naam: Tharyx spec. A sensu Worsfold, 2009. Van deze vijf soorten zijn zowel Aphelochaeta marioni als Tharyx spec. A sensu Worsfold, 2009 in binnendijks water aangetroffen of te verwachten.

Foto 1 De worm Aphelochaeta marioni. Ontkleurd, geconserveerd materiaal. Vindplaats: De Petten, september 2011. De soort heeft palpen (dikke slierten aan de kop) en talrijke tentakelcirri (dunne, spaghetti-achtige sliertjes), op een groot deel van het lijf.

Determinatie – moeilijk! Van Tharyx spec. A sensu Worsfold, 2009 te onderscheiden doordat deze laatste soort op de staartsegmenten “knob-tipped chaetae” heeft. Bij polychaeten groeien nieuwe segmenten vanaf de staart. Omdat ze nogal snel slijten, moet je dus bij voorkeur deze staartborstels bestuderen. De borstels aan de laatste segmenten zijn bekeken en ik kon geen “knobbed tips” vinden. Zodoende kom ik op Aphelochaeta marioni uit. De Cirratulidae zijn echter nog niet “gesequenced” ; het valt te bezien, welke soorten er over blijven of bijkomen als hier eens een studie naar wordt gedaan.
Binnendijks voorkomen op Texel: De Petten.
Binnendijks voorkomen elders in Nederland: Noordzeekanaal en verschillende brakke wateren in Zeeland.
2. Arenicola marina (fam. Arenicolidae) – wadpier. De aanwezigheid van deze soort is in het veld direct vast te stellen aan de aanwezigheid van ‘tandpasta-hoopjes’. De enige plek waar deze soort in Noord-Holland binnendijks voorkomt is De Petten. Op 15 sept. 2011 werden langs de noordkant van De Petten ruim 100 hoopjes gevonden. Deze binnendijkse vindplaats is reeds langs bekend en wordt ook in Steenbergen (1993) aangegeven.
Determinatie: niet te verwarren met andere binnendijks voorkomende soorten.
Binnendijks voorkomen op Texel: De Petten.
Binnendijks voorkomen elders in Nederland: alleen hier en daar in Zeeland.
3. Capitella capitata (fam. Capitellidae) – De “kopworm” of “slangpier” werd aangetroffen in het handgeschepte bodemmonster langs de noordkant van De Petten. Deze soort is algemeen in slibbige bodems in de Waddenzee, maar was op Texel – voorzover bekend – nog niet binnendijks aangetroffen.
Determinatie: moeilijk. In het veld worden, zo bleek, allerlei rode, draaddunne wormen wel voor “kopworm” uitgemaakt; echter ook Aphelochaeta marioni is draderig en dun, en dunne Capitella kunnen ook wel voor oligochaeten worden aangezien, of omgekeerd. De soort heeft een opvallend “oligochaet-achtig” voorkomen. Met microscopisch onderzoek is de soort zeker te stellen.
Binnendijks voorkomen op Texel: De Petten.
Binnendijks voorkomen elders in Nederland: alleen hier en daar in Zeeland.

Foto 2 De slangpier of kopworm Capitella capitata. Vindplaats: kust bij Scheveningen (monsternummer 404647). De soort heeft op het eerste gezicht weinig van een polychaet.
Foto 3 Het wormpje Fabricia stellata , aangetroffen tussen mosdiertjes op stenen beschoeiing ten noorden van de Krassekeet (5 mei 2010) . Let op de ogen op de staart !

4. Fabricia stellaris (fam. Sabellariidae) – Dit wormpje werd in 2010 aangetroffen tussen mosdiertjes op de stenen beschoeiing langs het Noordkanaal, net ten noorden van de Krassekeet.
Determinatie: Sabellariidae zijn moeilijk te determineren. Dit wormpje is minuscuul en lijkt op een worteltje. Als een der zeer weinige dieren heeft hij ogen op de staart (!).
Binnendijks voorkomen op Texel: Noordkanaal bij Krassekeet.
Binnendijks voorkomen elders in Nederland: mij zijn geen andere binnendijkse vondsten bekend.
5. Hediste diversicolor (syn. Nereis diversicolor) (fam. Nereididae) – Veelkleurige zeeduizendpoot. Deze soort is één van de algemeenste brakwaterdieren. Ze worden in allerlei formaten aangetroffen: van 1 tot 10 cm. In de Petten werden de grotere exemplaren aangetroffen wat dieper in de bodem (tot 10 cm); de kleinere werden oppervlakkig gevonden. De soort bewoont de bodem, die slibbig of zanderig kan zijn. In het veld (in de uitzoekbak) is de soort direct aan het gedrag te herkennen: de soort kronkelt zeer heftig, waarbij hij achteruit beweegt; hierbij stulpt hij af en toe de keelzak en zijn grote kaken uit. Dat is een spectaculair gezicht !
Determinatie: op Texel niet te verwarren met andere binnendijks voorkomende soorten. In het Noordzeekanaal leeft een nauwverwante soort: Alitta succinea.
Binnendijks voorkomen op Texel: De Petten, Ottersaat, Buitenzwin, Binnenzwin, Minkewaal, De Zandkes en Wagejot. Ontbreekt opvallend genoeg op sommige locaties, zoals de Oude Molenkolk en Utopia.
Binnendijks voorkomen elders in Nederland: algemeen in brakke, binnendijkse wateren.

Foto 4 De veelkleurige zeeduizendpoot in de uitzoekbak. Duidelijk zichtbaar het darmkanaal dat als een rode streep overlangs loopt. Binnenzwin, 30 september 2011.
Foto 5 De worm met uitgestulpte farynx (keelzak). Daarop zitten tandjes (paragnathen) en ook zijn de grote kaken zichtbaar. De Petten, 15 september 2011.

6. Malacoceros fuliginosus (familie Spionidae) – De vondst van deze soort is een verrassing, want deze was nog niet eerder binnendijks aangetroffen; althans, er zijn mij geen binnendijkse vondsten uit het land bekend. De soort is wel uit de Wadden- en Noordzee bekend. Kenmerkend zijn de hoorntjes aan de kop en de talrijke, lange, kieuwen die over het grootste deel van het lichaam zitten.
Determinatie: op Texel niet te verwarren met andere binnendijks voorkomende soorten.
Binnendijks voorkomen op Texel: De Petten.
Binnendijks voorkomen elders in Nederland: mij zijn geen andere binnendijkse vondsten bekend.

Foto 6 Het wormpje Malacoceros fuliginosus uit de Petten (15 sept.2011). Links: dier van bovenaf gezien: aan de kop twee duidelijke uitsteeksels. Rechts: van opzij gezien: de worm bezit over vrijwel heel het lichaam lange, duidelijke kieuwen.

Foto 7 De Petten, langs de dijk van de Mokbaai. Vindplaats van 7 soorten polychaeten, waaronder Malacoceros fuliginosus. Foto genomen in oostelijke richting op 15 september 2011.

7. Manayunkia aestuarina (fam. Sabellariidae) – Ook dit is een minuscuul wormpje. De soort haalde een aantal jaren geleden de kranten doordat hij als typische lagune-bewoner in Engeland de aanleg van een brug over het betreffende natuurgebied wist tegen te houden. Deze soort werd in 2006 in het Buitenzwin (nabij de Zwinweg) gevonden en in 2010 in de Westerkolk. De soort is een typische bewoner van zachte bodems.
Determinatie: Moeilijk. Is in het veld niet te herkennen, het wormpje is slechts een paar mm lang. Hij lijkt wel wat op Fabricia maar heeft geen ogen op de staart.
Binnendijks voorkomen op Texel: Buitenzwin en Westerkolk.
Binnendijks voorkomen elders in Nederland: Noordzeekanaal en plaatselijk in Zeeland.

Foto 8 Het wormpje Manayunkia aestuarina uit het Buitenzwin (3 mei 2006, monster 338311).
Foto 9 Impressie van het hele wormpje.

Foto 10 Het zuidelijk deel van het kanaal langs de Waddendijk, gezien in zuidelijke richting (achtergrond: Krassekeet). Vindplaats van Fabricia stellaris. Foto 5 mei 2010.
Foto 11 De noordwestoever van de Westerkolk (Spijkerboor) op Texel, gezien in zuidelijke richting. Vindplaats van Manayunkia aestuarina. Foto 8 juli 2010.

8. Polydora cornuta (familie Spionidae) – Deze soort was voorheen bekend als Polydora ligni. Het is een mooi wormpje, met als bijzonderheid dat het 5e segment verbreed is, en aan de zijkant een serie dikke borstels draagt. De staart heeft de vorm van een zuignap.
Determinatie: Moeilijk. Is in het veld niet te herkennen; het is een van de dunne, roodachtige wormen. Microscopisch lijkt hij nogal op Boccardiella ligerica die misschien ook op Texel voorkomt. Er worden van Nederland nog verschillende andere soorten gemeld, maar of die binnendijks ook te vinden zijn is twijfelachtig. Zo meldt de Limnodata naast Polydora ligni (P. cornuta dus) ook P. ciliata. Dat is echter een zustersoort van P. cornuta die buitendijks op hard substraat leeft, bijvoorbeeld op pieren.
Binnendijks voorkomen op Texel: De Petten, De Zandkes, Minkewaal. Er zijn nog verschillende andere plekken bekend (Limnodata).
Binnendijks voorkomen elders in Nederland: Kanaal door Walcheren, Noordzeekanaal.

Foto 12 Het wormpje Polydora cornuta uit de Petten (15 sept.2011).
Foto 13 Detail van het voorlijf van Polydora cornuta. Pijl: in het verbrede segment 5 zit een gebogen rij van 6 dikke borstels.
9. Streblospio benedicti (familie Spionidae) – Dit is een klein, draaddun wormpje wat op enkele plekken is aangetroffen. Ze worden 1-2 cm lang en zijn bij leven roodachtig. Voorheen werd deze soort gedetermineerd als Streblospio shrubsolii; dat is echter een andere soort (ook Limnodata vermeldt slechts S. shrubsolii).
Determinatie: In het veld niet of nauwelijks te onderscheiden van andere roodachtige wormen, zoals Tubificidae (Oligochaeten). Onder de microscoop (20 x vergroting) echter zeer eenvoudig te herkennen: de soort heeft net achter de kop een soort kraag, doordat de parapodiën (zijflapjes) aan de bovenkant aaneen zijn gegroeid (foto’s).
Binnendijks voorkomen op Texel: De Petten, Zandkes, watergang naar gemaal Dijkmanshuizen.
Binnendijks voorkomen elders in Nederland: Noordzeekanaal en talrijke locaties in Zeeland.

Foto 14 Het wormpje Streblospio benedicti (Ventjagersplaat, monster 342629.
Foto 15 Voorlijf van Streblospio benedicti (Noordzee, station coa04, monster 401892). Pijl: de karakteristieke kraag achter de kop.

Hoeveel soorten in binnendijkse wateren in Nederland ?
Uit Nederland inclusief de zee zijn ongeveer 250 soorten bekend (Tempelman et al. 2010). In Mol (1984) wordt een 16-tal soorten genoemd uit binnendijks water, met de opmerking: “De 16 soorten uit onderstaande lijst komen voor een belangrijk deel uit zee en zijn vermoedelijk slechts per ongeluk in binnendijks water terecht gekomen. Een kleiner aantal behoort tot de typische brakwaterfauna. Het laat zich moeilijk voorspellen hoeveel soorten in de toekomst aan de lijst kunnen worden toegevoegd”. “Per ongeluk”, dat vraag ik me af. Echter anno 2011 is het precieze aantal nog steeds niet bekend.
Naast de 9 soorten van Texel zijn bij mij in elk geval de volgende 11 soorten met zekerheid bekend van binnendijks brak of zoet water in Nederland: Alitta succinea (Noordzeekanaal en verschillende andere brakke kanalen), Alkmaria romijni (Noordzeekanaal, her en der in Zeeland), Boccardiella ligerica (Noordzeekanaal, Beerkanaal, Zeeland), Eteone longa (Kanaal door Walcheren), Ficopomatus enigmaticus (Noordzeekanaal en in Zeeland, o.a. het Veerse Meer), Heteromastus filiformis (Noordzeekanaal en enkele locaties in Zeeland), Hypania invalida (zoete wateren overal in Nederland behalve Zeeland en de Wadden), Marenzelleria neglecta (Noordzeekanaal), Phyllodoce maculata (Kanaal door Walcheren), cf. Potamilla (verschillende locaties in het rivierengebied) en Pygospio elegans (Noordzeekanaal en brakke kanalen in Zeeland). Dat maakt dus 20.
Verder worden op Limnodata nog vondsten gemeld van Harmothoe impar en Melinna palmata uit het Noordzeekanaal en vermeldt Mol (1984) nog 4 andere soorten: Alitta virens (als Nereis virens), Polydora caulleryi, P. ciliata en P. hoplura. Dat zou betekenen dat in totaal 26 soorten in binnendijkse wateren in ons land voorkomen. Sinds deze vondsten zijn gepubliceerd zijn echter verschillende nieuwe determinatiewerken verschenen, dus ik ben benieuwd of de laatste 6 genoemde soorten inderdaad die soorten betreffen.
Het voorgaande is vooral een kort overzichtje van mijn eigen waarnemingen en is niet beoogd als volledig overzicht. Opmerkingen, aanvullingen, literatuurverwijzingen en vooral foto’s en/of bewijsmateriaal van soorten zijn van harte welkom.

Dankwoord
Met dank aan Loran Tinga (Natuurmonumenten Texel) voor zijn hulp bij het veldwerk en voor het organiseren en mede mogelijk maken van de veldcursus brakwaterfauna. Verder dank aan mijn collega Ton voor de hulp bij het maken van foto’s en geven van waardevolle aanvullingen, aan Joris, de vrijwilligers en andere medewerkers van Natuurmonumenten en EcoMare voor hun belangstelling en het helpen bij het veldwerk en Tim Worsfold (Thomson Unicomarine, Letchworth) voor hulp bij de determinatie van Malacoceros fuliginosus).

Literatuur
Mol, A.W.M. (1984). Limnofauna Neerlandica. Een lijst van meercellige ongewervelde dieren aangetroffen in binnenwateren van Nederland. Nieuwsbrief E.I.S. 15. 124p.
Tempelman, D. G.W.N.M. van Moorsel & M. de Kluijver (2010). Polychaeta – borstelwormen. In: Noordijk, J., R.M.J.C. Kleukers, E.J. van Nieukerken & A.J. van Loon (redactie). De Nederlandse biodiversiteit. Nederlandse Fauna 10. Nederlands Centrum voor Biodiversiteit Naturalis & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden: 133-135.
David Tempelman
Grontmij | team Ecologie
Postbus 95125
1090 HC Amsterdam
david.tempelman@grontmij.nl

Inspirerend en oogstrelend mooi: Natuur in Nederland
Een boek om je vingers bij af te likken, dat is Natuur in Nederland. Auteur Frank Berendse neemt de lezer mee langs de voornaamste Nederlandse landschappen, van zeeklei tot heuvelland. Hij vertelt smakelijk en toegankelijk over de ontstaansgeschiedenis, wilde planten en dieren en hun onderlinge samenhang. Met de prachtige landschapsfoto’s van Ruben Smit en aquarellen van Ed Hazebroek is het boek tevens een lust voor het oog. Naar buiten, is het devies!

Heel af en toe verschijnt er een boek waar je als natuurliefhebber hebberig van wordt: die gebieden wil ik bezoeken! Die planten en vogels wil ik tegenkomen! Die landschappen wil ik leren begrijpen! Dat natuurgevoel wil ik ervaren! Natuur in Nederland is zo’n boek.
Het presenteert in één prachtige uitgave alles wat je wilt weten over de Nederlandse natuur: planten, dieren en landschappen, samenhang en ontstaansgeschiedenis, landgebruik en wandelmogelijkheden.
Frank Berendse, hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie, schreef dit indrukwekkende boek in de traditie van de klassieker Wilde Planten. Ook hij behandelt de natuur per landschapstype. Maar hij richt zich zowel op wilde planten en dieren, zoals op vogels, vlinders en paddenstoelen. In warme, begrijpelijke taal beschrijft hij tien Nederlandse landschappen, van de Drentse hoogvenen tot de duinen, van de Gelderse beekdalen tot de polders en van het rivierenland tot de Limburgse heuvels. Ook de steden! passeren de revue. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk: de lezer zal de wandelingen van Berendse zelf willen maken om al die natuurpracht te kunnen ontdekken.

Natuur in Nederland is prachtig geïllustreerd. Topfotograaf Ruben Smit legde de landschappen vast in al hun schoonheid. Elke foto is een verrassend kunstwerk. Ook enkele andere fotografen leverden fraai beeldmateriaal. De treffende aquarellen van Ed Hazebroek brengen de tekst tot leven. Kleurrijke kaartjes en figuren maken het boek compleet.

‘Elk stukje Nederland heeft een eigen, uniek verhaal’

Berendse schetst een poëtisch beeld van de natuurpracht die ons land nog rijk is. Hij plaatst tegelijkertijd kritische kanttekeningen bij ontwikkelingen in heden en verleden die die rijkdom ondermijnen. Wie de natuur goed kent, zo redeneert hij, zal haar waarderen en beschermen. Met Natuur in Nederland hoopt hij daaraan bij te dragen. Het boek spoort aan tot zien, horen, voelen, ruiken en beleven – en ook de bijbehorende website natuurinnederland.nl met wandelingen en extra informatie lokt de lezer naar buiten.

Natuur in Nederland is een fascinerend lees- en kijkboek bedoeld voor natuurliefhebbers, studenten, beheerders en beleidsmakers.

Auteur Frank Berendse (1951) is hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie aan Wageningen University. Hij onderzoekt de natuurlijke dynamiek van ecosystemen en de rol van biodiversiteit.

Natuur in Nederland
Auteur: Frank Berendse
Fotograaf: Ruben Smit e.a.
Illustrator: Ed Hazebroek
Uitgever: KNNV Uitgeverij
Uitvoering: 304 pag., 22 x 28 cm, genaaid gebonden, full colour met talloze foto’s en illustraties
ISBN: 978 90 5011 376 2
Prijs: € 29,95
Actieprijs: € 24,95 (actie geldig t/m 31 december 2011)

Verkrijgbaar in de boekhandel en via www.knnvuitgeverij.nl

Provincies gaan invasieve exoten uitroeien
De provincies gaan de populaties van een aantal schadelijke uitheemse plant- en diersoorten tot nul reduceren. Dit blijkt uit het akkoord over decentralisatie van natuurtaken dat onlangs is gesloten tussen de provincies (verenigd in het IPO) en het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). Om hoeveel en welke soorten het gaat is nog niet bekend; de lijst moet nog door de minister van EL&I worden vastgesteld. Het lijkt echter wel bijna zeker dat onder meer de in Zuid-Holland voorkomende huiskraai op de lijst zal komen, en mogelijk ook de Pallas’ eekhoorn, die in Limburg gevestigd is.

In het onderhandelingakkoord “decentralisatie natuur” is te lezen dat onder meer de volgende taak naar de provincies wordt gedecentraliseerd: “de zorg om de stand van invasieve exotensoorten, aangewezen door de minister van EL&I, tot nul te brengen.”
Gevraagd naar de soorten die op de lijst staan, meldt de woordvoerster van het IPO: “De lijst met ‘de door de minister van EL&I aangewezen invasieve soorten’ bestaat nog niet. Het aanwijzen van soorten is een nieuwe bevoegdheid die met de nieuwe Wet natuur geïntroduceerd zal worden. Deze lijst zal ook na vaststelling regelmatig aangepast gaan worden.“

1000 soorten
“Invasieve exoten zijn dieren, planten en micro-organismen die door menselijk handelen in een nieuw gebied terechtkomen (zoals Nederland) en die door vestiging en verspreiding schade kunnen veroorzaken. Op dit moment zijn er ongeveer 1000 soorten in Nederland voor die als zodanig gecategoriseerd kunnen worden, maar het ligt niet in de lijn der verwachting dat deze allemaal de lijst van de minister zullen halen,” aldus het IPO.
Het ministerie van EL&I bevestigt dat de lijst nog door de minister moet worden vastgesteld. Men wil echter niets loslaten over het aantal soorten dat wordt aangewezen, en welke criteria bij de aanwijzing gebruikt worden. Ook geeft het ministerie geen antwoord op de vraag wanneer de lijst wordt vastgesteld.

Huiskraai
Het lijkt echter wel bijna zeker dat de huiskraai op de lijst terecht zal komen. Volgens een door Sovon uitgevoerde risicoanalyse vormt deze uitheemse vogel, waarvan er momenteel in Hoek van Holland ongeveer 30 voorkomen, bij verdere verspreiding een bedreiging voor de inheemse fauna.
In 2010 beloofde de toenmalige Minister van Landbouw en Natuur (Gerda Verburg) nog dat zij de vogels allemaal zou laten vangen. Haar opvolger Henk Bleker brak deze belofte en stelde dat hij zijn steentje had bijgedragen door de huiskraai op de lijst met schadelijke bejaagbare soorten te zetten. Het was volgens hem de taak van provincie Zuid-Holland om desgewenst de bestrijding verder op te pakken, zonder overigens daarvoor enige financiële compensatie te bieden.
Door ondertekening van het akkoord is provincie Zuid-Holland nu dus verplicht om daadwerkelijk in actie te komen, zodra het ministerie de huiskraai opneemt in de lijst.

Pallas’ eekhoorn
Tegelijk met de huiskraai wees staatssecretaris Bleker begin dit jaar ook de Pallas’ eekhoorn aan als schadelijke bejaagbare soort. Van deze exotische eekhoornsoort, die een bedreiging vormt voor de inheemse rode eekhoorn, bestaat een vrij omvangrijke populatie in de buurt van Weert. Het is dus goed mogelijk dat het ministerie ook deze invasieve exoot op de lijst zal zetten, en dat provincie Limburg in actie moet komen om alle Pallas’ eekhoorns te gaan verwijderen.

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Wilfred Reinhold, Platform Stop invasieve exoten
mail: info@invasieve-exoten.nl en website: www.invasieve-exoten.nl
Natuur & landschap van de Vechtstreek
Een eerbetoon aan het Utrechtse Vechtlandschap, dat is Natuur & Landschap van de Vechtstreek. Het boek neemt je mee op prachtige excursies door de uiteenlopende landschappen van dit unieke gebied, en door de tijd.
Onderweg stuit je op de ruggengraat van het landschap, de venen, dekzanden en kleigronden, en op de mens en de natuur die hier hun plek vonden. Niet eerder werd de ontstaansgeschiedenis van dit cultuurlandschap zo beeldend verteld.

Auteur Wim Weijs neemt je mee door dit bijzonder gebied op de grens van hoog- en laag-Nederland. De tocht voert van de Weerdsluis in Utrecht tot de zeesluizen van Muiden, en van de plassen en broekbossen bij Kortenhoef tot de weidevogelgraslanden in Groot-Mijdrecht. Bij elk gebied weet Weijs boeiende verhalen te vertellen, over de geschiedenis, de bodem, het water en over de planten en dieren die er huizen, zoals de waterspitsmuis, zompsprinkhaan en krabbenscheer.
De auteur leert je het landschap lezen, door te wijzen op het veen, en op de oeverwallen en zandruggen in de loop van duizenden jaren gevormd door wind, landijs en stromend water. Weijs verhaalt hoe de mens dit landschap de laatste 2000 jaar geleidelijk naar zijn hand zette, door het achtereenvolgens te ontginnen, polders met een gecontroleerd waterpeil in te stellen, de beschikbare turf op te graven en sommige zo ontstane plassen droog te malen. Hij reconstrueert hoe de natuur steeds weer een plek vond in dit cultuurlandschap.
Het tweede deel van dit boek is gewijd aan deze natuur, aan de ecosystemen van de plassen, moerassen, weilanden en bossen. De bepalende rol van bodem en water en de onderlinge relaties tussen de organismen staan daarbij centraal. Ook de invloed van de landbouwende mens, vroeger en nu, komt aan de orde.
Wim Weijs is bioloog en hij was hoogleraar in de functionele anatomie. Sinds zijn emeritaat inventariseerde hij de Vechtstreek bij de Beheereenheid Vechtplassen van Natuurmonumenten en legde daarmee de basis voor dit boek.

Natuur & landschap van de Vechtstreek
Auteur: Wim Weijs
Uitgever: KNNV Uitgeverij
Uitvoering: 364 p., 21 x 28 cm, genaaid gebonden
ISBN: 978 90 5011 3922
Prijs: € 39,95

Verkrijgbaar in de boekhandel en via www.knnvuitgeverij.nl

Einde macrofaunaniewsmail 100


By on 12:55
Macrofaunanieuwsmail 99, 14 juli 2011

 

Beste lezers,

 Dit is alweer de negenennegentigste uitgave van de macrofaunanieuwsmail. De volgende uitgave moet dan ook iets speciaals worden. Wie heeft daar een passende bijdrage voor?

 Zomer, tijd om op te laden en je te laten verrassen door je omgeving.

 Dus als je wat ziet, hoort of leest, stuur je berichten naar macrofauna@rws.nl. Eerder verschenen nummers staan op http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/overlegkaders/macrofaunanieuwsmail/

  Is uw email adres gewijzigdxe2x80xa6xe2x80xa6.geef het ook even door aan macrofauna@rws.nl

 Fijne zomer, Myra Swarte

 

In dit nummer:

 

Veranderingen in de vlokreeften samenstelling van de Nederlandse rivieren. 2 

Beste bloedzuiger-liefhebbers, 3 

New publication – The Zebra Mussel in Europe. 4 

Pontocaspen rukken verder op in Friesland. 5 

Gezocht: Hygrobates nigromaculatus. 5 

Erratum voor Tanypodinae. 6 

Taxa Waterbeheer Nederland (TWN) 6 

Micronecta scholtzi lawaai 6 

Andere nieuwe uitgaven: 7 

NORMNETTEN – Nieuwe macrofauna netten. 8 

Aankondiging Hydracarina cursus, 13 en 14 oktober 2011. 9 

Opgaveformulier determinatiecursus Hydracarina. 10 

www.strackbook.nl 11

   


Veranderingen in de vlokreeften samenstelling van de Nederlandse rivieren.

 

In de afgelopen jaren werden de vlokreeften populaties in de grote rivieren in Nederland gedomineerd door Gammarus tigrinus en Dikerogammarus villosus. Andere soorten werden maar weinig aangetroffen. Afgelopen jaar hebben we bij Koeman en Bijkerk bv voor de Waterdienst monsters geanalyseerd uit o.a. Maas, Waal, Lek en Rijn. Op diverse monsterlocaties in deze rivieren hebben we lage tot zeer hoge aantallen van de soort Echinogammarus trichiatus (Figuur 1) aangetroffen.

E. trichiatus zat vooral in de handnetmonsters, dus op de zachte substraten tussen de kribben. Voorheen was G. tigrinus hier de dominante vlokreeft. Op de stenen is D. villosus nog steeds dominant.

Figuur 1  Echinogammarus trichiatus xe2x99x82 (foto: Olaf Duijts).

Eerder was er twijfel of E. trichiatus wel in Nederland voor zou komen, mogelijk zouden waarnemingen die waren gedaan betrekking kunnen hebben op Echinogammarus ischnus die in zomerkleed ook de sterke beharing zou hebben, een determinatiekenmerk dat wordt gegeven in Eggers en Martens (2001). Een ander kenmerk welke ook in Eggers en Martens (2001) staat is de bestekeling van de urosomen. Omdat we op een locatie zowel E. trichiatus en E. ischnus aantroffen konden we de verschillen waarnemen. E. trichiatus heeft op urosoom I en II aan beide zijden een dorsolateraal en een lateraal groepje van elk 2 xc3xa1 3 stekels. Bij E. ischnus staat op diezelfde posities een enkele stekel met 1 of 2 haartjes. Ook aan uropode III konden we verschillen waarnemen tussen beide soorten.

E. trichiatus heeft een aantal stekels begeleid door lange gevederde haren. Deze zijn gekruld bij de mannetjes en recht bij de vrouwtjes. Bij E. ischnus zagen we ook stekels maar juist met weinig korte ongeveerde haren. Helaas hebben we van deze soort geen mannetjes aangetroffen en betrof het dieren die eind september bemonsterd waren. Het is dus mogelijk dat deze exemplaren niet meer het zomerkleed hadden.

 Eveneens hebben we op diverse locaties de soort Dikerogammarus haemobaphes aangetroffen. Als determinatiekenmerk t.o.v. D. villosus gebruikten we in eerste instantie de lagere tuberkels op de urosomen. Voor een aantal exemplaren hebben we het kenmerk van de stekel op de binnenzijde van uropode III bekeken (zie opmerkingen in macrofauna nieuwsmail 71, februari 2007). Alle exemplaren van D. haemobaphes die we hierop hebben gecontroleerd waren in het bezit van enkele stekels aan de binnenzijde van uropode III. Tevens hebben we ter vergelijking een reeks D. villosus bekeken en bij alle exemplaren ontbraken deze stekels.

 D. haemobaphes of een vermoeden van D. haemobaphes heb ik wel eens eerder gezien maar dan betrof het een enkel exemplaar in een enkel monster. Niet eerder troffen we de soort aan in zoveel monsters als nu. De voorheen zo talrijke soort G. tigrinus vonden we nog maar weinig in de monsters van de grote rivieren.

 

Literatuur

Eggers, Th.O. & A. Martens (2001). Bestimmungsschlxc3xbcssel der Sxc3xbcxc3x9fwasser-Amphipoda (Crustacea) Deutschlands. Lauterbornia 42: 1-68.

 

Olaf Duijts

 

T

050 820 0014

E

o.duijts@koemanenbijkerk.nl

E

info@koemanenbijkerk.nl

W

www.koemanenbijkerk.nl

P

Postbus 111, 9750 AC Haren

 

 Beste mensen,

 

Een oproepje bedoeld voor vakantiegangers die op vakantie naar Frankrijk gaan en niet op kunnen houden met macrofauna vangen:  

Beste bloedzuiger-liefhebbers,

Op de laatste bloedzuiger-bijeenkomst in Polen, afgelopen mei, bleek dat er van Frankrijk hoegenaamd geen recente waarnemingen van bloedzuigers bekend zijn.

Het valt vooral op, dat ook van Hirudo geen waarnemingen bekend zijn. Vandaar deze oproep:

Nu gaan sommigen van jullie misschien op vakantie naar Frankrijk. Mochten jullie een bloedzuiger tegenkomen: Serge Utevsky van de universiteit in Kharkiv is bijzonder geinteresseerd in eventuele waarnemingen van deze soort.

Het is niet ondenkbaar dat in Frankrijk niet alleen H. medicinalis voorkomt maar ook (een) andere soort(en).

Een beetje redelijke foto is voor deterninatie van Hirudo-soorten vaak voldoende, maar ook materiaal is zeer welkom: het lijkt wel dat er in Frankrijk niemand naar kijkt!

Waarnemingen, foto's of materiaal : stuur Serge even een berichtje.

Natuurlijk zijn de waarnemingen ook te plaatsen op www.observado.org.

 

David Tempelman, david.tempelman@grontmij.nl Serge Utevsky , sutevsk@univer.kharkov.ua


New publication – The Zebra Mussel in Europe         

 

Preface

The zebra mussel Dreissena polymorpha (Pallas, 1771)) invaded the Great Lakes about 1987 or some years earlier. It spread so quickly and reached such high densities that this sessile filter feeder had an impact on these ecosystems and became the most serious biofouling pest as well. In due course, zebra mussels became synonymous with invasions of aquatic nuisance species. Projects, conferences, workshops, publications, theses, proceedings, newsletters, reports and websites concerning this species became booming business. However, international books dealing exclusively with zebra mussels and their relatives are only a few. One of the most important books with contributions from North American as well as non-North American authors is a 810 pages thick book edited by Thomas F. Nalepa and Donald W. Schloesser (1993) dealing with all aspects of Zebra mussels biology, impacts and control summarizing the European experience and knowledge thus far completed with recent studies from North America. One year later in 1994 another book of 227 pages was published by Renata Claudi and Gerald L. Mackie entitled xe2x80x9cPractical manual for zebra mussel monitoring and controlxe2x80x9d. This practical, well-written guide was intended for engineers, technicians and operators at power utilities, industries and water or wastewater treatment plants. In 1997, another book appeared edited by Frank M. Dxe2x80x99Itri, entitled xe2x80x9cZebra mussels and aquatic nuisance speciesxe2x80x9d (638 pages), which was, in fact, the proceedings of the Sixth International Zebra Mussel and Other Aquatic Nuisance Species Conference held in Dearborn in 1996.

The Europeans produced in 1992 also a book on the zebra mussel, the result of a meeting of German, Dutch and French researchers involved in studies on population dynamics, ecophysiology, ecotoxicology and biomonitoring. This book edited by Dietrich Neumann and Henk A. Jenner was entitled xe2x80x9cThe zebra mussel Dreissena polymorphaxe2x80x9d with the subtitle ecology, biological monitoring and first applications in the water quality management (262 pages).

This book has emphasized the use of zebra mussels as early warning systems for water quality control and as biological filter to mitigate the effects of eutrophication and other pollution. Why should we add a new book to the 1937 pages of information available in these four books? We noticed that a book specialized on the European experience with the zebra mussel and its relatives was lacking in spite of the origin from and early invasions in that continent. Furthermore, we have 10 years more experience with the zebra mussel since the last book was published. The last decades represent a new phase of zebra mussel invasions in Europe with range extensions towards other countries such as Ireland and Spain, as well as range extensions within countries. The latter probably is generated by increased economic and recreational activities as vectors for dispersal coinciding with water quality

improvement and with climate change. Another argument in support of this book is that the literature on the zebra mussel is nowadays so numerous and widely spread, that a new overview is long overdue in order not to get lost in heaps of publications and grey literature.

The present book is an up-to-date overview of specialists with contributions on all aspects of the zebra mussel. It gives information on fossil and recent species, distribution and dispersal, genetics, food, growth and life history, ecology and ecological impacts, endosymbionts, parasites, predation, indication for water quality and applications, biofouling and control.

We sincerely hope the book serves the function it is intended to and becomes a valuable addition to the literature on zebra mussels.

 

 

Gerard van der Velde, Sanjeevi Rajagopal, Abraham bij de Vaate


Pontocaspen rukken verder op in Friesland.

 

Tijdens de in 2009 begonnen inventarisatie van exoten in Nederland (toen nog gexc3xafnstigeerd door het ministerie LNV) is gebleken dat in zuidwest Friesland een zeer interessante situatie is ontstaan om exoten te bestuderen. Door de permanente aanvoer van exoten door de rivier de IJssel en de diversiteit in watertypes (meren, kanalen, sloten) vindt de onvermijdelijke invasie van Pontocaspische organismes hier duidelijk gefaseerd plaats. Dit lijkt vooral afhankelijk van de hydrologie van het gebied. De grote wateren eerst, gevolgd door de kleinere, waarbij de richting van de waterstromen een belangrijke rol speelt. De daaraan gerelateerde barrixc3xa8res, zoals sluizen en stuwen, vormen voor veel exoten een tijdelijk obstakel. Vaak geholpen door de sportvissende en watersportende medemens zullen deze organismes uiteindelijk alle beschikbare plekken vullen.

Een paar soorten vallen vooral op, nl. de vlokreeft Echinogammarus trichiatus, de Quagga mossel Dreissena bugensis alsmede twee aasgarnalen Limnomysis benedeni en Hemimysis anomala. Er zijn in de Friese zuidwest hoek nog veel plekken waar deze soorten niet voorkomen. Op een aantal, vooral grotere wateren, zijn ze inmiddels gexc3xafnstalleerd. De mogelijkheid dient zich aan te onderzoeken waarom, waar, op wat voor wijze, met wat voor gevolg en waar niet deze soorten zich in de nog niet gexc3xafnvadeerde wateren gaan manifesteren. Dit biedt een breed scala aan onderzoeksmogelijkheden en de uitkomsten hiervan kunnen veel kunnen bijdragen aan de kennis over invasies. Wie o wie.

 

Dirk Platvoet

 

Gezocht: Hygrobates nigromaculatus

Voor mijn Duitse watermijt collega Peter Martin (Kiel) ben ik op zoek naar Hygrobates nigromaculatus uit stilstaand water. Hij wil DNA onderzoek doen, en daarvoor heeft hij materiaal nodig dat in 96 % ethanol is geconserveerd. Deze watermijt komt bv. in zandwinplassen voor. Vanouds is H. nigromaculatus uit de Grote Maarsseveense Plas bekend, maar daar kon ik deze niet meer vinden. Ook het IJsselmeer leverde niets op. Dus als je een lokatie weet waar deze soort voorkomt, stop alles in de ethanol, en stuur het naar mij op. Ik zal de soort er dan uithalen en naar Peter Martin opsturen.

Groet,

 

Drs Harry Smit

Netherlands Centre for Biodiversity Naturalis

P.O. Box 9517

2300 RA Leiden

The Netherlands 

 


Erratum voor Tanypodinae

Beste lezers,

 

In de publicatie over de Tanypodinae

(Vallenduuk & Moller Pillot, 2009) staat een fout in de matrix 5-4-1:

Voor Macropelopia adaucta staat bij "lat setae thorax meso":

15-21 (2) 6-9. Dit moet zijn: 15-21 (2) 0,

overeenkomstig de kenmerken in de sleutel bij 11a.

 

Groeten,

Henk Vallenduuk

Taxa Waterbeheer Nederland (TWN)

 

Beste gebruikers,

 

Taxa Waterbeheer Nederland is nu rechtstreeks te benaderen via http://twn.taxainfo.nl/

Er is weer een groot aantal (>100) nieuwe taxa aan de fytoplanktonlijst toegevoegd en de lijst met determinatieliteratuur (zowel fyto als diat) is weer verder uitgebreid. Om mutaties zo efficixc3xabnt mogelijk te kunnen doorvoeren hebben een aantal wijzigingen plaatsgevonden in de literatuurdownloads.

Je kunt nu nog 3 bestanden downloaden 2 pdfs (xe2x80x9cauthor transcriptionxe2x80x9d en xe2x80x9ccomplete citationxe2x80x9d) en

1 excelbestand. De pdf-bestanden voor de literatuurreferenties worden niet meer aangemaakt.

Ik ga er van uit dat iedereen het excelbestand gebruikt. Ook het versienummer in de bestandsnaam

is verwijderd. Als je het bestand opent zie je daarentegen wel in het bestand zelf in de koptekst

(Excel in tabbladnaamsveld) het versienummer en de datum van aanmaak staan.

Micronecta scholtzi lawaai

 

 Uit De Volkskrant van 1 juli 2011

Andere nieuwe uitgaven:

 Velddeterminatietabel voor lieveheersbeestjes van Belgie en Nederland.

  Euro 7,50   80 blz. P/B.

In de Benelux komen een 60-tal soorten voor.

Voor elke soort worden naast de determinatiekenmerken ook de zeldzaamheid, geologische verspreiding, habitat, voedsel en overwinteringsplaatsen besproken.

Herziene druk met larventabel.

Bewerkt en aangevuld door Stijn Segers (2011)

 

A Pictorial Guide to British Ephemeroptera

 

Euro 22,50

Een prachtige determinatiegids voor ALLE 51 soorten

eendagsvliegen. 128 blz. Prachtige foto's met veel details.

 

Ephemeroptera, also known as mayflies or up-wing flies, can be seen emerging from the water, resting on nearby vegetation of 'dancing' above head height along the shores of still waters and rivers.

This new AIDGAP identification guide provides introductory, picture-based keys and species accounts for both the adults and nymphs of the 51 species of Ephemeroptera that have been recorded in the British Isles. Further information covers the biology and ecology of these large and conspicuous aquatic insects, as well as the main emergence and flight periods of each species.

  

www.vermandel.com is met vakantie van 18 juli t/m 6 augustus

 


NORMNETTEN – Nieuwe macrofauna netten

  

Vanaf Mei 2011 zal het nieuwe bedrijf NORMNETTEN professionele schepnetten en ander vangmateriaal op de markt gaan brengen. Deze netten voldoen aan de eisen die gesteld mogen worden aan materiaal dat beroepshalve en veelvuldig moet worden gebruikt.  Het ontwerp is voortgekomen uit  jarenlange ervaring met het gebruik van schepnetten in het veld en er is veel aandacht gegeven aan  ergonomie en degelijkheid.

De netten zijn primair bedoeld voor diegenen die zich met macrofauna bemonstering bezig houden, maar maatwerk voor speciale toepassingen is mogelijk.

Het assortiment bestaat uit de volgende netten:

Normnet Standard (netopening 20 x 20 cm), een net dat vangcapaciteit en gebruiksgemak optimaal combineert, voor kwalitatieve en kwantitatieve bemonstering. Vaste stok en verlengstukken zijn 1 meter lang. Optioneel zijn stokken uit xc3xa9xc3xa9n deel of houten stokken.

Normnet Travel (netopening 15 x 15), ontworpen om in elke koffer of tas  op reis te kunnen worden meegenomen. De stokdelen zijn 0.5 m lang.

Svetkov net (voor put- en kolombemonstering) met diverse diameters. 

Alle netten zijn voorzien van een waterdichte nethoes.

 

Contactgegevens:

NORMNETTEN

Dirk Platvoet

www.normnetten.com

info@normnetten.com

tel. 0570-541100

06-22834272 en 06-53179678

KvK nr. 36038886

 Aankondiging Hydracarina cursus, 13 en 14 oktober 2011

 

Beste mensen,

 

Het komend najaar organiseren wij een Hydracarina cursus. Wij hebben Harry Smit en Reinhard Gerecke bereid gevonden deze cursus te geven. De beide heren zijn o.a. bekend van de nieuwe determinatiewerken over watermijten, waarvan 2 van de 3 delen inmiddels zijn uitgegeven.

 

De cursusdata vallen op donderdag 13 en vrijdag 14 oktober 2011. Harry Smit behandelt op de eerste dag de watermijten van stilstaande wateren. Hierbij kun je denken aan Arrenurus, Neumania, Piona, Limnesia en Eylais. Reinhard Gerecke behandelt op de tweede cursusdag de watermijten van stromende wateren (inclusief temporaire biotopen en bronnen). Hierbij kun je denken aan Lebertia, Atractides, Hygrobates en Aturus. De te behandelen soorten staan nog niet helemaal vast.

 

Naast aandacht voor de soorten behorende tot bovengenoemde families, omvat de cursus introducties over o.a. taxonomie, systematiek, anatomie, morfologie en autecologie van watermijten. Tijdens de cursus wordt zoveel mogelijk tijd besteed aan het zelf determineren. Harry en Reinhard zullen ook zeldzaam materiaal laten zien. Daarnaast is er ruimte in het programma om eigen materiaal te laten checken. Het is dus aan te bevelen eigen materiaal mee te nemen.

 

Om zoveel mogelijk profijt van de cursus te hebben raden wij je aan om zowel een binoculair als een lichtmicroscoop mee te nemen.

 

De cursus vindt plaats in hotel en congrescentrum Hof van Wageningen, Lawickse Allee 9 te Wageningen.

 

De kosten van de cursus bedragen xe2x82xac 775,- (excl BTW) per persoon. Dit is inclusief 1 overnachting op een tweepersoonskamer, onbeperkt koffie en thee, ontbijt (1x), lunch (2x) en avondeten (1x).

 

Je kunt je voor de cursus opgeven door onderstaand formulier volledig in te vullen en via post of email te zenden naar onderstaand adres. Hier kun je ook terecht voor verdere informatie. Het maximaal aantal deelnemers voor deze cursus is 30 personen. Bij onvoldoende deelnemers zal de cursus niet doorgaan.

 

Ken je mensen in je omgeving die mogelijk gexc3xafnteresseerd zijn, maar nog niet bekend met de determinatiecursussen van het team zoetwaterecologie of de macrofaunanieuwsmail niet ontvangen, zou je deze informatie dan willen doorsturen? Alvast bedankt!

 

Nadere mededelingen over het programma, de locatie, routebeschrijving en huishoudelijke zaken worden vier weken voor aanvang van de cursus toegezonden.

 

Met vriendelijke groeten,

 

Ir. Dorine Dekkers

Alterra, Wageningen UR

Centrum Ecosystemen

Team Zoetwater Ecologie

Postbus 47

6700 AA Wageningen

Email: dorine.dekkers@wur.nl

Tel: 0317-485397 (ma, di, wo en do)


Opgaveformulier determinatiecursus Hydracarina

 

13 en 14 oktober 2011

 

Voornaam:                    xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

Achternaam:                 xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

Organisatie:                  xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..

 

Straat en huisnummer:  xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

Postcode:                     xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

Plaats:                         xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

Telefoon (werk):             xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

E-mail:                         xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

Vegetarixc3xabr                     ja/nee/anders, namelijkxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…

 

Voorkeur kamergenoot:  xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..

 Afmelding tot 8 weken voor aanvang van de cursus is gratis.

Bij afmelding tot 4 weken voor aanvang van de cursus wordt 10 % van het cursusgeld in rekening gebracht;             

bij afmelding tot 2 weken voor de cursus wordt 20 % van het cursusgeld in rekening gebracht;

bij afmelding tot een dag voor of op de eerste dag van de cursus wordt het volledige cursusgeld in rekening gebracht.

Alleen in overleg met de organisatie is het mogelijk om een vervangende persoon te benoemen.                                      

www.strackbook.nl

 Dear customer / Cher client / Beste klant,

 July and August are months in which I normally do not issue catalogues, but that does not imply that nothing happens in this bookshop! Recently I bought quite a few books, and have now passed the ''10.000 books in stock'' limit! We are even close to 11.000. And still there are many boxes full of books waiting to be described and ''databased''. There are still about 10 boxes of Botany books left from my 2005 Wheldon and Wesley acquisition, and about 20 filled with issues of the ''Proceedings of the Zoological Society, London'' and the ''Transactions of the Linnean Society of London''. These are the last of that great acquisition (2500 titles in my database of which a third is already sold). But new acquisitions will follow.

 ! I am giving 10% discount on all books in my stock (except for a very few that are in consignment and thus are not my own). Sets of journals exceeding 5 volumes will be sold with 15%-20% discount.

So if there is a book you wanted but thought just a little too expensive, well perhaps this discount will help. Anyway feel free to browse my catalogues on my website.

 This offer is valid for all titles ordered from my website (www.strackbooks.nl) during the months of July and August.

July and August will be used to prepare new specialized catalogues. Catalogues to be issued in September, October and November are: * Crustacea, * General Natural History, * Entomology, * Botany, * Geology, * Palaeontology, * Malacology (list of smaller publications).

 ! Due to technical problems I was not able to update all the catalogues on my website; so a few items may be sold, and a few of the cheaper items (under 20 euro) in the Palaeontology catalogues may have gone up in price.

There are books on all branches of natural sciences, but on other sciences (physics, archaeology, ethnography, medicine etc.) too. And there are books on voyages and travel.

Feel free to have a look at www.strackbook.nl

From a sunny Brittany I wish you all an enjoyable summertime,

 Hermann Strack

 Porzh Herve

22780 Loguivy Plougras

Brittany, France

tel.: +33-296385666

email: hermann.strack@orange.fr

 Einde macrofaunaniewsmail 99

14 July 2011
By on 13:56
Macrofaunanieuwsmail 98, 13 mei 2011

Macrofaunanieuwsmail 98, 13 mei 2011

Beste lezers,

 Het is mei en een hele mooie meimaand:

 Sierlijke witsnuitlibel voortplantend waargenomen in De Weerribben!

 11-5-2011 (15:00 uur). Tijdens een zoektocht van Theo Muusse en Gert Veurink in De Weerribben werden vandaag vier mannetjes en een eiafzettend vrouwtje van de Sierlijke witsnuitlibel Leucorrhinia caudalis waargenomen. Zoals bekend werd vorig jaar tijdens de Donkere waterjuffer excursie een vers uitgeslopen exemplaar ontdekt en werden later nog twee huidjes gevonden. Dit is een bevestiging van de aanwezigheid van een (kleine) populatie. Het is sinds de jaren 60 niet meer voorgekomen dat er meer dan xc3xa9xc3xa9n exemplaar tegelijk te zien was in Nederland. Het is dus dubbel mooi om deze soort weer op de Nederlandse lijst terug te hebben. www.brachytron.nl

 Dus als je wat ziet, hoort of leest, stuur je berichten naar macrofauna@rws.nl. Eerder verschenen nummers staan op http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/overlegkaders/macrofaunanieuwsmail/

 Myra Swarte

 In dit nummer:

 NORMNETTEN – Nieuwe macrofauna netten. 2 

CRICOTOPUS OBNIXUS GR. – problemen met determinatie. 3 

Animatiefilm over invasieve exoten. 3 

Concepttabel voor het determineren van Neumania. 4 

Nieuwe vondst voor Nederland: de watermijt Lebertia sparsicapillata (Lebertiidae: Acari). 5 

De Quaggamossel: Dreissena rostriformis bugensis (Andrusov, 1897), een recent gevonden invasieve zoetwatermossel in Vlaanderen. 7 

Cursus Bemonsteren aquatisch ecosysteem.. 14 

Aankondiging Hydracarina cursus, 13 en 14 oktober 2011. 15 

Opgaveformulier determinatiecursus Hydracarina. 16 

Enkele zoetwatermijten (Acari: Hydrachnidia), 17 

aangetroffen in het vijvertje van het Raadsherenpark. 17 

te Vosselaar, waaronder Limnesia curvipalpis Tuzovsky, 1997 als nieuwe soort voor de Belgische fauna  17

 Wie heeft een minor plek xe2x80x9cdetermineren van Macrofaunaxe2x80x9d. 25 

 

NORMNETTEN – Nieuwe macrofauna netten 

Continue reading

13 May 2011
By on 12:32
Macrofaunanieuwsmail 97, 23 maart 2011

Beste lezers,

 Lente 2011

 Zoals wel vaker in de winter maanden wilde het niet zo vlotten met de kopij.

Maar xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.het is weer voorjaar, nieuw leven,

nieuwe inspiratie en jawel nieuwe kopij.

 Een prachtig lang artikel met bijzondere soorten, een vacature en meerdere interessante bijeenkomsten.

Dus als je wat ziet, hoort of leest, stuur je berichten naar macrofauna@rws.nl

 Ook kan je nu via het weblog op  http://macrofauna.web-log.nl/ zoeken naar

eerder verschenen verhalen/artikelen en dan dat nummer downloaden

via http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/overlegkaders/macrofaunanieuwsmail/

 

Myra Swarte

 In dit nummer:

 Aanvullende literatuur uit Nordrhein-Westfalen. 2 

Vacature medewerker vegetatie. 3 

Bijzondere macrofaunasoorten aangetroffen in 2010 binnen het meetnet van Waterschap Regge en Dinkel 4 

Bestimmungskurs " Libellenlarven- und exuvien & Kxc3xa4ferlarven ". 12 

Aankondiging INSECTENexperience. 15 

Animatiefilm over invasieve exoten. 16

 

Aanvullende literatuur uit Nordrhein-Westfalen

 Op de site van het bureau voor Natuur en Milieu van de deelstaat Nordrhein-Westfalen (Duitsland) staan vele interessante publicaties, ook als pdf bestanden.

Er staat o.a. een macrozoxc3xb6-benthos determinatie handleiding. Hierin worden 180 taxa besproken uit de groepen Hirudinea, Mollusca, Crustacea, Plecoptera, Diptera en Ephemeroptera.

Ook staan er vele zeer duidelijke  fotoxe2x80x99s bij.

 

Taxonomie fxc3xbcr die Praxis: Bestimmungshilfen xe2x80x93 Makrozoobenthos (1)

Aus den langjxc3xa4hrigen Erfahrungen in der biologischen Gewxc3xa4sserxc3xbcberwachung des Landes Nordrhein-Westfalen entstand die vorliegende Arbeitshilfe mit Bestimmungshilfen fxc3xbcr Makrozoobenthos, die sich besonders an der Praxis orientiert. Gezielt fokussiert sie auf die Erfordernisse im wasserwirtschaftlichen Routinebetrieb zur Bewertung des xc3xb6kologischen Zustandes nach EG-Wasserrahmenrichtlinie, um einerseits die taxonomische Bearbeitung der Indikatorarten zu erleichtern und andererseits eine zweifelsfreie Diagnose und somit hohe Qualitxc3xa4t der Ergebnisse sicherzustellen.

Die Arbeitshilfe zeichnet sich vor allem durch die zahlreichen hochwertigen Originalaufnahmen der Organismen aus. Erstmalig werden in xc3x9cbersichts- und Detailfotos die bestimmungsrelevanten Merkmale vieler indikativer Arten fotografisch dokumentiert. Dies fxc3xbchrt zu einem erheblich verbesserten Wiedererkennungseffekt gegenxc3xbcber den abstrahierenden Zeichnungen oder verbalen Beschreibungen der xc3xbcblichen dichotomen Bestimmungsschlxc3xbcssel. Auxc3x9ferdem sind die wesentlichen diagnostischen Merkmale aus der wissenschaftlichen Fachliteratur zusammenfassend dargestellt, anwendergerecht aufbereitet und durch eigene Beobachtungen aus der praktischen Arbeit ergxc3xa4nzt worden. Dabei stehen im Vordergrund vor allem schwer zu erkennende Merkmale oder solche, die leicht zu Verwechslungen fxc3xbchren.

http://www.lanuv.nrw.de/veroeffentlichungen/arbeitsblatt/arbla14/arbla14start.htm

 Het boek is ook te koop bij: http://shop.lauterbornia.de/product_info.php?products_id=228&osCsid=47d59c9e9e59b1d9ba249ab8335c6bfb

 Verbreitungsatlas der Steinfliegen (Plecoptera) in Nordrhein Westfalen

Die Steinfliegen gehxc3xb6ren zu den sensibelsten und am stxc3xa4rksten gefxc3xa4hrdeten Wasserinsekten unserer Fliexc3x9fgewxc3xa4sser. Da sie sehr hohe Ansprxc3xbcche an ihren Lebensraum stellen, sind sie in der biologischen Fliexc3x9fgewxc3xa4sserxc3xbcberwachung besonders wichtige Indikatoren fxc3xbcr sehr sauberes, sauerstoffreiches und kxc3xbchles Wasser einerseits und intakte Gewxc3xa4sserstrukturen andererseits. Bei der Bewertung des xc3xb6kologischen Zustandes nach EG-Wasserrahmenrichtlinie werden die Steinfliegen als Bestandteil des Makrozoobenthos berxc3xbccksichtigt. Darxc3xbcber hinaus sind Dokumentationen zur Verbreitung der Arten ein wertvolles wasserwirtschaftliches Instrument, um Verxc3xa4nderungen der Fliexc3x9fgewxc3xa4sser beispielsweise durch Klimaerwxc3xa4rmung oder Rxc3xbcckbau langfristig nachvollziehen und Verbesserungsmaxc3x9fnahmen erfolgreich umzusetzen zu kxc3xb6nnen.
http://www.lanuv.nrw.de/veroeffentlichungen/fachberichte/fabe23/fabe23start.htm

 Ook voor plankton zijn er erg mooie boeken:
Benthische Algen ohne Diatomeen und Characeen – Bestimmungshilfe

http://www.lanuv.nrw.de/veroeffentlichungen/arbeitsblatt/arbla9/arbla9start.htm

 Benthische Algen ohne Diatomeen und Characeen – Feldfxc3xbchrer

http://www.lanuv.nrw.de/veroeffentlichungen/arbeitsblatt/arbla2/arbla2start.htm

  

Vacature medewerker vegetatie

 Grontmij zoekt voor het team ecologie een medewerker vegetatie (36-40 uur per week).

 Wat ga je doen?

 Je maakt deel uit van een landelijk opererend team ecologen op het gebied van aquatische ecologie. Je gaat aquatische en terrestrische planten inventariseren voor onder andere de Kaderrichtlijn water, Flora- en faunawet en stadswaterprojecten. Je bent betrokken bij alle projectfasen: van het (mee)schrijven van offertes tot uitvoering van het veldwerk en uiteindelijk tot rapportage en advies. Ben je gexc3xafnteresseerd in onderzoek, veldwerk en advisering? En deel je graag kennis met je collega's? Dan hebben wij voor jou de perfecte baan.

 Wie ben jij?

  • Je hebt minimaal een hbo-opleiding op het gebied van de biologie.
  • Je hebt een uitstekende kennis op het gebied van (water)planten inventarisaties.
  • Aantoonbare ervaring op dit gebied in een arbeidssituatie strekt tot de aanbeveling.
  • Je werkt graag buiten, bent praktisch ingesteld, flexibel en een teamspeler.
  • Je kunt zelfstandig werken, data analyseren en verwoorden. Je kunt resultaat gericht werken en denkt in praktische en haalbare oplossingen met oog voor kwaliteit.
  • Je bent in het bezit van een rijbewijs.
  • Kennis van een of meerdere andere soortgroepen of GIS is een pre.

 
Wat bieden wij?


We bieden een goed arbeidsvoorwaardenpakket en investeren in jouw persoonlijke groei en loopbaan. Werken bij Grontmij doe je in een open en informele bedrijfscultuur waar kennisdeling en- ontwikkeling hoog in het vaandel staan.

Gexc3xafnteresseerd?


Inhoudelijke informatie over deze functie kun je krijgen bij Michiel Wilhelm, teamleider Ecologie, telefoon 020 592 22 44, e-mail: michiel.wilhelm@grontmij.nl

 Informatie over de sollicitatieprocedure kun je krijgen bij Marieke Vixc3xabtor, recruiter,

telefoon 030 220 73 58, email: recruitment.nl@grontmij.nl

 

 

Bijzondere macrofaunasoorten aangetroffen in 2010 binnen het meetnet van Waterschap Regge en Dinkel

 Harry Boonstra1, Rink Wiggers1, Olaf Duijts1, Hub Cuppen2, Ton van Haaren3, David Tempelman3 en Gersjon Wolters1

 1 Koeman en Bijkerk

2 Adviesbureau Cuppen

3 Grontmij

 Maart 2011

 Tijdens de bemonsteringen die we in 2010 hebben uitgevoerd voor Waterschap Regge en Dinkel (WRD), zijn wederom vele zeldzame en/of bijzondere soorten aangetroffen. Naast de echte zeldzaamheden, worden vaak ook organismen die landelijk gezien zeldzaam zijn, maar regionaal (Twente) of lokaal (Springedal/Mosbeek) soms algemener zijn aangetroffen. Enkele voorbeelden hiervan zijn: Agabus guttatus, Amphinemura standfussi, Crunoecia irrorata, Ljania bipapillata, Sperchon turgidus en Procloen bifidum. In onderstaande lijst zijn deze xe2x80x98zeldzamexe2x80x99 soorten, die binnen het meetnet van WRD en in Twente vaker worden aangetroffen, op een aantal uitzonderingen na, buiten beschouwing gelaten. 

 Rhyacodrilus falciformis (1 ex, Boekelerbeek, 15-04-2010)

Deze worm wordt voornamelijk aangetroffen in bronnen, bovenlopen en andere grondwater gevoede systemen (Van Haaren & Soors,in prep.). De soort is al eerder gevonden in Twente, namelijk in de Tankenberg-West Bronbeek (De Lutte) in 1994 en nabij Nutter in 2001.   

 Stylodrilus brachystylus (1 ex, Boekelerbeek, 15-04-2010)

Evenals R. falciformis is ook deze worm een AED (grondwater gebonden) soort (Lafont & Vivier, 2006) die nog maar bekend is van drie andere vindplaatsen in Nederland. Twee bekende locaties liggen in de provincie Utrecht (Van Haaren en Soors, in prep.), een derde vondst werd zeer recent gedaan op 26 mei 2010 in zuidoost Brabant, in de Soeloop bij Liessel (det: Ton van Haaren, voor GWL (Aquon), in opdracht van Waterschap Aa en Maas).

 Bothrioneurum vejdovskyanum (1 ex, Drekkersstrang, 19-04-2010)

Tot nu toe is deze zeldzame worm binnen Nederland zowel in stromende als in stilstaande wateren op zandgronden gevonden. Habitus, habitat en verzamelperiode suggereren ook voor B. vejdovskyanum (Figuur 1) een binding met grondwater. Mogelijk is de soort algemener dan aangenomen, maar wordt de soort niet herkend, omdat er vrijwel alleen onvolwassen exemplaren worden gevonden (Van Haaren en Soors, in prep). De Drekkerstrang (langzaam stromende beek op zand met kwelinvloeden) past binnen het plaatje van de tot nu toe bekende vindplaatsen. 

 Figuur 1: Bothrioneurum vejdovskyanum, habitus (foto: Ton van Haaren). 

 Voor alle drie genoemde soorten oligochaeten (R. falciformis , S. brachystylus en B. vejdovskyanum) geldt dat deze grondwatergebonden soorten (AED-soorten) waarschijnlijk alleen in het voorjaar te vinden zijn in het oppervlaktewater, wanneer de temperatuur nog laag is en de grondwaterstand hoog.

 Specaria josinae (1 ex, Linderbeek, 05-05-2010)

Tegenwoordig een zeldzame worm die in het verleden xe2x80x9calgemenerxe2x80x9d zou blijken te zijn. De recente vindplaatsen zijn allen in beken en rivieren. Literatuuropgaven van deze soort in Europa laten een grote verscheidenheid aan habitats zien (beken, meren, rivieren; oligotroof-eutroof) (Van Haaren en Soors, in prep). S. josinae is reeds bekend uit het beheersgebied van WRD (Baasdammerbeek, 2000).  

 Forelia spatulifera (1 man, Bentelerbeek, 21-04-2010; 1 man, Elsenerbeek, 11-05-2010)

Deze zeldzame mijt is in 2010 op twee locaties aangetroffen binnen het meetnet. De soort is bekend van sloten, vaarten en beken en wordt voornamelijk in het oosten en midden van het land aangetroffen (Smit & van der Hammen, 2000). Ook in 2008 is deze soort aangetroffen in het WRD beheersgebied (Schipsloot, Almelo).

 Limnesia curvipalpis (1 man, Poel Hegeveldweg, Buurse, 26-05-2010)

Deze mijt is recentelijk toegevoegd als nieuwe soort voor Nederland en is tot op heden alleen nog maar bekend van de provincies Limburg, Noord Brabant en Friesland (van Haaren & Tempelman, 2009; Boonstra, 2011). Tot nu toe is de soort in vennen aangetroffen en eenmaal in een kanaal (van Haaren & Tempelman, 2009). De soort is nieuw voor het beheersgebied van WRD. De poel aan de Hegeveldweg past in huidige verspreidingsbeeld van mesotrofe plassen en vennen.

 Panisellus thienemanni (1 vrouw, Mosbeek, 27-09-2010)

Het betreft hier de eerste waarneming van deze mijt voor Nederland.  P. thienemanni (Figuur 2) wordt voornamelijk in helocrene bronnen aangetroffen (Gerecke, 2010). De larve parasiteert op springstaarten (Boehle, 1996). Een publicatie over deze vondst is in voorbereiding.

 Figuur 2: Vrouwelijk exemplaar van Panisellus thienemanni, gevangen in de Mosbeek (foto: Christophe Brochard).

Gyraulus parvus (9 ex, Drekkerstrang, 19-04-2010)

Deze onlangs nieuw gemelde soort voor Nederland (Jansen, 2008) is nu ook in het beheersgebied van WRD aangetroffen. Oorspronkelijk komt de soort uit Noord-Amerika en is inmiddels bekend van 10 landen in Europa (Website Fauna Europaea). In Duitsland is de soort verspreid door het hele land aangetroffen (Glxc3xb6er & Meier-Brook, 2003).

 Radix labiata (3 ex, Rietschot, 03-05-2010)

Omdat verwarring met Radix balthica vaak voor de hand ligt worden de slakken R. balthica en R. labiata vaak als xe2x80x9cgroepxe2x80x9d genoteerd. Drie karakteristieke schelpen van R. labiata zijn gevonden in het Rietschot. Dit is een ven gelegen in het Buurserzand, welke ten dele droogvalt in de zomerperiode. Zoals uit de literatuur bekend is, verdraagt R. labiata een vrij hoge zuurgraad. Daarnaast is R. labiata ook beter bestand tegen droogval dan de andere Radix soorten (Gittenberger et al., 1998). Binnen het WRD meetnet is R. labiata eerder gevonden in de Heutinkbeek (2005).  

 Baetis buceratus (1 larve, Boven Dinkel, 28-04-2010)

De larve van deze eendagsvlieg is eenmaal eerder gevonden in het beheersgebied van WRD (Ruenbergerbeek,1999) en staat op de Rode Lijst aangemerkt als gevoelige soort (Staatscourant, 2004). De larven worden aangetroffen in langzaam stromende beken en rivieren (Bauernfeind & Humpesch, 2001). Binnen Nederland wordt de soort voornamelijk in Limburg en de Achterhoek aangetroffen (Website Limnodata).

 Caenis macrura (4 larven, Boven Dinkel, 10-05-2010)

Een eendagsvlieg die kenmerkend is voor de grotere rivieren. De soort wordt weinig waargenomen in Nederland en is binnen het WRD meetnet alleen bekend van vindplaatsen in de Dinkel. Ook in 2009 zijn op dezelfde locatie een aantal nimfen gevangen.

 Nemoura dubitans (8 larven, Mosbron, 29-03-2010)

Recentelijk is deze steenvlieg gemeld voor de noordelijke Veluwe, Twente, Noord-Limburg, zuidelijk Brabant en natuurgebied xe2x80x9cde Helxe2x80x9d nabij Veenendaal (Koese, 2008; Boonstra, eigen waarneming). N. dubitans is ook in 2009 op deze locatie aangetroffen. Koese (2008) meldt dat de soort waarschijnlijk minder zeldzaam is dan het verspreidingsbeeld suggereert. De soort lijkt namelijk op N. cinerea en het typische biotoop (kwelbronnen, grazige greppels) van N. dubitans zal relatief weinig worden bemonsterd tijdens reguliere inventarisaties.   

 Hydropsyche saxonica (15 larven, Mosbeek, 29-09-2010)

Deze zeldzame kokerjuffer (Figuur 3 en 4) is tot op heden alleen bekend van Zuid Limburg en drie locaties buiten dit gebied, waaronder de Hazelbeek (Vasse). De nieuwe vindplek is een snelstromend deel van de Mosbeek (maximale stroming tot 83 cm/s ten tijde van de bemonstering) waar langs beide randen houtwallen zorgen voor flink veel schaduw. Dit beeld lijkt helemaal te kloppen met de reeds bekende Nederlandse vindplaatsen (Higler, 2008).       

 Figuur 3: Habitus Hydropsyche saxonica (foto: Olaf Duijts)

 Figuur 4: Detail kop Hydropsyche saxonica met de duidelijke doorlopende dwarsvouw (foto: Olaf Duijts).

 Limnephilus subcentralis (1 larve, Witteveenplas, 03-05-2010)

Het betreft hier de eerste recente waarneming van deze kokerjuffer binnen het meetnet van WRD. L. subcentralis wordt in Nederland over het algemeen in vennen en kwelplasjes aangetroffen en is reeds bekend van Twente (Higler, 2008).

 Aphelocheirus aestivalis (1 nymf, Boven Dinkel, 28-04-2010)

Binnen het WRD meetnet wordt deze wants alleen aangetroffen in het waterlichaam van de Dinkel. Het is een soort die zeer zuurstofrijk, stromend water nodig heeft. Doordat de dieren overwegend micropteer zijn, zal dispersie alleen op korte afstand plaats kunnen vinden (Aukema et al., 2002). De afgelopen jaren is de soort in Limburg op 3 nieuwe vindplaatsen gevonden. Als gevolg van de verbetering van de waterkwaliteit (van met name de Maas) wordt verwacht dat deze soort met een gestage opmars is begonnen (Van Mil, in prep).

 Dixa nebulosa (1 larve, Midden Regge, 19-05-2010)

In 2009 is deze meniscusmug door Hub Cuppen voor het eerst gemeld in Nederland (Cuppen, 2009a). De vondsten die zijn vermeld, betreffen beide stilstaande wateren. De Midden Regge is een langzaam stromende rivier. Disney (1999) geeft beken, rivieren, maar ook grote meren en visvijvers als vindlocaties. De larven houden zich vooral op in emerse en overhangende vegetatie (grassen, russen) in het water. In 2010 is deze meniscusmug ook in Plas Vechten bij Utrecht gevonden.  De soort is nieuw voor het beheersgebied van WRD.  

 Graceus ambiguus (14 larven, Meueboersven, 26-04-2010)

Deze vedermug is sinds 2009 te onderscheiden en lijkt kenmerkend voor mesotrofe, drasse laagten in blauwgrasland en natte heide en droogvallende vennen (Figuur 5; Cuppen et al., 2009b). Ook het Meueboersven is een ven dat zomers droogvalt. Plantensoorten als Parnassia (Parnassia palustris), Moerassmele (Deschampsia setacea) en Gevlekte orchis (Dactylorhiza maculata subsp. maculata) langs het ven indiceren dat dit ven periodiek wordt gevoed met zwak gebufferd ondiep grondwater. In 2009 is de soort wederom aangetroffen in beide vennen/drasse laagten (Punthuizerven & Brecklenkampseveldven) waar de larven in 2004 voor het eerst werden vastgesteld (Cuppen et al., 2009b).

 Figuur 5: Biotoop Graceus ambiguus (Brecklenkampseveldven; foto: Gersjon Wolters)

 Macropelopia notata (5 larven, Springendal Bron Noord, 29-03-2010; 2 larven, Mosbron, 29-03-2010)

In 2010 is deze vedermug op twee locaties aangetroffen binnen het meetnet van WRD. In Nederland wordt deze zeldzame mug voornamelijk aangetroffen in bronnen in het oosten van het land (Vallenduuk & Moller Pillot, 2007). Beide vindplaatsen zijn in overeenstemming met het beeld uit de literatuur. In de afgelopen jaren is deze soort reeds eerder gevonden in Achter het Voort (3 poppen, 20-04-2005), Springendal Bron Noord (6 poppen, 19-3-2008), Lage Kavikbeek (1 larve, 22-04-2009) en de Damhuisbeek (1 larve, 27-04-2009).

 Pseudochironomus prasinatus (2 larven, Rietschot, 03-05-2010; 5 larven, Meesterhuispoel Oost, Enter, 26-05-2010)

Deze vedermug is vrij algemeen op de zandgronden van Nederland (Moller Pillot, 2009), maar is binnen het meetnet van WRD opvallend weinig aangetroffen. In totaal zijn er in 2009 en in 2010 op slechts 4 locaties larven aangetroffen. Het betrof driemaal een ven en eenmaal een kleine poel. In Nederland worden de meeste waarnemingen van deze soort gedaan in vennen. Ook in poelen met een goede waterkwaliteit zijn larven aangetroffen (Moller Pillot, 2009). Net als de eerder genoemde D. nebulosa is de soort is ook bekend van plas Vechten (2007, waarnemingen Grontmij|team Ecologie).

 Stempellina bausei (15 locaties vanaf 2006, waarvan op 1 locatie 2 poppen, overige 14 locaties vondsten van larven, waaronder 57 larven, Strietbeek, 12-04-2010 (talrijkst) en 10 larven, Drekkersstrang, 19-04-2010).

Deze dansmug is uit Nederland bekend van een vrij beperkt aantal vindplaatsen. Dat komt deels, omdat tot nu toe vrijwel alleen poppen en exuviae werden gedetermineerd. Na de larven van Drekkersstrang goed bekeken te hebben, rees het vermoeden dat het om S. bausei zou kunnen gaan. Pankratova (1983) geeft een sleutel tot de larven. Na deze vertaald te hebben, bleek dat de vijf in de tabel genoemde soorten, waarvan er drie uit Nederland bekend zijn, alle vrij makkelijk gedetermineerd kunnen worden. Hieronder wordt een zo letterlijk mogelijke vertaling van de tabel gegeven:

 1 (8) Frontaal-skleriet (*) achteraan met doorns. Achterste clypeaalsetae gespleten.

2 (3) Frontaal-skleriet met 12 doorns. Theca achter clypeaalsetae niet verhoogd.                           S. johannsenii

3 (2) Frontaal-skleriet met 2 doorns. Theca achter clypeaalsetae verhoogd of niet verhoogd.

4 (5) Kopkapsel xc3xa9xc3xa9nkleurig, geel of grijsachtig                                                                         S. almi

5 (4) Onderkant van het kopkapsel tussen achterhoofdskleriet en submentum zwart of zwart-bruin. Frontaalskleriet gewoonlijk bruinachtig. 

6 (7) Theca (**) achter clypeaalsetae sterk verhoogd. Pre-anale borsteldrager aan de bovenkant van de binnenzijde met een korte gitzwarte doorn.                                                                                 S. subglabripennis

7 (6) Theca achter clypeaalsetae niet verhoogd (Figuur 6). Pre-anale borsteldrager aan de bovenkant van de binnenzijde zonder gitzwarte doorn.                                                                                  S. bausei

8 (1) Frontaal-skleriet achteraan zonder doorns. Achterste clypeaalsetae niet gespleten.             S. montivaga

 (*)   = frontaal-apotoom

(**) = koker. Kijk naar de basis van de clypeale setae. Die heeft bij subglabripennis een koker (theca), een van het kopkapsel omhoogrijzende koker om de steel van de clypeale seta (Uit: Pankratova, pag. 202: fig. 108-3 tse xd0xa6). S. bausei heeft daar alleen een laag ringetje zoals een normale seta (Figuur 6).

 Beschrijving van de larven van Drekkersstrang (Figuren 7, 8 en 9): frontaalapotoom, de gula en de achterkant van de kop opvallend donker. Achteraan de kop twee grote stekels. Het kopkapsel achteraan in het midden sterk verhoogd, wat goed in Figuur 8 te zien is. Kop vrijwel helemaal glad, achteraan hier en daar wat rimpelig en alleen vooraan en op de clypeus een beetje gepapilleerd. Clypeaal-setae zijn gespleten. Halverwege de kop zit een haar op een forse tuberkel. Op het tweede antennelid een steel met een groot Lauterborns orgaan. Lengte van de leedjes: 1e lid 72,5 xc2xb5m, 2e lid 12,5 xc2xb5m, 3e lid 20 xc2xb5m, 4e lid 10 xc2xb5m, 5e lid 5 xc2xb5m (n = 1), De pre-anale borsteldrager zonder donkere doorn aan de binnenkant.

 Figuur 6: Stempellina bausei : achterste clypeaal-setae (uit: Pankratova, pag. 22 fig. 2).

Figuur 7: Stempellina bausei : achterste clypeaal-setae (larve uit Drekkersstrang; foto: David Tempelman).

 Figuur 8 Stempellina bausei (prepupa) in kokertje, Drekkersstrang. Rechts van vooraf gezien, waardoor de verhoging van het achterste deel van het frontaal-apotoom goed zichtbaar is (fotoxe2x80x99s: David Tempelman).

Figuur 9 Stempellina bausei (prepupa) in kokertje, Drekkersstrang. Kop van opzij. Links scherpgesteld op de voorkant, rechts op de achterkant van de kop (fotoxe2x80x99s: David Tempelman).

 De andere bekende soorten uit Nederland zijn S. alni en S. subglabripennis. Een uitgebreider verhaal over Stempellina is in voorbereiding en zal gepubliceerd worden, zodra meer bekend is over deze leuke dansmug-larven met kokerjuffer-ambities. Waarnemingen, materiaal en/of fotoxe2x80x99s zijn van harte welkom (David.Tempelman@grontmij.nl).

 Samenvattend kan gezegd worden dat 2010 weer een hoop bijzondere, zeldzame en vooral leuke waarnemingen heeft opgeleverd voor het beheersgebied van WRD.

 Dankwoord                            

Bert Knol en Marion Geerink worden bedankt voor de prettige samenwerking binnen het project. Saskia de Vries, Ewoud van der Ploeg en Judith Brouwer worden enorm bedankt voor het meehelpen uitzoeken van de vele organismen. Met dank ook aan Henk Moller voor zijn hulp bij het corrigeren van de vertaling van de tabel van Pankratova. Tenslotte wordt Jako van der Wal bedankt voor het vrijgeven van de waarneming van Stylodrilus.

 Literatuur

Aukema, B., J.G.M. Cuppen, N. Nieser & D. Tempelman (2002). Verspreidingsatlas Nederlandse wantsen (Hemiptera: Heteroptera). Deel I: Dipsocoromorpha, Nepomorpha, Gerromorpha & Leptopodomorpha. European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.

Bauernfeind, E. & U.H. Humpesch (2001). Die Eintagsfliegen Zentraleuropas (Insecta: Ephemeroptera): Bestimmung und xc3x96kologie. Verlag des Naturhistorischen Museums Wien, Wien.

Boehle, W.R. (1996). Contribution to the morphology and biology of larval Panisellus thienemanni (Viets, 1920) (Acari:Parasitengonae:Hydrachnidia). Acarologia 37: 121xe2x80x93125.

Boonstra, H. (2011). Rhadicoleptus alpestris (Kolenati, 1848) nieuw voor Noord-Nederland en andere leuke vondsten voor de provincie Friesland. Macrofauna nieuwsmail 96.

Cuppen, H. (2009a). Meldingen van Diptera larven die nieuw zijn voor Nederland of weinig waargenomen. Macrofauna nieuwsmail 87.

Cuppen, H., A. Klink & H. Moller Pillot (2009b). The larvae of Graceus ambiguus and Sergentia near prima and their identification. Lauterbornia 67: 29-37.

Disney, R.H.L. (1999). British Dixidae (meniscus midges) and Thaumaleidae (trickle midges): keys with ecological notes. Scientific Publications of the Freshwater Biological Association 56.

Gerecke, R. (Ed.) (2010). Chelicerata: Acari II. Sxc3xbcxc3x9fwasserfauna von Mitteleuropa 7/2(2). Spektrum Akademischer Verlag, Heidelberg.

Gittenberger, E., A.W. Jansen, W.J. Kuijper, J.G.J. Kuiper, T. Meijer, G. van der Velde & J.N. de Vries (1998). De Nederlandse zoetwatermollusken. Recente en fossiele weekdieren uit zoet en brak water, Nederlandse Fauna. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden.

Glxc3xb6er, P. & C. Meier-Brook (2003). Sxc3xbcxc3x9fwassermollusken. Ein Bestimmungsschlxc3xbcssel fxc3xbcr die Bundesrepublik Deutschland. Deutscher Jugendbund fxc3xbcr Naturbeobachtung, Hamburg.

Haaren, T. van & D. Tempelman (2009). The Dutch species of Limnesia, with ecological and biological notes (Hydrachnellae: Limnesiidae). Nederlandse Faunistische Mededelingen 30: 53-74.

Haaren, T. van & J. Soors (in prep.). Aquatic oligochaetes of The Netherlands and Belgium and notes on the occurrence in Germany including annotated and illustrated keys to species (Annelida, Clitellata). Concepttabel (Versie 31 January 2011).

Higler, L.W.G. (2008). Verspreidingsatlas Nederlandse kokerjuffers (Trichoptera). Uitgave EIS-Nederland, Leiden.

Jansen, E.A. (2008). Gyraulus parvus (Say, 1817), een nieuwe soort voor de Nederlandse fauna. Spirula, 366: 7-8.

Koese, B. (2008). De Nederlandse steenvliegen (Plecoptera). Entomologische tabellen 1. Nederlandse Entomologische Vereniging, Museum Naturalis en EIS-Nederland, Leiden.

Lafont, M. & A. Vivier (2006). Oligochaete assemblages in the hyporheic zone and coarse surface sediments: their importance for understanding of ecological functioning of watercourses. Hydrobiologia 564:171xe2x80x93181.

Mil, J. van (in prep.). De leefwijze en de verspreiding van de Rivierbodemwants (Aphelocheirus aestivalis) in Limburg. Natuurhistorisch maandblad Limburg.

Moller Pillot, H.K.M. (2009). Chironomidae larvae of the Netherlands and adjacent lowlands. Biology and ecology of the Chironomini. KNNV Publishing, Zeist.

Rozkoxc5xa1nxc3xbd, R. & F.W. Kniepert (2000). Insecta: Diptera: Stratiomyidae, Tabanidae. Sxc3xbcxc3x9fwasserfauna von Mitteleuropa 21/18,19. Spektrum Akademischer Verlag, Heidelberg.

Smit, H. & H. van der Hammen (2000). Atlas van de Nederlandse watermijten (Acari: Hydrachnidia). Nederlandse Faunistische Mededelingen 13: 1-273.

Vallenduuk, H.J. & H.K.M. Moller Pillot (2007). Chironomidae larvae of the Netherlands and adjacent lowlands. General ecology and Tanypodinae. KNNV Publishing. Zeist.

Zeegers, T. & T. van Haaren (2000). Dazen en dazenlarven. Inleiding tot en tabellen voor de Tabanidae (Diptera) van Nederland en Belgixc3xab. Wetenschappelijke Mededelingen van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging 225.

xd0x9fxd0xb0xd0xbdxd0xbaxd1x80xd0xb0xd1x82xd0xbexd0xb2xd0xb0, xd0x92.xd0xaf. (1983). xd0x9bxd0xb8xd1x87xd0xb8xd0xbdxd0xbaxd0xb8 xd0xb8 xd0xbaxd1x83xd0xbaxd0xbexd0xbbxd0xbaxd0xb8 xd0xbaxd0xbexd0xbcxd0xb0xd1x80xd0xbexd0xb2 xd0xbfxd0xbexd0xb4xd1x81xd0xb5xd0xbcxd0xb5xd0xb9xd1x81xd1x82xd0xb2xd0xb0 Chironomidae xd1x84xd0xb0xd1x83xd0xbdxd1x8b xd0xa1xd0xa1xd0xa1xd0xa0 (Diptera, Chironomidae = Tendipedidae). xd0x90xd0xbaxd0xb0xd0xb4xd0xb5xd0xbcxd0xb8xd1x8f xd0xbdxd0xb0xd1x83xd0xba xd0xa1xd0xa1xd0xa1xd0xa0. Leningrad.

 Voor vragen en opmerkingen graag contact opnemen met:

 Harry Boonstra

 

T

050 820 0014

E

h.boonstra@koemanenbijkerk.nl

E

info@koemanenbijkerk.nl 

W

www.koemanenbijkerk.nl

P

Postbus 111, 9750 AC Haren

 Bestimmungskurs " Libellenlarven- und exuvien & Kxc3xa4ferlarven "

 Das Gustav Stresemann Institut (GSI) veranstaltet in Kooperation mit der

Deutschen Gesellschaft fxc3xbcr Limnologie (DGL), Arbeitskreis Taxonomie,

 vom 07. bis 10. November 2011 den

 42. DGL-Bestimmungskurs

                         Teil 1:      Libellenlarven- und exuvien

                        Teil 2:      Ausgewxc3xa4hlte Kxc3xa4ferlarven (Elmidae und Scirtidae) sowie

                                        Imagines ausgewxc3xa4hlter Dytiscidae der Fliexc3x9fgewxc3xa4sser 

                                     Dozenten:     Dr. Mathias Lohr, Hxc3xb6xter

                                        Prof. Dr. Andreas Martens, Karsruhe

                                        Dipl. Biol. Monika Hess, Mxc3xbcnchen

                                        Dipl. Biol. Frank Eiseler, Roetgen

                 Kursleitung:     Brigitta Eiseler, Roetgen   

                                        Kai Mxc3xb6ller, Bad Bevensen (GSI)

 Programm

Libellen und Kxc3xa4fer sind Indikatoren unterschiedlichster Gewxc3xa4ssertypen, ihre Erfassung gehxc3xb6rt zum Standard der Gewxc3xa4sserbewertung und Gewxc3xa4sserxc3xbcberwachung. Der Kurs vermittelt den Zugang zu den in Deutschland vorkommenden bestimmbaren Larven der Libellen, den Larven der Elmidae und Scirtidae sowie den Imagines ausgewxc3xa4hlter Gattungen und Arten der Fliexc3x9fgewxc3xa4sser-Dytiscidae.

 Nach einer allgemeinen Charakterisierung der beiden Gruppen werden die fxc3xbcr die Bestimmung relevanten Merkmale erlxc3xa4utert und die einzelnen Familien vorgestellt, gefolgt von der Bestimmung auf Gattungs- und Artebene. Mit Material der Dozenten xc3xbcben die Teilnehmer anschliexc3x9fend selbstxc3xa4ndig das Bestimmen. Die Bestimmungsgxc3xa4nge werden mit Hilfe von Videoprojektion oder PowerPoint-Prxc3xa4sentationen mit Detailfotos veranschaulicht. Die Methoden der Materialgewinnung und Prxc3xa4paration werden besprochen und demonstriert. Ein Abend ist fxc3xbcr die Arbeit mit eigenem Material der Teilnehmer vorgesehen. Die aktuelle Literatur zu Taxonomie und Biologie der Libellen und Kxc3xa4fer sowie ergxc3xa4nzende Bearbeitungen werden vorgestellt und bewertet. Das genaue Programm wird mit der Zulassung versandt.

 Der Kurs beginnt Montag, den 07.11.2011, um 14.00 Uhr  (1. Mahlzeit ist der Nachmittagskaffee) und endet am Donnerstag, den 10.11.2011, um 12.00 Uhr (letzte Mahlzeit ist das Mittagessen).

 Bad Bevensen liegt an der Bahnstrecke Hannover-Hamburg. Weitere Einzelheiten zur Anfahrt und zur benxc3xb6tigten Ausrxc3xbcstung erhalten die Teilnehmer mit der Zulassung.

 Die Kosten fxc3xbcr den Kurs betragen 450,00 xe2x82xac. DGL-Mitglieder, VBTA-Mitglieder und Studierende zahlen ermxc3xa4xc3x9figt 420,00 xe2x82xac. Die Leistungen umfassen 3 volle Tage Unterkunft in Zweibettzimmern mit 4 Mahlzeiten/Tag, Pausengetrxc3xa4nke sowie Betreuung, Kursgebxc3xbchr und Kursunterlagen. Fxc3xbcr Einzelzimmer wird ein Zuschlag i.H.v. 10,00 xe2x82xac/Nacht erhoben. Die Zahl der Einzelzimmer ist begrenzt; ggf. erfolgt eine Unterbringung in einem nahe gelegenen Hotel.

 Begleitpersonen (z.B. Ehepartner), die nicht am Kurs teilnehmen, sind willkommen und zahlen 175,00 xe2x82xac fxc3xbcr Verpflegung und Unterkunft im Doppelzimmer mit dem Teilnehmenden; auf der Anmeldung bitte ggf. vermerken.

 Fxc3xbcr die Bearbeitung ist ein Stereomikroskop bis etwa 45x mit Beleuchtung und wenn mxc3xb6glich Messokular erforderlich. Zum Ausleihen steht  eine begrenzte Anzahl von Stereomikroskopen (ohne Messokulare) zur Verfxc3xbcgung. Bitte geben Sie bei der Anmeldung an, ob Sie ggf. ein Gerxc3xa4t ausleihen wollen, und ob Sie, wenn dies nicht mxc3xb6glich ist, dann Ihre Anmeldung zurxc3xbcckziehen oder ob Sie die benxc3xb6tigten Gerxc3xa4te und deren Transport nach Bad Bevensen selbst organisieren.

Bei der Zuteilung der Gerxc3xa4te wird versucht, auf Teilnehmer mit weiter Anreise mit xc3xb6ffentlichen Verkehrsmitteln Rxc3xbccksicht zu nehmen, im xc3x9cbrigen entscheidet die Reihenfolge der Anmeldungen. Die Leihgebxc3xbchr fxc3xbcr die optische Ausrxc3xbcstung betrxc3xa4gt 30,00 xe2x82xac.

Die Kurse sind von einigen Verwaltungen als Fortbildung fxc3xbcr ihre Bediensteten anerkannt; bitte fragen Sie ggf. in Ihrer Verwaltung nach. Fxc3xbcr die Teilnahme wird eine Bestxc3xa4tigung ausgegeben.

Anmeldung verbindlich und bitte nur schriftlich mit Brief (kein Fax wegen schlechter Lesbarkeit) mit beigelegtem Formblatt an das Gustav Stresemann Institut e.V., Klosterweg 4, D-29549 Bad Bevensen.

 Bitte nennen Sie bei der Anmeldung Ihre DGL-/VBTA-Mitgliedschaft sowie neben Ihrer Anschrift Ihre Telefon- und ggf. Faxnummer (wo abends und am Wochenende erreichbar), ebenso Ihre eMail-Adresse. Wer mit dem Auto anreist, wird gebeten, dies mitzuteilen wegen mxc3xb6glicher gemeinsamer Anreise; es wird angeregt, Fahrgemeinschaften zu bilden. Wer gemeinsam anreist, sollte sich auch gemeinsam anmelden um die gemeinsame Zulassung sicherzustellen. Zur Sicherung Ihrer Teilnahme und zur Erleichterung der Organisation des Kurses wird mxc3xb6glichst frxc3xbchzeitige Anmeldung empfohlen.

 Sie erhalten von uns zunxc3xa4chst eine Bestxc3xa4tigung Ihrer Anmeldung, spxc3xa4ter dann gemeinsam mit weiteren Informationen und einer vorlxc3xa4ufigen Liste der Teilnehmenden eine Rechnung, die bis zum darin angegebenen Termin zur Zahlung fxc3xa4llig ist; endgxc3xbcltige Zulassung mit dem Zahlungseingang.

 Bei Rxc3xbccktritt bis zu einem Monat vor Seminarbeginn erhalten Sie den gezahlten Betrag abzxc3xbcglich einer Bearbeitungsgebxc3xbchr von 20,00 xe2x82xac zurxc3xbcck; bei spxc3xa4terer Absage wird eine Ausfallgebxc3xbchr von aufgerundet 20 % der Seminargebxc3xbchr einbehalten; bei Absage innerhalb von acht Tagen vor Seminarbeginn mxc3xbcssen wir 75 % des Akademiebeitrages einbehalten, es sei denn, Sie benennen eine Ersatzperson oder eine Person auf der Warteliste des Kurses kann Ihren Platz xc3xbcbernehmen. Erscheinen Sie nicht, entfxc3xa4llt jegliche Erstattung.

 Rxc3xbcckfragen zu Anmeldung, Organisation und Unterkunft bitte an

 Kai Mxc3xb6ller,

Gustav Stresemann Institut, Klosterweg 4, D-29549 Bad Bevensen

Tel. 05821- 955-115, kai.moeller@gsi-bevensen.de 

 Fachliche Auskxc3xbcnfte erteilen:

 Libellen:      Dr. Mathias Lohr, Fachgebiete Landschaftsoekologie und Tieroekologie,

                      Hochschule Ostwestfalen-Lippe, An der Wilhelmshoehe 44, D-37671 Hoexter

                      Tel. 05271-687-273,  mathias.lohr@hs-owl.de

 Kxc3xa4fer:           Dipl.-Biol. Monika Hess,

                      Korneliusstrasse 30, 80469 Mxc3xbcnchen

                      Tel. 089-439 87 440, hess@buero-h2.de

 Brigitta Eiseler,

Heidkopf 16, 52159 Roetgen, Tel. 02471-4189, b.eiseler@gmx.de

 Wir wxc3xbcrden uns freuen, Sie im GSI Bad Bevensen begrxc3xbcxc3x9fen zu dxc3xbcrfen!

  Mit freundlichen Grxc3xbcxc3x9fen

 

Bad Bevensen, Februar 2011

Bodo Frxc3xb6hlich (Institutsleiter)

Anmeldung

 Hiermit melde ich mich unter Anerkennung der Bedingungen der Ausschreibung verbindlich an fxc3xbcr den 42. DGL-Bestimmungskurs "Libellenlarven und ausgewxc3xa4hlte Kxc3xa4ferlarven (Elmidae und Scirtidae) sowie      Imagines ausgewxc3xa4hlter Dytiscidae der Fliexc3x9fgewxc3xa4sser"

vom 07.11. bis 10.11.2011 im Gustav Stresemann Institut in Bad Bevensen-Medingen.

 Bitte vollstxc3xa4ndig und leserlich ausfxc3xbcllen (Zutreffendes ankreuzen)  

Name, Vorname, akad. Grad:

   Anschrift:

 Tel. tagsxc3xbcber:                                     Fax:                                        Tel. abends:             

  eMail:             

 DGL-Mitglied:    nein     ja                VBTA-Mitglied:    nein     ja  .

  benxc3xb6tige ein Binokular:    nein     ja  .

 wenn das Gerxc3xa4t nicht zur Verfxc3xbcgung steht,         ziehe ich meine Anmeldung zurxc3xbcck         organisiere ich die Gerxc3xa4te und deren Transport selbst             

 

Doppelzimmer (ggf. mit wem; ggf. Begleitperson             nein     ja        (mit:                                         )

 

 Einzelzimmer    nein     ja                                   Anfahrt mit dem Zug:                     mit dem Auto:        .Dixc3xa4ten / Unvertrxc3xa4glichkeiten (Sonderwxc3xbcnsche kxc3xb6nnen mit Mehrkosten verbunden sein): 

 

 Ich bin (Angabe freigestellt): 

      Student                 Univ.-Biologe          Behxc3xb6rden-Biologe   

      freiberuflich           BTA                        andere Txc3xa4tigkeit           

  Ort, Datum, Unterschrift:

 Beste natuurliefhebbers,

Ik wil graag jullie aandacht vestigen op de onderstaande aankondiging van en uitnodiging voor de INSECTENexperience die van 25 tot en met 28 mei 2011 plaats gaat vinden in Wageningen en Ede (www.insectenexperience.nl). Het is mij inschatting dat meerdere activiteiten van de INSECTENexperience voor jullie en jullie eventuele medewerkers/achterban interessant zullen zijn. We zouden het op prijs stellen als jullie deze aankondiging verder willen verspreiden in jullie netwerk.

Met vriendelijke groet,

 Arnold van Vliet 

 Dr. Arnold van Vliet

Environmental Systems Analysis Group

Wageningen University

PO Box 47

6700 AA Wageningen

The Netherlands

Phone: +31 317 485091/484812

Mobile: +31 6 28954021

Email: arnold.vanvliet@wur.nl / insectenexperience@wur.nl

Websites:

www.natuurkalender.nl

www.natuurbericht.nl

www.esa.wur.nl

www.insectenexperience.nl

 

 

Aankondiging INSECTENexperience

 

xe2x80x98Leef met lastige en leuke insecten!?xe2x80x99 vormt het centrale thema van de INSECTENexperience (www.insectenexperience.nl) die van 25 mei tot en met 28 mei 2011 plaatsvindt. De Campus van Wageningen UR (University & Research centre) en het Infotainment Center CineMec te Ede zijn dan het toneel van talrijke activiteiten over insecten, bedoeld voor het algemene publiek, overheden, bedrijfsleven, natuurliefhebbers, groenbeheerders, docenten, wetenschappers en media.

 De INSECTENexperience laat het publiek, op een fascinerende, inspirerende, veelzijdige en wonderlijke manier kennismaken met de wereld van insecten. Op insectenexperience.nl is vanaf vandaag de inschrijving geopend voor de uiteenlopende activiteiten, waaronder een safari naar het muggenlab, de kinderuniversiteit, een docententraining, een symposium en een clinic vlindervriendelijk tuinieren.

 20.000 soorten

Met welke insecten leeft u samen? Met meer dan u waarschijnlijk denkt. Alleen in Nederland komen al meer dan 20.000 verschillende soorten voor, waarvan vele met ontelbare individuen. Zonder de naar schatting tien miljoen insectensoorten wereldwijd zouden mensen niet kunnen leven op aarde. Insecten spelen een cruciale rol in onze voedselvoorziening en het crexc3xabren van onze leefomgeving. Daarentegen hebben we ook last van insecten doordat ze ziektes overbrengen, onze gewassen opeten en omdat veel mensen ze eng vinden. Kortom insecten zijn zowel lastig als leuk. De meeste mensen weten maar weinig van insecten en zijn daarom slecht in staat overlast te voorkomen of er juist meer plezier aan te beleven. Daarom bundelt een groot aantal organisaties vanuit wetenschap, bedrijfsleven, cultuur en horeca de krachten om kennis over insecten te vergroten.

 Programma

-       Woensdag 25 mei Opening van de INSECTENexperience in het Expotheater van CineMec. Avondvullend programma met film, presentaties en theater.

-       Donderdag 26 en vrijdag 27 mei Eerste insectenfilmfestival van Nederland en insectensafarixe2x80x99s.

-       Donderdag 26 mei Symposium xe2x80x98Lastige en leuke insecten in het openbaar groenxe2x80x99 over het verminderen van lastige insecten en het vergroten van het aantal nuttige insecten in het openbaar groen

-       Vrijdag 27 mei Training voor docenten in het (groen) onderwijs met onderwijsmodules over teken, eikenprocessierupsen, koolwitjes in de klas en het eten van insecten.

-       Zaterdag 28 mei Festival op de Campus van Wageningen UR. Deskundigen vertellen over het herkennen van vlinders en het houden van bijen. De Vliegkunstenaars geven een clinic hoe je de vliegende natuur met een high-speed camera in extreme slow motion kunt filmen. In insectensafarixe2x80x99s gaan we op zoek naar insecten in de bodem, onder water, in de lucht of op het land en zelfs in bomen. Enkele safarixe2x80x99s doorkruisen het Laboratorium voor Entomologie met het muggenlab en de kweek van eetbare insecten. Rijn IJssel Vakschool Wageningen en topkok Arjen Zeevenhooven laten het publiek kennismaken met de verrassende culinaire kant van insecten. Kinderen krijgen op de kinderuniversiteit college en er zijn theatervoorstellingen. Alle activiteiten zijn onderling verbonden door de Insectenboulevard met alles over o.a. teken en de ziekte van Lyme. Last van insecten in huis? Neem ze mee. Entomologen vertellen wat het is en wat er aan te doen.

 Zie voor meer informatie en het programma www.insectenexperience.nl. De komende maanden worden meer activiteiten toegevoegd en getwitterd via http://twitter.com/insectenexp of geplaatst op http://insectenexperience.hyves.nl/ . Voor diverse activiteiten is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar. Via de site kan men zich aanmelden.

 Bij de INSECTENexperience zijn de volgende organisaties betrokken: Wageningen University & Research centre, CineMec Ede, Stichting voor Duurzame Ontwikkeling, BVManagement, De Vlinderstichting, EIS-Nederland, KNNV Vereniging voor Veldbiologie, Nederlandse Bijenhouders Vereniging, Biocontrole, Nederlands Instituut voor Ecologie, Kenniscentrum Dierplagen, GLOBE Nederland, Rijn IJssel Vakschool Wageningen, Bugsinthepicture.com. De INSECTENexperience wordt mede mogelijk gemaakt door de Uyttenboogaart-Eliasen Stichting.

 

Animatiefilm over invasieve exoten

 Beste lezers,                                                                          

Graag nodig ik jullie uit voor de premixc3xa8re van de korte animatiefilm over invasieve exoten die is gemaakt in opdracht van het platform Stop invasieve exoten. De premixc3xa8re (die is gecombineerd met een lezing over het onderwerp) vindt plaats op donderdagavond 24 maart in Lelystad. Voor meer informatie en aanmelding zie:

 http://www.nieuwslog.nl/2011/03/15/animatiefilm-over-invasieve-exoten-op-24-maart-in-premiere/

Met vriendelijke groet,
Wilfred Reinhold

 

Einde macrofaunanieuwsmail 97

30 March 2011
By on 06:24
Macrofaunanieuwsmail 96, 14 januari 2011

Beste lezers,

 Januari 2011

 Voor een ieder veel geluk en gezondheid in dit nieuwe jaar.

 De laatste weken heb ik veel kopij ontvangen, waardoor ik nu alweer een volle nieuwsmail kan laten verschijnen.

Komende week is er een thema dag bij EIS, met ook voor de aquatische macrofaunaspecialisten een heel leuk programma.

 De schaatsen liggen weer voor even in het vet en de regen tikt tegen de ramen. Alle tijd om nu te lezen en te schrijven.

 Dus als je wat ziet, hoort of leest, stuur je berichten naar macrofauna@rws.nl 

Ook kan je nu via het weblog op  http://macrofauna.web-log.nl/ zoeken naar

eerder verschenen verhalen/artikelen en dan dat nummer downloaden

via http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/overlegkaders/macrofaunanieuwsmail/

 Myra Swarte

  

In dit nummer:

EIS-dag 22 januari 2011 – Verborgen biodiversiteit 2

Rhadicoleptus alpestris (Kolenati, 1848) nieuw voor Noord-Nederland.. 2

en andere leuke vondsten voor de provincie Friesland.. 2

Chironomus longipes. 5

Een vangst van de Zeebrems Paragnathia formica bij Rotterdam… 5

Zeldzame soorten  in het gebied van het Waterschap de Dommel in 2010. 9

Wat opmerkingen m.b.t. determinatie van Scirtidae larvae. 14

Stel je voor. 16

Stel je voor. 17

Het boek De Nederlandse Biodiversiteit 17

EIS-dag 22 januari 2011 – Verborgen biodiversiteit

Bram Koese

EIS-leden en andere gexc3xafnteresseerden zijn van harte welkom om op zaterdag 22 januari 2011 vanaf 13.00 deel te nemen aan de EIS-dag met het thema: 'Verborgen Biodiversiteit'.

Dit jaar zullen organismen de revue passeren die zelfs voor EIS-begrippen onbekend en onbemind te noemen zijn. Op het programma staan onder andere: steekmuggen, bladluizen, sluipwespen en de opmerkelijke ontdekkingen naar aanleiding van het nieuwe biodiversiteitsboek. Daarnaast is er ook aandacht voor soorten die bovengemiddeld versmaad of gemeden worden zoals vlo- en rivierkreeften.

Programma

 13.00

Inleiding en overzicht projecten Stichting EIS – Roy Kleukers

 13.20

Recente inzichten in de soortenrijkdom van onze insecten en spinachtigen – Peter Koomen

 13.40

Mystery Insecten Competitie – Theodoor Heijerman

 14.10

De Nationale Steekmuggensurvey – Ernst-Jan Scholte

 

 

 14.30  

Thee- en koffiepauze

 

 

 15.00

De Nederlandse vlokreeften – Dirk Platvoet

 15.20

Rupsen, sluipwespen en bladluizen: verschuivende interacties onder invloed van klimaatverandering – Jacques van Alphen

 15.40

Resultaten verspreidingsonderzoek uitheemse rivierkreeften 2010 –
Bram Koese

 16.00

Uitslag Mystery Insecten Competitie – Theodoor Heijerman

 

 

 16.15

Borrel

De EIS-dag zal gehouden worden in het auditorium van museum Naturalis te Leiden. Museum Naturalis ligt achter het centraal station van Leiden, vlakbij het Leids Universitair Medisch Centrum. Een routebeschrijving vindt u op www.naturalis.nl.  

 

 Rhadicoleptus alpestris (Kolenati, 1848) nieuw voor Noord-Nederland

         en andere leuke vondsten voor de provincie Friesland

 

Harry Boonstra

 Tijdens een bemonstering in xe2x80x99t Oude Bosch ten westen van Bakkeveen die ik uitvoer als vrijwilliger voor Staatsbosbeheer heb ik op 4 april 2010 een larve gevangen van de kokerjuffer Rhadicoleptus alpestris.

 Tot nu toe was deze soort bekend van xc3xa9xc3xa9n vondst van een larve (Engbertsdijkvenen, 2000) en van een handvol vangsten van adulten in het oosten van het land. Er zijn na 1980 drie vindplaatsen van adulten gemeld (Wiggers et al., 2006, Higler, 2008). De recente vondst van R. alpestris is binnen Nederland bijzonder te noemen, omdat deze ver buiten het tot nu toe bekende verspreidingsareaal ligt. Europees gezien valt de zeldzaamheid erg mee en de soort wordt dan ook voor bijna alle landen in Europa gemeld (Website Fauna Europaea). Wallace et al. (2003) noemen de soort acidofiel en levend in kleine, tijdelijke, ondiepe veenpoeltjes. Het habitat waar de larve is aangetroffen (Figuur 1) is in overeenstemming met deze beschrijving. De vegetatie in de poeltjes bestond op het moment van bemonstering voornamelijk uit afgestorven stengels van Molinia caerulea (pijpenstrootje). Naast het exemplaar van R. alpestris zijn ook de waterkevers Agabus congener, Ilybius guttiger en Hydroporus neglectus vermeldenswaardig voor deze locatie. Dit zijn alle drie soorten die karakteristiek zijn voor (zwak) zure temporaire wateren.

 Figuur 1: Vindplaats Rhadicoleptus alpestris in xe2x80x99t Oude Bosch ten westen van Bakkeveen. Op de voorgrond de poeltjes waar de larve is verzameld. Op de achtergrond is het eigenlijke ven te zien (Foto: Ilse van de Kraats).

 De determinatie van R. alpestris is betrekkelijk eenvoudig daar het een uniek kenmerk heeft binnen de familie van de Limnephilidae. De stekeltjes op de naschuiver zijn namelijk alleen aanwezig bij deze soort (Figuur 2). Ook de koker is kenmerkend (Figuur 3), maar deze kan wel verward worden met de koker van Limnephilus sparsus.

 Figuur 2 & 3: Links de detailfoto van de stekeltjes op de naschuiver. De gele pijl geeft aan om welk type stekeltjes het gaat. Rechts de koker van Rhadicoleptus alpestris (Fotoxe2x80x99s: Harry Boonstra).

 Overige leuke (en zeldzame) vondsten in gebieden beheerd door Staatsbosbeheer in 2010

De kokerjuffer Limnephilus subcentralis is aangetroffen in een ven op de Duurswouderheide en in een mesotrofe poel ten oosten van Bakkeveen. Het betreffen hier de eerste waarnemingen van deze soort voor de provincie Friesland. L. subcentralis wordt in Nederland over het algemeen in vennen en kwelplasjes aangetroffen (Higler, 2008).

De watermijten Arrenurus robustus en Limnesia curvipalpis zijn beide aangetroffen in respectievelijk een ven op de Duurswouderheide en een mesotrofe poel ten oosten van Bakkeveen. Beide soorten zijn nieuw voor de provincie Friesland. A. robustus wordt relatief veel gevonden in vennen, maar ook wel in laagveenplassen en vaarten (Smit & van der Hammen, 2000). L. curvipalpis is onlangs toegevoegd als nieuwe Nederlandse watermijtensoort en is tot op heden alleen nog maar bekend van de provincies Limburg, Noord Brabant en Overijssel. Tot nu toe is de soort in vennen aangetroffen en eenmaal in een kanaal (van Haren & Tempelman, 2009).

 Het zeer zeldzame schrijvertje, Gyrinus minutus, is in een tweetal vennen op de Duurswouderheide aangetroffen. Tot nu toe was de soort nog niet bekend van dit gebied (gebaseerd op gegevens van Wetterskip Fryslxc3xa2n). In de kevercatalogus van Vorst (2010) wordt de soort voor maar 4 provincies (waaronder Friesland) vermeld met vangsten tussen 1967 en 2007. De soort is sterk achteruitgegaan in Nederland in de tweede helft van de vorige eeuw (Cuppen et al., 2006).

 Literatuur

Cuppen, J.G.M., G. van Dijk, B. Koese & O. Vorst 2006. De brede geelgerande waterroofkever Dytiscus latissimus in Zuidwest-Drenthe. xe2x80x93 EIS-Nederland, Leiden.

Haren, T. van & D. Tempelman 2009. The Dutch species of Limnesia, with ecological and

biological notes (Acari: Hydrachnidia: limnesiidae). Nederlandse Faunistische Mededelingen 30: 53-74.

Higler, L.W.G. 2008. Verspreidingsatlas Nederlandse kokerjuffers (Trichoptera). EIS – Nederland, Leiden.

Smit, H. & H. van der Hammen 2000. Atlas van de Nederlandse watermijten (Acari: Hydrachnidia). Nederlandse Faunistische Mededelingen 13. EIS – Nederland en Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden.

Vorst, O. (ed.), 2010. Catalogus van de Nederlandse kevers (Coleoptera). Monografiexc3xabn van de Nederlandse Entomologische Vereniging No. 11.

Wallace, I.D., B. Wallace & G.N. Philipson 2003. A key to the case-bearing caddis larvae of Britain and Ireland. FBA Sci. Publ. 51.

Wiggers, R., T.H. van den Hoek, B. van Maanen, B. Higler & H. van Kleef 2006. Some rare and new caddis flies recorded for the Netherlands. Nederlandse Faunistische Mededelingen 25: 53-68.

 Dankwoord

Ik wil graag Emiel Beijk (Staatsbosbeheer) bedanken voor het verlenen van de vergunning om in de gebieden rondom Bakkeveen te inventariseren. Rink Wiggers wordt bedankt voor het controleren van enkele determinaties.

 Gegevens auteur:

 Harry Boonstra

 

T

050 820 0014

E

h.boonstra@koemanenbijkerk.nl

E

info@koemanenbijkerk.nl

W

www.koemanenbijkerk.nl

P

Postbus 111, 9750 AC Haren

 

 

Chironomus longipes

Henk Vallenduuk, 16 december 2010

 In de sleutels voor de Chironomus-larven is de soort Chironomus longipes te determineren op de breedte van de kop en de MS (Vallenduuk et al, 1997 en latere vertalingen in het Engels).

Op aanwijzing van verzamelaars ben ik de locaties gaan bezoeken in de hoop de larven te vinden voor cytologisch onderzoek en het doorkweken tot mug. In alle gevallen lukte het mij niet om de soort Chironomus longipes te verkrijgen.

Bij het controleren van determinaties bleek het altijd om 3e stadium-larven te gaan. De analisten hadden blijkbaar moeite met het herkennen van het 4e stadium, zoals in de figuren in bijlage 2 (Vallenduuk et al., 1997: 38) staat weergegeven, of ze hadden er eenvoudigweg niet naar gekeken.

Tijdens een verzameltocht in het Zwarte Woud verzamelde ik larven en dat leverde uiteindelijk een geslaagde kweek van deze soort op.

Pas nu kon ik beginnen met het vergelijken van alle soorten die sterk op elkaar lijken. In dit geval dus Chironomus longipes en de soorten van het Chironomus luridus agg..

Door zowel literatuurstudie als het bestuderen van eigen materiaal konden verschilkenmerken voor vijf soorten gevonden worden. De publicatie is opgenomen in Lauterbornia 70.

 De soort Chironomus longipes behoort tot het subgenus Lobochironomus (Spies & Saether, 2004).  Het onderscheidende kenmerk bij de larven is te vinden in de plaatsing van setae bij de oogvlekken en de vorm van de tanden van de epipharynx-kam. Hierdoor is deze soort met zekerheid te onderscheiden van 4e en 3e stadium larven van het hironomus. luridus agg..

De kopbreedte kan wel een indicatie zijn om Chironomus Lobochironomus dorsalis Meigen (syn. Chironomus longipes Staeger) te vermoeden.

De soort is inmiddels van twee locaties in West Brabant bekend. Bij het uitproberen van de sleutel werd de soort door Pieter Bieren en Francien van der Clundert herkend. Ongetwijfeld komt de soort op meer locaties voor.

Ik verzoek elke analist, die de larven met zekerheid gedetermineerd heeft, om de larve(n) naar mij op te sturen voor het bestuderen van kenmerken.

  

Een vangst van de Zeebrems Paragnathia formica bij Rotterdam

David Tempelman, januari 2011

Inleiding

Op 6 oktober 2010 ving ik in Klein Profijt bij Rotterdam een larve van de zeembrems Paragnathia formica. Dat was de tweede keer dat ik deze interessante soort heb gezien. De larve parasiteert op vissen. Over deze soort is tamelijk veel bekend. De eerste gedocumenteerde vondst voor Nederland stamt uit 1768, xe2x80x9clangs de kust van Walcherenxe2x80x9d.

In dit stukje beschrijf ik kort de nieuwe vindplaats bij Rotterdam, geef ik een overzicht van de mij bekende vondsten en doe ik een oproep voor waarnemingen en overige mij nog niet bekende informatie. De bedoeling is om later in 2011 een uitgebreidere publicatie te maken, waarin ook de biologie van deze mooie soort wordt besproken

Oude vondst van Slabber

In zijn xe2x80x9cNatuurkundige Verlustigingenxe2x80x9d geeft Slabber een enkele paginaxe2x80x99s lange beschrijving en een fraaie afbeelding, die hieronder is gereproduceerd. Slabber vermeldt onder meer: xe2x80x9cDit diertje is zeer gaauw in het water, offschoon zijne Pooten tot zwemmen niet geschikt zyn; men vind het wel vier maanden in den Zomer, en redelyk veel. Ik vistte deze op den 15. Juny 1768xe2x80x9d. Kleuren, volgens Slabber: xe2x80x9cbyna aan die der Regenboog gelykxe2x80x9d, xe2x80x9cwaar door men dit Schepsel onder de heerlykste der Schepselen mag opnoemen; doch, daar zyn xe2x80x98er, welk die schoonheid niet hebben, maar donkerder zyn; andere bruinachtigxe2x80x9d.

 Figuur 1 Paragnathia formica, als xe2x80x9cOniscus marinusxe2x80x9d afgebeeld op plaat 9 in Slabber (1778).

Nieuwe vondst bij Rotterdam

Er zijn na de eerste vondst in 1768 pas halverwege de 20e eeuw enkele nieuwe vondsten gedaan, echter alle in Zeeland en onder brak/zoute omstandigheden. Pas vanaf 1999 zijn enkele vondsten bekend geworden uit het zoetwatergetijde-gebied in de omgeving van Rotterdam. Zie tabel 1 voor een overzicht van de vondsten.

De laatste vondst, de aanleiding voor dit stukje, dateert van najaar 2010, in Klein Profijt. Dat is een ruig zoetwatergetijde-gebied ten zuiden van Rotterdam. Op deze locatie staat ook spindotterbloem en werd wederom Pseudamnicola (Mercuria) confusa aangetroffen. Zie de fotoxe2x80x99s van de monsterplek voor een indruk. De wilde begroeiing doet wel wat aan het Amazonewoud denken (Foto 3). Spindotterbloem is hier zeer veel aanwezig, al waren er begin oktober slechts bladloze staken van deze soort te vinden. Het waterpeil varieert hier tweemaal daags; er is 0,5 tot 1 m getijdeverschil. De locatie is verder erg modderig, je kunt hier uitgebreid in de modder wegzakken. Het geleidend vermogen van het water in de getijdepoeltjes bedroeg ongeveer 600 xc2xb5s/cm ofwel, volkomen zoet.

 Foto 1 Paragnathia formica, prania larve uit Klein Profijt, locatie oost 2, 6 oktober 2010, zij-aanzicht.

  Foto 2 De wildernis van Klein Profijt, locatie oost 2. Op de voorgrond een staketsel van spindotters.

Foto 3 Monstername op locatie oost 2. Fotoxe2x80x99s 6 oktober 2010.

In tabel 1 staat een overzicht van de mij bekende vondsten. De vondst te Klein Profijt is de zesde buiten Zeeland die mij bekend is.

Tabel met vondsten van Paragnathia formica in Nederland

 Zoetwatergetijdenatuur

De zoetwatergetijde-natuur is als habitat in Nederland sterk teruggedrongen door het gereedkomen van de Delta-werken. In Belgixc3xab is deze aanwezig in de vorm van de Zeeschelde: het stuk Schelde tussen Antwerpen en Gent, waar een flink getijdeverschil aanwezig is terwijl het water zoet is; tot de zoetwatergetijde behoren ook de toestromende laaglandrivieren zoals de Durme. Dit habitat is daar veel beter bewaard gebleven. Toch is deze natuur ook in Nederland nog steeds in enige matige aanwezig. In een groot deel van de xe2x80x98Zuidrandxe2x80x99 is nog steeds enige mate van getijwerking aanwezig. Dagelijkse voorspellingen zijn te raadplegen op www.getij.nl.

Wat betreft vegetatie is de spindotter (Caltha palustris var. araneosa) veruit de bekendste plant. Deze dotter is een taaie, hoog opgaande versie van de gewone dotter die de zoetwatergetijdebossen in het voorjaar geel kleurt. De zoetwater-getijdemacrofauna omvat een bescheiden lijstje van bijzondere soorten: de oligochaet Monopylephorus irroratus (bekend van de Hollandse IJssel), de bloedzuiger Trocheta pseudodina, het getijdeslakje Pseudamnicola (Mercuria) confusa en aan dit lijstje kan dus ook wel de zeebrems Paragnathia formica worden toegevoegd, al komt de soort ook meer richting zee voor.

Oproep voor waarnemingen

Mocht iemand van jullie extra vondsten weten in Nederland dan verneem ik die graag. Ook informatie over vondsten uit Belgixc3xab (de soort is o.a. bekend van een schol in Antwerpen, 1950) is welkom. Later dit jaar wil ik over deze soort een uitgebreider artikel publiceren, waarin ook de biologie aan de orde komt en de tot nu toe gemiste vondsten een plek op het verspreidingskaartje kunnen krijgen.

 

Geciteerde literatuur

Barnes, R.S.K. (1994). The brackish-water fauna of northwestern Europe: a guide to brackish-water habitats, ecology, and macrofauna for field workers, naturalists, and students. Cambridge University Press, 287p. 

Cattrijsse, A., J. Mees & O. Hamerlynck (1993). The hyperbenthic Amphipoda and Isopoda of the Voordelta and the Westerschelde estuary. Cah. Biol. Mar. 34: 187-200. 

Slabber, M. (1769-1778). Natuurkundige verlustigingen, behelzende microscopise waarneemingen van in- en uitlandse water- en land-dieren. J. Bosch, Haarlem, 166 pp. [Pag 71-74 beschrijving vondst]. Te downloaden via: < http://www.archive.org/details/natuurkundigever00sla >

Tempelman, D. (2002). Macrofauna oevers Hollandse IJssel. Macrofauna uit Moordrecht, Balkengat en Nieuwerkerk aan den IJssel 2002 xe2x80x93 In opdracht van: Rijkswaterstaat RIZA. AquaSense-rapportnummer 1427-4. Amsterdam, 67p.

Overige literatuur

Bennema, F. (2008). De soorten van Baster, Slabber en Bomme. Het Zeepaard 68 (1): 29-32, te downloaden op: < http://www.coastsandreefs.net/pdf/ZEEP68-1_Bennema.pdf >

Benthem Jutting, W.S.S. van (1970). Martinus Slabber (1740-1835), amateur-zoxc3xb6loog in Zeeland. Arch. Kon. Zeeuwsch Gen. Wet. 1970: 45-66.

Cattrijse, A., E.S. Makwaia, H.R. Dankwa, O. Hamerlynck & M.A. Hemminga (1994). Nekton communities of an intertidal creek of a European estuarine brackish marsh. Marine Ecology Progress Series 109: 195-208.

Holthuis, L.B. (1956). Fauna van Nederland XVI: Isopoda en Tanaidacea. 280p.

Huwae, P.H.M. & G. Rappxc3xa9 (2003). Waterpissebedden. Wet. Meded. KNNV 226. Utrecht, 55.

Tinsley, M.C. & S.D. Reilly (2002). Reproduction ecology of the saltmarh-dwelling marine ectoparasite Paragnathia formica (Crustacea: Isopoda). J. Mar. Biol. Ass. UK 82: 79-84.

Met dank aan

Floris Bennema (Harlingen) voor het wijzen op de publicatie van Van Benthem Jutting over Slabber, mevr. Astrid Driesprong (Rijkswaterstaat Zuid-Holland) voor vrijgave van de informatie van het project xe2x80x98Projectgebonden monitoring RWS Zuid-Hollandxe2x80x99, Arthur van Dulmen (Grontmij) voor het nemen van de fotoxe2x80x99s tijdens het veldwerk, Godfried van Moorsel (Ecosub, Doorn) voor het geven van commentaar en Myra Swarte (Waterdienst, Lelystad) voor het doorgeven van de bij Rijkswaterstaat bekende waarnemingen.

David Tempelman

Grontmij | team Ecologie

Postbus 95125

1095 HC Amsterdam

David.tempelman@grontmij.nl

 

  

Zeldzame soorten  in het gebied van het Waterschap de Dommel in 2010

Door:  Maria Judith Sanabria (Gemeenschappelijk Waterschapslaboratorium GWL, Boxtel)

Mark Scheepens (Waterschap de Dommel)

De kokerjuffer Oligostomis reticulata opnieuw in Nederland gevonden

 

De kokerjuffer Oligostomis reticulata is een zeer zeldzame soort in Nederland. Volgens de Verspreidingsatlas Nederlandse kokerjuffers (Higler, 2008) is deze soort  voor het laatst in 1952 als volwassen exemplaar gezien. De huidige status van deze soort is xe2x80x98zeer zeldzaam/verdwenenxe2x80x99. De soort is opgenomen in de Nederlandse Rode Lijst van kokerjuffers als xe2x80x9cernstig bedreigdxe2x80x9d (Ministerie van LNV, 2001).

Bij een bemonstering door in de Neterselse Loop (Brabantse Kempen) op 27 oktober 2010 werd een larve van Oligostomis reticulata aangetroffen. De vondst is de eerste in Nederland in bijna 60 jaar en betreft bovendien de eerste Nederlandse vondst van een larve van deze soort. De larve van Oligostomis reticulata is makkelijk te herkennen aan de kenmerkende U-vormige vlek op het frontaal-apotoom en de twee sclerieten op het mesonotum (foto). De determinatie werd bevestigd door Wolfram Graf tijdens de Trichoptera-cursus in november in Wageningen.

De bijzondere vondst is gedaan in het beheersgebied van Waterschap De Dommel. In opdracht van het waterschap werd in de Neterselse Loop (Brabantse Kempen) een macrofauna-monster genomen, waarbij deze soort is aangetroffen. In het Waterbeheerplan xe2x80x9cKrachtig Waterxe2x80x9d van Waterschap De Dommel staat de goede ecologische toestand van de beken beschreven. Door middel van onderzoek naar kleine waterdieren, zoals kokerjuffers, wordt deze ecologische toestand bepaald. Aan de hand van de resultaten van deze onderzoeken worden maatregelen uitgevoerd om de ecologische kwaliteit te verbeteren of te behouden. Zo blijft naast schoon, voldoende en veilig water ook de biodiversiteit op orde.

Neterselse Loop, ter hoogte van de Neterselse Heide

 De Neterselse Loop ligt in de Neterselse Heide ten noorden van het dorp Netersel in een bosrijke omgeving, met natuurlijke karakter en beheer. Deze beek is een droogvallende bovenloop met zandige bodem. In de praktijk valt de beek bijna nooit droog maar blijft een kwelstroompje houden. De beek bevat veel grof detritus (bladmateriaal en kleine takjes) in het water.

De Neterselse Loop mondt ter hoogte van het Westelbeers Broek uit in de Beerze, ongeveer een halve kilometer stroomafwaarts van het monsterpunt waar Oligostomis reticulata werd aangetroffen.

 Oligostomis reticulata wordt meestal aangetroffen in langzaam stromende wateren met veel organisch materiaal zoals bladeren en takjes. De larven leven op dit grof organisch materiaal en op planten. De larve maakt zijn huis van rechthoekige stukjes bladeren. De larven zijn omnivoren (alleseters). De volwassen dieren vliegen in het voorjaar, van maart tot mei (Higler, 2008).

Waterschap De Dommel zal bij toekomstige maatregelen in deze waterloop de inrichting en beheer afstemmen op de habitateisen van deze kokerjuffer zodat de populatie ook in de toekomst gewaarborgd blijft.

 Huis  van de kokerjuffer larve Oligostomis reticulata

Met dank aan Wolfram Graf voor het bevestigen van de determinatie van Oligostomis reticulata en aan David Tempelman voor zijn commentaar en aanvullende informatie.

Literatuur

Higler, L.W.G. (2008). Verspreidingsatlas Nederlandse kokerjuffers (Trichoptera). Uitgave EIS-Nederland. Leiden, 248p.

Minsterie van LNV (2001) Rode Lijst kokerjuffers

Een nieuwe vondst van de watermijt Nautarachna crassa in de Keersop

 De watermijt Nautarachna crassa is in Nederland zeer zeldzaam. De soort is uit Nederland slechts bekend van twee laaglandbeken: De Ruenbergerbeek (Overijssel) en de Keersop (Noord-Brabant). De soort leeft waarschijnlijk alleen in (langzaam?) stromende wateren[1].

De watermijt Nautarachna crassa ( links: van dorsaal, rechts: van ventraal)

 Nieuwe vondst Nautarachna crassa

De laatste keer dat de Keersop uitgebreid is gexc3xafnventariseerd was in 2003. In 2009 is de Keersop bij de Gagelvelden wederom onderzocht (monstername: GWL, in opdracht van Waterschap de Dommel). Tabel 1 geeft de exacte locatie van het monsterpunt in de Keersop.

 Tabel 1: kaartcoxc3xb6rdinaten en omschrijving van de monsterlocatie

Locatiecode

Omschrijving

X-coxc3xb6rdinaat

Y-coxc3xb6rdinaat

259048

Keersop, Gagelvelden te Dommelen

157.321

375.658

 

GebiedsbeschrijvingTen oosten van het dorp Luijksgestel vloeit de Elsenloop samen met de Fortjeswaterloop om verder te stromen onder de naam Keersop. De Keersop meandert op de meeste trajecten vrij door het landschap. De beek stroomt voornamelijk langs weilanden en landbouwgebied. Onderweg worden ook een paar kleine stukjes natuurgebied aangedaan, waaronder de Gagelvelden. Na de Gagelvelden stroomt de Keersop in de Dommel uit, ten zuiden van het dorpje Waalre.

De Keersop is een bijzondere beek, die deels nog het oorspronkelijke, meanderende karakter heeft behouden. De beek behoort voor zowel vissen als macrofauna tot een van de rijkste laaglandbeken van ons land. Dit komt door de unieke combinatie van kalkhoudend en snelstromend water en een bodem van grind en zeer grof zand. Er komen ruim 20 soorten vissen, waaronder de beekprik, en maar liefst 200 soorten macrofauna in de beek voor.

Vanwege de hoge natuurwaarden heeft het herstel en behoud van het gehele Keersop-systeem de hoogste prioriteit bij Waterschap De Dommel. In de periode van 1995 tot 2000 zijn door het waterschap bij Bergeijk en Dommelen drie beekherstelprojecten in de Keersop uitgevoerd, over een totale lengte van twee kilometer. Twee stuwen zijn voorzien van vispassages, Keersoppermolen en Westerhoven. Tevens zijn een aantal grote riooloverstorten gesaneerd of voorzien van een bergbezinkbassin of moerasfilter. Voor de veilige oversteek van kleine dieren zijn faunavoorzieningen bij enkele wegen aangelegd.

De Keersop ter hoogte van de Gagelvelden

De breedte van de Keersop varieert van drie tot acht meter. De waterdiepte schommelt tussen de 20 en 80 cm. Deze schommelingen zijn zowel ruimtelijk als in de tijd. Het water stroomt goed, met name tijdens de voorjaarsbemonstering: 45 cm/s. Tijdens de najaarsbemonstering stroomde het water minder snel, maar met 21 cm/s nog steeds voldoende. Er is echter wel een groot verschil in de stroomsnelheid op verschillende plaatsen in de beek; er komen naast stroomluwe delen ook stroomversnellingen voor met diepere kuilen in de beekbedding.

In de onderstaande tabel staan de gemiddelde gemeten waarden per kwartaal van de belangrijkste fysisch-chemische parameters, gemeten op het routinemeetpunt 240036, Keersoppermolen. In 2009 hebben in totaal 24 metingen plaatsgevonden op deze locatie in 2009.

Over de ecologische voorkeur van de watermijt Nautarachna crassa is weinig meer bekend dan het voorkomen in xe2x80x9clangzaam stromende waterenxe2x80x9d. In onderstaande tabel zijn de fysische chemische gegevens weergegeven waar deze mijt is aangetroffen

 

Tabel  kwartaalgemiddelden van geselecteerde fysisch-chemische parameters in de Keersop bij de Gagelvelden (meetpunt 240036) in 2009 en streefwaarden MEP natuur R5 (KRW).

 

1e

kwartaal

2e

kwartaal

3e

kwartaal

4e

kwartaal

KRW-normen

(R5; MEP natuur)

Temperatuur

5,0

13,5

16,5

9,1

<25

pH

7,0

7,3

7,3

7,0

5,5-8,5

EGV (xc2xb5S/cm)

407

404

423

416

 

Zuurstof (mg/l)

10,9

10,4

7,6

8,7

 

Zuurstof (%)

85

99

77

75

70-120

Diepte (m)

0,60

0,57

0,53

0,65

 

Stroomsnelheid (m/s)

0,32

0,21

0,15

0,31

 

BZV5 (mg/l)

1,7

1,2

1,1

1,9

 

Cl (mg/l)

30

31

34

34

xe2x89xa4150

SO4 (mg/l)

76

76

74

80

 

Zwevende stof (mg/l)

21

4

3

11

 

NH4 (mg/l)

0,20

0,06

0,04

0,14

 

Nkjeldahl (mg/l)

1,2

1,0

0,7

1,6

 

N-totaal (mg/l)

4,0

2,7

1,4

3,6

xe2x89xa44,0

NO2 + NO3 (mg/l)

2,8

1,7

0,7

2,0

 

Orthofosfaat (mg/l)

0,02

0,01

0,01

0,03

 

Totaal fosfaat (mg/l)

0,18

0,05

0,06

0,26

xe2x89xa40,14

 

Literatuur

Smit, H. & H. van der Hammen (2000). Atlas van de Nederlandse watermijten (Acari: Hydrachnida). Ned. Faun. Meded. 13: 1-272.

Nieuwe vondsten van de watermijt Atractides distans en de dansmug Stempellina bausei in de Beekloop 

Atractides distans

Tot 2000 waren er van de watermijt Atractides distans uit Nederland geen recente waarnemingen bekend (Smit & Van der Hammen, 2000). Sinds de atlas in 2000 is verschenen zijn echter verschillende nieuwe waarnemingen bekend geworden uit Limburg en Overijssel. Het blijft een zeer zeldzame soort voor Nederland, die vooral in snelstromende beken voorkomt waar hij leeft tussen mosvegetaties en hogere waterplanten. De nieuwe vondst uit de Beekloop is de eerste uit de provincie Brabant. De soorten van het geslacht Atractides zijn meestal erg moeilijk te determineren, maar het mannetje van deze soort heeft een kenmerkend gevormde klauw waaraan hij makkelijk te herkennen is (zie foto).

Dorsale en ventrale kant van de watermijt Atractides distans.

Eerste poot van Actractides distans

Stempellina bausei

 

In Nederland zijn slechts enkele vindplaatsen van de muggenlarve Stempellina bausei. Deze soort wordt weinig gevonden, maar is in beken in Nederland waarschijnlijk de enige van het genus (Henk Moller-Pillot. pers.com. Mei-2010). 

 

De larve is makkelijk te herkennen aan de zeer donkerbruine bovenkant van de kop en de gespleten clypeaal-setae, die zijn ingeplant in een lage, ringvormige structuur. Bij S. alni is de kop helemaal gelig met een korrelige structuur; bij S. subglabripennis zijn de clypeaalsetae vanaf de basis omgeven door een kokertje, dat een stuk naar boven uitsteekt (Pankratova, 1983).

De zeldzame mug Stempellina bausei.

In opdracht van Waterschap De Dommel heeft het GWL een eco-inventarisatie op drie verschillende locaties in de Beekloop uitgevoerd. Doel van deze eco-inventarisatie is het bepalen van de nulsituatie. Hiervoor zijn drie trajecten gekozen om zo een duidelijk beeld van de hele Beekloop te krijgen. Tabel 1 geeft de exacte locatie weer.

  

 

 

 

 

Tabel: kaartcoxc3xb6rdinaten en omschrijving van de monsterlocaties

Locatiecode

Omschrijving

X-coxc3xb6rdinaat

Y-coxc3xb6rdinaat

259955

Beekloop, benedenstrooms stuw De Maaij

155.071

366.238

259957

Beekloop, benedenstrooms samenkomst Keunisloop

155.495

367.667

259956

Beekloop, Bergeijkse Dijk

155.523

368.617

 

Gebiedsbeschrijving

De Beekloop ontspringt net over de grens in Belgixc3xab. In Nederland stroomt de beek eerst oostelijk langs het natuurreservaat De Watering. Allerlei kleine stroompjes uit het natuurreservaat en in mindere mate van het achterliggende landbouwgebied komen uit in de Beekloop, terwijl die langs het natuurreservaat stroomt. De Beekloop wordt sinds 1898 voor het grootste deel gevoed door waterinlaat uit het Bochelt-Herentalskanaal. Zonder waterinlaat uit het kanaal in de zomer, zal de Beekloop waarschijnlijk droogvallen. In de loop der tijd zijn meerdere vloeiweiden ontstaan. Door deze landen met het water dat rijk is aan voedingstoffen en kalk te laten overstromen worden ze bemest. Met de ontwikkeling van andere bemesting methoden van het land, zijn vloeiweiden landbouwtechnisch overbodig geworden. De enige nog overgebleven vloeiweide in het stroomgebied van de Beekloop is de wateringen in Belgixc3xab. De wateringen heeft hiermee ook een zuiverende werking, waardoor de waterkwaliteit van het ingelaten water in de Beekloop en Keunensloop een bijzondere waterkwaliteit bevat. Het water is carbonaatrijk, matig voedselrijk, opvallend helder en zuurstofrijk. Na het reservaat buigt de beek af naar het noorden, richting Westerhoven. Net ten zuiden van Westerhoven mondt de Beekloop uit in de Keersop. De beek is voor een groot deel gekanaliseerd en stroomt voornamelijk door of langs bosrijke gebieden en slechts af en toe door (intensief) beheerde weilanden.

 

Literatuur

Pankratova V.Ya. (1983). Larvae and pupae of mosquitos of the subfamily Chironominae of the fauna of the USSR (Diptera, Chironomidae = Tendipedidae). Keys to the Fauna of the USSR 134: 1-296.[In het Russisch:. xd0x9bxd0xb8xd1x87xd0xb8xd0xbdxd0xbaxd0xb8 xd0xb8 xd0x9axd1x83xd0xbaxd0xbexd0xbbxd0xbaxd0xb8 xd0x9axd0xbexd0xbcxd0xb0xd1x80xd0xbexd0xb2 xd0x9fxd0xbexd0xb4xd1x81xd0xb5xd0xbcxd0xb5xd0xb9xd1x81xd1x82xd0xb2xd0xb0 Chironominae xd0xa4xd0xb0xd1x83xd0xbdxd1x8b xd0xa1xd0xa1xd0xa1xd0xa0 (Diptera, Chironomidae = Tendipedidae). Leningrad, 296p.

Smit, H. & H. van der Hammen (2000). Atlas van de Nederlandse watermijten (Acari: Hydrachnida). Ned. Faun. Meded. 13: 1-272.

 

Meer informatie

 

Voor meer informatie kunt u contact nemen met :

 

Maria Judith Sanabria: msanabria@gwl.nl

Mieke Moeleker : mmoeleker@gwl.nl

Claudia Schuurmans : cschuurmans@gwl.nl

Hydrobiologische Afdeling

Tel : 0411618537

GWL- Boxtel.

Wat opmerkingen m.b.t. determinatie van Scirtidae larvae

Barend van Maanen, Waterschap Roer en Overmaas

 

Determinatie tot op genus is goed mogelijk. Toch worden hierbij regelmatig fouten gemaakt. Hieronder

een toelichting, als eerste hulpmiddel, om de determinatie te vereenvoudigen. Diverse aanvullende

kenmerken moeten nog worden uitgewerkt.

 

Gebruik standaard bij voorkeur Nilsson (1996) (hierin ontbreekt Hydrocyphon) en Klausnitzer (1994).

 

Algemeen

De genera zijn eigenlijk vrij goed op habitus te onderscheiden. Maar let op: het borststuk en achterlijf

kan als een harmonica in en uit elkaar schuiven, waardoor een aanzienlijke verlenging of verkorting

kan optreden. Dit bexc3xafnvloed nogal de eerste indruk van het dier. De lengte van de antenne in relatie tot

het achterlijf is hierdoor ook wat problematisch als kenmerk. Daarnaast zijn de antennen vaak

gedeeltelijk afgebroken.

Scirtes versus Elodes:

Scirtes is met een aantal kenmerken goed te onderscheiden van de andere genera.

Scirtes lijkt in de algehele habitus wel wat op Elodes in lichaamsvorm en beharing, maar:

  • de antennen zijn lang bij Scirtes (bij Elodes korter).
  • Scirtes heeft het labrum even lang als breed (vierkant) en de voorrand duidelijk concaaf.

      Elodes heeft het labrum breder dan lang (rechthoek), met rechte voorrand.

  • Ook de vorm van de clypeusachterrand is verschillend (zijranden uitgebocht bij Scirtes, niet

      bij Elodes).

  • De zijkant van de kop is bij Elodes veel hoekiger dan bij Scirtes.
  • Scirtes heeft de borstels op de hypofarynx anders (zie figuren hieronder!)
  • Scirtes met meervoudig getande mandibels (allxc3xa9xc3xa9n laatste stadium, bij Elodes xc3xa9xc3xa9n tand in

      laatste stadium; in jongere stadia altijd ongetand)

  • Scirtes heeft het borststuk en de eerste achterlijfssegmenten sterk glanzend, spaarzaam

      beborsteld. Bij Elodes borststuk en achterlijf nauwelijks glanzend en sterk, ruig beborsteld

      (pronotum wel iets kaler). Vaak Elodes met donkere kleurvlekken dorsaal.

  • Habitat: Elodes zit vrijwel uitsluitend in bronnen en beschaduwde beken en is daar zeker niet

      zeldzaam (wel zeldzaam dus in west-Nederland, holoceen). Scirtes vooral in stilstaand water

      in de oeverzone en is in geheel Nederland zeer algemeen. Scirtes en Elodes hebben een

      (schijnbaar) 3 ledige palp gemeen.

 

Scirtes

Scirtes onderscheidt zich duidelijk van Cyphon en Microcara door de (schijnbaar) 3-ledige

maxillairpalpen (bij die genera is een kort, maar duidelijk 4e lid aanwezig). De beharing op het

abdomen van Scirtes is erg ruig (ongelijke dikkere borstels en ook dunnere haren); bij Cyphon zijn

uitsluitend zeer fijne dunne haren aanwezig (het dier maakt een kale en ook vaak weinig

gesclerotiseerde indruk). Hiermee onderscheidt Cyphon zich van alle andere Scirtidae. Microcara

heeft een regelmatige rij korte, stevige borstels op de zijrand van de tergieten (op het sterniet zijn ook

langere dunne borstels aanwezig), het dier is vaak erg donker gekleurd. Cyphon is zeer algemeen in

moerassige omgeving in geheel Nederland (ook in oevers van sloten e.d.). Microcara is redelijk

algemeen in Nederland, maar meer dan Cyphon beperkt tot beschaduwde, bladrijke, vaak temporaire

milieus, zoals broekbossen, verlandende moerassen; het voorkomen in gewone poldersloten zal

weinig zijn.

 

Elodes

Elodes (zie foto) lijkt nog het meeste op Scirtes, door de relatief gedrongen lichaamsvorm en de

relatief ruige beharing/beborsteling. De hierna genoemde kenmerken zijn dus vooral van belang om te

checken bij twijfel over dit genuspaar (aanvullend op bovengenoemde). De kenmerken zijn echter ook

onderscheidend t.o.v. de andere genera:

  • Elodes heeft een tamelijk typische kopvorm: driehoekig, of eigenlijk trapeziumvormig, met de

lange zijde naar voren. Bij de andere genera is de kop tamelijk afgerond, veel minder hoekig.

  • Bij Elodes vormen de achterhoeken van het halsschild een duidelijke, scherpe hoek. Bij de

andere genera zijn de achterhoeken duidelijk afgerond.

  • Bij Elodes heeft de voorrand van de hypopharyx 2 paar van elkaar gescheiden staande

borstels (de zogenaamde Zahnborsten en Kielborsten in Klausnitzer), zie onderstaande figuur.

De voorste zijn breed en kamvormig, de achterste slank. Bij de andere genera (behalve

Hydrocyphon) staan deze 4 borstels bijeen en zijn ze gelijkvormig, namelijk breed en

kamvormig (zie Klausnitzer fig. 26 en 30). Dit kenmerk is goed te zien van bovenaf, waarbij

wat druk wordt uitgeoefend op de kop, waardoor de daaronder liggende hypopharynx naar

voren komt, onder de kop vandaan.

Cyphon

Cyphon (zie foto) wijkt duidelijk af van de andere genera door het gladde abdomen met verspreid

staande zeer dunne lange haren: zeer kenmerkend. Het lichaam is erg slank en vaak zeer bleek en

zwak gechitiniseerd.

Microcara

Microcara (zie foto) heeft een tamelijk forse larve, langwerpig, maar breed van vorm en is vaak erg

donker gekleurd, (daardoor) vaak met een opvallend lichte, bochtige dwarsband op het halsschild. Het

abdomen is vooral bezet met stevige, korte borstels (regelmatig geordend!).

Prionocyphon

Prionocyphon is beduidend zeldzamer dan hiervoor genoemde genera, in het voorkomen beperkt tot

met water gevulde holten tussen boomwortels. Net als Cyphon en Microcara met 4 antennenleden. De

soort lijkt qua postuur wel op Microcara, maar is wat paralleller van vorm (rechthoekig). Vermoedelijk

zijn er geen lichte banden op het halsschild aanwezig. In details verschillen de monddelen van

Microcara. Voor het onderscheid met Microcara pas op: in Klausnitzer (larven deel 2) en Nilsson zijn

figuren en tekst verwisseld:

  • Figuur 18=Microcara en 19=Prionocyphon in Nilsson (1996) en 27=Microcara en

28=Prionocyphon in Klausnitzer (1994).

  • Voor wat betreft de sensorial pegs (Sinnesstxc3xa4bchen) geldt dat de tekst xc3xb3xc3xb3k nog eens

verwisseld is (in Nilsson, 1996 en Klausnitzer, 1994). Juist is dus: Prionocyphon met 4 en

Microcara met 5 rijen.

Hydrocyphon

Hydrocyphon tenslotte is uiterst zeldzaam (gebergte, bergbeken), mij zijn geen recente Nederlandse

vondsten bekend. Stromend water. Zeer typisch habitus. Abdomen met achterrand segmenten met

lange steile beharing. Slank dier.

 Habitus van enkele soorten

V.l.n.r. Microcara, Elodes, Cyphon

                                                                                                                               Elodes 

 Microcara

 Cyphon

Kopkenmerken Scirtes xe2x80x93 Elodes (vorm labrum, clypeusachterrand, zijkant kop) 

Scirtes                                                Elodes

De borstels op de voorrand van de hypopharynx bij:

(bekijk van dorsaal, kop naar achteren duwen)

 Elodes:                                                                                   Scirtes:

2 paar met verschillende inplanting                                            2 paar bijeen ingeplant

2 x breed kamvormig

2 x slank

4 x breed kamvormig

Stel je voor      

Beste macrofaunanieuws lezers,

  Mijn naam is Sylvia Westen en ik ben sinds juli 2008 als analist werkzaam op de afdeling Hydrobiologie van Delta Waterlab.

In de periode van april tot oktober ben ik vooral bezig met veldwerk, macrofyten opname en macrofauna, zowel monstername als uitzoeken.

In de winter ben ik voornamelijk bezig met het determineren van macrofauna.

Omdat ik uit de chemie kom en helemaal geen ervaring had in de hydrobiologie word ik binnen Delta Waterlab goed opgeleid.

De overstap van chemie naar hydrobiologie bevalt mij erg goed en ik hoop mij de komende jaren nog verder te ontwikkelen.

Het lezen van de macrofaunanieuws-mail gaat mij daar zeker bij helpen.

Met vriendelijke groet,

Sylvia Westen

Delta Waterlab

s.westen-elbers@deltawaterlab.nl
Stel je voor

Ik ben Bas van der Wal en heb al 30 jaar xe2x80x9cietsxe2x80x9d met macrofauna.

In 1981 ben ik begonnen met macrofaunaonderzoek bij het Hoogheemraadschap van Delfland. Eerlijk gezegd durf ik niet meer in te staan voor de juistheid van de determinaties van destijds.

De kwaliteitsborging was toen beduidend minder goed geregeld dan nu.
Na een loopbaan in het waterbeheer ben ik nu programmacoxc3xb6rdinator bij de STOWA, de onderzoeksstichting van de waterschappen.
In de afgelopen jaren ben ik betrokken geweest bij het uitbrengen van diverse determinatiewerken. In september 2010 is mede onder mijn verantwoordelijkheid het xe2x80x9cHandboek Hydrobiologiexe2x80x9d uitgebracht.
Mijn betrokkenheid bij het macrofaunaonderzoek is de laatste jaren uitsluitend theoretisch. Ik heb nog nauwelijks kennis van de praktijk. Omdat ik vind dat je ook als theoreticus weet moet hebben van wat er in het veld en op het lab gebeurt, heb ik mij aangemeld als abonnee op de Macrofaunanieuwsmail.

Het boek De Nederlandse Biodiversiteit

geeft een actueel overzicht van de Nederlandse planten, dieren, schimmels en eencelligen.

 In totaal worden 204 groepen behandeld, van oogdiertjes tot korstmossen en van varens tot zoogdieren. Van elke groep wordt basale informatie gegeven: aantal soorten in Nederland en de wereld, uiterlijk, biologie, relatie met de mens en determinatiewerken. Talrijke kleurenfotoxe2x80x99s illustreren de enorme diversiteit aan vormen en voor sommige groepen is een diversiteitskaartje of trenddiagram opgenomen. Naast de groepsbesprekingen zijn er hoofdstukken over het begrip biodiversiteit, onderzoek, beheer en beleid. In totaal hebben ruim 100 specialisten, afkomstig uit de Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (elk gespecialiseerd in een groep dieren of planten), natuurhistorische musea en onderzoekinstellingen, aan het boek meegewerkt. Een onmisbare bron van informatie voor iedereen die zich beroepsmatig of in de vrije tijd bezig houdt met de Nederlandse planten- en dierenwereld.

xe2x82xac 49,95

Einde macrofaunanieuwsmail 96


 

17 January 2011
By on 08:03

Macrofaunanieuwsmail 95, 14 december 2010

 Beste lezers,

 Winter 2010-2011: veel neerslag
De Nederlandse winter laat zich uitzonderlijk lastig voorspellen. Maar dit jaar is het waarschijnlijk dat ook onze winter bexc3xafnvloed wordt door een weersfenomeen, duizenden kilometers verwijderd, in de Grote Oceaan: La Nixc3xb1a. Dit jaar is het fenomeen extra sterk. Via een indirecte koppeling is het waarschijnlijk dat er boven de Atlantische Oceaan meer depressies vormen. Het kan met onze winter dan nog twee kanten op: veel regen. Of veel sneeuw.

 Als je wat ziet, hoort of leest, stuur je berichten naar macrofauna@rws.nl

 Ook kan je nu via het weblog op  http://macrofauna.web-log.nl/ zoeken naar

eerder verschenen verhalen/artikelen en dan dat nummer downloaden

via http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/overlegkaders/macrofaunanieuwsmail/

 

Fijne feestdagen en een soortenrijk Nieuwjaar toegewenst,

 Myra Swarte

 

 In dit nummer:

 

Stel je voor. 1

Twee nieuwe exoten voor de Nederlandse fauna. 2

Macrofauna Ringonderzoek  2009 – Platform Hydrobiologisch Medewerkers. 3

Stel je voor. 20

Het boek De Nederlandse Biodiversiteit 20

 

 Stel je voor

 Hallo allemaal,

Ik, Arno Folkers, ben sinds januari 2010 werkzaam als hydrobiologisch analist bij Waterschap Hunze en Aaxe2x80x99s in Veendam. Ik houd mij vooral bezig met monstername en determinatie van Macrofauna, maar ook met het inventariseren van Macrofyten. Tijdens de gehele jaarlijkse cyclus van biologische monitoring werk ik nauw samen met Roy van Hezel, hydrobiologisch analist bij Waterschap Noorderzijlvest.

 Met vriendelijke groet,

 Arno Folkers, Waterschap Hunze en Aaxe2x80x99s

a.folkers@hunzeenaas.nl

 

Twee nieuwe exoten voor de Nederlandse fauna

 Chinese moerasslak

Voor vijvers worden regelmatig moerasslakken aangeboden, al dan niet als algenbestrijders.  Hierbij wordt niet alleen de inheemse spitse moerasslak (Viviparus contectus) verkocht. Een veel verkochte soort is de uit Oost-Europa afkomstige Donaumoerasslak (V. acerosus). Deze soort dook in 2006 op in Dordrecht, waar een forse populatie aanwezig is in een stadswater.

 In 2010 is daar nog een soort bijgekomen, namelijk de Chinese moerasslak (Bellamya chinensis). Ondanks dat bekend is dat dit een invasieve soort is in Noord-Amerika, was het toch onverwacht dat ze in Nederland opdook op gelijk drie locaties. Het was zo verrassend omdat over de aanwezigheid in de Nederlandse handel in vijverdieren amper iets is te vinden. Gezien het succes van de Chinese moerasslak in Noord-Amerika xc3xa9n de gemelde temperatuurtoleranties van deze soort mag worden verwacht dat ze in Nederland gaat standhouden en op meer plaatsen gaat opduiken.

 Met ander woorden blijf alert bij het determineren van moerasslakken!

 Japanse karperluis

Tot voor kort kende we van de karperluizen (Argulidae) maar xc3xa9xc3xa9n soort in het Nederlandse zoete water: Argulus foliaceus. Gezien de aanwezigheid van de Japanse karperluis (A. japonicus) in nabijgelegen Europese landen, kon het echter haast niet uitblijven dat deze ook zou opduiken in Nederland. In 2005 is ze dan ook voor het eerst gevonden in Nijmegen. Vervolgens is ze in 2006 gevangen bij Hekelingen (Zuid-Holland) en in 2009 in Rotterdam. Determinatie zal niet altijd eenvoudig blijken te zijn, maar is zeker bij de mannetjes goed te doen.

 Menno Soes

Bureau Waardenburg/NCB Naturalis

 s, D.M., P. Glxc3xb6er & A.J. de Winter, 2009. Viviparus acerosus (Gastropoda: Viviparidae), a new exotic snail species for the Dutch fauna. Aquatic Invasions 4(2): 373-375.

http://science.naturalis.nl/media/209580/viviparus.pdf

 Soes, D.M., G.D. Majoor & Stef M.A. Keulen, 2011. Bellamya chinensis (Gray, 1834) (Gastropoda: Viviparidae), a new alien snail species for the European fauna. Aquatic Invasions 6(1):

http://science.naturalis.nl/media/257405/ai_2011_6_1_soes_etal_correctedproof.pdf

 Soes, D.M., P.D. Walker & D.B. Kruijt, 2010. The Japanese fish louse Argulus japonicus new for The Netherlands. Lauterbornia 70: 11-17

http://science.naturalis.nl/media/257364/011-017_soes-1.pdf

 

Macrofauna Ringonderzoek  2009 – Platform Hydrobiologisch Medewerkers

 Aanleiding

Bij verschillende collegaxe2x80x99s van de waterschappen uit Noord, Oost en Zuid Nederland is er behoefte om meer te doen aan de kwaliteit van macrofauna determinaties. Zo zijn bij verschillende waterschappen mensen alleen of nog niet zo lang in het vakgebied werkzaam. Een manier om dit te doen is een kwaliteitscontrole middels een ringonderzoek.

De hydrobiologisch analisten van Waterschap Groot Salland organiseren ook dit jaar een onderzoek waarbij de nadruk ligt op de kwaliteit van macrofauna-determinaties.

 Werkwijze

Dit jaar is voor dezelfde opzet gekozen als het voorgaande jaar. Er worden macrofaunamonsters opgestuurd die al door de hydrobiologisch analisten van Waterschap Groot Salland zijn gedetermineerd. Dit heeft als nadeel dat bepaalde kenmerken mogelijk minder goed zichtbaar zijn of zelfs zijn verdwenen (genitialen van kevers, plat geprepareerde muggen). Het voordeel voor de analisten in Nederland is dat de problemen tijdens de determinaties goed naar voren komen, de deelnemers krijgen rexc3xable monsters van vergelijkbare wateren in hun eigen gebied. In dit ringonderzoek willen we vooral ingaan op de verschillen in naamgeving van gedetermineerde soorten. Verschillen in abundantie spelen veel minder een rol.

 In het onderzoek zijn locaties gebruikt uit het eigen beheergebied en uit de beheergebieden van andere waterschappen die het hydrobiologisch werk hebben uitbesteed aan het Waterschap Groot Salland. Bij de analisten van Waterschap Groot Salland was vooraf niet bekend dat deze locaties gebruikt zouden worden in het ringonderzoek. Aan de deelnemers is vooraf gevraagd of er een voorkeur bestond voor een monster uit een bepaald watertype. Er bestaat ook een mogelijkheid om een ander type water te kiezen, om daar meer ervaring in te krijgen. Sommige deelnemers hebben een voorkeur opgegeven en bij de verdeling van de monsters is hier mee rekening gehouden. Ook mochten de deelnemers er voor kiezen om bepaalde groepen, zoals watermijten, niet te determineren.

Na de analyse hebben de deelnemers hun resultaten terug gestuurd, waarna deze op papier zijn vergeleken met de determinaties verricht door analisten van Waterschap Groot Salland. Vervolgens werden de verschillen xc3xa9xc3xa9n op xc3xa9xc3xa9n besproken, en hebben de deelnemers de verschillen bekeken. Na dit overleg zijn overgebleven verschillen in determinaties door de analisten van WGS nader bekeken en gerapporteerd in dit rapport.

 Doel

Het verbeteren van de kwaliteit van macrofauna analyses en te komen tot uniforme afspraken m.b.t. determinatiekenmerken, literatuur en naamgeving.

Dit onderzoek is niet bedoeld als kwaliteitsvergelijking voor de verschillende waterschappen. Dit is ook niet mogelijk omdat de deelnemers verschillende monsters van verschillende locaties hebben geanalyseerd.

 Resultaten

De resultaten zijn weergegeven in bijgevoegde excel-tabellen, waarbij de aantallen soms niet overeenkomen omdat de schattingen van niet geconserveerde soorten er nog in staan. Opmerkingen van deelnemers en commentaar van WGS  staan weergegeven in extra kolommen.

Determinatiefouten die redelijk vaak worden gemaakt, het gaat hier dus om lastig te determineren soorten,  worden hier nader besproken. Indien de determinatiefout niet is gemaakt door slordigheid of het niet voldoende checken van alle kenmerken, is het aan de deelnemer zelf om hier ruggespraak over te houden.

 Waar zitten de meest voorkomende moeilijkheden? Deze keer zijn er weinig structurele fouten gemaakt. Er is een keuze gemaakt naar aanleiding van de vragen en opmerkingen die tijdens de individuele controles naar voren kwamen.

 Mollusca

 Het komt wel eens voor dat er van een soort atypische exemplaren aanwezig zijn. In dit geval betreft het Musculium lacustre die geen duidelijk afgezet kapje heeft. In het monster zitten exemplaren met en zonder kapje. De soort verschilt van Sphaerium door het transparante uiterlijk tgv. de dunwandige schaal.

 Kokerjuffers

 Agrypnia pagetana is een soort waarvan bij kleine exemplaren de tekening op het pronotum soms moeilijk van vaag of scherp te onderscheiden zijn en de prosterniet niet goed gesclerotiseerd is. Fig 104 B en D p. 241 Wallace, 2003. Op de foto ging het om het middelste exemplaar, rechts is een Phryganea en links is een laatste stadium van Agrypnia.

 

Chironomiden

 Sedert het verschijnen van het boek van Moller Pillot en Vallenduuk 2007 over de Tanypodinea is veel onduidelijkheid weggenomen. In een van de monsters zaten twee relatief onbekende soorten: Schineriella en Guttipelopia. Bij deze nog een foto van de huidribbels van Guttipelopia die in de lengterichting over het hele lichaam lopen.

 

 

Kevers

 

Het verschil tussen Noterus clavicornis en N. crassicornis is bij de vrouwtjes niet altijd even duidelijk te zien. De kiel op het pronotum van N. clavicornis is aan de voorkant in een haakje uitgetrokken wat het beste in zijaanzicht bekeken kan worden.

 

Noterus clavicornis                                                                           Noterus crassicornis

 

 

Er is ook een verschil in grootte. N.crassicornis: 3.5-4.2 mm. N. clavicornis: 4-5 mm.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Noterus crassicornis (L) Noterus clavicornis (R)

 

Scirtidae larven

Het verschil tussen Cyphon en Scirtes larven wordt door Klausnitzer beschreven aan de hand van kenmerken van de maxilairpalp. Bij Scirtes is deze schijnbaar 3-ledig en bij Cyphon 4-ledig. Wij hebben geen Cyphon larven in onze collectie.

Barend van Maanen heeft een aantal kenmerken van de larven van de Scirtidae beschreven. (zie bijgevoegd PDF-bestand)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Scirtes maxillairpalp

 

De antennenlengte van Elodes tov die van Scirtes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Elodes (L onder) Scirtes (R boven) larven

 

Mijten:

 

Bij het determineren van het genus Piona worden vaak fouten gemaakt. Hierbij hebben we nog enkele foto's en opmerkingen geplaatst. Van Harry Smit hebben we de nieuwste versie van zijn concepttabel gekregen die wij hierbij toevoegen. Er is ook een Nederlandse vertaling van gemaakt. Zie ook de opmerkingen in onze vorige rapportages!

 

Bij Piona nodata is het genitaalveld xc3xa9xc3xa9n enkele nap breed met vaak xc3xa9xc3xa9n nap extra in de bocht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij Piona laminata is het genitaalveld breder en er kunnen meerdere nappen naast elkaar liggen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opmerking van Harry Smit bij Piona ambigua/laminata: "Alle xe2x80x9cP. ambiguaxe2x80x9d die ik tot nu toe gezien heb uit Nederland zijn in feite P. laminata. Die karakteristieke P-5 heb ik alleen bij exemplaren uit de collectie Lundblad gezien."


Piona carnea is van Piona neumani te onderscheiden door het ontbreken van haarkegels aan de onderzijde van P-IV. Piona neumani heeft een klein haarkegeltje.

Piona carnea vr palp                                                                          Piona neumani vr palp

 

Piona carnea mn genitaalveld                                                          Piona neumani mn genitaalveld

 

Piona carnea vr genitaalveld en epimeren                                      Piona neumani vr genitaalveld en epimeren

 

Piona coccinea/stjoerdalensis/imminuta  vrouwtjes

 

17a  ventrale zijde van P-II sterk bolvormig poten en randen van coxaalplaten rood gekleurd, lengte van de mediale rand van coxaalplaat III 73-82 xc2xb5m en van coxaalplaat IV 187-213 xc2xb5m xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6…stjoerdalensis

17b  ventrale zijde van P-II recht of licht S-vormig xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa618

                       

18a  idiosoom niet rood gekleurd, mediale rand van coxaalplaat III 53-70 en van coxaalplaat IV 117-152 xc2xb5m xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. imminuta

18b  idiosoom rood gekleurd, mediale rand van coxaalplaat III 82-117 en van coxaalplaat IV 210-280 xc2xb5m xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. coccinea

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Piona stjoerdalensis vr genitaalveld, 4e epimeren 187-213 xc2xb5m                   Piona stjoerdalensis vr palp 

Piona coccinea vr genitaalveld, 4e epimeren 210-280xc2xb5m              Piona imminuta vr genitaalveld 4e epimeren 117-152 xc2xb5m

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Piona alpicola vr genitaalveld, voorste chitinescleriet sikkelvormig ipv driehoekig!


Piona coccinea/stjoerdalensis/imminuta  mannetjes

 

7a  III-p-6 met een heel grote haakvormige klauwxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6coccinea

7b  III-p-6 met een kleine haakvormige klauw xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.8

                       

8a  ventrale zijde van P-II bolxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6.xe2x80xa6…stjoerdalensis

8b  ventrale zijde van P-II recht of licht S-vormigxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6..imminuta

 

Piona coccinea mn III-p-6 klauw                                   Piona imminuta mn III-p-6 klauw

 Piona stjoerdalensis mn III-p-6 klauw                                            Piona stjoerdalensis mn palp     

 Piona coccinea mn palp                                                                  Piona imminuta mn palp


Piona pusilla/rotundoides foto van de ligging van de seta (moeilijk zichtbaar, deze liggen aan weerszijden van de anaalopening) en de glandularia die een gelijkbenige driehoek vormen met de anaalopening.

Bij Piona obturbans liggen de seta en glandularia verder naar achteren van de anaalopening. De glandularia en de anaalopening vormen dan een gelijkzijdige driehoek.

  Piona pusilla/rotundoides glandularia en anaalopening seta zijn moeilijk zichtbaar

                                                                                                                

 Hierbij de Nederlandse vertaling van de concepttabel van Harry Smit sept. 2010 met een update van

Piona ambigua, nodata en annulata (tot nu is in Nederland alleen laminata aangetroffen!,

dwz alle ambigua=laminata in Ned.).

 

            Piona vrouw   

                       

1a  nappen liggen los in de huid xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…2

1b  napplaten sikkelvormig of rond xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6.xe2x80xa6.xe2x80xa6..xe2x80xa6.3

                       

2a  P-IV zonder haarkegels, palp altijd knievormig gebogen xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6… clavicornis  

2b  P-IV met haarkegels, palp niet knievormig gebogen. Aan weerszijden van de geslachtsopening 2 plaatjes met resp. 1 en 1-2 nappen, alle andere nappen liggen los xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6  xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…conglobata      

                       

3a  napplaten sikkelvormig xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6..xe2x80xa64

3b  napplaten rond of nappen op twee paar platen xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6..xe2x80xa6…11

                       

4a  P-V sterk versmald en sterk naar beneden gebogen  xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. ambigua

4b  P-V niet sterk versmald en niet naar beneden gebogen .xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6….xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6….xe2x80xa6. 5

                       

5a  napplaten met minder dan 18 nappen, gewoonlijk 8 xe2x80x9312 nappenxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6…6

5b  napplaten met meer dan 18 nappen xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6  xe2x80xa68

 

6a  napplaten met de breedte van xc3xa9xc3xa9n nap xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.7

6b  napplaat meer dan xc3xa9xc3xa9n nap breed .xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..laminata

 

7a  palp slank, P-IV ventral met kleine duidelijk gescheiden haarkegels (50 xc2xb5m) xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.annulata

7b  palp gedrongen, P-IV met grote haarkegels die dichtbij elkaar liggen xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6nodata

 

8a  napplaten met meer dan 60 nappen, de voorrand en de achterrand lopen bijna parallelxe2x80xa6. disparilis

8b  napplaten met minder dan 52 nappen, de voorrand en de achterrand lopen niet parallel xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…9

                       

9a  anaalopening staat voor de begeleidende seta en glandularia en maakt met de glandularia een gelijkzijdige driehoek. (De seta zijn lastig te zien)xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6 obturbans

9b  anaalopening staat tussen de begeleidende seta en maakt met de glandularia een gelijkbenige driehoekxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa610

                       

10a  mediale lengte van de 4e coxaalplaten < 155 um xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.. pusilla   

10b  mediale lengte van de 4e coxaalplaten > 155 um xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6….. rotundoides  

                       

11a  P-IV zonder haarkegelsxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa612   

11b  P-IV met haarkegels xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…13

 

12a  P-IV gedrongen, voorste genitaalscleriet kort (minder dan 30 xc2xb5m), geen nappen in het middelste deel van de napplaten xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6.gyrophora 12b  P-IV slank, voorste genitaalscleriet lang, nappen liggen ook in het middelste deel van de napplaten, P-IV geen haarkegels xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.carnea                      

13a  napplaten bestaan uit xc3xa9xc3xa9n grote ronde plaat met veel nappen xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6….14

13b  er zijn 2 paar napplaten, het voorste plaatje met 1 nap xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6..19

           

14a  napplaten verbonden door chitinebrug, elk veld met 60-70 nappenxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.longipalpis

14b  napplaten niet verbonden, elk veld minder dan 30 nappen xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6.15

 

15a  alle nappen zijn even groot, ventrale zijde van P-IV met even grote haarkegels ..xe2x80xa6xe2x80xa6..cocciniodes

15b  twee nappen zijn duidelijk groter, ventrale zijde van P-IV met haarkegels van verschillende grootte

xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..16

 

16a  voorste chitinescleriet sikkelvormig, 1 vergrote nap ligt in het midden van de napplatenxe2x80xa6…alpicola  

16b  voorste chitinescleriet driehoekig, xc3xa9xc3xa9n vergrote nap ligt aan de rand van de napplatenxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6..17

                       

17a  ventrale zijde van P-II sterk bolvormig poten en randen van coxaalplaten rood gekleurd, lengte van de mediale rand van coxaalplaat III 73-82 xc2xb5m en van coxaalplaat IV 187-213 xc2xb5m xe2x80xa6xe2x80xa6stjoerdalensis

17b  ventrale zijde van P-II recht of licht S-vormig xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa618

                       

18a  idiosoom niet rood gekleurd, mediale rand van coxaalplaat III 53-70 en van coxaalplaat IV 117-152 xc2xb5m xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6. imminuta

18b  idiosoom rood gekleurd, mediale rand van coxaalplaat III 82-117 en van coxaalplaat IV 210-280 xc2xb5m ..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6…. coccinea            

19a  achterste napplaat ellipsvormig, met 20 – 25 nappen (weinig waarnemingen in Ned)  .xe2x80xa6discrepans

19b  achterste napplaat anders van vorm, met minder nappen ..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa620

 

20a  achterste grote napplaat gesloten, rondachtig, voorste plaatje met 2 kleine seta vooraan en 1 aan de zijkant van de nap xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.variabilis

20b  achterste grote napplaat min of meer gebogen, seta op het voorste plaatje anders gerangschikt  ..21

                       

21a  een rij van 3 kleine seta aan de zijkant van het voorste kleine napplaatje, uiteinde 4e palplid met flinke haarkegel xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6..paucipora

21b  4-6 kleine seta omringen de voorste nap …xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. neumani

           

 

 

            Piona man     

                       

1a  genitaalopening diep xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.2

1b  genitaalopening ondiep xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.12

                       

2a  klauw van III-p-6 verlengd xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6….xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa63

2b  klauw van III-p-6 kort xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..9

                       

3a  III-p-6 slank, genitaalopening rond zonder zijlobben   xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.4

3b  III-p-6 stomp, genitaalopening met zijlobben  xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa65

                       

4a  napplaten met 8 -12 nappen, 4e coxaalplaten in het midden gescheiden xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…..clavicornis

4b  napplaten > 35 nappen, 4e coxaalplaten in het midden tegen elkaar aan xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6.falcigera

                       

5a  napplaten met 8 -12 nappen, genitaalopening linzenvormig, verlengde klauw van III-p-6 rechtxe2x80xa6.xe2x80xa6..6

5b  napplaten > 25 nappen, genitaalopening drielobbig, verlengde klauw van III-p-6 haakvormigxe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa67

                       

6a  P-V sterk versmald en sterk naar beneden gebogen xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6..ambigua

6b  P-V niet sterk versmald en niet naar beneden gebogen xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…nodata + laminata + coccinoides

                       

7a  III-p-6 met een heel grote haakvormige klauwxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.xe2x80xa6coccinea

7b  III-p-6 met een kleine haakvormige klauw xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.8

                       

8a  ventrale zijde van P-II bolxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6…stjoerdalensis

8b  ventrale zijde van P-II recht of licht S-vormigxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..imminuta

                       

9a  napplaten > 60 nappen xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6.longipalpis

9b  napplaten 10 – 25 nappen xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa610

                       

10a genitaalopening drielobbig, ventrale zijde P-IV met haarkegels xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6alpicola

10b genitaalopening elliptisch, ventrale zijde P-IV met of zonder haarkegels xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.xe2x80xa611

                       

11a ventrale zijde P-IV zonder haarkegelsxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.carnea

11b ventrale zijde P-IV met haarkegels …xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6neumani

                       

12a versmelting tussen napplaten en 4e coxaalplaten loopt tot de aanhechting van de 4e potenxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6..discrepans

12b versmelting tussen de napplaten en de 4e coxaalplaten is minder verxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.13

                       

13a klauwen van III-p-6 niet verlengdxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6….conglobata

13b klauwen van III-p-6 verlengd xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa614

           

14a excretieopening versmolten met napplatenxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6..obturbans

14b excretieopening niet versmolten met napplatenxe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa615

                       

15a napplaten steken lateraal ver voorbij het achteruitsteeksel van de 4e coxaalplaten, vleugelvormig, verlengde klauw III-p-6 is niet gebogenxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6disparilis

15b napplaten steken lateraal niet (ver) voorbij het achteruitsteeksel van de 4e coxaalplaten, verlengde klauw III-p-6 is gebogen met een 90xc2xba hoek (*)! xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.16

                       

16a napplaten vergroeid met 4e coxaalplaten (er komen ook afwijkende exemplaren voor waarbij de napplaten los liggen van de 4e coxaalplaten) .xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6….xe2x80xa6xe2x80xa617

16b napplaten liggen los van de 4e coxaalplaten xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa618

                       

17a lengte van de mediale rand van de 3e + 4e coxaalplaten < 235 xcexbcmxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.pusilla

17b lengte van de mediale rand van de 3e + 4e coxaalplaten > 273 xcexbcmxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6rotundoides

                       

18a 4e coxaalplaten raken elkaar in het midden, de voorrand van de napplaten is rechtxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. variabilis

18b 4e coxaalplaten liggen in het midden los van elkaar, de voorrand van de napplaten is ingebogen xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.paucipora

(*) moeilijk zichtbaar kenmerk omdat de klauw direct aan de basis in een hoek van 90xc2xba gebogen is en verder vrij recht is.

 

Piona annulata en P. gyrophora mannetje nog niet bekend.

 

 

Concept tabel Piona, Harry Smit september 2010

 

Key to the males

 

1. Genital pit deep xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6.. 2

    Genital pit shallow xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6.xe2x80xa6 12

 

2. Claw of III-leg-6 elongated xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…3

    Claw of III-leg-6 short xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..9

 

3. III-leg-6 slender, genital pit rounded without lateral indentations xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.. 4

    III-leg-6 stocky, genital pit with lateral indentations xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6.. 5

 

4. Genital plates with 8-12 acetabula, fourth coxal plates separated medially xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. Piona clavicornis

    Genital plates with more than 35 acetabula, fourth coxal plates touching medially xe2x80xa6xe2x80xa6…..xe2x80xa6Piona falcigera

 

5. Genital plates with 8-12 acetabula, genital pit lentil-shaped, elongated claw of III-leg-6 straight xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 6

    Genital plates with more than 25 acetabula, genital pit three-lobed, elongated claw of III-leg-6

      hook- shapedxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa67

 

6. P-5 strongly tapering, distally with only one seta bent down xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6Piona ambigua

    P-5 distally not tapering and bent down xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6….xe2x80xa6 P. nodata + P. laminata + P. coccinoides

 

7. III-leg-6 with a very large hook-shaped claw xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. Piona coccinea

    III-leg-6 with a small hook-shaped claw xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6 8

 

8. Ventral margin of P-2 convex xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6… Piona stjoerdalensis

    Ventral margin of P-2 straight or slightly S-shaped xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6… Piona imminuta

 

9. Genital plates with more than 60 acetabula xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6. Piona longipalpis

    Genital plates with 10-25 acetabula xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 10

 

10.Ventral margin of P-4 without distinct setal tubercles  xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6. Piona carnea

     Ventral margin of P-4 with distinct setal tubercles xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6 11

 

11.Genital pit three-lobed xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6………………xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6 Piona alpicola

     Genital pit elliptical xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6……………..xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.. Piona neumani

 

12 Fusion between genital field and fourth coxal plates extends to insertion of fourth legsxe2x80xa6 Piona discrepans

     Fusion genital field and fourth coxal plates less extensive xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6 13

 

13 Claw of III-leg-6 not elongated xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…….xe2x80xa6 Piona conglobata

     Claw of III-leg-6 elongated xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.14

 

14 Excretory pore fused with genital field xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. Piona obturbans  

     Excretory pore not fused with genital field xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. 15

 

15 Genital plates extending laterally far beyond posterior extension of fourth coxal plates, wing-shaped   xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6.xe2x80xa6 Piona disparilis

Genital plates not or only slightly extending laterally beyond posterior extension of fourth coxal plates, elongated claw of III-leg-6 bowed xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. 16

 

16 Genital plates fused with fourth coxal plates (but occasionally aberrant forms occur, in which the genital field is separated) xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. 17

     Genital plates separated from fourth coxal plates xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6….xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6.. 18

 

17 Length of medial margin of 3rd + 4th coxal plates less than 235 xc2xb5m xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6… Piona pusilla

     Length of medial margin of 3rd + 4th coxal plates more than 273 xc2xb5m xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6……..xe2x80xa6 Piona rotundoides

 

18 Fourth coxal plates touching medially, anterior margin of genital plates straight xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6….. Piona variabilis

     Fourth coxal plates well separated, anterior margin of genital plate indentedxe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6… Piona paucipora

 

P. annulata en P. gyrophora  mannetje nog niet bekend.

 

 

 


Key to the females

1. Most acetabula lying free in the idiosoma, not on plates xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.2

    Acetabula on two sickle-shaped or on rounded genital plates xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6  xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.3

 

2. P-4 without setal tubercles, palp always geniculated xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6  xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6..xe2x80xa6. Piona clavicornis

            P-4 with setal tubercles; lateral of gonopore two platelets with 1 and 1-2 acetabula respectively, all other acetabula lying free in idiosoma xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6  xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 Piona conglobata

 

3. Acetabula on sickle-shaped plates xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6  xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. 4

    Acetabula on rounded plates or acetabula on two pairs of plates xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa611

 

4. Distal part of P-5 strongly narrowed and sharply bent down xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. Piona ambigua

    Palp not strongly narrowed and distally bent down xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 xe2x80xa6 xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 5

 

5. Genital plates with less than 18 acetabula, usually 8-12 acetabula xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6 6

    Genital plates with more than 18 acetabula xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa68

 

6. Each genital plate one acetabulum in width xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 7

    Each genital plates more than one acetabulum in width xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6… Piona laminata

 

7. Palp slender, P-4 ventrally with small, well separated setal tubercles (50 xc2xb5m) xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. Piona annulata

    Palp stocky, P-4 with large setal tubercles, which are lying close to each other xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6..Piona nodata

 

8. Each genital plate with more than 60 acetabula, anterior and posterior margin almost parallel..Piona disparilis

    Each plate usually less than 52 acetabula, anterior and posterior margin not parallel xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6 9

 

9. Excretory pore anteriorly of accompanying setae and glandularia xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6Piona obturbans

    Excretory pore between accompanying acetabula xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. 10

 

10. Medial margin of fourth coxal plates less than 155 xc2xb5m in length xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 Piona pusilla

      Medial margin of fourth coxal plates more than 155 xc2xb5m in length xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6 Piona rotundoides

 

11. P-4 without setal tubercles xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 12

      P-4 with setal tubercles xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6..xe2x80xa6. 13

 

12. P-4 stocky; pre-genital sclerite short (less than 30 xc2xb5m), acetabula not occupying central part of genital plates xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 Piona gyrophora

P-4 slender, pres-genital sclerite long, acetabula occupying central part of genital plate, PIV no setal          tubercles xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…. Piona carnea

 

13. Genital field consisting of one large, rounded plate with numerous acetabula xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. 14

      Genital field consisting of two pairs of plates, anterior platelet with one acetabulum xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6 19

 

14. Genital plates connected by chitinised  bridge, each plate with 60-70 acetabula xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. Piona longipalpis

      Genital plates not connected, each plate with less than 30 acetabula xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6. 15

 

15. All acetabula of similar size, ventral margin of P-4 with two setal tubercles of similar size xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6Piona coccinoides

      Two distinctly larger acetabula present, ventral margin of P-4 with setal tubercles of different sizexe2x80xa6xe2x80xa616

 

16. Pre-genital sclerite sickle-shaped, both enlarged acetabula usually located in the middle of genital plate

      xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. Piona alpicola

      Pre-genital sclerite triangular, one enlarged acetabulum lying near anterior margin of genital plate  … 17

 

17. Ventral margin of P-2 strongly convex. Legs and margins of coxal plates red, medial margin of Cx-III 82-117 xc2xb5m, Cx-IV 210-280 xc2xb5m xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…………………………. Piona stjoerdalensis

      Ventral margin of P-2 straight or slightly S-shaped xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. 18

 

18. Idiosoma colour not red; medial margin of Cx-III 53-70 xc2xb5m, medial margin Cx-IV 117-152 xc2xb5m .

      xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6Piona imminuta

Idiosoma colour red,  medial margin of Cx-III 82-117 xc2xb5m,  medial margin of Cx-IV 210-280 xc2xb5m in length xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6………..xe2x80xa6. Piona coccinea

 

19. Posterior large genital plate elliptical, with 20-25 acetebula xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…. Piona discrepans

      Posterior large genital plate of different shape with less acetabula xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. 20

 

20. Posterior large genital plate closed, roundish, anterior platelet with two small setae anteriorly and one laterally of acetabulum xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6………..xe2x80xa6 Piona variabilis Posterior large genital plate more or less bowed; configuration of small setae of anterior platelet different

      xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. 21

21. A row of three small setae on platelet with anterior of acetabulum .xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6 Piona paucipora

      Platelet with anterior acetabulum with 4-6 small setae surrounding anterior acetabulum .. Piona neumania

  

Conclusie en Aanbevelingen

 Macrofaunamonsters zonder determinatiefouten zijn een grote uitzondering. In bijna elk monster worden determinatieverschillen geconstateerd tussen de verschillende analisten.

Vaak wordt door de deelnemers aangegeven dat men niet zeker is van een bepaalde determinatie.

De bij de laatste controle geconstateerde verschillen gaven in de meeste gevallen intern (WGS) weinig of geen discussie. Veel van de gemaakte determinatiefouten waren meestal het gevolg van:

  • Te snel werken (slordigheid), waardoor individuen worden gemist.
  • Onvoldoende checken van meerdere kenmerken (in verschillende determinatiewerken) en ecologie.
  • Geen gebruik maken van de microscoop.
  • Kijken naar verkeerde onderdelen. (onervarenheid, tabellen niet duidelijk genoeg)
  • Te ver door determineren van individuen die niet volgroeid zijn en/of niet uitgekleurd.
  • Het niet hebben van geschikt referentiemateriaal
  • Te weinig overleg kunnen voeren met ervaren collega's of specialisten

 Onervaren met de groep die gedetermineerd werd. Sommige deelnemers hebben de mogelijkheid benut om een voor hun betrekkelijk nieuwe groep (watermijten, keverlarven) te gaan determineren waarbij ze dan meteen een controlemogelijkheid hadden. Het foutenpercentage was daardoor ook hoger.

 Onvoldoende raadplegen van verspreiding en zeldzaamheidsgegevens. De waarnemingen die in de Limnodata staan zijn niet helemaal foutloos maar geven toch een beeld van de verspreiding van soorten en de gevonden aantallen in Nederland. De website Limnodata en Piscaria is erg toegankelijk.

 De deelnemers die al langer met een kwaliteitssysteem werken en die in dit onderzoek al langer meedoen zitten qua determinaties meer op een lijn dan degenen die voor het eerst meedoen. Wij hopen dat dit voor de nieuwe deelnemers een aanmoediging is om de volgende keer weer mee te doen of een eigen kwaliteitsvergelijking op te zetten.

Ook de watermijten blijft een lastige groep. Ook in dit ringonderzoek blijkt een aantal soorten van het geslacht Piona, Arrenurus (vrouwtjes) een struikelblok. Er is getracht in deze rapportage de determinatie van deze groepen te ondersteunen middels foto's uit ons referentiemateriaal, met aanvullende kenmerken. We hebben deze keer met Harry Smit overleg gehad over de determinatie van Piona. Met behulp van de gegeven tabel en de foto's denken wij dat er met meer zekerheid tot op soort gedetermineerd kan worden. Van Barend van Maanen hebben we zijn opmerkingen over Scirtidae-larven bijgevoegd.

Indien deelnemers de determinatieverschillen nog eens nader willen bekijken of wanneer de gevonden uitkomsten aanleiding geven tot discussie, is het altijd mogelijk een terugkommiddag te organiseren. Daarnaast is het ook een optie om naar aanleiding van problemen die uit deze rapportage naar voren komen een specialistendag te organiseren.

 Hoe nu verder?

 Er zijn groepen van soorten aan te duiden die moeilijk zijn en die dus alleen goed te determineren zijn met genoeg ervaring en een goede referentiecollectie. Hieruit zou je kunnen afleiden aan welke groepen macrofauna nog behoefte is om in een expertcursus te behandelen. Zie ook onze vorige verslagen.

  • Arrenurus vrouwtjes
  • Piona
  • Limnesia
  • Hydroporus
  • Helophorus
  • Chironomus
  • Tanytarsus
  • Pisidium
  • Orthocladinae
  • Colymbetinae larven

 

Deze soorten zijn dit jaar fout gedetermineerd! Maak meer gebruik van je referentiecollectie 

 

Kevers 

Mijten 

Chironomidae 

Enochrus coarctatus

Arrenurus latus

Ablabesmyia monilis

Haliplus heydeni

Arrenurus cuspidator

Ablabesmyia phatta

Helophorus minutus

Feltria

Acricotopus lucens

Hydroporus

Hydrochoreutes krameri

Arctopelopia barbitarsus

Hydroporus memnonius

Limnesia maculata

Cricotopus bicinctus

Hygrotus versicolor

Limnesia undulatoides

Demicryptochironomus vulneratus

Laccobius minutus

Neumania vernalis

Glyptotendipes barbipes

Noterus clavicornis

Piona carnea

Micropsectra recurvata

Platambus maculatus

Piona clavicornis

Orthocladius

 

Piona coccinea

Paracladopelma nigritula

Keverlarven 

Piona coccinoides

Parachironomus arcuatus gr.

Agabus larve

Piona imminuta

Paracladius conversus

Colymbetes paykulli larve

Piona neumani

Phaenopsectra

Cyphon larve

Piona obturbans vr

Procladius sp.

Dytiscus larve

Piona rotundoides

Syndiamesa hygropetrica

Hydrophilinae larve

Piona stjoerdalensis

Xenopelopia

Hydrovatus cuspidatus larve

Tiphys ornatus

 

Hygrotus versicolor larve

 

Mollusca 

Rhantus exsoletus larve

Diptera 

Corbicula

Rhantus grapii larve

Chaoborus flavicans

Lymnaea stagnalis

Spercheus emarginatus larve

Dolichopodidae

Potamopyrgus antipodarum

 

Setodes

Segmentina nitida

Wantsen 

Simulium cryophilum

Sphaerium

Corixa

 

Sphaerium rivicola

Corixa panzeri

Wormen

 

Corrixa affinis

Embolocephalus velutinus

Kokerjuffers 

Gerris argentatus

Nais

Agrypnia obsoleta

Microvelia reticulata

 

Athripsodes cinereus

Sigara distincta

Vlokreeften 

Ceraclea senilis

 

Gammarus lacustris

Glyphotaelius pellucidus

Haften 

Gammarus pulex

Limnephilus decipiens

Caenis macrura

 

 

Caenis robusta

 

 

 Stel je voor

 Beste Macrofauna-nieuws lezers,

 Tijdens de presentatie van het Handboek Hydrobiologie in september op Texel heb ik veel enthousiaste mensen gesproken die werkzaam zijn in de hydrobiologie. Hier werd ik ook gewezen op het bestaan van de Macrofauna-nieuwsmail. Na aanmelding werd mij gevraagd of ik mijzelf in de nieuwsmail voor wil stellen aan de lezers.

Bij deze dus!

 Mijn naam is Gijs Koning en werk sinds 2008 bij Wateropleidingen als opleidingscoxc3xb6rdinator binnen het vakgebied Waterbeheer. Om op de hoogte te blijven van wat er in het werkveld speelt lees ik graag jullie nieuwsmail.

 

Op het gebied van waterbeheer en waterkwaliteit coxc3xb6rdineer ik een aantal cursussen en opleidingen die mogelijk voor jou als lezer interessant zijn, zoals Integraal Waterbeheer en Aquatische ecologie. Mocht je hierover meer te weten willen komen bekijk dan onze website; www.wateropleidingen.nl of neem contact met mij op.

 

Ik hoop via de macrofauna-nieuwsmail veel informatie te krijgen op het gebied van macrofauna en de waterkwaliteit!

 Met vriendelijke groet,

Gijs Koning

Opleidingscoxc3xb6rdinator

(030) 60 69 422

gijs.koning@wateropleidingen.nl

 

 Het boek De Nederlandse Biodiversiteit

 geeft een actueel overzicht van de Nederlandse planten, dieren, schimmels en eencelligen.

 In totaal worden 204 groepen behandeld, van oogdiertjes tot korstmossen en van varens tot zoogdieren. Van elke groep wordt basale informatie gegeven: aantal soorten in Nederland en de wereld, uiterlijk, biologie, relatie met de mens en determinatiewerken. Talrijke kleurenfotoxe2x80x99s illustreren de enorme diversiteit aan vormen en voor sommige groepen is een diversiteitskaartje of trenddiagram opgenomen. Naast de groepsbesprekingen zijn er hoofdstukken over het begrip biodiversiteit, onderzoek, beheer en beleid. In totaal hebben ruim 100 specialisten, afkomstig uit de Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (elk gespecialiseerd in een groep dieren of planten), natuurhistorische musea en onderzoekinstellingen, aan het boek meegewerkt. Een onmisbare bron van informatie voor iedereen die zich beroepsmatig of in de vrije tijd bezig houdt met de Nederlandse planten- en dierenwereld.

 xe2x82xac 44,95

 Einde macrofaunanieuwsmail 95

15 December 2010
By on 09:28