Macrofaunanieuwsmail 99, 14 juli 2011

 

Beste lezers,

 Dit is alweer de negenennegentigste uitgave van de macrofaunanieuwsmail. De volgende uitgave moet dan ook iets speciaals worden. Wie heeft daar een passende bijdrage voor?

 Zomer, tijd om op te laden en je te laten verrassen door je omgeving.

 Dus als je wat ziet, hoort of leest, stuur je berichten naar macrofauna@rws.nl. Eerder verschenen nummers staan op http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/overlegkaders/macrofaunanieuwsmail/

  Is uw email adres gewijzigdxe2x80xa6xe2x80xa6.geef het ook even door aan macrofauna@rws.nl

 Fijne zomer, Myra Swarte

 

In dit nummer:

 

Veranderingen in de vlokreeften samenstelling van de Nederlandse rivieren. 2 

Beste bloedzuiger-liefhebbers, 3 

New publication – The Zebra Mussel in Europe. 4 

Pontocaspen rukken verder op in Friesland. 5 

Gezocht: Hygrobates nigromaculatus. 5 

Erratum voor Tanypodinae. 6 

Taxa Waterbeheer Nederland (TWN) 6 

Micronecta scholtzi lawaai 6 

Andere nieuwe uitgaven: 7 

NORMNETTEN – Nieuwe macrofauna netten. 8 

Aankondiging Hydracarina cursus, 13 en 14 oktober 2011. 9 

Opgaveformulier determinatiecursus Hydracarina. 10 

www.strackbook.nl 11

   


Veranderingen in de vlokreeften samenstelling van de Nederlandse rivieren.

 

In de afgelopen jaren werden de vlokreeften populaties in de grote rivieren in Nederland gedomineerd door Gammarus tigrinus en Dikerogammarus villosus. Andere soorten werden maar weinig aangetroffen. Afgelopen jaar hebben we bij Koeman en Bijkerk bv voor de Waterdienst monsters geanalyseerd uit o.a. Maas, Waal, Lek en Rijn. Op diverse monsterlocaties in deze rivieren hebben we lage tot zeer hoge aantallen van de soort Echinogammarus trichiatus (Figuur 1) aangetroffen.

E. trichiatus zat vooral in de handnetmonsters, dus op de zachte substraten tussen de kribben. Voorheen was G. tigrinus hier de dominante vlokreeft. Op de stenen is D. villosus nog steeds dominant.

Figuur 1  Echinogammarus trichiatus xe2x99x82 (foto: Olaf Duijts).

Eerder was er twijfel of E. trichiatus wel in Nederland voor zou komen, mogelijk zouden waarnemingen die waren gedaan betrekking kunnen hebben op Echinogammarus ischnus die in zomerkleed ook de sterke beharing zou hebben, een determinatiekenmerk dat wordt gegeven in Eggers en Martens (2001). Een ander kenmerk welke ook in Eggers en Martens (2001) staat is de bestekeling van de urosomen. Omdat we op een locatie zowel E. trichiatus en E. ischnus aantroffen konden we de verschillen waarnemen. E. trichiatus heeft op urosoom I en II aan beide zijden een dorsolateraal en een lateraal groepje van elk 2 xc3xa1 3 stekels. Bij E. ischnus staat op diezelfde posities een enkele stekel met 1 of 2 haartjes. Ook aan uropode III konden we verschillen waarnemen tussen beide soorten.

E. trichiatus heeft een aantal stekels begeleid door lange gevederde haren. Deze zijn gekruld bij de mannetjes en recht bij de vrouwtjes. Bij E. ischnus zagen we ook stekels maar juist met weinig korte ongeveerde haren. Helaas hebben we van deze soort geen mannetjes aangetroffen en betrof het dieren die eind september bemonsterd waren. Het is dus mogelijk dat deze exemplaren niet meer het zomerkleed hadden.

 Eveneens hebben we op diverse locaties de soort Dikerogammarus haemobaphes aangetroffen. Als determinatiekenmerk t.o.v. D. villosus gebruikten we in eerste instantie de lagere tuberkels op de urosomen. Voor een aantal exemplaren hebben we het kenmerk van de stekel op de binnenzijde van uropode III bekeken (zie opmerkingen in macrofauna nieuwsmail 71, februari 2007). Alle exemplaren van D. haemobaphes die we hierop hebben gecontroleerd waren in het bezit van enkele stekels aan de binnenzijde van uropode III. Tevens hebben we ter vergelijking een reeks D. villosus bekeken en bij alle exemplaren ontbraken deze stekels.

 D. haemobaphes of een vermoeden van D. haemobaphes heb ik wel eens eerder gezien maar dan betrof het een enkel exemplaar in een enkel monster. Niet eerder troffen we de soort aan in zoveel monsters als nu. De voorheen zo talrijke soort G. tigrinus vonden we nog maar weinig in de monsters van de grote rivieren.

 

Literatuur

Eggers, Th.O. & A. Martens (2001). Bestimmungsschlxc3xbcssel der Sxc3xbcxc3x9fwasser-Amphipoda (Crustacea) Deutschlands. Lauterbornia 42: 1-68.

 

Olaf Duijts

 

T

050 820 0014

E

o.duijts@koemanenbijkerk.nl

E

info@koemanenbijkerk.nl

W

www.koemanenbijkerk.nl

P

Postbus 111, 9750 AC Haren

 

 Beste mensen,

 

Een oproepje bedoeld voor vakantiegangers die op vakantie naar Frankrijk gaan en niet op kunnen houden met macrofauna vangen:  

Beste bloedzuiger-liefhebbers,

Op de laatste bloedzuiger-bijeenkomst in Polen, afgelopen mei, bleek dat er van Frankrijk hoegenaamd geen recente waarnemingen van bloedzuigers bekend zijn.

Het valt vooral op, dat ook van Hirudo geen waarnemingen bekend zijn. Vandaar deze oproep:

Nu gaan sommigen van jullie misschien op vakantie naar Frankrijk. Mochten jullie een bloedzuiger tegenkomen: Serge Utevsky van de universiteit in Kharkiv is bijzonder geinteresseerd in eventuele waarnemingen van deze soort.

Het is niet ondenkbaar dat in Frankrijk niet alleen H. medicinalis voorkomt maar ook (een) andere soort(en).

Een beetje redelijke foto is voor deterninatie van Hirudo-soorten vaak voldoende, maar ook materiaal is zeer welkom: het lijkt wel dat er in Frankrijk niemand naar kijkt!

Waarnemingen, foto's of materiaal : stuur Serge even een berichtje.

Natuurlijk zijn de waarnemingen ook te plaatsen op www.observado.org.

 

David Tempelman, david.tempelman@grontmij.nl Serge Utevsky , sutevsk@univer.kharkov.ua


New publication – The Zebra Mussel in Europe         

 

Preface

The zebra mussel Dreissena polymorpha (Pallas, 1771)) invaded the Great Lakes about 1987 or some years earlier. It spread so quickly and reached such high densities that this sessile filter feeder had an impact on these ecosystems and became the most serious biofouling pest as well. In due course, zebra mussels became synonymous with invasions of aquatic nuisance species. Projects, conferences, workshops, publications, theses, proceedings, newsletters, reports and websites concerning this species became booming business. However, international books dealing exclusively with zebra mussels and their relatives are only a few. One of the most important books with contributions from North American as well as non-North American authors is a 810 pages thick book edited by Thomas F. Nalepa and Donald W. Schloesser (1993) dealing with all aspects of Zebra mussels biology, impacts and control summarizing the European experience and knowledge thus far completed with recent studies from North America. One year later in 1994 another book of 227 pages was published by Renata Claudi and Gerald L. Mackie entitled xe2x80x9cPractical manual for zebra mussel monitoring and controlxe2x80x9d. This practical, well-written guide was intended for engineers, technicians and operators at power utilities, industries and water or wastewater treatment plants. In 1997, another book appeared edited by Frank M. Dxe2x80x99Itri, entitled xe2x80x9cZebra mussels and aquatic nuisance speciesxe2x80x9d (638 pages), which was, in fact, the proceedings of the Sixth International Zebra Mussel and Other Aquatic Nuisance Species Conference held in Dearborn in 1996.

The Europeans produced in 1992 also a book on the zebra mussel, the result of a meeting of German, Dutch and French researchers involved in studies on population dynamics, ecophysiology, ecotoxicology and biomonitoring. This book edited by Dietrich Neumann and Henk A. Jenner was entitled xe2x80x9cThe zebra mussel Dreissena polymorphaxe2x80x9d with the subtitle ecology, biological monitoring and first applications in the water quality management (262 pages).

This book has emphasized the use of zebra mussels as early warning systems for water quality control and as biological filter to mitigate the effects of eutrophication and other pollution. Why should we add a new book to the 1937 pages of information available in these four books? We noticed that a book specialized on the European experience with the zebra mussel and its relatives was lacking in spite of the origin from and early invasions in that continent. Furthermore, we have 10 years more experience with the zebra mussel since the last book was published. The last decades represent a new phase of zebra mussel invasions in Europe with range extensions towards other countries such as Ireland and Spain, as well as range extensions within countries. The latter probably is generated by increased economic and recreational activities as vectors for dispersal coinciding with water quality

improvement and with climate change. Another argument in support of this book is that the literature on the zebra mussel is nowadays so numerous and widely spread, that a new overview is long overdue in order not to get lost in heaps of publications and grey literature.

The present book is an up-to-date overview of specialists with contributions on all aspects of the zebra mussel. It gives information on fossil and recent species, distribution and dispersal, genetics, food, growth and life history, ecology and ecological impacts, endosymbionts, parasites, predation, indication for water quality and applications, biofouling and control.

We sincerely hope the book serves the function it is intended to and becomes a valuable addition to the literature on zebra mussels.

 

 

Gerard van der Velde, Sanjeevi Rajagopal, Abraham bij de Vaate


Pontocaspen rukken verder op in Friesland.

 

Tijdens de in 2009 begonnen inventarisatie van exoten in Nederland (toen nog gexc3xafnstigeerd door het ministerie LNV) is gebleken dat in zuidwest Friesland een zeer interessante situatie is ontstaan om exoten te bestuderen. Door de permanente aanvoer van exoten door de rivier de IJssel en de diversiteit in watertypes (meren, kanalen, sloten) vindt de onvermijdelijke invasie van Pontocaspische organismes hier duidelijk gefaseerd plaats. Dit lijkt vooral afhankelijk van de hydrologie van het gebied. De grote wateren eerst, gevolgd door de kleinere, waarbij de richting van de waterstromen een belangrijke rol speelt. De daaraan gerelateerde barrixc3xa8res, zoals sluizen en stuwen, vormen voor veel exoten een tijdelijk obstakel. Vaak geholpen door de sportvissende en watersportende medemens zullen deze organismes uiteindelijk alle beschikbare plekken vullen.

Een paar soorten vallen vooral op, nl. de vlokreeft Echinogammarus trichiatus, de Quagga mossel Dreissena bugensis alsmede twee aasgarnalen Limnomysis benedeni en Hemimysis anomala. Er zijn in de Friese zuidwest hoek nog veel plekken waar deze soorten niet voorkomen. Op een aantal, vooral grotere wateren, zijn ze inmiddels gexc3xafnstalleerd. De mogelijkheid dient zich aan te onderzoeken waarom, waar, op wat voor wijze, met wat voor gevolg en waar niet deze soorten zich in de nog niet gexc3xafnvadeerde wateren gaan manifesteren. Dit biedt een breed scala aan onderzoeksmogelijkheden en de uitkomsten hiervan kunnen veel kunnen bijdragen aan de kennis over invasies. Wie o wie.

 

Dirk Platvoet

 

Gezocht: Hygrobates nigromaculatus

Voor mijn Duitse watermijt collega Peter Martin (Kiel) ben ik op zoek naar Hygrobates nigromaculatus uit stilstaand water. Hij wil DNA onderzoek doen, en daarvoor heeft hij materiaal nodig dat in 96 % ethanol is geconserveerd. Deze watermijt komt bv. in zandwinplassen voor. Vanouds is H. nigromaculatus uit de Grote Maarsseveense Plas bekend, maar daar kon ik deze niet meer vinden. Ook het IJsselmeer leverde niets op. Dus als je een lokatie weet waar deze soort voorkomt, stop alles in de ethanol, en stuur het naar mij op. Ik zal de soort er dan uithalen en naar Peter Martin opsturen.

Groet,

 

Drs Harry Smit

Netherlands Centre for Biodiversity Naturalis

P.O. Box 9517

2300 RA Leiden

The Netherlands 

 


Erratum voor Tanypodinae

Beste lezers,

 

In de publicatie over de Tanypodinae

(Vallenduuk & Moller Pillot, 2009) staat een fout in de matrix 5-4-1:

Voor Macropelopia adaucta staat bij "lat setae thorax meso":

15-21 (2) 6-9. Dit moet zijn: 15-21 (2) 0,

overeenkomstig de kenmerken in de sleutel bij 11a.

 

Groeten,

Henk Vallenduuk

Taxa Waterbeheer Nederland (TWN)

 

Beste gebruikers,

 

Taxa Waterbeheer Nederland is nu rechtstreeks te benaderen via http://twn.taxainfo.nl/

Er is weer een groot aantal (>100) nieuwe taxa aan de fytoplanktonlijst toegevoegd en de lijst met determinatieliteratuur (zowel fyto als diat) is weer verder uitgebreid. Om mutaties zo efficixc3xabnt mogelijk te kunnen doorvoeren hebben een aantal wijzigingen plaatsgevonden in de literatuurdownloads.

Je kunt nu nog 3 bestanden downloaden 2 pdfs (xe2x80x9cauthor transcriptionxe2x80x9d en xe2x80x9ccomplete citationxe2x80x9d) en

1 excelbestand. De pdf-bestanden voor de literatuurreferenties worden niet meer aangemaakt.

Ik ga er van uit dat iedereen het excelbestand gebruikt. Ook het versienummer in de bestandsnaam

is verwijderd. Als je het bestand opent zie je daarentegen wel in het bestand zelf in de koptekst

(Excel in tabbladnaamsveld) het versienummer en de datum van aanmaak staan.

Micronecta scholtzi lawaai

 

 Uit De Volkskrant van 1 juli 2011

Andere nieuwe uitgaven:

 Velddeterminatietabel voor lieveheersbeestjes van Belgie en Nederland.

  Euro 7,50   80 blz. P/B.

In de Benelux komen een 60-tal soorten voor.

Voor elke soort worden naast de determinatiekenmerken ook de zeldzaamheid, geologische verspreiding, habitat, voedsel en overwinteringsplaatsen besproken.

Herziene druk met larventabel.

Bewerkt en aangevuld door Stijn Segers (2011)

 

A Pictorial Guide to British Ephemeroptera

 

Euro 22,50

Een prachtige determinatiegids voor ALLE 51 soorten

eendagsvliegen. 128 blz. Prachtige foto's met veel details.

 

Ephemeroptera, also known as mayflies or up-wing flies, can be seen emerging from the water, resting on nearby vegetation of 'dancing' above head height along the shores of still waters and rivers.

This new AIDGAP identification guide provides introductory, picture-based keys and species accounts for both the adults and nymphs of the 51 species of Ephemeroptera that have been recorded in the British Isles. Further information covers the biology and ecology of these large and conspicuous aquatic insects, as well as the main emergence and flight periods of each species.

  

www.vermandel.com is met vakantie van 18 juli t/m 6 augustus

 


NORMNETTEN – Nieuwe macrofauna netten

  

Vanaf Mei 2011 zal het nieuwe bedrijf NORMNETTEN professionele schepnetten en ander vangmateriaal op de markt gaan brengen. Deze netten voldoen aan de eisen die gesteld mogen worden aan materiaal dat beroepshalve en veelvuldig moet worden gebruikt.  Het ontwerp is voortgekomen uit  jarenlange ervaring met het gebruik van schepnetten in het veld en er is veel aandacht gegeven aan  ergonomie en degelijkheid.

De netten zijn primair bedoeld voor diegenen die zich met macrofauna bemonstering bezig houden, maar maatwerk voor speciale toepassingen is mogelijk.

Het assortiment bestaat uit de volgende netten:

Normnet Standard (netopening 20 x 20 cm), een net dat vangcapaciteit en gebruiksgemak optimaal combineert, voor kwalitatieve en kwantitatieve bemonstering. Vaste stok en verlengstukken zijn 1 meter lang. Optioneel zijn stokken uit xc3xa9xc3xa9n deel of houten stokken.

Normnet Travel (netopening 15 x 15), ontworpen om in elke koffer of tas  op reis te kunnen worden meegenomen. De stokdelen zijn 0.5 m lang.

Svetkov net (voor put- en kolombemonstering) met diverse diameters. 

Alle netten zijn voorzien van een waterdichte nethoes.

 

Contactgegevens:

NORMNETTEN

Dirk Platvoet

www.normnetten.com

info@normnetten.com

tel. 0570-541100

06-22834272 en 06-53179678

KvK nr. 36038886

 Aankondiging Hydracarina cursus, 13 en 14 oktober 2011

 

Beste mensen,

 

Het komend najaar organiseren wij een Hydracarina cursus. Wij hebben Harry Smit en Reinhard Gerecke bereid gevonden deze cursus te geven. De beide heren zijn o.a. bekend van de nieuwe determinatiewerken over watermijten, waarvan 2 van de 3 delen inmiddels zijn uitgegeven.

 

De cursusdata vallen op donderdag 13 en vrijdag 14 oktober 2011. Harry Smit behandelt op de eerste dag de watermijten van stilstaande wateren. Hierbij kun je denken aan Arrenurus, Neumania, Piona, Limnesia en Eylais. Reinhard Gerecke behandelt op de tweede cursusdag de watermijten van stromende wateren (inclusief temporaire biotopen en bronnen). Hierbij kun je denken aan Lebertia, Atractides, Hygrobates en Aturus. De te behandelen soorten staan nog niet helemaal vast.

 

Naast aandacht voor de soorten behorende tot bovengenoemde families, omvat de cursus introducties over o.a. taxonomie, systematiek, anatomie, morfologie en autecologie van watermijten. Tijdens de cursus wordt zoveel mogelijk tijd besteed aan het zelf determineren. Harry en Reinhard zullen ook zeldzaam materiaal laten zien. Daarnaast is er ruimte in het programma om eigen materiaal te laten checken. Het is dus aan te bevelen eigen materiaal mee te nemen.

 

Om zoveel mogelijk profijt van de cursus te hebben raden wij je aan om zowel een binoculair als een lichtmicroscoop mee te nemen.

 

De cursus vindt plaats in hotel en congrescentrum Hof van Wageningen, Lawickse Allee 9 te Wageningen.

 

De kosten van de cursus bedragen xe2x82xac 775,- (excl BTW) per persoon. Dit is inclusief 1 overnachting op een tweepersoonskamer, onbeperkt koffie en thee, ontbijt (1x), lunch (2x) en avondeten (1x).

 

Je kunt je voor de cursus opgeven door onderstaand formulier volledig in te vullen en via post of email te zenden naar onderstaand adres. Hier kun je ook terecht voor verdere informatie. Het maximaal aantal deelnemers voor deze cursus is 30 personen. Bij onvoldoende deelnemers zal de cursus niet doorgaan.

 

Ken je mensen in je omgeving die mogelijk gexc3xafnteresseerd zijn, maar nog niet bekend met de determinatiecursussen van het team zoetwaterecologie of de macrofaunanieuwsmail niet ontvangen, zou je deze informatie dan willen doorsturen? Alvast bedankt!

 

Nadere mededelingen over het programma, de locatie, routebeschrijving en huishoudelijke zaken worden vier weken voor aanvang van de cursus toegezonden.

 

Met vriendelijke groeten,

 

Ir. Dorine Dekkers

Alterra, Wageningen UR

Centrum Ecosystemen

Team Zoetwater Ecologie

Postbus 47

6700 AA Wageningen

Email: dorine.dekkers@wur.nl

Tel: 0317-485397 (ma, di, wo en do)


Opgaveformulier determinatiecursus Hydracarina

 

13 en 14 oktober 2011

 

Voornaam:                    xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

Achternaam:                 xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

Organisatie:                  xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..

 

Straat en huisnummer:  xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

Postcode:                     xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

Plaats:                         xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

Telefoon (werk):             xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

E-mail:                         xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

Vegetarixc3xabr                     ja/nee/anders, namelijkxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…

 

Voorkeur kamergenoot:  xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..

 Afmelding tot 8 weken voor aanvang van de cursus is gratis.

Bij afmelding tot 4 weken voor aanvang van de cursus wordt 10 % van het cursusgeld in rekening gebracht;             

bij afmelding tot 2 weken voor de cursus wordt 20 % van het cursusgeld in rekening gebracht;

bij afmelding tot een dag voor of op de eerste dag van de cursus wordt het volledige cursusgeld in rekening gebracht.

Alleen in overleg met de organisatie is het mogelijk om een vervangende persoon te benoemen.                                      

www.strackbook.nl

 Dear customer / Cher client / Beste klant,

 July and August are months in which I normally do not issue catalogues, but that does not imply that nothing happens in this bookshop! Recently I bought quite a few books, and have now passed the ''10.000 books in stock'' limit! We are even close to 11.000. And still there are many boxes full of books waiting to be described and ''databased''. There are still about 10 boxes of Botany books left from my 2005 Wheldon and Wesley acquisition, and about 20 filled with issues of the ''Proceedings of the Zoological Society, London'' and the ''Transactions of the Linnean Society of London''. These are the last of that great acquisition (2500 titles in my database of which a third is already sold). But new acquisitions will follow.

 ! I am giving 10% discount on all books in my stock (except for a very few that are in consignment and thus are not my own). Sets of journals exceeding 5 volumes will be sold with 15%-20% discount.

So if there is a book you wanted but thought just a little too expensive, well perhaps this discount will help. Anyway feel free to browse my catalogues on my website.

 This offer is valid for all titles ordered from my website (www.strackbooks.nl) during the months of July and August.

July and August will be used to prepare new specialized catalogues. Catalogues to be issued in September, October and November are: * Crustacea, * General Natural History, * Entomology, * Botany, * Geology, * Palaeontology, * Malacology (list of smaller publications).

 ! Due to technical problems I was not able to update all the catalogues on my website; so a few items may be sold, and a few of the cheaper items (under 20 euro) in the Palaeontology catalogues may have gone up in price.

There are books on all branches of natural sciences, but on other sciences (physics, archaeology, ethnography, medicine etc.) too. And there are books on voyages and travel.

Feel free to have a look at www.strackbook.nl

From a sunny Brittany I wish you all an enjoyable summertime,

 Hermann Strack

 Porzh Herve

22780 Loguivy Plougras

Brittany, France

tel.: +33-296385666

email: hermann.strack@orange.fr

 Einde macrofaunaniewsmail 99

14 July 2011
By on 13:56
Macrofaunanieuwsmail 98, 13 mei 2011

Macrofaunanieuwsmail 98, 13 mei 2011

Beste lezers,

 Het is mei en een hele mooie meimaand:

 Sierlijke witsnuitlibel voortplantend waargenomen in De Weerribben!

 11-5-2011 (15:00 uur). Tijdens een zoektocht van Theo Muusse en Gert Veurink in De Weerribben werden vandaag vier mannetjes en een eiafzettend vrouwtje van de Sierlijke witsnuitlibel Leucorrhinia caudalis waargenomen. Zoals bekend werd vorig jaar tijdens de Donkere waterjuffer excursie een vers uitgeslopen exemplaar ontdekt en werden later nog twee huidjes gevonden. Dit is een bevestiging van de aanwezigheid van een (kleine) populatie. Het is sinds de jaren 60 niet meer voorgekomen dat er meer dan xc3xa9xc3xa9n exemplaar tegelijk te zien was in Nederland. Het is dus dubbel mooi om deze soort weer op de Nederlandse lijst terug te hebben. www.brachytron.nl

 Dus als je wat ziet, hoort of leest, stuur je berichten naar macrofauna@rws.nl. Eerder verschenen nummers staan op http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/overlegkaders/macrofaunanieuwsmail/

 Myra Swarte

 In dit nummer:

 NORMNETTEN – Nieuwe macrofauna netten. 2 

CRICOTOPUS OBNIXUS GR. – problemen met determinatie. 3 

Animatiefilm over invasieve exoten. 3 

Concepttabel voor het determineren van Neumania. 4 

Nieuwe vondst voor Nederland: de watermijt Lebertia sparsicapillata (Lebertiidae: Acari). 5 

De Quaggamossel: Dreissena rostriformis bugensis (Andrusov, 1897), een recent gevonden invasieve zoetwatermossel in Vlaanderen. 7 

Cursus Bemonsteren aquatisch ecosysteem.. 14 

Aankondiging Hydracarina cursus, 13 en 14 oktober 2011. 15 

Opgaveformulier determinatiecursus Hydracarina. 16 

Enkele zoetwatermijten (Acari: Hydrachnidia), 17 

aangetroffen in het vijvertje van het Raadsherenpark. 17 

te Vosselaar, waaronder Limnesia curvipalpis Tuzovsky, 1997 als nieuwe soort voor de Belgische fauna  17

 Wie heeft een minor plek xe2x80x9cdetermineren van Macrofaunaxe2x80x9d. 25 

 

NORMNETTEN – Nieuwe macrofauna netten 

Continue reading

13 May 2011
By on 12:32
Macrofaunanieuwsmail 97, 23 maart 2011

Beste lezers,

 Lente 2011

 Zoals wel vaker in de winter maanden wilde het niet zo vlotten met de kopij.

Maar xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.het is weer voorjaar, nieuw leven,

nieuwe inspiratie en jawel nieuwe kopij.

 Een prachtig lang artikel met bijzondere soorten, een vacature en meerdere interessante bijeenkomsten.

Dus als je wat ziet, hoort of leest, stuur je berichten naar macrofauna@rws.nl

 Ook kan je nu via het weblog op  http://macrofauna.web-log.nl/ zoeken naar

eerder verschenen verhalen/artikelen en dan dat nummer downloaden

via http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/overlegkaders/macrofaunanieuwsmail/

 

Myra Swarte

 In dit nummer:

 Aanvullende literatuur uit Nordrhein-Westfalen. 2 

Vacature medewerker vegetatie. 3 

Bijzondere macrofaunasoorten aangetroffen in 2010 binnen het meetnet van Waterschap Regge en Dinkel 4 

Bestimmungskurs " Libellenlarven- und exuvien & Kxc3xa4ferlarven ". 12 

Aankondiging INSECTENexperience. 15 

Animatiefilm over invasieve exoten. 16

 

Aanvullende literatuur uit Nordrhein-Westfalen

 Op de site van het bureau voor Natuur en Milieu van de deelstaat Nordrhein-Westfalen (Duitsland) staan vele interessante publicaties, ook als pdf bestanden.

Er staat o.a. een macrozoxc3xb6-benthos determinatie handleiding. Hierin worden 180 taxa besproken uit de groepen Hirudinea, Mollusca, Crustacea, Plecoptera, Diptera en Ephemeroptera.

Ook staan er vele zeer duidelijke  fotoxe2x80x99s bij.

 

Taxonomie fxc3xbcr die Praxis: Bestimmungshilfen xe2x80x93 Makrozoobenthos (1)

Aus den langjxc3xa4hrigen Erfahrungen in der biologischen Gewxc3xa4sserxc3xbcberwachung des Landes Nordrhein-Westfalen entstand die vorliegende Arbeitshilfe mit Bestimmungshilfen fxc3xbcr Makrozoobenthos, die sich besonders an der Praxis orientiert. Gezielt fokussiert sie auf die Erfordernisse im wasserwirtschaftlichen Routinebetrieb zur Bewertung des xc3xb6kologischen Zustandes nach EG-Wasserrahmenrichtlinie, um einerseits die taxonomische Bearbeitung der Indikatorarten zu erleichtern und andererseits eine zweifelsfreie Diagnose und somit hohe Qualitxc3xa4t der Ergebnisse sicherzustellen.

Die Arbeitshilfe zeichnet sich vor allem durch die zahlreichen hochwertigen Originalaufnahmen der Organismen aus. Erstmalig werden in xc3x9cbersichts- und Detailfotos die bestimmungsrelevanten Merkmale vieler indikativer Arten fotografisch dokumentiert. Dies fxc3xbchrt zu einem erheblich verbesserten Wiedererkennungseffekt gegenxc3xbcber den abstrahierenden Zeichnungen oder verbalen Beschreibungen der xc3xbcblichen dichotomen Bestimmungsschlxc3xbcssel. Auxc3x9ferdem sind die wesentlichen diagnostischen Merkmale aus der wissenschaftlichen Fachliteratur zusammenfassend dargestellt, anwendergerecht aufbereitet und durch eigene Beobachtungen aus der praktischen Arbeit ergxc3xa4nzt worden. Dabei stehen im Vordergrund vor allem schwer zu erkennende Merkmale oder solche, die leicht zu Verwechslungen fxc3xbchren.

http://www.lanuv.nrw.de/veroeffentlichungen/arbeitsblatt/arbla14/arbla14start.htm

 Het boek is ook te koop bij: http://shop.lauterbornia.de/product_info.php?products_id=228&osCsid=47d59c9e9e59b1d9ba249ab8335c6bfb

 Verbreitungsatlas der Steinfliegen (Plecoptera) in Nordrhein Westfalen

Die Steinfliegen gehxc3xb6ren zu den sensibelsten und am stxc3xa4rksten gefxc3xa4hrdeten Wasserinsekten unserer Fliexc3x9fgewxc3xa4sser. Da sie sehr hohe Ansprxc3xbcche an ihren Lebensraum stellen, sind sie in der biologischen Fliexc3x9fgewxc3xa4sserxc3xbcberwachung besonders wichtige Indikatoren fxc3xbcr sehr sauberes, sauerstoffreiches und kxc3xbchles Wasser einerseits und intakte Gewxc3xa4sserstrukturen andererseits. Bei der Bewertung des xc3xb6kologischen Zustandes nach EG-Wasserrahmenrichtlinie werden die Steinfliegen als Bestandteil des Makrozoobenthos berxc3xbccksichtigt. Darxc3xbcber hinaus sind Dokumentationen zur Verbreitung der Arten ein wertvolles wasserwirtschaftliches Instrument, um Verxc3xa4nderungen der Fliexc3x9fgewxc3xa4sser beispielsweise durch Klimaerwxc3xa4rmung oder Rxc3xbcckbau langfristig nachvollziehen und Verbesserungsmaxc3x9fnahmen erfolgreich umzusetzen zu kxc3xb6nnen.
http://www.lanuv.nrw.de/veroeffentlichungen/fachberichte/fabe23/fabe23start.htm

 Ook voor plankton zijn er erg mooie boeken:
Benthische Algen ohne Diatomeen und Characeen – Bestimmungshilfe

http://www.lanuv.nrw.de/veroeffentlichungen/arbeitsblatt/arbla9/arbla9start.htm

 Benthische Algen ohne Diatomeen und Characeen – Feldfxc3xbchrer

http://www.lanuv.nrw.de/veroeffentlichungen/arbeitsblatt/arbla2/arbla2start.htm

  

Vacature medewerker vegetatie

 Grontmij zoekt voor het team ecologie een medewerker vegetatie (36-40 uur per week).

 Wat ga je doen?

 Je maakt deel uit van een landelijk opererend team ecologen op het gebied van aquatische ecologie. Je gaat aquatische en terrestrische planten inventariseren voor onder andere de Kaderrichtlijn water, Flora- en faunawet en stadswaterprojecten. Je bent betrokken bij alle projectfasen: van het (mee)schrijven van offertes tot uitvoering van het veldwerk en uiteindelijk tot rapportage en advies. Ben je gexc3xafnteresseerd in onderzoek, veldwerk en advisering? En deel je graag kennis met je collega's? Dan hebben wij voor jou de perfecte baan.

 Wie ben jij?

  • Je hebt minimaal een hbo-opleiding op het gebied van de biologie.
  • Je hebt een uitstekende kennis op het gebied van (water)planten inventarisaties.
  • Aantoonbare ervaring op dit gebied in een arbeidssituatie strekt tot de aanbeveling.
  • Je werkt graag buiten, bent praktisch ingesteld, flexibel en een teamspeler.
  • Je kunt zelfstandig werken, data analyseren en verwoorden. Je kunt resultaat gericht werken en denkt in praktische en haalbare oplossingen met oog voor kwaliteit.
  • Je bent in het bezit van een rijbewijs.
  • Kennis van een of meerdere andere soortgroepen of GIS is een pre.

 
Wat bieden wij?


We bieden een goed arbeidsvoorwaardenpakket en investeren in jouw persoonlijke groei en loopbaan. Werken bij Grontmij doe je in een open en informele bedrijfscultuur waar kennisdeling en- ontwikkeling hoog in het vaandel staan.

Gexc3xafnteresseerd?


Inhoudelijke informatie over deze functie kun je krijgen bij Michiel Wilhelm, teamleider Ecologie, telefoon 020 592 22 44, e-mail: michiel.wilhelm@grontmij.nl

 Informatie over de sollicitatieprocedure kun je krijgen bij Marieke Vixc3xabtor, recruiter,

telefoon 030 220 73 58, email: recruitment.nl@grontmij.nl

 

 

Bijzondere macrofaunasoorten aangetroffen in 2010 binnen het meetnet van Waterschap Regge en Dinkel

 Harry Boonstra1, Rink Wiggers1, Olaf Duijts1, Hub Cuppen2, Ton van Haaren3, David Tempelman3 en Gersjon Wolters1

 1 Koeman en Bijkerk

2 Adviesbureau Cuppen

3 Grontmij

 Maart 2011

 Tijdens de bemonsteringen die we in 2010 hebben uitgevoerd voor Waterschap Regge en Dinkel (WRD), zijn wederom vele zeldzame en/of bijzondere soorten aangetroffen. Naast de echte zeldzaamheden, worden vaak ook organismen die landelijk gezien zeldzaam zijn, maar regionaal (Twente) of lokaal (Springedal/Mosbeek) soms algemener zijn aangetroffen. Enkele voorbeelden hiervan zijn: Agabus guttatus, Amphinemura standfussi, Crunoecia irrorata, Ljania bipapillata, Sperchon turgidus en Procloen bifidum. In onderstaande lijst zijn deze xe2x80x98zeldzamexe2x80x99 soorten, die binnen het meetnet van WRD en in Twente vaker worden aangetroffen, op een aantal uitzonderingen na, buiten beschouwing gelaten. 

 Rhyacodrilus falciformis (1 ex, Boekelerbeek, 15-04-2010)

Deze worm wordt voornamelijk aangetroffen in bronnen, bovenlopen en andere grondwater gevoede systemen (Van Haaren & Soors,in prep.). De soort is al eerder gevonden in Twente, namelijk in de Tankenberg-West Bronbeek (De Lutte) in 1994 en nabij Nutter in 2001.   

 Stylodrilus brachystylus (1 ex, Boekelerbeek, 15-04-2010)

Evenals R. falciformis is ook deze worm een AED (grondwater gebonden) soort (Lafont & Vivier, 2006) die nog maar bekend is van drie andere vindplaatsen in Nederland. Twee bekende locaties liggen in de provincie Utrecht (Van Haaren en Soors, in prep.), een derde vondst werd zeer recent gedaan op 26 mei 2010 in zuidoost Brabant, in de Soeloop bij Liessel (det: Ton van Haaren, voor GWL (Aquon), in opdracht van Waterschap Aa en Maas).

 Bothrioneurum vejdovskyanum (1 ex, Drekkersstrang, 19-04-2010)

Tot nu toe is deze zeldzame worm binnen Nederland zowel in stromende als in stilstaande wateren op zandgronden gevonden. Habitus, habitat en verzamelperiode suggereren ook voor B. vejdovskyanum (Figuur 1) een binding met grondwater. Mogelijk is de soort algemener dan aangenomen, maar wordt de soort niet herkend, omdat er vrijwel alleen onvolwassen exemplaren worden gevonden (Van Haaren en Soors, in prep). De Drekkerstrang (langzaam stromende beek op zand met kwelinvloeden) past binnen het plaatje van de tot nu toe bekende vindplaatsen. 

 Figuur 1: Bothrioneurum vejdovskyanum, habitus (foto: Ton van Haaren). 

 Voor alle drie genoemde soorten oligochaeten (R. falciformis , S. brachystylus en B. vejdovskyanum) geldt dat deze grondwatergebonden soorten (AED-soorten) waarschijnlijk alleen in het voorjaar te vinden zijn in het oppervlaktewater, wanneer de temperatuur nog laag is en de grondwaterstand hoog.

 Specaria josinae (1 ex, Linderbeek, 05-05-2010)

Tegenwoordig een zeldzame worm die in het verleden xe2x80x9calgemenerxe2x80x9d zou blijken te zijn. De recente vindplaatsen zijn allen in beken en rivieren. Literatuuropgaven van deze soort in Europa laten een grote verscheidenheid aan habitats zien (beken, meren, rivieren; oligotroof-eutroof) (Van Haaren en Soors, in prep). S. josinae is reeds bekend uit het beheersgebied van WRD (Baasdammerbeek, 2000).  

 Forelia spatulifera (1 man, Bentelerbeek, 21-04-2010; 1 man, Elsenerbeek, 11-05-2010)

Deze zeldzame mijt is in 2010 op twee locaties aangetroffen binnen het meetnet. De soort is bekend van sloten, vaarten en beken en wordt voornamelijk in het oosten en midden van het land aangetroffen (Smit & van der Hammen, 2000). Ook in 2008 is deze soort aangetroffen in het WRD beheersgebied (Schipsloot, Almelo).

 Limnesia curvipalpis (1 man, Poel Hegeveldweg, Buurse, 26-05-2010)

Deze mijt is recentelijk toegevoegd als nieuwe soort voor Nederland en is tot op heden alleen nog maar bekend van de provincies Limburg, Noord Brabant en Friesland (van Haaren & Tempelman, 2009; Boonstra, 2011). Tot nu toe is de soort in vennen aangetroffen en eenmaal in een kanaal (van Haaren & Tempelman, 2009). De soort is nieuw voor het beheersgebied van WRD. De poel aan de Hegeveldweg past in huidige verspreidingsbeeld van mesotrofe plassen en vennen.

 Panisellus thienemanni (1 vrouw, Mosbeek, 27-09-2010)

Het betreft hier de eerste waarneming van deze mijt voor Nederland.  P. thienemanni (Figuur 2) wordt voornamelijk in helocrene bronnen aangetroffen (Gerecke, 2010). De larve parasiteert op springstaarten (Boehle, 1996). Een publicatie over deze vondst is in voorbereiding.

 Figuur 2: Vrouwelijk exemplaar van Panisellus thienemanni, gevangen in de Mosbeek (foto: Christophe Brochard).

Gyraulus parvus (9 ex, Drekkerstrang, 19-04-2010)

Deze onlangs nieuw gemelde soort voor Nederland (Jansen, 2008) is nu ook in het beheersgebied van WRD aangetroffen. Oorspronkelijk komt de soort uit Noord-Amerika en is inmiddels bekend van 10 landen in Europa (Website Fauna Europaea). In Duitsland is de soort verspreid door het hele land aangetroffen (Glxc3xb6er & Meier-Brook, 2003).

 Radix labiata (3 ex, Rietschot, 03-05-2010)

Omdat verwarring met Radix balthica vaak voor de hand ligt worden de slakken R. balthica en R. labiata vaak als xe2x80x9cgroepxe2x80x9d genoteerd. Drie karakteristieke schelpen van R. labiata zijn gevonden in het Rietschot. Dit is een ven gelegen in het Buurserzand, welke ten dele droogvalt in de zomerperiode. Zoals uit de literatuur bekend is, verdraagt R. labiata een vrij hoge zuurgraad. Daarnaast is R. labiata ook beter bestand tegen droogval dan de andere Radix soorten (Gittenberger et al., 1998). Binnen het WRD meetnet is R. labiata eerder gevonden in de Heutinkbeek (2005).  

 Baetis buceratus (1 larve, Boven Dinkel, 28-04-2010)

De larve van deze eendagsvlieg is eenmaal eerder gevonden in het beheersgebied van WRD (Ruenbergerbeek,1999) en staat op de Rode Lijst aangemerkt als gevoelige soort (Staatscourant, 2004). De larven worden aangetroffen in langzaam stromende beken en rivieren (Bauernfeind & Humpesch, 2001). Binnen Nederland wordt de soort voornamelijk in Limburg en de Achterhoek aangetroffen (Website Limnodata).

 Caenis macrura (4 larven, Boven Dinkel, 10-05-2010)

Een eendagsvlieg die kenmerkend is voor de grotere rivieren. De soort wordt weinig waargenomen in Nederland en is binnen het WRD meetnet alleen bekend van vindplaatsen in de Dinkel. Ook in 2009 zijn op dezelfde locatie een aantal nimfen gevangen.

 Nemoura dubitans (8 larven, Mosbron, 29-03-2010)

Recentelijk is deze steenvlieg gemeld voor de noordelijke Veluwe, Twente, Noord-Limburg, zuidelijk Brabant en natuurgebied xe2x80x9cde Helxe2x80x9d nabij Veenendaal (Koese, 2008; Boonstra, eigen waarneming). N. dubitans is ook in 2009 op deze locatie aangetroffen. Koese (2008) meldt dat de soort waarschijnlijk minder zeldzaam is dan het verspreidingsbeeld suggereert. De soort lijkt namelijk op N. cinerea en het typische biotoop (kwelbronnen, grazige greppels) van N. dubitans zal relatief weinig worden bemonsterd tijdens reguliere inventarisaties.   

 Hydropsyche saxonica (15 larven, Mosbeek, 29-09-2010)

Deze zeldzame kokerjuffer (Figuur 3 en 4) is tot op heden alleen bekend van Zuid Limburg en drie locaties buiten dit gebied, waaronder de Hazelbeek (Vasse). De nieuwe vindplek is een snelstromend deel van de Mosbeek (maximale stroming tot 83 cm/s ten tijde van de bemonstering) waar langs beide randen houtwallen zorgen voor flink veel schaduw. Dit beeld lijkt helemaal te kloppen met de reeds bekende Nederlandse vindplaatsen (Higler, 2008).       

 Figuur 3: Habitus Hydropsyche saxonica (foto: Olaf Duijts)

 Figuur 4: Detail kop Hydropsyche saxonica met de duidelijke doorlopende dwarsvouw (foto: Olaf Duijts).

 Limnephilus subcentralis (1 larve, Witteveenplas, 03-05-2010)

Het betreft hier de eerste recente waarneming van deze kokerjuffer binnen het meetnet van WRD. L. subcentralis wordt in Nederland over het algemeen in vennen en kwelplasjes aangetroffen en is reeds bekend van Twente (Higler, 2008).

 Aphelocheirus aestivalis (1 nymf, Boven Dinkel, 28-04-2010)

Binnen het WRD meetnet wordt deze wants alleen aangetroffen in het waterlichaam van de Dinkel. Het is een soort die zeer zuurstofrijk, stromend water nodig heeft. Doordat de dieren overwegend micropteer zijn, zal dispersie alleen op korte afstand plaats kunnen vinden (Aukema et al., 2002). De afgelopen jaren is de soort in Limburg op 3 nieuwe vindplaatsen gevonden. Als gevolg van de verbetering van de waterkwaliteit (van met name de Maas) wordt verwacht dat deze soort met een gestage opmars is begonnen (Van Mil, in prep).

 Dixa nebulosa (1 larve, Midden Regge, 19-05-2010)

In 2009 is deze meniscusmug door Hub Cuppen voor het eerst gemeld in Nederland (Cuppen, 2009a). De vondsten die zijn vermeld, betreffen beide stilstaande wateren. De Midden Regge is een langzaam stromende rivier. Disney (1999) geeft beken, rivieren, maar ook grote meren en visvijvers als vindlocaties. De larven houden zich vooral op in emerse en overhangende vegetatie (grassen, russen) in het water. In 2010 is deze meniscusmug ook in Plas Vechten bij Utrecht gevonden.  De soort is nieuw voor het beheersgebied van WRD.  

 Graceus ambiguus (14 larven, Meueboersven, 26-04-2010)

Deze vedermug is sinds 2009 te onderscheiden en lijkt kenmerkend voor mesotrofe, drasse laagten in blauwgrasland en natte heide en droogvallende vennen (Figuur 5; Cuppen et al., 2009b). Ook het Meueboersven is een ven dat zomers droogvalt. Plantensoorten als Parnassia (Parnassia palustris), Moerassmele (Deschampsia setacea) en Gevlekte orchis (Dactylorhiza maculata subsp. maculata) langs het ven indiceren dat dit ven periodiek wordt gevoed met zwak gebufferd ondiep grondwater. In 2009 is de soort wederom aangetroffen in beide vennen/drasse laagten (Punthuizerven & Brecklenkampseveldven) waar de larven in 2004 voor het eerst werden vastgesteld (Cuppen et al., 2009b).

 Figuur 5: Biotoop Graceus ambiguus (Brecklenkampseveldven; foto: Gersjon Wolters)

 Macropelopia notata (5 larven, Springendal Bron Noord, 29-03-2010; 2 larven, Mosbron, 29-03-2010)

In 2010 is deze vedermug op twee locaties aangetroffen binnen het meetnet van WRD. In Nederland wordt deze zeldzame mug voornamelijk aangetroffen in bronnen in het oosten van het land (Vallenduuk & Moller Pillot, 2007). Beide vindplaatsen zijn in overeenstemming met het beeld uit de literatuur. In de afgelopen jaren is deze soort reeds eerder gevonden in Achter het Voort (3 poppen, 20-04-2005), Springendal Bron Noord (6 poppen, 19-3-2008), Lage Kavikbeek (1 larve, 22-04-2009) en de Damhuisbeek (1 larve, 27-04-2009).

 Pseudochironomus prasinatus (2 larven, Rietschot, 03-05-2010; 5 larven, Meesterhuispoel Oost, Enter, 26-05-2010)

Deze vedermug is vrij algemeen op de zandgronden van Nederland (Moller Pillot, 2009), maar is binnen het meetnet van WRD opvallend weinig aangetroffen. In totaal zijn er in 2009 en in 2010 op slechts 4 locaties larven aangetroffen. Het betrof driemaal een ven en eenmaal een kleine poel. In Nederland worden de meeste waarnemingen van deze soort gedaan in vennen. Ook in poelen met een goede waterkwaliteit zijn larven aangetroffen (Moller Pillot, 2009). Net als de eerder genoemde D. nebulosa is de soort is ook bekend van plas Vechten (2007, waarnemingen Grontmij|team Ecologie).

 Stempellina bausei (15 locaties vanaf 2006, waarvan op 1 locatie 2 poppen, overige 14 locaties vondsten van larven, waaronder 57 larven, Strietbeek, 12-04-2010 (talrijkst) en 10 larven, Drekkersstrang, 19-04-2010).

Deze dansmug is uit Nederland bekend van een vrij beperkt aantal vindplaatsen. Dat komt deels, omdat tot nu toe vrijwel alleen poppen en exuviae werden gedetermineerd. Na de larven van Drekkersstrang goed bekeken te hebben, rees het vermoeden dat het om S. bausei zou kunnen gaan. Pankratova (1983) geeft een sleutel tot de larven. Na deze vertaald te hebben, bleek dat de vijf in de tabel genoemde soorten, waarvan er drie uit Nederland bekend zijn, alle vrij makkelijk gedetermineerd kunnen worden. Hieronder wordt een zo letterlijk mogelijke vertaling van de tabel gegeven:

 1 (8) Frontaal-skleriet (*) achteraan met doorns. Achterste clypeaalsetae gespleten.

2 (3) Frontaal-skleriet met 12 doorns. Theca achter clypeaalsetae niet verhoogd.                           S. johannsenii

3 (2) Frontaal-skleriet met 2 doorns. Theca achter clypeaalsetae verhoogd of niet verhoogd.

4 (5) Kopkapsel xc3xa9xc3xa9nkleurig, geel of grijsachtig                                                                         S. almi

5 (4) Onderkant van het kopkapsel tussen achterhoofdskleriet en submentum zwart of zwart-bruin. Frontaalskleriet gewoonlijk bruinachtig. 

6 (7) Theca (**) achter clypeaalsetae sterk verhoogd. Pre-anale borsteldrager aan de bovenkant van de binnenzijde met een korte gitzwarte doorn.                                                                                 S. subglabripennis

7 (6) Theca achter clypeaalsetae niet verhoogd (Figuur 6). Pre-anale borsteldrager aan de bovenkant van de binnenzijde zonder gitzwarte doorn.                                                                                  S. bausei

8 (1) Frontaal-skleriet achteraan zonder doorns. Achterste clypeaalsetae niet gespleten.             S. montivaga

 (*)   = frontaal-apotoom

(**) = koker. Kijk naar de basis van de clypeale setae. Die heeft bij subglabripennis een koker (theca), een van het kopkapsel omhoogrijzende koker om de steel van de clypeale seta (Uit: Pankratova, pag. 202: fig. 108-3 tse xd0xa6). S. bausei heeft daar alleen een laag ringetje zoals een normale seta (Figuur 6).

 Beschrijving van de larven van Drekkersstrang (Figuren 7, 8 en 9): frontaalapotoom, de gula en de achterkant van de kop opvallend donker. Achteraan de kop twee grote stekels. Het kopkapsel achteraan in het midden sterk verhoogd, wat goed in Figuur 8 te zien is. Kop vrijwel helemaal glad, achteraan hier en daar wat rimpelig en alleen vooraan en op de clypeus een beetje gepapilleerd. Clypeaal-setae zijn gespleten. Halverwege de kop zit een haar op een forse tuberkel. Op het tweede antennelid een steel met een groot Lauterborns orgaan. Lengte van de leedjes: 1e lid 72,5 xc2xb5m, 2e lid 12,5 xc2xb5m, 3e lid 20 xc2xb5m, 4e lid 10 xc2xb5m, 5e lid 5 xc2xb5m (n = 1), De pre-anale borsteldrager zonder donkere doorn aan de binnenkant.

 Figuur 6: Stempellina bausei : achterste clypeaal-setae (uit: Pankratova, pag. 22 fig. 2).

Figuur 7: Stempellina bausei : achterste clypeaal-setae (larve uit Drekkersstrang; foto: David Tempelman).

 Figuur 8 Stempellina bausei (prepupa) in kokertje, Drekkersstrang. Rechts van vooraf gezien, waardoor de verhoging van het achterste deel van het frontaal-apotoom goed zichtbaar is (fotoxe2x80x99s: David Tempelman).

Figuur 9 Stempellina bausei (prepupa) in kokertje, Drekkersstrang. Kop van opzij. Links scherpgesteld op de voorkant, rechts op de achterkant van de kop (fotoxe2x80x99s: David Tempelman).

 De andere bekende soorten uit Nederland zijn S. alni en S. subglabripennis. Een uitgebreider verhaal over Stempellina is in voorbereiding en zal gepubliceerd worden, zodra meer bekend is over deze leuke dansmug-larven met kokerjuffer-ambities. Waarnemingen, materiaal en/of fotoxe2x80x99s zijn van harte welkom (David.Tempelman@grontmij.nl).

 Samenvattend kan gezegd worden dat 2010 weer een hoop bijzondere, zeldzame en vooral leuke waarnemingen heeft opgeleverd voor het beheersgebied van WRD.

 Dankwoord                            

Bert Knol en Marion Geerink worden bedankt voor de prettige samenwerking binnen het project. Saskia de Vries, Ewoud van der Ploeg en Judith Brouwer worden enorm bedankt voor het meehelpen uitzoeken van de vele organismen. Met dank ook aan Henk Moller voor zijn hulp bij het corrigeren van de vertaling van de tabel van Pankratova. Tenslotte wordt Jako van der Wal bedankt voor het vrijgeven van de waarneming van Stylodrilus.

 Literatuur

Aukema, B., J.G.M. Cuppen, N. Nieser & D. Tempelman (2002). Verspreidingsatlas Nederlandse wantsen (Hemiptera: Heteroptera). Deel I: Dipsocoromorpha, Nepomorpha, Gerromorpha & Leptopodomorpha. European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.

Bauernfeind, E. & U.H. Humpesch (2001). Die Eintagsfliegen Zentraleuropas (Insecta: Ephemeroptera): Bestimmung und xc3x96kologie. Verlag des Naturhistorischen Museums Wien, Wien.

Boehle, W.R. (1996). Contribution to the morphology and biology of larval Panisellus thienemanni (Viets, 1920) (Acari:Parasitengonae:Hydrachnidia). Acarologia 37: 121xe2x80x93125.

Boonstra, H. (2011). Rhadicoleptus alpestris (Kolenati, 1848) nieuw voor Noord-Nederland en andere leuke vondsten voor de provincie Friesland. Macrofauna nieuwsmail 96.

Cuppen, H. (2009a). Meldingen van Diptera larven die nieuw zijn voor Nederland of weinig waargenomen. Macrofauna nieuwsmail 87.

Cuppen, H., A. Klink & H. Moller Pillot (2009b). The larvae of Graceus ambiguus and Sergentia near prima and their identification. Lauterbornia 67: 29-37.

Disney, R.H.L. (1999). British Dixidae (meniscus midges) and Thaumaleidae (trickle midges): keys with ecological notes. Scientific Publications of the Freshwater Biological Association 56.

Gerecke, R. (Ed.) (2010). Chelicerata: Acari II. Sxc3xbcxc3x9fwasserfauna von Mitteleuropa 7/2(2). Spektrum Akademischer Verlag, Heidelberg.

Gittenberger, E., A.W. Jansen, W.J. Kuijper, J.G.J. Kuiper, T. Meijer, G. van der Velde & J.N. de Vries (1998). De Nederlandse zoetwatermollusken. Recente en fossiele weekdieren uit zoet en brak water, Nederlandse Fauna. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden.

Glxc3xb6er, P. & C. Meier-Brook (2003). Sxc3xbcxc3x9fwassermollusken. Ein Bestimmungsschlxc3xbcssel fxc3xbcr die Bundesrepublik Deutschland. Deutscher Jugendbund fxc3xbcr Naturbeobachtung, Hamburg.

Haaren, T. van & D. Tempelman (2009). The Dutch species of Limnesia, with ecological and biological notes (Hydrachnellae: Limnesiidae). Nederlandse Faunistische Mededelingen 30: 53-74.

Haaren, T. van & J. Soors (in prep.). Aquatic oligochaetes of The Netherlands and Belgium and notes on the occurrence in Germany including annotated and illustrated keys to species (Annelida, Clitellata). Concepttabel (Versie 31 January 2011).

Higler, L.W.G. (2008). Verspreidingsatlas Nederlandse kokerjuffers (Trichoptera). Uitgave EIS-Nederland, Leiden.

Jansen, E.A. (2008). Gyraulus parvus (Say, 1817), een nieuwe soort voor de Nederlandse fauna. Spirula, 366: 7-8.

Koese, B. (2008). De Nederlandse steenvliegen (Plecoptera). Entomologische tabellen 1. Nederlandse Entomologische Vereniging, Museum Naturalis en EIS-Nederland, Leiden.

Lafont, M. & A. Vivier (2006). Oligochaete assemblages in the hyporheic zone and coarse surface sediments: their importance for understanding of ecological functioning of watercourses. Hydrobiologia 564:171xe2x80x93181.

Mil, J. van (in prep.). De leefwijze en de verspreiding van de Rivierbodemwants (Aphelocheirus aestivalis) in Limburg. Natuurhistorisch maandblad Limburg.

Moller Pillot, H.K.M. (2009). Chironomidae larvae of the Netherlands and adjacent lowlands. Biology and ecology of the Chironomini. KNNV Publishing, Zeist.

Rozkoxc5xa1nxc3xbd, R. & F.W. Kniepert (2000). Insecta: Diptera: Stratiomyidae, Tabanidae. Sxc3xbcxc3x9fwasserfauna von Mitteleuropa 21/18,19. Spektrum Akademischer Verlag, Heidelberg.

Smit, H. & H. van der Hammen (2000). Atlas van de Nederlandse watermijten (Acari: Hydrachnidia). Nederlandse Faunistische Mededelingen 13: 1-273.

Vallenduuk, H.J. & H.K.M. Moller Pillot (2007). Chironomidae larvae of the Netherlands and adjacent lowlands. General ecology and Tanypodinae. KNNV Publishing. Zeist.

Zeegers, T. & T. van Haaren (2000). Dazen en dazenlarven. Inleiding tot en tabellen voor de Tabanidae (Diptera) van Nederland en Belgixc3xab. Wetenschappelijke Mededelingen van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging 225.

xd0x9fxd0xb0xd0xbdxd0xbaxd1x80xd0xb0xd1x82xd0xbexd0xb2xd0xb0, xd0x92.xd0xaf. (1983). xd0x9bxd0xb8xd1x87xd0xb8xd0xbdxd0xbaxd0xb8 xd0xb8 xd0xbaxd1x83xd0xbaxd0xbexd0xbbxd0xbaxd0xb8 xd0xbaxd0xbexd0xbcxd0xb0xd1x80xd0xbexd0xb2 xd0xbfxd0xbexd0xb4xd1x81xd0xb5xd0xbcxd0xb5xd0xb9xd1x81xd1x82xd0xb2xd0xb0 Chironomidae xd1x84xd0xb0xd1x83xd0xbdxd1x8b xd0xa1xd0xa1xd0xa1xd0xa0 (Diptera, Chironomidae = Tendipedidae). xd0x90xd0xbaxd0xb0xd0xb4xd0xb5xd0xbcxd0xb8xd1x8f xd0xbdxd0xb0xd1x83xd0xba xd0xa1xd0xa1xd0xa1xd0xa0. Leningrad.

 Voor vragen en opmerkingen graag contact opnemen met:

 Harry Boonstra

 

T

050 820 0014

E

h.boonstra@koemanenbijkerk.nl

E

info@koemanenbijkerk.nl 

W

www.koemanenbijkerk.nl

P

Postbus 111, 9750 AC Haren

 Bestimmungskurs " Libellenlarven- und exuvien & Kxc3xa4ferlarven "

 Das Gustav Stresemann Institut (GSI) veranstaltet in Kooperation mit der

Deutschen Gesellschaft fxc3xbcr Limnologie (DGL), Arbeitskreis Taxonomie,

 vom 07. bis 10. November 2011 den

 42. DGL-Bestimmungskurs

                         Teil 1:      Libellenlarven- und exuvien

                        Teil 2:      Ausgewxc3xa4hlte Kxc3xa4ferlarven (Elmidae und Scirtidae) sowie

                                        Imagines ausgewxc3xa4hlter Dytiscidae der Fliexc3x9fgewxc3xa4sser 

                                     Dozenten:     Dr. Mathias Lohr, Hxc3xb6xter

                                        Prof. Dr. Andreas Martens, Karsruhe

                                        Dipl. Biol. Monika Hess, Mxc3xbcnchen

                                        Dipl. Biol. Frank Eiseler, Roetgen

                 Kursleitung:     Brigitta Eiseler, Roetgen   

                                        Kai Mxc3xb6ller, Bad Bevensen (GSI)

 Programm

Libellen und Kxc3xa4fer sind Indikatoren unterschiedlichster Gewxc3xa4ssertypen, ihre Erfassung gehxc3xb6rt zum Standard der Gewxc3xa4sserbewertung und Gewxc3xa4sserxc3xbcberwachung. Der Kurs vermittelt den Zugang zu den in Deutschland vorkommenden bestimmbaren Larven der Libellen, den Larven der Elmidae und Scirtidae sowie den Imagines ausgewxc3xa4hlter Gattungen und Arten der Fliexc3x9fgewxc3xa4sser-Dytiscidae.

 Nach einer allgemeinen Charakterisierung der beiden Gruppen werden die fxc3xbcr die Bestimmung relevanten Merkmale erlxc3xa4utert und die einzelnen Familien vorgestellt, gefolgt von der Bestimmung auf Gattungs- und Artebene. Mit Material der Dozenten xc3xbcben die Teilnehmer anschliexc3x9fend selbstxc3xa4ndig das Bestimmen. Die Bestimmungsgxc3xa4nge werden mit Hilfe von Videoprojektion oder PowerPoint-Prxc3xa4sentationen mit Detailfotos veranschaulicht. Die Methoden der Materialgewinnung und Prxc3xa4paration werden besprochen und demonstriert. Ein Abend ist fxc3xbcr die Arbeit mit eigenem Material der Teilnehmer vorgesehen. Die aktuelle Literatur zu Taxonomie und Biologie der Libellen und Kxc3xa4fer sowie ergxc3xa4nzende Bearbeitungen werden vorgestellt und bewertet. Das genaue Programm wird mit der Zulassung versandt.

 Der Kurs beginnt Montag, den 07.11.2011, um 14.00 Uhr  (1. Mahlzeit ist der Nachmittagskaffee) und endet am Donnerstag, den 10.11.2011, um 12.00 Uhr (letzte Mahlzeit ist das Mittagessen).

 Bad Bevensen liegt an der Bahnstrecke Hannover-Hamburg. Weitere Einzelheiten zur Anfahrt und zur benxc3xb6tigten Ausrxc3xbcstung erhalten die Teilnehmer mit der Zulassung.

 Die Kosten fxc3xbcr den Kurs betragen 450,00 xe2x82xac. DGL-Mitglieder, VBTA-Mitglieder und Studierende zahlen ermxc3xa4xc3x9figt 420,00 xe2x82xac. Die Leistungen umfassen 3 volle Tage Unterkunft in Zweibettzimmern mit 4 Mahlzeiten/Tag, Pausengetrxc3xa4nke sowie Betreuung, Kursgebxc3xbchr und Kursunterlagen. Fxc3xbcr Einzelzimmer wird ein Zuschlag i.H.v. 10,00 xe2x82xac/Nacht erhoben. Die Zahl der Einzelzimmer ist begrenzt; ggf. erfolgt eine Unterbringung in einem nahe gelegenen Hotel.

 Begleitpersonen (z.B. Ehepartner), die nicht am Kurs teilnehmen, sind willkommen und zahlen 175,00 xe2x82xac fxc3xbcr Verpflegung und Unterkunft im Doppelzimmer mit dem Teilnehmenden; auf der Anmeldung bitte ggf. vermerken.

 Fxc3xbcr die Bearbeitung ist ein Stereomikroskop bis etwa 45x mit Beleuchtung und wenn mxc3xb6glich Messokular erforderlich. Zum Ausleihen steht  eine begrenzte Anzahl von Stereomikroskopen (ohne Messokulare) zur Verfxc3xbcgung. Bitte geben Sie bei der Anmeldung an, ob Sie ggf. ein Gerxc3xa4t ausleihen wollen, und ob Sie, wenn dies nicht mxc3xb6glich ist, dann Ihre Anmeldung zurxc3xbcckziehen oder ob Sie die benxc3xb6tigten Gerxc3xa4te und deren Transport nach Bad Bevensen selbst organisieren.

Bei der Zuteilung der Gerxc3xa4te wird versucht, auf Teilnehmer mit weiter Anreise mit xc3xb6ffentlichen Verkehrsmitteln Rxc3xbccksicht zu nehmen, im xc3x9cbrigen entscheidet die Reihenfolge der Anmeldungen. Die Leihgebxc3xbchr fxc3xbcr die optische Ausrxc3xbcstung betrxc3xa4gt 30,00 xe2x82xac.

Die Kurse sind von einigen Verwaltungen als Fortbildung fxc3xbcr ihre Bediensteten anerkannt; bitte fragen Sie ggf. in Ihrer Verwaltung nach. Fxc3xbcr die Teilnahme wird eine Bestxc3xa4tigung ausgegeben.

Anmeldung verbindlich und bitte nur schriftlich mit Brief (kein Fax wegen schlechter Lesbarkeit) mit beigelegtem Formblatt an das Gustav Stresemann Institut e.V., Klosterweg 4, D-29549 Bad Bevensen.

 Bitte nennen Sie bei der Anmeldung Ihre DGL-/VBTA-Mitgliedschaft sowie neben Ihrer Anschrift Ihre Telefon- und ggf. Faxnummer (wo abends und am Wochenende erreichbar), ebenso Ihre eMail-Adresse. Wer mit dem Auto anreist, wird gebeten, dies mitzuteilen wegen mxc3xb6glicher gemeinsamer Anreise; es wird angeregt, Fahrgemeinschaften zu bilden. Wer gemeinsam anreist, sollte sich auch gemeinsam anmelden um die gemeinsame Zulassung sicherzustellen. Zur Sicherung Ihrer Teilnahme und zur Erleichterung der Organisation des Kurses wird mxc3xb6glichst frxc3xbchzeitige Anmeldung empfohlen.

 Sie erhalten von uns zunxc3xa4chst eine Bestxc3xa4tigung Ihrer Anmeldung, spxc3xa4ter dann gemeinsam mit weiteren Informationen und einer vorlxc3xa4ufigen Liste der Teilnehmenden eine Rechnung, die bis zum darin angegebenen Termin zur Zahlung fxc3xa4llig ist; endgxc3xbcltige Zulassung mit dem Zahlungseingang.

 Bei Rxc3xbccktritt bis zu einem Monat vor Seminarbeginn erhalten Sie den gezahlten Betrag abzxc3xbcglich einer Bearbeitungsgebxc3xbchr von 20,00 xe2x82xac zurxc3xbcck; bei spxc3xa4terer Absage wird eine Ausfallgebxc3xbchr von aufgerundet 20 % der Seminargebxc3xbchr einbehalten; bei Absage innerhalb von acht Tagen vor Seminarbeginn mxc3xbcssen wir 75 % des Akademiebeitrages einbehalten, es sei denn, Sie benennen eine Ersatzperson oder eine Person auf der Warteliste des Kurses kann Ihren Platz xc3xbcbernehmen. Erscheinen Sie nicht, entfxc3xa4llt jegliche Erstattung.

 Rxc3xbcckfragen zu Anmeldung, Organisation und Unterkunft bitte an

 Kai Mxc3xb6ller,

Gustav Stresemann Institut, Klosterweg 4, D-29549 Bad Bevensen

Tel. 05821- 955-115, kai.moeller@gsi-bevensen.de 

 Fachliche Auskxc3xbcnfte erteilen:

 Libellen:      Dr. Mathias Lohr, Fachgebiete Landschaftsoekologie und Tieroekologie,

                      Hochschule Ostwestfalen-Lippe, An der Wilhelmshoehe 44, D-37671 Hoexter

                      Tel. 05271-687-273,  mathias.lohr@hs-owl.de

 Kxc3xa4fer:           Dipl.-Biol. Monika Hess,

                      Korneliusstrasse 30, 80469 Mxc3xbcnchen

                      Tel. 089-439 87 440, hess@buero-h2.de

 Brigitta Eiseler,

Heidkopf 16, 52159 Roetgen, Tel. 02471-4189, b.eiseler@gmx.de

 Wir wxc3xbcrden uns freuen, Sie im GSI Bad Bevensen begrxc3xbcxc3x9fen zu dxc3xbcrfen!

  Mit freundlichen Grxc3xbcxc3x9fen

 

Bad Bevensen, Februar 2011

Bodo Frxc3xb6hlich (Institutsleiter)

Anmeldung

 Hiermit melde ich mich unter Anerkennung der Bedingungen der Ausschreibung verbindlich an fxc3xbcr den 42. DGL-Bestimmungskurs "Libellenlarven und ausgewxc3xa4hlte Kxc3xa4ferlarven (Elmidae und Scirtidae) sowie      Imagines ausgewxc3xa4hlter Dytiscidae der Fliexc3x9fgewxc3xa4sser"

vom 07.11. bis 10.11.2011 im Gustav Stresemann Institut in Bad Bevensen-Medingen.

 Bitte vollstxc3xa4ndig und leserlich ausfxc3xbcllen (Zutreffendes ankreuzen)  

Name, Vorname, akad. Grad:

   Anschrift:

 Tel. tagsxc3xbcber:                                     Fax:                                        Tel. abends:             

  eMail:             

 DGL-Mitglied:    nein     ja                VBTA-Mitglied:    nein     ja  .

  benxc3xb6tige ein Binokular:    nein     ja  .

 wenn das Gerxc3xa4t nicht zur Verfxc3xbcgung steht,         ziehe ich meine Anmeldung zurxc3xbcck         organisiere ich die Gerxc3xa4te und deren Transport selbst             

 

Doppelzimmer (ggf. mit wem; ggf. Begleitperson             nein     ja        (mit:                                         )

 

 Einzelzimmer    nein     ja                                   Anfahrt mit dem Zug:                     mit dem Auto:        .Dixc3xa4ten / Unvertrxc3xa4glichkeiten (Sonderwxc3xbcnsche kxc3xb6nnen mit Mehrkosten verbunden sein): 

 

 Ich bin (Angabe freigestellt): 

      Student                 Univ.-Biologe          Behxc3xb6rden-Biologe   

      freiberuflich           BTA                        andere Txc3xa4tigkeit           

  Ort, Datum, Unterschrift:

 Beste natuurliefhebbers,

Ik wil graag jullie aandacht vestigen op de onderstaande aankondiging van en uitnodiging voor de INSECTENexperience die van 25 tot en met 28 mei 2011 plaats gaat vinden in Wageningen en Ede (www.insectenexperience.nl). Het is mij inschatting dat meerdere activiteiten van de INSECTENexperience voor jullie en jullie eventuele medewerkers/achterban interessant zullen zijn. We zouden het op prijs stellen als jullie deze aankondiging verder willen verspreiden in jullie netwerk.

Met vriendelijke groet,

 Arnold van Vliet 

 Dr. Arnold van Vliet

Environmental Systems Analysis Group

Wageningen University

PO Box 47

6700 AA Wageningen

The Netherlands

Phone: +31 317 485091/484812

Mobile: +31 6 28954021

Email: arnold.vanvliet@wur.nl / insectenexperience@wur.nl

Websites:

www.natuurkalender.nl

www.natuurbericht.nl

www.esa.wur.nl

www.insectenexperience.nl

 

 

Aankondiging INSECTENexperience

 

xe2x80x98Leef met lastige en leuke insecten!?xe2x80x99 vormt het centrale thema van de INSECTENexperience (www.insectenexperience.nl) die van 25 mei tot en met 28 mei 2011 plaatsvindt. De Campus van Wageningen UR (University & Research centre) en het Infotainment Center CineMec te Ede zijn dan het toneel van talrijke activiteiten over insecten, bedoeld voor het algemene publiek, overheden, bedrijfsleven, natuurliefhebbers, groenbeheerders, docenten, wetenschappers en media.

 De INSECTENexperience laat het publiek, op een fascinerende, inspirerende, veelzijdige en wonderlijke manier kennismaken met de wereld van insecten. Op insectenexperience.nl is vanaf vandaag de inschrijving geopend voor de uiteenlopende activiteiten, waaronder een safari naar het muggenlab, de kinderuniversiteit, een docententraining, een symposium en een clinic vlindervriendelijk tuinieren.

 20.000 soorten

Met welke insecten leeft u samen? Met meer dan u waarschijnlijk denkt. Alleen in Nederland komen al meer dan 20.000 verschillende soorten voor, waarvan vele met ontelbare individuen. Zonder de naar schatting tien miljoen insectensoorten wereldwijd zouden mensen niet kunnen leven op aarde. Insecten spelen een cruciale rol in onze voedselvoorziening en het crexc3xabren van onze leefomgeving. Daarentegen hebben we ook last van insecten doordat ze ziektes overbrengen, onze gewassen opeten en omdat veel mensen ze eng vinden. Kortom insecten zijn zowel lastig als leuk. De meeste mensen weten maar weinig van insecten en zijn daarom slecht in staat overlast te voorkomen of er juist meer plezier aan te beleven. Daarom bundelt een groot aantal organisaties vanuit wetenschap, bedrijfsleven, cultuur en horeca de krachten om kennis over insecten te vergroten.

 Programma

-       Woensdag 25 mei Opening van de INSECTENexperience in het Expotheater van CineMec. Avondvullend programma met film, presentaties en theater.

-       Donderdag 26 en vrijdag 27 mei Eerste insectenfilmfestival van Nederland en insectensafarixe2x80x99s.

-       Donderdag 26 mei Symposium xe2x80x98Lastige en leuke insecten in het openbaar groenxe2x80x99 over het verminderen van lastige insecten en het vergroten van het aantal nuttige insecten in het openbaar groen

-       Vrijdag 27 mei Training voor docenten in het (groen) onderwijs met onderwijsmodules over teken, eikenprocessierupsen, koolwitjes in de klas en het eten van insecten.

-       Zaterdag 28 mei Festival op de Campus van Wageningen UR. Deskundigen vertellen over het herkennen van vlinders en het houden van bijen. De Vliegkunstenaars geven een clinic hoe je de vliegende natuur met een high-speed camera in extreme slow motion kunt filmen. In insectensafarixe2x80x99s gaan we op zoek naar insecten in de bodem, onder water, in de lucht of op het land en zelfs in bomen. Enkele safarixe2x80x99s doorkruisen het Laboratorium voor Entomologie met het muggenlab en de kweek van eetbare insecten. Rijn IJssel Vakschool Wageningen en topkok Arjen Zeevenhooven laten het publiek kennismaken met de verrassende culinaire kant van insecten. Kinderen krijgen op de kinderuniversiteit college en er zijn theatervoorstellingen. Alle activiteiten zijn onderling verbonden door de Insectenboulevard met alles over o.a. teken en de ziekte van Lyme. Last van insecten in huis? Neem ze mee. Entomologen vertellen wat het is en wat er aan te doen.

 Zie voor meer informatie en het programma www.insectenexperience.nl. De komende maanden worden meer activiteiten toegevoegd en getwitterd via http://twitter.com/insectenexp of geplaatst op http://insectenexperience.hyves.nl/ . Voor diverse activiteiten is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar. Via de site kan men zich aanmelden.

 Bij de INSECTENexperience zijn de volgende organisaties betrokken: Wageningen University & Research centre, CineMec Ede, Stichting voor Duurzame Ontwikkeling, BVManagement, De Vlinderstichting, EIS-Nederland, KNNV Vereniging voor Veldbiologie, Nederlandse Bijenhouders Vereniging, Biocontrole, Nederlands Instituut voor Ecologie, Kenniscentrum Dierplagen, GLOBE Nederland, Rijn IJssel Vakschool Wageningen, Bugsinthepicture.com. De INSECTENexperience wordt mede mogelijk gemaakt door de Uyttenboogaart-Eliasen Stichting.

 

Animatiefilm over invasieve exoten

 Beste lezers,                                                                          

Graag nodig ik jullie uit voor de premixc3xa8re van de korte animatiefilm over invasieve exoten die is gemaakt in opdracht van het platform Stop invasieve exoten. De premixc3xa8re (die is gecombineerd met een lezing over het onderwerp) vindt plaats op donderdagavond 24 maart in Lelystad. Voor meer informatie en aanmelding zie:

 http://www.nieuwslog.nl/2011/03/15/animatiefilm-over-invasieve-exoten-op-24-maart-in-premiere/

Met vriendelijke groet,
Wilfred Reinhold

 

Einde macrofaunanieuwsmail 97

30 March 2011
By on 06:24
Macrofaunanieuwsmail 96, 14 januari 2011

Beste lezers,

 Januari 2011

 Voor een ieder veel geluk en gezondheid in dit nieuwe jaar.

 De laatste weken heb ik veel kopij ontvangen, waardoor ik nu alweer een volle nieuwsmail kan laten verschijnen.

Komende week is er een thema dag bij EIS, met ook voor de aquatische macrofaunaspecialisten een heel leuk programma.

 De schaatsen liggen weer voor even in het vet en de regen tikt tegen de ramen. Alle tijd om nu te lezen en te schrijven.

 Dus als je wat ziet, hoort of leest, stuur je berichten naar macrofauna@rws.nl 

Ook kan je nu via het weblog op  http://macrofauna.web-log.nl/ zoeken naar

eerder verschenen verhalen/artikelen en dan dat nummer downloaden

via http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/overlegkaders/macrofaunanieuwsmail/

 Myra Swarte

  

In dit nummer:

EIS-dag 22 januari 2011 – Verborgen biodiversiteit 2

Rhadicoleptus alpestris (Kolenati, 1848) nieuw voor Noord-Nederland.. 2

en andere leuke vondsten voor de provincie Friesland.. 2

Chironomus longipes. 5

Een vangst van de Zeebrems Paragnathia formica bij Rotterdam… 5

Zeldzame soorten  in het gebied van het Waterschap de Dommel in 2010. 9

Wat opmerkingen m.b.t. determinatie van Scirtidae larvae. 14

Stel je voor. 16

Stel je voor. 17

Het boek De Nederlandse Biodiversiteit 17

EIS-dag 22 januari 2011 – Verborgen biodiversiteit

Bram Koese

EIS-leden en andere gexc3xafnteresseerden zijn van harte welkom om op zaterdag 22 januari 2011 vanaf 13.00 deel te nemen aan de EIS-dag met het thema: 'Verborgen Biodiversiteit'.

Dit jaar zullen organismen de revue passeren die zelfs voor EIS-begrippen onbekend en onbemind te noemen zijn. Op het programma staan onder andere: steekmuggen, bladluizen, sluipwespen en de opmerkelijke ontdekkingen naar aanleiding van het nieuwe biodiversiteitsboek. Daarnaast is er ook aandacht voor soorten die bovengemiddeld versmaad of gemeden worden zoals vlo- en rivierkreeften.

Programma

 13.00

Inleiding en overzicht projecten Stichting EIS – Roy Kleukers

 13.20

Recente inzichten in de soortenrijkdom van onze insecten en spinachtigen – Peter Koomen

 13.40

Mystery Insecten Competitie – Theodoor Heijerman

 14.10

De Nationale Steekmuggensurvey – Ernst-Jan Scholte

 

 

 14.30  

Thee- en koffiepauze

 

 

 15.00

De Nederlandse vlokreeften – Dirk Platvoet

 15.20

Rupsen, sluipwespen en bladluizen: verschuivende interacties onder invloed van klimaatverandering – Jacques van Alphen

 15.40

Resultaten verspreidingsonderzoek uitheemse rivierkreeften 2010 –
Bram Koese

 16.00

Uitslag Mystery Insecten Competitie – Theodoor Heijerman

 

 

 16.15

Borrel

De EIS-dag zal gehouden worden in het auditorium van museum Naturalis te Leiden. Museum Naturalis ligt achter het centraal station van Leiden, vlakbij het Leids Universitair Medisch Centrum. Een routebeschrijving vindt u op www.naturalis.nl.  

 

 Rhadicoleptus alpestris (Kolenati, 1848) nieuw voor Noord-Nederland

         en andere leuke vondsten voor de provincie Friesland

 

Harry Boonstra

 Tijdens een bemonstering in xe2x80x99t Oude Bosch ten westen van Bakkeveen die ik uitvoer als vrijwilliger voor Staatsbosbeheer heb ik op 4 april 2010 een larve gevangen van de kokerjuffer Rhadicoleptus alpestris.

 Tot nu toe was deze soort bekend van xc3xa9xc3xa9n vondst van een larve (Engbertsdijkvenen, 2000) en van een handvol vangsten van adulten in het oosten van het land. Er zijn na 1980 drie vindplaatsen van adulten gemeld (Wiggers et al., 2006, Higler, 2008). De recente vondst van R. alpestris is binnen Nederland bijzonder te noemen, omdat deze ver buiten het tot nu toe bekende verspreidingsareaal ligt. Europees gezien valt de zeldzaamheid erg mee en de soort wordt dan ook voor bijna alle landen in Europa gemeld (Website Fauna Europaea). Wallace et al. (2003) noemen de soort acidofiel en levend in kleine, tijdelijke, ondiepe veenpoeltjes. Het habitat waar de larve is aangetroffen (Figuur 1) is in overeenstemming met deze beschrijving. De vegetatie in de poeltjes bestond op het moment van bemonstering voornamelijk uit afgestorven stengels van Molinia caerulea (pijpenstrootje). Naast het exemplaar van R. alpestris zijn ook de waterkevers Agabus congener, Ilybius guttiger en Hydroporus neglectus vermeldenswaardig voor deze locatie. Dit zijn alle drie soorten die karakteristiek zijn voor (zwak) zure temporaire wateren.

 Figuur 1: Vindplaats Rhadicoleptus alpestris in xe2x80x99t Oude Bosch ten westen van Bakkeveen. Op de voorgrond de poeltjes waar de larve is verzameld. Op de achtergrond is het eigenlijke ven te zien (Foto: Ilse van de Kraats).

 De determinatie van R. alpestris is betrekkelijk eenvoudig daar het een uniek kenmerk heeft binnen de familie van de Limnephilidae. De stekeltjes op de naschuiver zijn namelijk alleen aanwezig bij deze soort (Figuur 2). Ook de koker is kenmerkend (Figuur 3), maar deze kan wel verward worden met de koker van Limnephilus sparsus.

 Figuur 2 & 3: Links de detailfoto van de stekeltjes op de naschuiver. De gele pijl geeft aan om welk type stekeltjes het gaat. Rechts de koker van Rhadicoleptus alpestris (Fotoxe2x80x99s: Harry Boonstra).

 Overige leuke (en zeldzame) vondsten in gebieden beheerd door Staatsbosbeheer in 2010

De kokerjuffer Limnephilus subcentralis is aangetroffen in een ven op de Duurswouderheide en in een mesotrofe poel ten oosten van Bakkeveen. Het betreffen hier de eerste waarnemingen van deze soort voor de provincie Friesland. L. subcentralis wordt in Nederland over het algemeen in vennen en kwelplasjes aangetroffen (Higler, 2008).

De watermijten Arrenurus robustus en Limnesia curvipalpis zijn beide aangetroffen in respectievelijk een ven op de Duurswouderheide en een mesotrofe poel ten oosten van Bakkeveen. Beide soorten zijn nieuw voor de provincie Friesland. A. robustus wordt relatief veel gevonden in vennen, maar ook wel in laagveenplassen en vaarten (Smit & van der Hammen, 2000). L. curvipalpis is onlangs toegevoegd als nieuwe Nederlandse watermijtensoort en is tot op heden alleen nog maar bekend van de provincies Limburg, Noord Brabant en Overijssel. Tot nu toe is de soort in vennen aangetroffen en eenmaal in een kanaal (van Haren & Tempelman, 2009).

 Het zeer zeldzame schrijvertje, Gyrinus minutus, is in een tweetal vennen op de Duurswouderheide aangetroffen. Tot nu toe was de soort nog niet bekend van dit gebied (gebaseerd op gegevens van Wetterskip Fryslxc3xa2n). In de kevercatalogus van Vorst (2010) wordt de soort voor maar 4 provincies (waaronder Friesland) vermeld met vangsten tussen 1967 en 2007. De soort is sterk achteruitgegaan in Nederland in de tweede helft van de vorige eeuw (Cuppen et al., 2006).

 Literatuur

Cuppen, J.G.M., G. van Dijk, B. Koese & O. Vorst 2006. De brede geelgerande waterroofkever Dytiscus latissimus in Zuidwest-Drenthe. xe2x80x93 EIS-Nederland, Leiden.

Haren, T. van & D. Tempelman 2009. The Dutch species of Limnesia, with ecological and

biological notes (Acari: Hydrachnidia: limnesiidae). Nederlandse Faunistische Mededelingen 30: 53-74.

Higler, L.W.G. 2008. Verspreidingsatlas Nederlandse kokerjuffers (Trichoptera). EIS – Nederland, Leiden.

Smit, H. & H. van der Hammen 2000. Atlas van de Nederlandse watermijten (Acari: Hydrachnidia). Nederlandse Faunistische Mededelingen 13. EIS – Nederland en Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden.

Vorst, O. (ed.), 2010. Catalogus van de Nederlandse kevers (Coleoptera). Monografiexc3xabn van de Nederlandse Entomologische Vereniging No. 11.

Wallace, I.D., B. Wallace & G.N. Philipson 2003. A key to the case-bearing caddis larvae of Britain and Ireland. FBA Sci. Publ. 51.

Wiggers, R., T.H. van den Hoek, B. van Maanen, B. Higler & H. van Kleef 2006. Some rare and new caddis flies recorded for the Netherlands. Nederlandse Faunistische Mededelingen 25: 53-68.

 Dankwoord

Ik wil graag Emiel Beijk (Staatsbosbeheer) bedanken voor het verlenen van de vergunning om in de gebieden rondom Bakkeveen te inventariseren. Rink Wiggers wordt bedankt voor het controleren van enkele determinaties.

 Gegevens auteur:

 Harry Boonstra

 

T

050 820 0014

E

h.boonstra@koemanenbijkerk.nl

E

info@koemanenbijkerk.nl

W

www.koemanenbijkerk.nl

P

Postbus 111, 9750 AC Haren

 

 

Chironomus longipes

Henk Vallenduuk, 16 december 2010

 In de sleutels voor de Chironomus-larven is de soort Chironomus longipes te determineren op de breedte van de kop en de MS (Vallenduuk et al, 1997 en latere vertalingen in het Engels).

Op aanwijzing van verzamelaars ben ik de locaties gaan bezoeken in de hoop de larven te vinden voor cytologisch onderzoek en het doorkweken tot mug. In alle gevallen lukte het mij niet om de soort Chironomus longipes te verkrijgen.

Bij het controleren van determinaties bleek het altijd om 3e stadium-larven te gaan. De analisten hadden blijkbaar moeite met het herkennen van het 4e stadium, zoals in de figuren in bijlage 2 (Vallenduuk et al., 1997: 38) staat weergegeven, of ze hadden er eenvoudigweg niet naar gekeken.

Tijdens een verzameltocht in het Zwarte Woud verzamelde ik larven en dat leverde uiteindelijk een geslaagde kweek van deze soort op.

Pas nu kon ik beginnen met het vergelijken van alle soorten die sterk op elkaar lijken. In dit geval dus Chironomus longipes en de soorten van het Chironomus luridus agg..

Door zowel literatuurstudie als het bestuderen van eigen materiaal konden verschilkenmerken voor vijf soorten gevonden worden. De publicatie is opgenomen in Lauterbornia 70.

 De soort Chironomus longipes behoort tot het subgenus Lobochironomus (Spies & Saether, 2004).  Het onderscheidende kenmerk bij de larven is te vinden in de plaatsing van setae bij de oogvlekken en de vorm van de tanden van de epipharynx-kam. Hierdoor is deze soort met zekerheid te onderscheiden van 4e en 3e stadium larven van het hironomus. luridus agg..

De kopbreedte kan wel een indicatie zijn om Chironomus Lobochironomus dorsalis Meigen (syn. Chironomus longipes Staeger) te vermoeden.

De soort is inmiddels van twee locaties in West Brabant bekend. Bij het uitproberen van de sleutel werd de soort door Pieter Bieren en Francien van der Clundert herkend. Ongetwijfeld komt de soort op meer locaties voor.

Ik verzoek elke analist, die de larven met zekerheid gedetermineerd heeft, om de larve(n) naar mij op te sturen voor het bestuderen van kenmerken.

  

Een vangst van de Zeebrems Paragnathia formica bij Rotterdam

David Tempelman, januari 2011

Inleiding

Op 6 oktober 2010 ving ik in Klein Profijt bij Rotterdam een larve van de zeembrems Paragnathia formica. Dat was de tweede keer dat ik deze interessante soort heb gezien. De larve parasiteert op vissen. Over deze soort is tamelijk veel bekend. De eerste gedocumenteerde vondst voor Nederland stamt uit 1768, xe2x80x9clangs de kust van Walcherenxe2x80x9d.

In dit stukje beschrijf ik kort de nieuwe vindplaats bij Rotterdam, geef ik een overzicht van de mij bekende vondsten en doe ik een oproep voor waarnemingen en overige mij nog niet bekende informatie. De bedoeling is om later in 2011 een uitgebreidere publicatie te maken, waarin ook de biologie van deze mooie soort wordt besproken

Oude vondst van Slabber

In zijn xe2x80x9cNatuurkundige Verlustigingenxe2x80x9d geeft Slabber een enkele paginaxe2x80x99s lange beschrijving en een fraaie afbeelding, die hieronder is gereproduceerd. Slabber vermeldt onder meer: xe2x80x9cDit diertje is zeer gaauw in het water, offschoon zijne Pooten tot zwemmen niet geschikt zyn; men vind het wel vier maanden in den Zomer, en redelyk veel. Ik vistte deze op den 15. Juny 1768xe2x80x9d. Kleuren, volgens Slabber: xe2x80x9cbyna aan die der Regenboog gelykxe2x80x9d, xe2x80x9cwaar door men dit Schepsel onder de heerlykste der Schepselen mag opnoemen; doch, daar zyn xe2x80x98er, welk die schoonheid niet hebben, maar donkerder zyn; andere bruinachtigxe2x80x9d.

 Figuur 1 Paragnathia formica, als xe2x80x9cOniscus marinusxe2x80x9d afgebeeld op plaat 9 in Slabber (1778).

Nieuwe vondst bij Rotterdam

Er zijn na de eerste vondst in 1768 pas halverwege de 20e eeuw enkele nieuwe vondsten gedaan, echter alle in Zeeland en onder brak/zoute omstandigheden. Pas vanaf 1999 zijn enkele vondsten bekend geworden uit het zoetwatergetijde-gebied in de omgeving van Rotterdam. Zie tabel 1 voor een overzicht van de vondsten.

De laatste vondst, de aanleiding voor dit stukje, dateert van najaar 2010, in Klein Profijt. Dat is een ruig zoetwatergetijde-gebied ten zuiden van Rotterdam. Op deze locatie staat ook spindotterbloem en werd wederom Pseudamnicola (Mercuria) confusa aangetroffen. Zie de fotoxe2x80x99s van de monsterplek voor een indruk. De wilde begroeiing doet wel wat aan het Amazonewoud denken (Foto 3). Spindotterbloem is hier zeer veel aanwezig, al waren er begin oktober slechts bladloze staken van deze soort te vinden. Het waterpeil varieert hier tweemaal daags; er is 0,5 tot 1 m getijdeverschil. De locatie is verder erg modderig, je kunt hier uitgebreid in de modder wegzakken. Het geleidend vermogen van het water in de getijdepoeltjes bedroeg ongeveer 600 xc2xb5s/cm ofwel, volkomen zoet.

 Foto 1 Paragnathia formica, prania larve uit Klein Profijt, locatie oost 2, 6 oktober 2010, zij-aanzicht.

  Foto 2 De wildernis van Klein Profijt, locatie oost 2. Op de voorgrond een staketsel van spindotters.

Foto 3 Monstername op locatie oost 2. Fotoxe2x80x99s 6 oktober 2010.

In tabel 1 staat een overzicht van de mij bekende vondsten. De vondst te Klein Profijt is de zesde buiten Zeeland die mij bekend is.

Tabel met vondsten van Paragnathia formica in Nederland

 Zoetwatergetijdenatuur

De zoetwatergetijde-natuur is als habitat in Nederland sterk teruggedrongen door het gereedkomen van de Delta-werken. In Belgixc3xab is deze aanwezig in de vorm van de Zeeschelde: het stuk Schelde tussen Antwerpen en Gent, waar een flink getijdeverschil aanwezig is terwijl het water zoet is; tot de zoetwatergetijde behoren ook de toestromende laaglandrivieren zoals de Durme. Dit habitat is daar veel beter bewaard gebleven. Toch is deze natuur ook in Nederland nog steeds in enige matige aanwezig. In een groot deel van de xe2x80x98Zuidrandxe2x80x99 is nog steeds enige mate van getijwerking aanwezig. Dagelijkse voorspellingen zijn te raadplegen op www.getij.nl.

Wat betreft vegetatie is de spindotter (Caltha palustris var. araneosa) veruit de bekendste plant. Deze dotter is een taaie, hoog opgaande versie van de gewone dotter die de zoetwatergetijdebossen in het voorjaar geel kleurt. De zoetwater-getijdemacrofauna omvat een bescheiden lijstje van bijzondere soorten: de oligochaet Monopylephorus irroratus (bekend van de Hollandse IJssel), de bloedzuiger Trocheta pseudodina, het getijdeslakje Pseudamnicola (Mercuria) confusa en aan dit lijstje kan dus ook wel de zeebrems Paragnathia formica worden toegevoegd, al komt de soort ook meer richting zee voor.

Oproep voor waarnemingen

Mocht iemand van jullie extra vondsten weten in Nederland dan verneem ik die graag. Ook informatie over vondsten uit Belgixc3xab (de soort is o.a. bekend van een schol in Antwerpen, 1950) is welkom. Later dit jaar wil ik over deze soort een uitgebreider artikel publiceren, waarin ook de biologie aan de orde komt en de tot nu toe gemiste vondsten een plek op het verspreidingskaartje kunnen krijgen.

 

Geciteerde literatuur

Barnes, R.S.K. (1994). The brackish-water fauna of northwestern Europe: a guide to brackish-water habitats, ecology, and macrofauna for field workers, naturalists, and students. Cambridge University Press, 287p. 

Cattrijsse, A., J. Mees & O. Hamerlynck (1993). The hyperbenthic Amphipoda and Isopoda of the Voordelta and the Westerschelde estuary. Cah. Biol. Mar. 34: 187-200. 

Slabber, M. (1769-1778). Natuurkundige verlustigingen, behelzende microscopise waarneemingen van in- en uitlandse water- en land-dieren. J. Bosch, Haarlem, 166 pp. [Pag 71-74 beschrijving vondst]. Te downloaden via: < http://www.archive.org/details/natuurkundigever00sla >

Tempelman, D. (2002). Macrofauna oevers Hollandse IJssel. Macrofauna uit Moordrecht, Balkengat en Nieuwerkerk aan den IJssel 2002 xe2x80x93 In opdracht van: Rijkswaterstaat RIZA. AquaSense-rapportnummer 1427-4. Amsterdam, 67p.

Overige literatuur

Bennema, F. (2008). De soorten van Baster, Slabber en Bomme. Het Zeepaard 68 (1): 29-32, te downloaden op: < http://www.coastsandreefs.net/pdf/ZEEP68-1_Bennema.pdf >

Benthem Jutting, W.S.S. van (1970). Martinus Slabber (1740-1835), amateur-zoxc3xb6loog in Zeeland. Arch. Kon. Zeeuwsch Gen. Wet. 1970: 45-66.

Cattrijse, A., E.S. Makwaia, H.R. Dankwa, O. Hamerlynck & M.A. Hemminga (1994). Nekton communities of an intertidal creek of a European estuarine brackish marsh. Marine Ecology Progress Series 109: 195-208.

Holthuis, L.B. (1956). Fauna van Nederland XVI: Isopoda en Tanaidacea. 280p.

Huwae, P.H.M. & G. Rappxc3xa9 (2003). Waterpissebedden. Wet. Meded. KNNV 226. Utrecht, 55.

Tinsley, M.C. & S.D. Reilly (2002). Reproduction ecology of the saltmarh-dwelling marine ectoparasite Paragnathia formica (Crustacea: Isopoda). J. Mar. Biol. Ass. UK 82: 79-84.

Met dank aan

Floris Bennema (Harlingen) voor het wijzen op de publicatie van Van Benthem Jutting over Slabber, mevr. Astrid Driesprong (Rijkswaterstaat Zuid-Holland) voor vrijgave van de informatie van het project xe2x80x98Projectgebonden monitoring RWS Zuid-Hollandxe2x80x99, Arthur van Dulmen (Grontmij) voor het nemen van de fotoxe2x80x99s tijdens het veldwerk, Godfried van Moorsel (Ecosub, Doorn) voor het geven van commentaar en Myra Swarte (Waterdienst, Lelystad) voor het doorgeven van de bij Rijkswaterstaat bekende waarnemingen.

David Tempelman

Grontmij | team Ecologie

Postbus 95125

1095 HC Amsterdam

David.tempelman@grontmij.nl

 

  

Zeldzame soorten  in het gebied van het Waterschap de Dommel in 2010

Door:  Maria Judith Sanabria (Gemeenschappelijk Waterschapslaboratorium GWL, Boxtel)

Mark Scheepens (Waterschap de Dommel)

De kokerjuffer Oligostomis reticulata opnieuw in Nederland gevonden

 

De kokerjuffer Oligostomis reticulata is een zeer zeldzame soort in Nederland. Volgens de Verspreidingsatlas Nederlandse kokerjuffers (Higler, 2008) is deze soort  voor het laatst in 1952 als volwassen exemplaar gezien. De huidige status van deze soort is xe2x80x98zeer zeldzaam/verdwenenxe2x80x99. De soort is opgenomen in de Nederlandse Rode Lijst van kokerjuffers als xe2x80x9cernstig bedreigdxe2x80x9d (Ministerie van LNV, 2001).

Bij een bemonstering door in de Neterselse Loop (Brabantse Kempen) op 27 oktober 2010 werd een larve van Oligostomis reticulata aangetroffen. De vondst is de eerste in Nederland in bijna 60 jaar en betreft bovendien de eerste Nederlandse vondst van een larve van deze soort. De larve van Oligostomis reticulata is makkelijk te herkennen aan de kenmerkende U-vormige vlek op het frontaal-apotoom en de twee sclerieten op het mesonotum (foto). De determinatie werd bevestigd door Wolfram Graf tijdens de Trichoptera-cursus in november in Wageningen.

De bijzondere vondst is gedaan in het beheersgebied van Waterschap De Dommel. In opdracht van het waterschap werd in de Neterselse Loop (Brabantse Kempen) een macrofauna-monster genomen, waarbij deze soort is aangetroffen. In het Waterbeheerplan xe2x80x9cKrachtig Waterxe2x80x9d van Waterschap De Dommel staat de goede ecologische toestand van de beken beschreven. Door middel van onderzoek naar kleine waterdieren, zoals kokerjuffers, wordt deze ecologische toestand bepaald. Aan de hand van de resultaten van deze onderzoeken worden maatregelen uitgevoerd om de ecologische kwaliteit te verbeteren of te behouden. Zo blijft naast schoon, voldoende en veilig water ook de biodiversiteit op orde.

Neterselse Loop, ter hoogte van de Neterselse Heide

 De Neterselse Loop ligt in de Neterselse Heide ten noorden van het dorp Netersel in een bosrijke omgeving, met natuurlijke karakter en beheer. Deze beek is een droogvallende bovenloop met zandige bodem. In de praktijk valt de beek bijna nooit droog maar blijft een kwelstroompje houden. De beek bevat veel grof detritus (bladmateriaal en kleine takjes) in het water.

De Neterselse Loop mondt ter hoogte van het Westelbeers Broek uit in de Beerze, ongeveer een halve kilometer stroomafwaarts van het monsterpunt waar Oligostomis reticulata werd aangetroffen.

 Oligostomis reticulata wordt meestal aangetroffen in langzaam stromende wateren met veel organisch materiaal zoals bladeren en takjes. De larven leven op dit grof organisch materiaal en op planten. De larve maakt zijn huis van rechthoekige stukjes bladeren. De larven zijn omnivoren (alleseters). De volwassen dieren vliegen in het voorjaar, van maart tot mei (Higler, 2008).

Waterschap De Dommel zal bij toekomstige maatregelen in deze waterloop de inrichting en beheer afstemmen op de habitateisen van deze kokerjuffer zodat de populatie ook in de toekomst gewaarborgd blijft.

 Huis  van de kokerjuffer larve Oligostomis reticulata

Met dank aan Wolfram Graf voor het bevestigen van de determinatie van Oligostomis reticulata en aan David Tempelman voor zijn commentaar en aanvullende informatie.

Literatuur

Higler, L.W.G. (2008). Verspreidingsatlas Nederlandse kokerjuffers (Trichoptera). Uitgave EIS-Nederland. Leiden, 248p.

Minsterie van LNV (2001) Rode Lijst kokerjuffers

Een nieuwe vondst van de watermijt Nautarachna crassa in de Keersop

 De watermijt Nautarachna crassa is in Nederland zeer zeldzaam. De soort is uit Nederland slechts bekend van twee laaglandbeken: De Ruenbergerbeek (Overijssel) en de Keersop (Noord-Brabant). De soort leeft waarschijnlijk alleen in (langzaam?) stromende wateren[1].

De watermijt Nautarachna crassa ( links: van dorsaal, rechts: van ventraal)

 Nieuwe vondst Nautarachna crassa

De laatste keer dat de Keersop uitgebreid is gexc3xafnventariseerd was in 2003. In 2009 is de Keersop bij de Gagelvelden wederom onderzocht (monstername: GWL, in opdracht van Waterschap de Dommel). Tabel 1 geeft de exacte locatie van het monsterpunt in de Keersop.

 Tabel 1: kaartcoxc3xb6rdinaten en omschrijving van de monsterlocatie

Locatiecode

Omschrijving

X-coxc3xb6rdinaat

Y-coxc3xb6rdinaat

259048

Keersop, Gagelvelden te Dommelen

157.321

375.658

 

GebiedsbeschrijvingTen oosten van het dorp Luijksgestel vloeit de Elsenloop samen met de Fortjeswaterloop om verder te stromen onder de naam Keersop. De Keersop meandert op de meeste trajecten vrij door het landschap. De beek stroomt voornamelijk langs weilanden en landbouwgebied. Onderweg worden ook een paar kleine stukjes natuurgebied aangedaan, waaronder de Gagelvelden. Na de Gagelvelden stroomt de Keersop in de Dommel uit, ten zuiden van het dorpje Waalre.

De Keersop is een bijzondere beek, die deels nog het oorspronkelijke, meanderende karakter heeft behouden. De beek behoort voor zowel vissen als macrofauna tot een van de rijkste laaglandbeken van ons land. Dit komt door de unieke combinatie van kalkhoudend en snelstromend water en een bodem van grind en zeer grof zand. Er komen ruim 20 soorten vissen, waaronder de beekprik, en maar liefst 200 soorten macrofauna in de beek voor.

Vanwege de hoge natuurwaarden heeft het herstel en behoud van het gehele Keersop-systeem de hoogste prioriteit bij Waterschap De Dommel. In de periode van 1995 tot 2000 zijn door het waterschap bij Bergeijk en Dommelen drie beekherstelprojecten in de Keersop uitgevoerd, over een totale lengte van twee kilometer. Twee stuwen zijn voorzien van vispassages, Keersoppermolen en Westerhoven. Tevens zijn een aantal grote riooloverstorten gesaneerd of voorzien van een bergbezinkbassin of moerasfilter. Voor de veilige oversteek van kleine dieren zijn faunavoorzieningen bij enkele wegen aangelegd.

De Keersop ter hoogte van de Gagelvelden

De breedte van de Keersop varieert van drie tot acht meter. De waterdiepte schommelt tussen de 20 en 80 cm. Deze schommelingen zijn zowel ruimtelijk als in de tijd. Het water stroomt goed, met name tijdens de voorjaarsbemonstering: 45 cm/s. Tijdens de najaarsbemonstering stroomde het water minder snel, maar met 21 cm/s nog steeds voldoende. Er is echter wel een groot verschil in de stroomsnelheid op verschillende plaatsen in de beek; er komen naast stroomluwe delen ook stroomversnellingen voor met diepere kuilen in de beekbedding.

In de onderstaande tabel staan de gemiddelde gemeten waarden per kwartaal van de belangrijkste fysisch-chemische parameters, gemeten op het routinemeetpunt 240036, Keersoppermolen. In 2009 hebben in totaal 24 metingen plaatsgevonden op deze locatie in 2009.

Over de ecologische voorkeur van de watermijt Nautarachna crassa is weinig meer bekend dan het voorkomen in xe2x80x9clangzaam stromende waterenxe2x80x9d. In onderstaande tabel zijn de fysische chemische gegevens weergegeven waar deze mijt is aangetroffen

 

Tabel  kwartaalgemiddelden van geselecteerde fysisch-chemische parameters in de Keersop bij de Gagelvelden (meetpunt 240036) in 2009 en streefwaarden MEP natuur R5 (KRW).

 

1e

kwartaal

2e

kwartaal

3e

kwartaal

4e

kwartaal

KRW-normen

(R5; MEP natuur)

Temperatuur

5,0

13,5

16,5

9,1

<25

pH

7,0

7,3

7,3

7,0

5,5-8,5

EGV (xc2xb5S/cm)

407

404

423

416

 

Zuurstof (mg/l)

10,9

10,4

7,6

8,7

 

Zuurstof (%)

85

99

77

75

70-120

Diepte (m)

0,60

0,57

0,53

0,65

 

Stroomsnelheid (m/s)

0,32

0,21

0,15

0,31

 

BZV5 (mg/l)

1,7

1,2

1,1

1,9

 

Cl (mg/l)

30

31

34

34

xe2x89xa4150

SO4 (mg/l)

76

76

74

80

 

Zwevende stof (mg/l)

21

4

3

11

 

NH4 (mg/l)

0,20

0,06

0,04

0,14

 

Nkjeldahl (mg/l)

1,2

1,0

0,7

1,6

 

N-totaal (mg/l)

4,0

2,7

1,4

3,6

xe2x89xa44,0

NO2 + NO3 (mg/l)

2,8

1,7

0,7

2,0

 

Orthofosfaat (mg/l)

0,02

0,01

0,01

0,03

 

Totaal fosfaat (mg/l)

0,18

0,05

0,06

0,26

xe2x89xa40,14

 

Literatuur

Smit, H. & H. van der Hammen (2000). Atlas van de Nederlandse watermijten (Acari: Hydrachnida). Ned. Faun. Meded. 13: 1-272.

Nieuwe vondsten van de watermijt Atractides distans en de dansmug Stempellina bausei in de Beekloop 

Atractides distans

Tot 2000 waren er van de watermijt Atractides distans uit Nederland geen recente waarnemingen bekend (Smit & Van der Hammen, 2000). Sinds de atlas in 2000 is verschenen zijn echter verschillende nieuwe waarnemingen bekend geworden uit Limburg en Overijssel. Het blijft een zeer zeldzame soort voor Nederland, die vooral in snelstromende beken voorkomt waar hij leeft tussen mosvegetaties en hogere waterplanten. De nieuwe vondst uit de Beekloop is de eerste uit de provincie Brabant. De soorten van het geslacht Atractides zijn meestal erg moeilijk te determineren, maar het mannetje van deze soort heeft een kenmerkend gevormde klauw waaraan hij makkelijk te herkennen is (zie foto).

Dorsale en ventrale kant van de watermijt Atractides distans.

Eerste poot van Actractides distans

Stempellina bausei

 

In Nederland zijn slechts enkele vindplaatsen van de muggenlarve Stempellina bausei. Deze soort wordt weinig gevonden, maar is in beken in Nederland waarschijnlijk de enige van het genus (Henk Moller-Pillot. pers.com. Mei-2010). 

 

De larve is makkelijk te herkennen aan de zeer donkerbruine bovenkant van de kop en de gespleten clypeaal-setae, die zijn ingeplant in een lage, ringvormige structuur. Bij S. alni is de kop helemaal gelig met een korrelige structuur; bij S. subglabripennis zijn de clypeaalsetae vanaf de basis omgeven door een kokertje, dat een stuk naar boven uitsteekt (Pankratova, 1983).

De zeldzame mug Stempellina bausei.

In opdracht van Waterschap De Dommel heeft het GWL een eco-inventarisatie op drie verschillende locaties in de Beekloop uitgevoerd. Doel van deze eco-inventarisatie is het bepalen van de nulsituatie. Hiervoor zijn drie trajecten gekozen om zo een duidelijk beeld van de hele Beekloop te krijgen. Tabel 1 geeft de exacte locatie weer.

  

 

 

 

 

Tabel: kaartcoxc3xb6rdinaten en omschrijving van de monsterlocaties

Locatiecode

Omschrijving

X-coxc3xb6rdinaat

Y-coxc3xb6rdinaat

259955

Beekloop, benedenstrooms stuw De Maaij

155.071

366.238

259957

Beekloop, benedenstrooms samenkomst Keunisloop

155.495

367.667

259956

Beekloop, Bergeijkse Dijk

155.523

368.617

 

Gebiedsbeschrijving

De Beekloop ontspringt net over de grens in Belgixc3xab. In Nederland stroomt de beek eerst oostelijk langs het natuurreservaat De Watering. Allerlei kleine stroompjes uit het natuurreservaat en in mindere mate van het achterliggende landbouwgebied komen uit in de Beekloop, terwijl die langs het natuurreservaat stroomt. De Beekloop wordt sinds 1898 voor het grootste deel gevoed door waterinlaat uit het Bochelt-Herentalskanaal. Zonder waterinlaat uit het kanaal in de zomer, zal de Beekloop waarschijnlijk droogvallen. In de loop der tijd zijn meerdere vloeiweiden ontstaan. Door deze landen met het water dat rijk is aan voedingstoffen en kalk te laten overstromen worden ze bemest. Met de ontwikkeling van andere bemesting methoden van het land, zijn vloeiweiden landbouwtechnisch overbodig geworden. De enige nog overgebleven vloeiweide in het stroomgebied van de Beekloop is de wateringen in Belgixc3xab. De wateringen heeft hiermee ook een zuiverende werking, waardoor de waterkwaliteit van het ingelaten water in de Beekloop en Keunensloop een bijzondere waterkwaliteit bevat. Het water is carbonaatrijk, matig voedselrijk, opvallend helder en zuurstofrijk. Na het reservaat buigt de beek af naar het noorden, richting Westerhoven. Net ten zuiden van Westerhoven mondt de Beekloop uit in de Keersop. De beek is voor een groot deel gekanaliseerd en stroomt voornamelijk door of langs bosrijke gebieden en slechts af en toe door (intensief) beheerde weilanden.

 

Literatuur

Pankratova V.Ya. (1983). Larvae and pupae of mosquitos of the subfamily Chironominae of the fauna of the USSR (Diptera, Chironomidae = Tendipedidae). Keys to the Fauna of the USSR 134: 1-296.[In het Russisch:. xd0x9bxd0xb8xd1x87xd0xb8xd0xbdxd0xbaxd0xb8 xd0xb8 xd0x9axd1x83xd0xbaxd0xbexd0xbbxd0xbaxd0xb8 xd0x9axd0xbexd0xbcxd0xb0xd1x80xd0xbexd0xb2 xd0x9fxd0xbexd0xb4xd1x81xd0xb5xd0xbcxd0xb5xd0xb9xd1x81xd1x82xd0xb2xd0xb0 Chironominae xd0xa4xd0xb0xd1x83xd0xbdxd1x8b xd0xa1xd0xa1xd0xa1xd0xa0 (Diptera, Chironomidae = Tendipedidae). Leningrad, 296p.

Smit, H. & H. van der Hammen (2000). Atlas van de Nederlandse watermijten (Acari: Hydrachnida). Ned. Faun. Meded. 13: 1-272.

 

Meer informatie

 

Voor meer informatie kunt u contact nemen met :

 

Maria Judith Sanabria: msanabria@gwl.nl

Mieke Moeleker : mmoeleker@gwl.nl

Claudia Schuurmans : cschuurmans@gwl.nl

Hydrobiologische Afdeling

Tel : 0411618537

GWL- Boxtel.

Wat opmerkingen m.b.t. determinatie van Scirtidae larvae

Barend van Maanen, Waterschap Roer en Overmaas

 

Determinatie tot op genus is goed mogelijk. Toch worden hierbij regelmatig fouten gemaakt. Hieronder

een toelichting, als eerste hulpmiddel, om de determinatie te vereenvoudigen. Diverse aanvullende

kenmerken moeten nog worden uitgewerkt.

 

Gebruik standaard bij voorkeur Nilsson (1996) (hierin ontbreekt Hydrocyphon) en Klausnitzer (1994).

 

Algemeen

De genera zijn eigenlijk vrij goed op habitus te onderscheiden. Maar let op: het borststuk en achterlijf

kan als een harmonica in en uit elkaar schuiven, waardoor een aanzienlijke verlenging of verkorting

kan optreden. Dit bexc3xafnvloed nogal de eerste indruk van het dier. De lengte van de antenne in relatie tot

het achterlijf is hierdoor ook wat problematisch als kenmerk. Daarnaast zijn de antennen vaak

gedeeltelijk afgebroken.

Scirtes versus Elodes:

Scirtes is met een aantal kenmerken goed te onderscheiden van de andere genera.

Scirtes lijkt in de algehele habitus wel wat op Elodes in lichaamsvorm en beharing, maar:

  • de antennen zijn lang bij Scirtes (bij Elodes korter).
  • Scirtes heeft het labrum even lang als breed (vierkant) en de voorrand duidelijk concaaf.

      Elodes heeft het labrum breder dan lang (rechthoek), met rechte voorrand.

  • Ook de vorm van de clypeusachterrand is verschillend (zijranden uitgebocht bij Scirtes, niet

      bij Elodes).

  • De zijkant van de kop is bij Elodes veel hoekiger dan bij Scirtes.
  • Scirtes heeft de borstels op de hypofarynx anders (zie figuren hieronder!)
  • Scirtes met meervoudig getande mandibels (allxc3xa9xc3xa9n laatste stadium, bij Elodes xc3xa9xc3xa9n tand in

      laatste stadium; in jongere stadia altijd ongetand)

  • Scirtes heeft het borststuk en de eerste achterlijfssegmenten sterk glanzend, spaarzaam

      beborsteld. Bij Elodes borststuk en achterlijf nauwelijks glanzend en sterk, ruig beborsteld

      (pronotum wel iets kaler). Vaak Elodes met donkere kleurvlekken dorsaal.

  • Habitat: Elodes zit vrijwel uitsluitend in bronnen en beschaduwde beken en is daar zeker niet

      zeldzaam (wel zeldzaam dus in west-Nederland, holoceen). Scirtes vooral in stilstaand water

      in de oeverzone en is in geheel Nederland zeer algemeen. Scirtes en Elodes hebben een

      (schijnbaar) 3 ledige palp gemeen.

 

Scirtes

Scirtes onderscheidt zich duidelijk van Cyphon en Microcara door de (schijnbaar) 3-ledige

maxillairpalpen (bij die genera is een kort, maar duidelijk 4e lid aanwezig). De beharing op het

abdomen van Scirtes is erg ruig (ongelijke dikkere borstels en ook dunnere haren); bij Cyphon zijn

uitsluitend zeer fijne dunne haren aanwezig (het dier maakt een kale en ook vaak weinig

gesclerotiseerde indruk). Hiermee onderscheidt Cyphon zich van alle andere Scirtidae. Microcara

heeft een regelmatige rij korte, stevige borstels op de zijrand van de tergieten (op het sterniet zijn ook

langere dunne borstels aanwezig), het dier is vaak erg donker gekleurd. Cyphon is zeer algemeen in

moerassige omgeving in geheel Nederland (ook in oevers van sloten e.d.). Microcara is redelijk

algemeen in Nederland, maar meer dan Cyphon beperkt tot beschaduwde, bladrijke, vaak temporaire

milieus, zoals broekbossen, verlandende moerassen; het voorkomen in gewone poldersloten zal

weinig zijn.

 

Elodes

Elodes (zie foto) lijkt nog het meeste op Scirtes, door de relatief gedrongen lichaamsvorm en de

relatief ruige beharing/beborsteling. De hierna genoemde kenmerken zijn dus vooral van belang om te

checken bij twijfel over dit genuspaar (aanvullend op bovengenoemde). De kenmerken zijn echter ook

onderscheidend t.o.v. de andere genera:

  • Elodes heeft een tamelijk typische kopvorm: driehoekig, of eigenlijk trapeziumvormig, met de

lange zijde naar voren. Bij de andere genera is de kop tamelijk afgerond, veel minder hoekig.

  • Bij Elodes vormen de achterhoeken van het halsschild een duidelijke, scherpe hoek. Bij de

andere genera zijn de achterhoeken duidelijk afgerond.

  • Bij Elodes heeft de voorrand van de hypopharyx 2 paar van elkaar gescheiden staande

borstels (de zogenaamde Zahnborsten en Kielborsten in Klausnitzer), zie onderstaande figuur.

De voorste zijn breed en kamvormig, de achterste slank. Bij de andere genera (behalve

Hydrocyphon) staan deze 4 borstels bijeen en zijn ze gelijkvormig, namelijk breed en

kamvormig (zie Klausnitzer fig. 26 en 30). Dit kenmerk is goed te zien van bovenaf, waarbij

wat druk wordt uitgeoefend op de kop, waardoor de daaronder liggende hypopharynx naar

voren komt, onder de kop vandaan.

Cyphon

Cyphon (zie foto) wijkt duidelijk af van de andere genera door het gladde abdomen met verspreid

staande zeer dunne lange haren: zeer kenmerkend. Het lichaam is erg slank en vaak zeer bleek en

zwak gechitiniseerd.

Microcara

Microcara (zie foto) heeft een tamelijk forse larve, langwerpig, maar breed van vorm en is vaak erg

donker gekleurd, (daardoor) vaak met een opvallend lichte, bochtige dwarsband op het halsschild. Het

abdomen is vooral bezet met stevige, korte borstels (regelmatig geordend!).

Prionocyphon

Prionocyphon is beduidend zeldzamer dan hiervoor genoemde genera, in het voorkomen beperkt tot

met water gevulde holten tussen boomwortels. Net als Cyphon en Microcara met 4 antennenleden. De

soort lijkt qua postuur wel op Microcara, maar is wat paralleller van vorm (rechthoekig). Vermoedelijk

zijn er geen lichte banden op het halsschild aanwezig. In details verschillen de monddelen van

Microcara. Voor het onderscheid met Microcara pas op: in Klausnitzer (larven deel 2) en Nilsson zijn

figuren en tekst verwisseld:

  • Figuur 18=Microcara en 19=Prionocyphon in Nilsson (1996) en 27=Microcara en

28=Prionocyphon in Klausnitzer (1994).

  • Voor wat betreft de sensorial pegs (Sinnesstxc3xa4bchen) geldt dat de tekst xc3xb3xc3xb3k nog eens

verwisseld is (in Nilsson, 1996 en Klausnitzer, 1994). Juist is dus: Prionocyphon met 4 en

Microcara met 5 rijen.

Hydrocyphon

Hydrocyphon tenslotte is uiterst zeldzaam (gebergte, bergbeken), mij zijn geen recente Nederlandse

vondsten bekend. Stromend water. Zeer typisch habitus. Abdomen met achterrand segmenten met

lange steile beharing. Slank dier.

 Habitus van enkele soorten

V.l.n.r. Microcara, Elodes, Cyphon

                                                                                                                               Elodes 

 Microcara

 Cyphon

Kopkenmerken Scirtes xe2x80x93 Elodes (vorm labrum, clypeusachterrand, zijkant kop) 

Scirtes                                                Elodes

De borstels op de voorrand van de hypopharynx bij:

(bekijk van dorsaal, kop naar achteren duwen)

 Elodes:                                                                                   Scirtes:

2 paar met verschillende inplanting                                            2 paar bijeen ingeplant

2 x breed kamvormig

2 x slank

4 x breed kamvormig

Stel je voor      

Beste macrofaunanieuws lezers,

  Mijn naam is Sylvia Westen en ik ben sinds juli 2008 als analist werkzaam op de afdeling Hydrobiologie van Delta Waterlab.

In de periode van april tot oktober ben ik vooral bezig met veldwerk, macrofyten opname en macrofauna, zowel monstername als uitzoeken.

In de winter ben ik voornamelijk bezig met het determineren van macrofauna.

Omdat ik uit de chemie kom en helemaal geen ervaring had in de hydrobiologie word ik binnen Delta Waterlab goed opgeleid.

De overstap van chemie naar hydrobiologie bevalt mij erg goed en ik hoop mij de komende jaren nog verder te ontwikkelen.

Het lezen van de macrofaunanieuws-mail gaat mij daar zeker bij helpen.

Met vriendelijke groet,

Sylvia Westen

Delta Waterlab

s.westen-elbers@deltawaterlab.nl
Stel je voor

Ik ben Bas van der Wal en heb al 30 jaar xe2x80x9cietsxe2x80x9d met macrofauna.

In 1981 ben ik begonnen met macrofaunaonderzoek bij het Hoogheemraadschap van Delfland. Eerlijk gezegd durf ik niet meer in te staan voor de juistheid van de determinaties van destijds.

De kwaliteitsborging was toen beduidend minder goed geregeld dan nu.
Na een loopbaan in het waterbeheer ben ik nu programmacoxc3xb6rdinator bij de STOWA, de onderzoeksstichting van de waterschappen.
In de afgelopen jaren ben ik betrokken geweest bij het uitbrengen van diverse determinatiewerken. In september 2010 is mede onder mijn verantwoordelijkheid het xe2x80x9cHandboek Hydrobiologiexe2x80x9d uitgebracht.
Mijn betrokkenheid bij het macrofaunaonderzoek is de laatste jaren uitsluitend theoretisch. Ik heb nog nauwelijks kennis van de praktijk. Omdat ik vind dat je ook als theoreticus weet moet hebben van wat er in het veld en op het lab gebeurt, heb ik mij aangemeld als abonnee op de Macrofaunanieuwsmail.

Het boek De Nederlandse Biodiversiteit

geeft een actueel overzicht van de Nederlandse planten, dieren, schimmels en eencelligen.

 In totaal worden 204 groepen behandeld, van oogdiertjes tot korstmossen en van varens tot zoogdieren. Van elke groep wordt basale informatie gegeven: aantal soorten in Nederland en de wereld, uiterlijk, biologie, relatie met de mens en determinatiewerken. Talrijke kleurenfotoxe2x80x99s illustreren de enorme diversiteit aan vormen en voor sommige groepen is een diversiteitskaartje of trenddiagram opgenomen. Naast de groepsbesprekingen zijn er hoofdstukken over het begrip biodiversiteit, onderzoek, beheer en beleid. In totaal hebben ruim 100 specialisten, afkomstig uit de Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (elk gespecialiseerd in een groep dieren of planten), natuurhistorische musea en onderzoekinstellingen, aan het boek meegewerkt. Een onmisbare bron van informatie voor iedereen die zich beroepsmatig of in de vrije tijd bezig houdt met de Nederlandse planten- en dierenwereld.

xe2x82xac 49,95

Einde macrofaunanieuwsmail 96


 

17 January 2011
By on 08:03

Macrofaunanieuwsmail 95, 14 december 2010

 Beste lezers,

 Winter 2010-2011: veel neerslag
De Nederlandse winter laat zich uitzonderlijk lastig voorspellen. Maar dit jaar is het waarschijnlijk dat ook onze winter bexc3xafnvloed wordt door een weersfenomeen, duizenden kilometers verwijderd, in de Grote Oceaan: La Nixc3xb1a. Dit jaar is het fenomeen extra sterk. Via een indirecte koppeling is het waarschijnlijk dat er boven de Atlantische Oceaan meer depressies vormen. Het kan met onze winter dan nog twee kanten op: veel regen. Of veel sneeuw.

 Als je wat ziet, hoort of leest, stuur je berichten naar macrofauna@rws.nl

 Ook kan je nu via het weblog op  http://macrofauna.web-log.nl/ zoeken naar

eerder verschenen verhalen/artikelen en dan dat nummer downloaden

via http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/overlegkaders/macrofaunanieuwsmail/

 

Fijne feestdagen en een soortenrijk Nieuwjaar toegewenst,

 Myra Swarte

 

 In dit nummer:

 

Stel je voor. 1

Twee nieuwe exoten voor de Nederlandse fauna. 2

Macrofauna Ringonderzoek  2009 – Platform Hydrobiologisch Medewerkers. 3

Stel je voor. 20

Het boek De Nederlandse Biodiversiteit 20

 

 Stel je voor

 Hallo allemaal,

Ik, Arno Folkers, ben sinds januari 2010 werkzaam als hydrobiologisch analist bij Waterschap Hunze en Aaxe2x80x99s in Veendam. Ik houd mij vooral bezig met monstername en determinatie van Macrofauna, maar ook met het inventariseren van Macrofyten. Tijdens de gehele jaarlijkse cyclus van biologische monitoring werk ik nauw samen met Roy van Hezel, hydrobiologisch analist bij Waterschap Noorderzijlvest.

 Met vriendelijke groet,

 Arno Folkers, Waterschap Hunze en Aaxe2x80x99s

a.folkers@hunzeenaas.nl

 

Twee nieuwe exoten voor de Nederlandse fauna

 Chinese moerasslak

Voor vijvers worden regelmatig moerasslakken aangeboden, al dan niet als algenbestrijders.  Hierbij wordt niet alleen de inheemse spitse moerasslak (Viviparus contectus) verkocht. Een veel verkochte soort is de uit Oost-Europa afkomstige Donaumoerasslak (V. acerosus). Deze soort dook in 2006 op in Dordrecht, waar een forse populatie aanwezig is in een stadswater.

 In 2010 is daar nog een soort bijgekomen, namelijk de Chinese moerasslak (Bellamya chinensis). Ondanks dat bekend is dat dit een invasieve soort is in Noord-Amerika, was het toch onverwacht dat ze in Nederland opdook op gelijk drie locaties. Het was zo verrassend omdat over de aanwezigheid in de Nederlandse handel in vijverdieren amper iets is te vinden. Gezien het succes van de Chinese moerasslak in Noord-Amerika xc3xa9n de gemelde temperatuurtoleranties van deze soort mag worden verwacht dat ze in Nederland gaat standhouden en op meer plaatsen gaat opduiken.

 Met ander woorden blijf alert bij het determineren van moerasslakken!

 Japanse karperluis

Tot voor kort kende we van de karperluizen (Argulidae) maar xc3xa9xc3xa9n soort in het Nederlandse zoete water: Argulus foliaceus. Gezien de aanwezigheid van de Japanse karperluis (A. japonicus) in nabijgelegen Europese landen, kon het echter haast niet uitblijven dat deze ook zou opduiken in Nederland. In 2005 is ze dan ook voor het eerst gevonden in Nijmegen. Vervolgens is ze in 2006 gevangen bij Hekelingen (Zuid-Holland) en in 2009 in Rotterdam. Determinatie zal niet altijd eenvoudig blijken te zijn, maar is zeker bij de mannetjes goed te doen.

 Menno Soes

Bureau Waardenburg/NCB Naturalis

 s, D.M., P. Glxc3xb6er & A.J. de Winter, 2009. Viviparus acerosus (Gastropoda: Viviparidae), a new exotic snail species for the Dutch fauna. Aquatic Invasions 4(2): 373-375.

http://science.naturalis.nl/media/209580/viviparus.pdf

 Soes, D.M., G.D. Majoor & Stef M.A. Keulen, 2011. Bellamya chinensis (Gray, 1834) (Gastropoda: Viviparidae), a new alien snail species for the European fauna. Aquatic Invasions 6(1):

http://science.naturalis.nl/media/257405/ai_2011_6_1_soes_etal_correctedproof.pdf

 Soes, D.M., P.D. Walker & D.B. Kruijt, 2010. The Japanese fish louse Argulus japonicus new for The Netherlands. Lauterbornia 70: 11-17

http://science.naturalis.nl/media/257364/011-017_soes-1.pdf

 

Macrofauna Ringonderzoek  2009 – Platform Hydrobiologisch Medewerkers

 Aanleiding

Bij verschillende collegaxe2x80x99s van de waterschappen uit Noord, Oost en Zuid Nederland is er behoefte om meer te doen aan de kwaliteit van macrofauna determinaties. Zo zijn bij verschillende waterschappen mensen alleen of nog niet zo lang in het vakgebied werkzaam. Een manier om dit te doen is een kwaliteitscontrole middels een ringonderzoek.

De hydrobiologisch analisten van Waterschap Groot Salland organiseren ook dit jaar een onderzoek waarbij de nadruk ligt op de kwaliteit van macrofauna-determinaties.

 Werkwijze

Dit jaar is voor dezelfde opzet gekozen als het voorgaande jaar. Er worden macrofaunamonsters opgestuurd die al door de hydrobiologisch analisten van Waterschap Groot Salland zijn gedetermineerd. Dit heeft als nadeel dat bepaalde kenmerken mogelijk minder goed zichtbaar zijn of zelfs zijn verdwenen (genitialen van kevers, plat geprepareerde muggen). Het voordeel voor de analisten in Nederland is dat de problemen tijdens de determinaties goed naar voren komen, de deelnemers krijgen rexc3xable monsters van vergelijkbare wateren in hun eigen gebied. In dit ringonderzoek willen we vooral ingaan op de verschillen in naamgeving van gedetermineerde soorten. Verschillen in abundantie spelen veel minder een rol.

 In het onderzoek zijn locaties gebruikt uit het eigen beheergebied en uit de beheergebieden van andere waterschappen die het hydrobiologisch werk hebben uitbesteed aan het Waterschap Groot Salland. Bij de analisten van Waterschap Groot Salland was vooraf niet bekend dat deze locaties gebruikt zouden worden in het ringonderzoek. Aan de deelnemers is vooraf gevraagd of er een voorkeur bestond voor een monster uit een bepaald watertype. Er bestaat ook een mogelijkheid om een ander type water te kiezen, om daar meer ervaring in te krijgen. Sommige deelnemers hebben een voorkeur opgegeven en bij de verdeling van de monsters is hier mee rekening gehouden. Ook mochten de deelnemers er voor kiezen om bepaalde groepen, zoals watermijten, niet te determineren.

Na de analyse hebben de deelnemers hun resultaten terug gestuurd, waarna deze op papier zijn vergeleken met de determinaties verricht door analisten van Waterschap Groot Salland. Vervolgens werden de verschillen xc3xa9xc3xa9n op xc3xa9xc3xa9n besproken, en hebben de deelnemers de verschillen bekeken. Na dit overleg zijn overgebleven verschillen in determinaties door de analisten van WGS nader bekeken en gerapporteerd in dit rapport.

 Doel

Het verbeteren van de kwaliteit van macrofauna analyses en te komen tot uniforme afspraken m.b.t. determinatiekenmerken, literatuur en naamgeving.

Dit onderzoek is niet bedoeld als kwaliteitsvergelijking voor de verschillende waterschappen. Dit is ook niet mogelijk omdat de deelnemers verschillende monsters van verschillende locaties hebben geanalyseerd.

 Resultaten

De resultaten zijn weergegeven in bijgevoegde excel-tabellen, waarbij de aantallen soms niet overeenkomen omdat de schattingen van niet geconserveerde soorten er nog in staan. Opmerkingen van deelnemers en commentaar van WGS  staan weergegeven in extra kolommen.

Determinatiefouten die redelijk vaak worden gemaakt, het gaat hier dus om lastig te determineren soorten,  worden hier nader besproken. Indien de determinatiefout niet is gemaakt door slordigheid of het niet voldoende checken van alle kenmerken, is het aan de deelnemer zelf om hier ruggespraak over te houden.

 Waar zitten de meest voorkomende moeilijkheden? Deze keer zijn er weinig structurele fouten gemaakt. Er is een keuze gemaakt naar aanleiding van de vragen en opmerkingen die tijdens de individuele controles naar voren kwamen.

 Mollusca

 Het komt wel eens voor dat er van een soort atypische exemplaren aanwezig zijn. In dit geval betreft het Musculium lacustre die geen duidelijk afgezet kapje heeft. In het monster zitten exemplaren met en zonder kapje. De soort verschilt van Sphaerium door het transparante uiterlijk tgv. de dunwandige schaal.

 Kokerjuffers

 Agrypnia pagetana is een soort waarvan bij kleine exemplaren de tekening op het pronotum soms moeilijk van vaag of scherp te onderscheiden zijn en de prosterniet niet goed gesclerotiseerd is. Fig 104 B en D p. 241 Wallace, 2003. Op de foto ging het om het middelste exemplaar, rechts is een Phryganea en links is een laatste stadium van Agrypnia.

 

Chironomiden

 Sedert het verschijnen van het boek van Moller Pillot en Vallenduuk 2007 over de Tanypodinea is veel onduidelijkheid weggenomen. In een van de monsters zaten twee relatief onbekende soorten: Schineriella en Guttipelopia. Bij deze nog een foto van de huidribbels van Guttipelopia die in de lengterichting over het hele lichaam lopen.

 

 

Kevers

 

Het verschil tussen Noterus clavicornis en N. crassicornis is bij de vrouwtjes niet altijd even duidelijk te zien. De kiel op het pronotum van N. clavicornis is aan de voorkant in een haakje uitgetrokken wat het beste in zijaanzicht bekeken kan worden.

 

Noterus clavicornis                                                                           Noterus crassicornis

 

 

Er is ook een verschil in grootte. N.crassicornis: 3.5-4.2 mm. N. clavicornis: 4-5 mm.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Noterus crassicornis (L) Noterus clavicornis (R)

 

Scirtidae larven

Het verschil tussen Cyphon en Scirtes larven wordt door Klausnitzer beschreven aan de hand van kenmerken van de maxilairpalp. Bij Scirtes is deze schijnbaar 3-ledig en bij Cyphon 4-ledig. Wij hebben geen Cyphon larven in onze collectie.

Barend van Maanen heeft een aantal kenmerken van de larven van de Scirtidae beschreven. (zie bijgevoegd PDF-bestand)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Scirtes maxillairpalp

 

De antennenlengte van Elodes tov die van Scirtes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Elodes (L onder) Scirtes (R boven) larven

 

Mijten:

 

Bij het determineren van het genus Piona worden vaak fouten gemaakt. Hierbij hebben we nog enkele foto's en opmerkingen geplaatst. Van Harry Smit hebben we de nieuwste versie van zijn concepttabel gekregen die wij hierbij toevoegen. Er is ook een Nederlandse vertaling van gemaakt. Zie ook de opmerkingen in onze vorige rapportages!

 

Bij Piona nodata is het genitaalveld xc3xa9xc3xa9n enkele nap breed met vaak xc3xa9xc3xa9n nap extra in de bocht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij Piona laminata is het genitaalveld breder en er kunnen meerdere nappen naast elkaar liggen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opmerking van Harry Smit bij Piona ambigua/laminata: "Alle xe2x80x9cP. ambiguaxe2x80x9d die ik tot nu toe gezien heb uit Nederland zijn in feite P. laminata. Die karakteristieke P-5 heb ik alleen bij exemplaren uit de collectie Lundblad gezien."


Piona carnea is van Piona neumani te onderscheiden door het ontbreken van haarkegels aan de onderzijde van P-IV. Piona neumani heeft een klein haarkegeltje.

Piona carnea vr palp                                                                          Piona neumani vr palp

 

Piona carnea mn genitaalveld                                                          Piona neumani mn genitaalveld

 

Piona carnea vr genitaalveld en epimeren                                      Piona neumani vr genitaalveld en epimeren

 

Piona coccinea/stjoerdalensis/imminuta  vrouwtjes

 

17a  ventrale zijde van P-II sterk bolvormig poten en randen van coxaalplaten rood gekleurd, lengte van de mediale rand van coxaalplaat III 73-82 xc2xb5m en van coxaalplaat IV 187-213 xc2xb5m xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6…stjoerdalensis

17b  ventrale zijde van P-II recht of licht S-vormig xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa618

                       

18a  idiosoom niet rood gekleurd, mediale rand van coxaalplaat III 53-70 en van coxaalplaat IV 117-152 xc2xb5m xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. imminuta

18b  idiosoom rood gekleurd, mediale rand van coxaalplaat III 82-117 en van coxaalplaat IV 210-280 xc2xb5m xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. coccinea

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Piona stjoerdalensis vr genitaalveld, 4e epimeren 187-213 xc2xb5m                   Piona stjoerdalensis vr palp 

Piona coccinea vr genitaalveld, 4e epimeren 210-280xc2xb5m              Piona imminuta vr genitaalveld 4e epimeren 117-152 xc2xb5m

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Piona alpicola vr genitaalveld, voorste chitinescleriet sikkelvormig ipv driehoekig!


Piona coccinea/stjoerdalensis/imminuta  mannetjes

 

7a  III-p-6 met een heel grote haakvormige klauwxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6coccinea

7b  III-p-6 met een kleine haakvormige klauw xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.8

                       

8a  ventrale zijde van P-II bolxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6.xe2x80xa6…stjoerdalensis

8b  ventrale zijde van P-II recht of licht S-vormigxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6..imminuta

 

Piona coccinea mn III-p-6 klauw                                   Piona imminuta mn III-p-6 klauw

 Piona stjoerdalensis mn III-p-6 klauw                                            Piona stjoerdalensis mn palp     

 Piona coccinea mn palp                                                                  Piona imminuta mn palp


Piona pusilla/rotundoides foto van de ligging van de seta (moeilijk zichtbaar, deze liggen aan weerszijden van de anaalopening) en de glandularia die een gelijkbenige driehoek vormen met de anaalopening.

Bij Piona obturbans liggen de seta en glandularia verder naar achteren van de anaalopening. De glandularia en de anaalopening vormen dan een gelijkzijdige driehoek.

  Piona pusilla/rotundoides glandularia en anaalopening seta zijn moeilijk zichtbaar

                                                                                                                

 Hierbij de Nederlandse vertaling van de concepttabel van Harry Smit sept. 2010 met een update van

Piona ambigua, nodata en annulata (tot nu is in Nederland alleen laminata aangetroffen!,

dwz alle ambigua=laminata in Ned.).

 

            Piona vrouw   

                       

1a  nappen liggen los in de huid xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…2

1b  napplaten sikkelvormig of rond xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6.xe2x80xa6.xe2x80xa6..xe2x80xa6.3

                       

2a  P-IV zonder haarkegels, palp altijd knievormig gebogen xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6… clavicornis  

2b  P-IV met haarkegels, palp niet knievormig gebogen. Aan weerszijden van de geslachtsopening 2 plaatjes met resp. 1 en 1-2 nappen, alle andere nappen liggen los xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6  xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…conglobata      

                       

3a  napplaten sikkelvormig xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6..xe2x80xa64

3b  napplaten rond of nappen op twee paar platen xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6..xe2x80xa6…11

                       

4a  P-V sterk versmald en sterk naar beneden gebogen  xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. ambigua

4b  P-V niet sterk versmald en niet naar beneden gebogen .xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6….xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6….xe2x80xa6. 5

                       

5a  napplaten met minder dan 18 nappen, gewoonlijk 8 xe2x80x9312 nappenxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6…6

5b  napplaten met meer dan 18 nappen xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6  xe2x80xa68

 

6a  napplaten met de breedte van xc3xa9xc3xa9n nap xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.7

6b  napplaat meer dan xc3xa9xc3xa9n nap breed .xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..laminata

 

7a  palp slank, P-IV ventral met kleine duidelijk gescheiden haarkegels (50 xc2xb5m) xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.annulata

7b  palp gedrongen, P-IV met grote haarkegels die dichtbij elkaar liggen xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6nodata

 

8a  napplaten met meer dan 60 nappen, de voorrand en de achterrand lopen bijna parallelxe2x80xa6. disparilis

8b  napplaten met minder dan 52 nappen, de voorrand en de achterrand lopen niet parallel xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…9

                       

9a  anaalopening staat voor de begeleidende seta en glandularia en maakt met de glandularia een gelijkzijdige driehoek. (De seta zijn lastig te zien)xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6 obturbans

9b  anaalopening staat tussen de begeleidende seta en maakt met de glandularia een gelijkbenige driehoekxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa610

                       

10a  mediale lengte van de 4e coxaalplaten < 155 um xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.. pusilla   

10b  mediale lengte van de 4e coxaalplaten > 155 um xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6….. rotundoides  

                       

11a  P-IV zonder haarkegelsxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa612   

11b  P-IV met haarkegels xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…13

 

12a  P-IV gedrongen, voorste genitaalscleriet kort (minder dan 30 xc2xb5m), geen nappen in het middelste deel van de napplaten xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6.gyrophora 12b  P-IV slank, voorste genitaalscleriet lang, nappen liggen ook in het middelste deel van de napplaten, P-IV geen haarkegels xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.carnea                      

13a  napplaten bestaan uit xc3xa9xc3xa9n grote ronde plaat met veel nappen xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6….14

13b  er zijn 2 paar napplaten, het voorste plaatje met 1 nap xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6..19

           

14a  napplaten verbonden door chitinebrug, elk veld met 60-70 nappenxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.longipalpis

14b  napplaten niet verbonden, elk veld minder dan 30 nappen xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6.15

 

15a  alle nappen zijn even groot, ventrale zijde van P-IV met even grote haarkegels ..xe2x80xa6xe2x80xa6..cocciniodes

15b  twee nappen zijn duidelijk groter, ventrale zijde van P-IV met haarkegels van verschillende grootte

xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..16

 

16a  voorste chitinescleriet sikkelvormig, 1 vergrote nap ligt in het midden van de napplatenxe2x80xa6…alpicola  

16b  voorste chitinescleriet driehoekig, xc3xa9xc3xa9n vergrote nap ligt aan de rand van de napplatenxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6..17

                       

17a  ventrale zijde van P-II sterk bolvormig poten en randen van coxaalplaten rood gekleurd, lengte van de mediale rand van coxaalplaat III 73-82 xc2xb5m en van coxaalplaat IV 187-213 xc2xb5m xe2x80xa6xe2x80xa6stjoerdalensis

17b  ventrale zijde van P-II recht of licht S-vormig xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa618

                       

18a  idiosoom niet rood gekleurd, mediale rand van coxaalplaat III 53-70 en van coxaalplaat IV 117-152 xc2xb5m xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6. imminuta

18b  idiosoom rood gekleurd, mediale rand van coxaalplaat III 82-117 en van coxaalplaat IV 210-280 xc2xb5m ..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6…. coccinea            

19a  achterste napplaat ellipsvormig, met 20 – 25 nappen (weinig waarnemingen in Ned)  .xe2x80xa6discrepans

19b  achterste napplaat anders van vorm, met minder nappen ..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa620

 

20a  achterste grote napplaat gesloten, rondachtig, voorste plaatje met 2 kleine seta vooraan en 1 aan de zijkant van de nap xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.variabilis

20b  achterste grote napplaat min of meer gebogen, seta op het voorste plaatje anders gerangschikt  ..21

                       

21a  een rij van 3 kleine seta aan de zijkant van het voorste kleine napplaatje, uiteinde 4e palplid met flinke haarkegel xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6..paucipora

21b  4-6 kleine seta omringen de voorste nap …xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. neumani

           

 

 

            Piona man     

                       

1a  genitaalopening diep xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.2

1b  genitaalopening ondiep xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.12

                       

2a  klauw van III-p-6 verlengd xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6….xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa63

2b  klauw van III-p-6 kort xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..9

                       

3a  III-p-6 slank, genitaalopening rond zonder zijlobben   xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.4

3b  III-p-6 stomp, genitaalopening met zijlobben  xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa65

                       

4a  napplaten met 8 -12 nappen, 4e coxaalplaten in het midden gescheiden xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…..clavicornis

4b  napplaten > 35 nappen, 4e coxaalplaten in het midden tegen elkaar aan xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6.falcigera

                       

5a  napplaten met 8 -12 nappen, genitaalopening linzenvormig, verlengde klauw van III-p-6 rechtxe2x80xa6.xe2x80xa6..6

5b  napplaten > 25 nappen, genitaalopening drielobbig, verlengde klauw van III-p-6 haakvormigxe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa67

                       

6a  P-V sterk versmald en sterk naar beneden gebogen xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6..ambigua

6b  P-V niet sterk versmald en niet naar beneden gebogen xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…nodata + laminata + coccinoides

                       

7a  III-p-6 met een heel grote haakvormige klauwxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.xe2x80xa6coccinea

7b  III-p-6 met een kleine haakvormige klauw xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.8

                       

8a  ventrale zijde van P-II bolxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6…stjoerdalensis

8b  ventrale zijde van P-II recht of licht S-vormigxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..imminuta

                       

9a  napplaten > 60 nappen xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6.longipalpis

9b  napplaten 10 – 25 nappen xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa610

                       

10a genitaalopening drielobbig, ventrale zijde P-IV met haarkegels xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6alpicola

10b genitaalopening elliptisch, ventrale zijde P-IV met of zonder haarkegels xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.xe2x80xa611

                       

11a ventrale zijde P-IV zonder haarkegelsxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.carnea

11b ventrale zijde P-IV met haarkegels …xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6neumani

                       

12a versmelting tussen napplaten en 4e coxaalplaten loopt tot de aanhechting van de 4e potenxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6..discrepans

12b versmelting tussen de napplaten en de 4e coxaalplaten is minder verxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.13

                       

13a klauwen van III-p-6 niet verlengdxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6….conglobata

13b klauwen van III-p-6 verlengd xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa614

           

14a excretieopening versmolten met napplatenxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6..obturbans

14b excretieopening niet versmolten met napplatenxe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa615

                       

15a napplaten steken lateraal ver voorbij het achteruitsteeksel van de 4e coxaalplaten, vleugelvormig, verlengde klauw III-p-6 is niet gebogenxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6disparilis

15b napplaten steken lateraal niet (ver) voorbij het achteruitsteeksel van de 4e coxaalplaten, verlengde klauw III-p-6 is gebogen met een 90xc2xba hoek (*)! xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.16

                       

16a napplaten vergroeid met 4e coxaalplaten (er komen ook afwijkende exemplaren voor waarbij de napplaten los liggen van de 4e coxaalplaten) .xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6….xe2x80xa6xe2x80xa617

16b napplaten liggen los van de 4e coxaalplaten xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa618

                       

17a lengte van de mediale rand van de 3e + 4e coxaalplaten < 235 xcexbcmxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.pusilla

17b lengte van de mediale rand van de 3e + 4e coxaalplaten > 273 xcexbcmxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6rotundoides

                       

18a 4e coxaalplaten raken elkaar in het midden, de voorrand van de napplaten is rechtxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. variabilis

18b 4e coxaalplaten liggen in het midden los van elkaar, de voorrand van de napplaten is ingebogen xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.paucipora

(*) moeilijk zichtbaar kenmerk omdat de klauw direct aan de basis in een hoek van 90xc2xba gebogen is en verder vrij recht is.

 

Piona annulata en P. gyrophora mannetje nog niet bekend.

 

 

Concept tabel Piona, Harry Smit september 2010

 

Key to the males

 

1. Genital pit deep xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6.. 2

    Genital pit shallow xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6.xe2x80xa6 12

 

2. Claw of III-leg-6 elongated xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…3

    Claw of III-leg-6 short xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..9

 

3. III-leg-6 slender, genital pit rounded without lateral indentations xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.. 4

    III-leg-6 stocky, genital pit with lateral indentations xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6.. 5

 

4. Genital plates with 8-12 acetabula, fourth coxal plates separated medially xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. Piona clavicornis

    Genital plates with more than 35 acetabula, fourth coxal plates touching medially xe2x80xa6xe2x80xa6…..xe2x80xa6Piona falcigera

 

5. Genital plates with 8-12 acetabula, genital pit lentil-shaped, elongated claw of III-leg-6 straight xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 6

    Genital plates with more than 25 acetabula, genital pit three-lobed, elongated claw of III-leg-6

      hook- shapedxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa67

 

6. P-5 strongly tapering, distally with only one seta bent down xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6Piona ambigua

    P-5 distally not tapering and bent down xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6….xe2x80xa6 P. nodata + P. laminata + P. coccinoides

 

7. III-leg-6 with a very large hook-shaped claw xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. Piona coccinea

    III-leg-6 with a small hook-shaped claw xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6 8

 

8. Ventral margin of P-2 convex xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6… Piona stjoerdalensis

    Ventral margin of P-2 straight or slightly S-shaped xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6… Piona imminuta

 

9. Genital plates with more than 60 acetabula xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6. Piona longipalpis

    Genital plates with 10-25 acetabula xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 10

 

10.Ventral margin of P-4 without distinct setal tubercles  xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6. Piona carnea

     Ventral margin of P-4 with distinct setal tubercles xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6 11

 

11.Genital pit three-lobed xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6………………xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6 Piona alpicola

     Genital pit elliptical xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6……………..xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6.. Piona neumani

 

12 Fusion between genital field and fourth coxal plates extends to insertion of fourth legsxe2x80xa6 Piona discrepans

     Fusion genital field and fourth coxal plates less extensive xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6 13

 

13 Claw of III-leg-6 not elongated xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…….xe2x80xa6 Piona conglobata

     Claw of III-leg-6 elongated xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.14

 

14 Excretory pore fused with genital field xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. Piona obturbans  

     Excretory pore not fused with genital field xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. 15

 

15 Genital plates extending laterally far beyond posterior extension of fourth coxal plates, wing-shaped   xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6.xe2x80xa6 Piona disparilis

Genital plates not or only slightly extending laterally beyond posterior extension of fourth coxal plates, elongated claw of III-leg-6 bowed xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. 16

 

16 Genital plates fused with fourth coxal plates (but occasionally aberrant forms occur, in which the genital field is separated) xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. 17

     Genital plates separated from fourth coxal plates xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6….xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6.. 18

 

17 Length of medial margin of 3rd + 4th coxal plates less than 235 xc2xb5m xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6… Piona pusilla

     Length of medial margin of 3rd + 4th coxal plates more than 273 xc2xb5m xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6……..xe2x80xa6 Piona rotundoides

 

18 Fourth coxal plates touching medially, anterior margin of genital plates straight xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6….. Piona variabilis

     Fourth coxal plates well separated, anterior margin of genital plate indentedxe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6… Piona paucipora

 

P. annulata en P. gyrophora  mannetje nog niet bekend.

 

 

 


Key to the females

1. Most acetabula lying free in the idiosoma, not on plates xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.2

    Acetabula on two sickle-shaped or on rounded genital plates xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6  xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.3

 

2. P-4 without setal tubercles, palp always geniculated xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6  xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6..xe2x80xa6. Piona clavicornis

            P-4 with setal tubercles; lateral of gonopore two platelets with 1 and 1-2 acetabula respectively, all other acetabula lying free in idiosoma xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6  xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 Piona conglobata

 

3. Acetabula on sickle-shaped plates xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6  xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. 4

    Acetabula on rounded plates or acetabula on two pairs of plates xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa611

 

4. Distal part of P-5 strongly narrowed and sharply bent down xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. Piona ambigua

    Palp not strongly narrowed and distally bent down xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 xe2x80xa6 xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 5

 

5. Genital plates with less than 18 acetabula, usually 8-12 acetabula xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6 6

    Genital plates with more than 18 acetabula xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa68

 

6. Each genital plate one acetabulum in width xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 7

    Each genital plates more than one acetabulum in width xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6… Piona laminata

 

7. Palp slender, P-4 ventrally with small, well separated setal tubercles (50 xc2xb5m) xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. Piona annulata

    Palp stocky, P-4 with large setal tubercles, which are lying close to each other xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6..Piona nodata

 

8. Each genital plate with more than 60 acetabula, anterior and posterior margin almost parallel..Piona disparilis

    Each plate usually less than 52 acetabula, anterior and posterior margin not parallel xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6 9

 

9. Excretory pore anteriorly of accompanying setae and glandularia xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6Piona obturbans

    Excretory pore between accompanying acetabula xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. 10

 

10. Medial margin of fourth coxal plates less than 155 xc2xb5m in length xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 Piona pusilla

      Medial margin of fourth coxal plates more than 155 xc2xb5m in length xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6 Piona rotundoides

 

11. P-4 without setal tubercles xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 12

      P-4 with setal tubercles xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6..xe2x80xa6. 13

 

12. P-4 stocky; pre-genital sclerite short (less than 30 xc2xb5m), acetabula not occupying central part of genital plates xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6 Piona gyrophora

P-4 slender, pres-genital sclerite long, acetabula occupying central part of genital plate, PIV no setal          tubercles xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…. Piona carnea

 

13. Genital field consisting of one large, rounded plate with numerous acetabula xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. 14

      Genital field consisting of two pairs of plates, anterior platelet with one acetabulum xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6 19

 

14. Genital plates connected by chitinised  bridge, each plate with 60-70 acetabula xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. Piona longipalpis

      Genital plates not connected, each plate with less than 30 acetabula xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6. 15

 

15. All acetabula of similar size, ventral margin of P-4 with two setal tubercles of similar size xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6Piona coccinoides

      Two distinctly larger acetabula present, ventral margin of P-4 with setal tubercles of different sizexe2x80xa6xe2x80xa616

 

16. Pre-genital sclerite sickle-shaped, both enlarged acetabula usually located in the middle of genital plate

      xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. Piona alpicola

      Pre-genital sclerite triangular, one enlarged acetabulum lying near anterior margin of genital plate  … 17

 

17. Ventral margin of P-2 strongly convex. Legs and margins of coxal plates red, medial margin of Cx-III 82-117 xc2xb5m, Cx-IV 210-280 xc2xb5m xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…………………………. Piona stjoerdalensis

      Ventral margin of P-2 straight or slightly S-shaped xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. 18

 

18. Idiosoma colour not red; medial margin of Cx-III 53-70 xc2xb5m, medial margin Cx-IV 117-152 xc2xb5m .

      xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6Piona imminuta

Idiosoma colour red,  medial margin of Cx-III 82-117 xc2xb5m,  medial margin of Cx-IV 210-280 xc2xb5m in length xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6………..xe2x80xa6. Piona coccinea

 

19. Posterior large genital plate elliptical, with 20-25 acetebula xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…. Piona discrepans

      Posterior large genital plate of different shape with less acetabula xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6. 20

 

20. Posterior large genital plate closed, roundish, anterior platelet with two small setae anteriorly and one laterally of acetabulum xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6………..xe2x80xa6 Piona variabilis Posterior large genital plate more or less bowed; configuration of small setae of anterior platelet different

      xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.. 21

21. A row of three small setae on platelet with anterior of acetabulum .xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6xe2x80xa6.xe2x80xa6 Piona paucipora

      Platelet with anterior acetabulum with 4-6 small setae surrounding anterior acetabulum .. Piona neumania

  

Conclusie en Aanbevelingen

 Macrofaunamonsters zonder determinatiefouten zijn een grote uitzondering. In bijna elk monster worden determinatieverschillen geconstateerd tussen de verschillende analisten.

Vaak wordt door de deelnemers aangegeven dat men niet zeker is van een bepaalde determinatie.

De bij de laatste controle geconstateerde verschillen gaven in de meeste gevallen intern (WGS) weinig of geen discussie. Veel van de gemaakte determinatiefouten waren meestal het gevolg van:

  • Te snel werken (slordigheid), waardoor individuen worden gemist.
  • Onvoldoende checken van meerdere kenmerken (in verschillende determinatiewerken) en ecologie.
  • Geen gebruik maken van de microscoop.
  • Kijken naar verkeerde onderdelen. (onervarenheid, tabellen niet duidelijk genoeg)
  • Te ver door determineren van individuen die niet volgroeid zijn en/of niet uitgekleurd.
  • Het niet hebben van geschikt referentiemateriaal
  • Te weinig overleg kunnen voeren met ervaren collega's of specialisten

 Onervaren met de groep die gedetermineerd werd. Sommige deelnemers hebben de mogelijkheid benut om een voor hun betrekkelijk nieuwe groep (watermijten, keverlarven) te gaan determineren waarbij ze dan meteen een controlemogelijkheid hadden. Het foutenpercentage was daardoor ook hoger.

 Onvoldoende raadplegen van verspreiding en zeldzaamheidsgegevens. De waarnemingen die in de Limnodata staan zijn niet helemaal foutloos maar geven toch een beeld van de verspreiding van soorten en de gevonden aantallen in Nederland. De website Limnodata en Piscaria is erg toegankelijk.

 De deelnemers die al langer met een kwaliteitssysteem werken en die in dit onderzoek al langer meedoen zitten qua determinaties meer op een lijn dan degenen die voor het eerst meedoen. Wij hopen dat dit voor de nieuwe deelnemers een aanmoediging is om de volgende keer weer mee te doen of een eigen kwaliteitsvergelijking op te zetten.

Ook de watermijten blijft een lastige groep. Ook in dit ringonderzoek blijkt een aantal soorten van het geslacht Piona, Arrenurus (vrouwtjes) een struikelblok. Er is getracht in deze rapportage de determinatie van deze groepen te ondersteunen middels foto's uit ons referentiemateriaal, met aanvullende kenmerken. We hebben deze keer met Harry Smit overleg gehad over de determinatie van Piona. Met behulp van de gegeven tabel en de foto's denken wij dat er met meer zekerheid tot op soort gedetermineerd kan worden. Van Barend van Maanen hebben we zijn opmerkingen over Scirtidae-larven bijgevoegd.

Indien deelnemers de determinatieverschillen nog eens nader willen bekijken of wanneer de gevonden uitkomsten aanleiding geven tot discussie, is het altijd mogelijk een terugkommiddag te organiseren. Daarnaast is het ook een optie om naar aanleiding van problemen die uit deze rapportage naar voren komen een specialistendag te organiseren.

 Hoe nu verder?

 Er zijn groepen van soorten aan te duiden die moeilijk zijn en die dus alleen goed te determineren zijn met genoeg ervaring en een goede referentiecollectie. Hieruit zou je kunnen afleiden aan welke groepen macrofauna nog behoefte is om in een expertcursus te behandelen. Zie ook onze vorige verslagen.

  • Arrenurus vrouwtjes
  • Piona
  • Limnesia
  • Hydroporus
  • Helophorus
  • Chironomus
  • Tanytarsus
  • Pisidium
  • Orthocladinae
  • Colymbetinae larven

 

Deze soorten zijn dit jaar fout gedetermineerd! Maak meer gebruik van je referentiecollectie 

 

Kevers 

Mijten 

Chironomidae 

Enochrus coarctatus

Arrenurus latus

Ablabesmyia monilis

Haliplus heydeni

Arrenurus cuspidator

Ablabesmyia phatta

Helophorus minutus

Feltria

Acricotopus lucens

Hydroporus

Hydrochoreutes krameri

Arctopelopia barbitarsus

Hydroporus memnonius

Limnesia maculata

Cricotopus bicinctus

Hygrotus versicolor

Limnesia undulatoides

Demicryptochironomus vulneratus

Laccobius minutus

Neumania vernalis

Glyptotendipes barbipes

Noterus clavicornis

Piona carnea

Micropsectra recurvata

Platambus maculatus

Piona clavicornis

Orthocladius

 

Piona coccinea

Paracladopelma nigritula

Keverlarven 

Piona coccinoides

Parachironomus arcuatus gr.

Agabus larve

Piona imminuta

Paracladius conversus

Colymbetes paykulli larve

Piona neumani

Phaenopsectra

Cyphon larve

Piona obturbans vr

Procladius sp.

Dytiscus larve

Piona rotundoides

Syndiamesa hygropetrica

Hydrophilinae larve

Piona stjoerdalensis

Xenopelopia

Hydrovatus cuspidatus larve

Tiphys ornatus

 

Hygrotus versicolor larve

 

Mollusca 

Rhantus exsoletus larve

Diptera 

Corbicula

Rhantus grapii larve

Chaoborus flavicans

Lymnaea stagnalis

Spercheus emarginatus larve

Dolichopodidae

Potamopyrgus antipodarum

 

Setodes

Segmentina nitida

Wantsen 

Simulium cryophilum

Sphaerium

Corixa

 

Sphaerium rivicola

Corixa panzeri

Wormen

 

Corrixa affinis

Embolocephalus velutinus

Kokerjuffers 

Gerris argentatus

Nais

Agrypnia obsoleta

Microvelia reticulata

 

Athripsodes cinereus

Sigara distincta

Vlokreeften 

Ceraclea senilis

 

Gammarus lacustris

Glyphotaelius pellucidus

Haften 

Gammarus pulex

Limnephilus decipiens

Caenis macrura

 

 

Caenis robusta

 

 

 Stel je voor

 Beste Macrofauna-nieuws lezers,

 Tijdens de presentatie van het Handboek Hydrobiologie in september op Texel heb ik veel enthousiaste mensen gesproken die werkzaam zijn in de hydrobiologie. Hier werd ik ook gewezen op het bestaan van de Macrofauna-nieuwsmail. Na aanmelding werd mij gevraagd of ik mijzelf in de nieuwsmail voor wil stellen aan de lezers.

Bij deze dus!

 Mijn naam is Gijs Koning en werk sinds 2008 bij Wateropleidingen als opleidingscoxc3xb6rdinator binnen het vakgebied Waterbeheer. Om op de hoogte te blijven van wat er in het werkveld speelt lees ik graag jullie nieuwsmail.

 

Op het gebied van waterbeheer en waterkwaliteit coxc3xb6rdineer ik een aantal cursussen en opleidingen die mogelijk voor jou als lezer interessant zijn, zoals Integraal Waterbeheer en Aquatische ecologie. Mocht je hierover meer te weten willen komen bekijk dan onze website; www.wateropleidingen.nl of neem contact met mij op.

 

Ik hoop via de macrofauna-nieuwsmail veel informatie te krijgen op het gebied van macrofauna en de waterkwaliteit!

 Met vriendelijke groet,

Gijs Koning

Opleidingscoxc3xb6rdinator

(030) 60 69 422

gijs.koning@wateropleidingen.nl

 

 Het boek De Nederlandse Biodiversiteit

 geeft een actueel overzicht van de Nederlandse planten, dieren, schimmels en eencelligen.

 In totaal worden 204 groepen behandeld, van oogdiertjes tot korstmossen en van varens tot zoogdieren. Van elke groep wordt basale informatie gegeven: aantal soorten in Nederland en de wereld, uiterlijk, biologie, relatie met de mens en determinatiewerken. Talrijke kleurenfotoxe2x80x99s illustreren de enorme diversiteit aan vormen en voor sommige groepen is een diversiteitskaartje of trenddiagram opgenomen. Naast de groepsbesprekingen zijn er hoofdstukken over het begrip biodiversiteit, onderzoek, beheer en beleid. In totaal hebben ruim 100 specialisten, afkomstig uit de Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (elk gespecialiseerd in een groep dieren of planten), natuurhistorische musea en onderzoekinstellingen, aan het boek meegewerkt. Een onmisbare bron van informatie voor iedereen die zich beroepsmatig of in de vrije tijd bezig houdt met de Nederlandse planten- en dierenwereld.

 xe2x82xac 44,95

 Einde macrofaunanieuwsmail 95

15 December 2010
By on 09:28
Macrofaunanieuwsmail 94, 26 oktober 2010

 

Beste lezers,

 Herfst: strakblauwe luchten, windstille dagen, hardnekkige mist, onweersbuien en hevige stormen.

Als je wat ziet, hoort of leest of mijmert, blijf je berichten sturen naar macrofauna@rws.nl

 Ook kan je nu via het weblog op  http://macrofauna.web-log.nl/ zoeken naar

eerder verschenen verhalen/artikelen en dan dat nummer downloaden

via http://www.helpdeskwater.nl/overlegkaders_en/macrofaunanieuwsmail/.

 

Groeten, Myra Swarte

In dit nummer:

 www.kreeftenonderzoek.nl 1

Chironomus luridus agg. 2

Neozavrelia. 2

Chaetocladius spec. xe2x80x98Herkenboschxe2x80x99 opgehelderd.. 4

(Chironomidae, Orthocladiinae) 4

Bestimmungskurs " Oligochaeta of freshwater and brackish water". 5

Stel je voor. 6

Stel je voor. 6

Zoetwaterkwalletjes. 7

xe2x80x98Schaatsenrijder dwingt vrouwtje tot seksxe2x80x99 7

Microscooptafel 8

www.vermandel.com… 8

 

 www.kreeftenonderzoek.nl

 Sinds kort is de website: www.kreeftenonderzoek.nl in de lucht.

Het betreft een 'gestandaardiseerd' verspreidingsonderzoek naar uitheemse rivierkreeften op voorgeselecteerde meetpunten.

Vele enthousiaste vrijwilligers in heel Nederland hebben bijgedragen.

Het onderzoek wordt gecoxc3xb6rdineerd door Stichting EIS in opdracht van het Team Invasieve Exoten van het ministerie van LNV

Op de site staan de resultaten van dit onderzoek en de achtergrond informatie.

 

Chironomus luridus agg.

 De larven, die tot dit groepje behoren, kunnen op naam worden gebracht. Dankzij de hulp van

Prof. Dr. I. Kiknadze en de medewerkers van het instituut zijn alle soorten cytologisch geanalyseerd. Daardoor kon betrouwbaar materiaal bestudeerd worden. Vanuit hier wil ik iedereen, die een steentje heeft bijgedragen om larven te kunnen verzamelen, van harte bedanken.

 In de tabel is de soort Chironomus longipes zodanig opgenomen dat een 3e stadium van het luridus

agg niet voor C. longipes wordt aangezien. De tabel verschijnt in het nieuwe nummer van

Lauterbornia. Wie belangstelling heeft voor een pdf-file kan dat aan mij doorgeven.

Als het vanwege tijdgebrek niet mogelijk blijkt mijn artikel in het nieuwe nummer van Lauterbornia te krijgen, komt het in het daaropvolgende nummer. In dat geval kan ik belangstellenden een voorlopige versie van de tabel geven. Dus kijk in het nu komende nummer van Lauterbornia en je weet het. Ik hoop dat de tabel naar tevredenheid werkt en hoor dan ook graag van gebruikers hoe de bevindingen zijn.

 

Henk Vallenduuk,

buro.vallenduuk@home.nl

 Neozavrelia 

 Hoewel er op het gebied van Chironomiden veel gebeurt in Nederland, kan het toch gebeuren dat er iets aan de aandacht ontsnapt. Zo lijkt er over het genus Neozavrelia niets te zijn gepubliceerd. Het genus ontbreekt in de gebruikelijke Nederlandse determinatieliteratuur en checklists.

De TWN-lijst vermeld wel een soort, maar er zijn in Nederland tenminste twee soorten aangetroffen. Over beide soorten is het een en ander te zeggen:

 De eerste soort werd door ondergetekende aangetroffen in Twentse vennen en ook in pas gegraven, onbegroeide poelen in Zuid-Tsjechie. Deze soort lijkt overeen te komen met Neozavrelia cuneipennis, zoals deze werd beschreven door Ekrem (2006). Ik heb larven, poppen en vrouwtjes vergeleken met zijn beschrijving en geen verschillen kunnen vinden. Ekrem zelf heeft nog enkele larven gecontroleerd en zag aan de larven zelf ook geen verschillen, echter het kokertje waar de larve in zat verschilde wel. De larve van Ekrem zat in xe2x80x98transportable, straight cases which are slightly enlarged at the anterior endxe2x80x99, maar al de Nederlandse en Tsjechische larven die ik heb gezien zaten in een lang, slap kokertje, waarvan ik me niet kan voorstellen dat het getransporteerd kan worden. Het kan natuurlijk zijn dat dat niets te betekenen heeft omdat de larven gewoon gebruik maken van wat er is. Maar ook kwam zijn materiaal uit een andere ecologische context, namelijk xe2x80x98peat pits and mire poolsxe2x80x99.

De zaak wordt nog verder gecompliceerd doordat Henk Moller Pillot vergelijkbaar materiaal vond in een terrestrische context. Dit zou bovendien parthenogenetisch moeten zijn, omdat hij alleen honderden vrouwtjes vond (hij kweekte ze uit). Dit en de afwijkende vindplaats doen vermoeden dat het om een andere soort zou gaan. Om dat vast te kunnen stellen zou echter een mannetje gevonden moeten worden dus dat wordt heel moeilijk.

Misschien is hier wel sprake van een soortcomplex dus wellicht is het goed om dergelijk materiaal voorlopig Neozavrelia cf cuneipennis te noemen.

 De tweede soort werd geborsteld van stenen langs de rijkswateren. Deze soort heb ik gezien van het Julianakanaal, de Waal, de Nederrijn, de IJssel, het Zwartemeer, Ketelmeer, Wolderwijd, Veluwemeer en het Markermeer. Ik heb larven en poppen gezien (de laatste in oktober).

Dit behoort hoogstwaarschijnlijk allemaal tot Neozavrelia fuldensis maar de determinatie is niet eenvoudig. Volgens Ekrem (2006) zijn alleen van N. luteola de larven bekend, maar volgens Pinder en Reiss onderscheiden de larven van N. fuldensis en N. luteola zich van N. bernensis door hun langere stelen van de lauterbornse organen (N. bernensis staat afgebeeld in Wiederholm, pagina 396).

Dus de larve van N. fuldensis is wel degelijk bekend, maar een afbeelding ken ik niet en een verschil met N. luteola is niet gepubliceerd.

Ook de poppen lijken sterk op elkaar. Langton (1991) gaf nog enkele verschillen, maar Langton en Visser (2003) zeggen later dat exuviae van deze soorten niet kunnen worden onderscheiden. Blijven over de adulten.

Ik heb een vrouwtje uit een pophuidje gepulkt en daarmee kon het voorkomen van N. fuldensis worden bevestigd. Het lijkt in orde al het materiaal uit grotere wateren zo te noemen want als we de ecologische karakteriseringen uit Ekrem (2006) mogen geloven is dat ook de enige soort die we daar mogen verwachten. Mocht iemand echter een Neozavrelia vinden in een heel ander biotoop (en zeker wanneer dat kalkrijke plekken zijn) dan moet ook aan N. luteola worden gedacht!

    Het genus kan worden herkent met Wiederholm (1983). Het zijn kleine Tanytarsini met een opvallend donkere kop en kleine naschuiverklauwtjes. De ventromentale platen raken elkaar bijna (figuur links).

Beide soorten kunnen het makkelijkst worden onderscheiden aan de hand van de antennen. De laatste drie leedjes hiervan zijn bij N. fuldensis vrij kort; zij reiken tot ongeveer halverwege de lauterbornse organen (figuur midden). Bij Neozavrelia cf cuneipennis reiken ze tot top van de lauterbornse organen (figuur rechts).

 Andre van Nieuwenhuijzen (adviesburo Haliplus)

http://haliplus.eu/

andre@haliplus.eu

 

Chaetocladius spec. xe2x80x98Herkenboschxe2x80x99 opgehelderd

(Chironomidae, Orthocladiinae)

Albert Dees en Henk Moller Pillot

 Eind oktober 2009 werden in een macrofauna-monster uit het Ringselven bij Budel-Dorplein chironomiden larven aangetroffen, die tijdens het uitzoeken van het monster reeds door Jan Kuper (Stichting Bargerveen) werden gedetermineerd als Chaetocladius spec. xe2x80x98Herkenboschxe2x80x99. Omdat in het restant van het monster nog levende dieren aanwezig waren, werd hiervan direct een kweek ingezet. Exc3xa9n van de potjes met Chaetocladius-larven werd in de schuur van de eerste auteur geplaatst en eigenlijk vergeten. Op 27 februari werd het potje teruggevonden en bleek de kweek gedeeltelijk geslaagd: in het potje zaten verschillende poppen en ook de exuviae van een uitgekomen adult.

De tweede auteur determineerde twee mannelijke poppen met enig voorbehoud als

Bryophaenocladius femineus (Edwards). Hij constateerde daarbij tevens dat op basis van de larve en de pop de soort zeker tot het geslacht Chaetocladius (Kieffer, 1911) behoort. Een mannelijk pop werd behandeld met melkzuur en nader bestudeerd. Hoewel de antenneratio niet klopte met B. femineus, kon toch zekerheid worden verkregen door de bestaande beschrijvingen van de soort en verwante soorten te vergelijken (Edwards in Coe, 1950; Brundin, 1947; Langton & Pinder, 2007).

Het materiaal bevindt zich in de collectie van Dr. P. Langton en zal later worden bewaard in het museum van de Cambridge University (UK).

 Het mannetje van deze soort werd door Edwards beschreven als Hydrobaenus femineus en later door andere auteurs ingedeeld bij het geslacht Bryophaenocladius. Brundin twijfelde echter al op basis van imaginale kenmerken of de soort niet tot Chaetocladius gerekend moest worden. Larve en, naar nu blijkt, vooral de pop behoren zeer duidelijk tot Chaetocladius.

De betreffende larven zijn door de tweede auteur  beschreven in Ned. Faun. Meded. 1 B en voorlopig genoemd naar de typelocatie te Herkenbosch.

Nu is dus gebleken dat de adult van Bryophaenocladius femineus (Edwards) hoort bij de larve Chaetocladius spec. xe2x80x98Herkenboschxe2x80x99 en de soort dus Chaetocladius femineus (Edwards, 1929) moet heten.

 Het monsterpunt is een slootje aan de zuidzijde van het Ringselven bij Budel-Dorplein (coxc3xb6rdinaten 169,81/359,56). Het slootje is een halve meter breed, ongeveer xc3xa9xc3xa9n meter diep en ligt  parallel aan de ven-oever, nog geen meter van het ven. Vegetatie in het water is alleen aanwezig in de vorm van Knolrus Juncus bulbosus en het slootje wordt grotendeels overkluisd door Pijpestro Molinia caerulea, waarvan ook veel dood materiaal in het water aanwezig is. De bodem ter plaatse is sterk venig. De herkomst van het water is lokale, zure kwel (mond. med. H. van Kleef). Het slootje valt niet droog in de zomer.

 Deze soort was als volwassen mannetje alleen bekend uit Engeland, Ierland en Belgixc3xab en als larve uit Engeland, Nederland, Belgixc3xab en Estland.

 Literatuur:

Brundin, L. (1947): Zur Kenntnis der schwedischen Chironomiden. xe2x80x93 Ark. Zool.39: 1-95.

Edwards, F.W. in Coe, R.L. (1950): Family Chironomidae. xe2x80x93 Handbook Identific. Br. Insects: 121-206.

Langton, P.H. & Pinder, L.C.V. (2007): Keys to the adult male Chironomidae of Britain and Ireland. xe2x80x93 Freshw. Biol. Ass. Sc. Publ. 64: 239 + 168 pp.

Moller Pillot, H.K.M. (1984): De larven der Nederlandse Chironomidae (Diptera) (Orthocladinae s.l.), Nederlandse Fanistische Mededelingen 1 B

  

Albert Dees

Stichting Bargerveen

a.dees@science.ru.nl

 

Henk Moller Pillot

henkmollerpillot@hetnet.nl

 

This is the next course of the German Limnological Society in cooperation with the Gustav Stresemann Institute in Bad Bevensen:

 Bestimmungskurs " Oligochaeta of freshwater and brackish water"

 15.03.2011xe2x80x9318.03.2011

 Lecturers:

Ing. Ton van Haaren, Grontmij Nederland B.V., Amsterdam, Netherlands

Johan Mulder, Waterschap Groot-Salland, Zwolle, Netherlands

 Program:

  • General introduction
  • Morphology with special regard to the features important for identification
  • Family distinction
  • Practising identification of genera and species using material of the lecturers supported by demonstration via camera and beamer
  • Identification of own material of the participants (so they have)
  • Special lectures in the evening depending on available time and interest of participants:
  • Collecting, preserving, clearing, dissecting and mounting
  • Biology, ecology inclusive Oligochaeta as indicators
  • Check-lists
  • Presentation of the main literature
  • Own research of the lecturers

 The participants need a dissecting microscope up to 45x with lightning and a standard microscope bright field up to 400x (Objective 100x oil, dark field or DIC will be useful but not obligatory).

GSI/DGL have a limited number of dissecting microscopes and standard microscopes (bright field) at disposal. If you wish to lend a microscope please indicate it in the registration form.

The price for using optical equipment (1 or 2 microscopes) is 30,00 xe2x82xac.

 Language of the course is English with German support.

 If you are interested in participating, please ask for our special registration form and return it to the Gustav Stresemann Institute. Or register by email:

 http://www.gsi-bevensen.de/unsere_seminarangebote_seminar.php?sem_id=1012&da=2011-03-15&de=2011-03-18&bu=&fb=&kib=&PHPSESSID=1185daa4837c9fac561327352a432a23

 Fee: Euro 440,00 all inclusive (course, scriptum, full board).

Invitation with all information and registration form available from Gustav Stresemann Institute.

 (This course is partly financed by Grontmij Netherlands B.V. environmental consultancy agency)

 email: kai.moeller@gsi-bevensen.de or info@gsi-bevensen.de, phone +49-(0)5821-955-0 or -115

 Greetings,

Erik Mauch

 

Stel je voor

 Hallo allemaal,

 Ik, Reijer Hoijtink, ben sinds 2007 werkzaam als specialist waterkwaliteit en aquatische ecologie bij ARCADIS in Den Bosch. Ik houd mij vooral bezig met projecten op het gebied van monitoring, uiteenlopend van meetnetontwerp en -evaluatie tot toetsen, evalueren en rapporteren van monitoringsresultaten. Op het gebied van macrofauna ben ik onder meer betrokken (geweest) bij de evaluatie van de KRW-maatlatten, de verfijning van de R8-maatlat en de intercalibratie van de maatlatten voor meren. Daarnaast heb ik diverse datasets getoetst en gexc3xabvalueerd voor Rijkswaterstaat en voor de waterschappen in het Maasstroomgebied.

 Met vriendelijke groet,

 Reijer Hoijtink, ARCADIS

reijer.hoijtink@arcadis.nl / 06 – 2706 0259

 Stel je voor

 

Beste macrofaunamensen,

 Toen ik als nieuwsgierige fytoplanktonadept voorzichtig bij Myra Swarte informeerde of ik mee mocht lezen in het macrofaunanieuws, nodigde ze mij meteen uit om mezelf dan ook voor te stellen. Ik voelde me een beetje alsof ik mijn neus om de hoek had gestoken en betrapt was. Omegam Laboratoria doet namelijk (nog) geen macrofaunaonderzoek maar als hoofd hydrobiologie wil ik wxc3xa9l graag weten waar mijn collega-hydrobiologen in de labwereld mee bezig zijn! Goed, wie is die nieuwe meelezer? Richard van den Bos, aquatisch ecoloog met een passie voor water en een bijzondere fascinatie voor blauwalgen. In de jaren negentig heb ik al een tijdje in de fytoplanktonwereld rondgelopen, daarna heb ik me 12 jaar met vis en waterbeheer beziggehouden en sinds februari dit jaar ben ik hoofd hydrobiologie bij Omegam Laboratoria. Wat doen we hier? Veel fytoplanktonanalyses, quickscans op blauwalgen en uitgebreider onderzoek. En dat pakket gaat natuurlijk groeien.

 Ten opzichte van mijn eerste periode als bioloog in het lab zie ik een paar grote verschillen. De sfeer is nog altijd die van (duidelijk van de chemici afwijkendexe2x80xa6) vakbroeders onder elkaar maar het biologische werk is stukken professioneler geworden. Logistiek en automatisering zijn fenomenaal: grote aantallen monsters lopen snel en soepeltjes door het systeem.

De roep om standaardisatie en kwaliteitsborging is veel harder en wat meer is: de biologen reageren erop! Verder zie ik meer dan ooit een belangrijke missie in het vertalen van onze biologische waarnemingen naar voor waterbeheerders bruikbare getallen. Maar ik zou me alleen even voorstellenxe2x80xa6 Bij deze dus.

 Met vriendelijke groet,

 drs. Richard van den Bos

hoofd Hydrobiologie

 E R.vd.Bos@omegam.nl

www.omegam.nl

 Zoetwaterkwalletjes

 Uit: Helpdesk water nieuws

 In het zoute water een bekend verschijnsel, in het zoete minder bekend maar gelukkig ook minder gevaarlijk: zoetwaterkwalletjes.

 Wat zijn het?

Zoetwaterkwallen (Craspedacustra sowerbyi) zijn ca 3 cm grote kwalachtige diertjes. Het zijn geen neteldieren zoals de zoutwaterkwallen maar behoren tot de poliepen. Normaliter leven poliepen als kolonies vast aan de bodem, stenen of planten en planten ze zich ongeslachtelijk voort, een kolonie kan dan of mannelijk of vrouwelijk zijn. In de zomer (en in de Benelux alleen in hele warme zomers) ontwikkelt het dier zich tot een vrijzwemmend wezen dat lijkt op een kwal. De dieren kunnen dan het andere geslacht tegenkomen en zich geslachtelijk voortplanten.

Waar komen ze vandaan?

De soort komt waarschijnlijk uit China en is met ballastwater van schepen of via de aquariumhandel naar Europa gekomen. De zoetwaterkwal werd in Nederland voor het eerst in 1930 in de Limburgse Maas ontdekt. Dat was vijftig jaar nadat de kwal door de Britse zoxc3xb6loog Sowerby was ontdekt in een zoetwateraquarium in het Londense Regents Park. Momenteel worden ze bij warm weer in zoet water in heel Nederland gezien, vooral in heldere plassen. In koudere periodes zijn ze nauwelijks zichtbaar want dan zijn het poliepjes die slechts enkele milimeters groot en doorzichtig zijn.

Kunnen ze kwaad?

Zoetwaterpoliepen zijn geen neteldieren en kunnen dus geen kwaad, als er zoetwaterkwallen gesignaleerd worden is dat een teken dat het een warme zomer is en dat de waterkwaliteit goed is.

 Wil je zelf een nieuwsbrief ontvangen: http://www.helpdeskwater.nl/service-functies/nieuwsbrieven/

 xe2x80x98Schaatsenrijder dwingt vrouwtje tot seksxe2x80x99

Uit: www.nu.nl/wetenschap

 AMSTERDAM – Mannelijke schaatsenrijders gebruiken vaak dreigementen om vrouwtjes te dwingen om seksueel contact met hen aan te gaan. Dat hebben Zuid-Koreaanse wetenschappers ontdekt.

 De mannelijke insecten van de soort Gerris lacustris dwingen vrouwtjes tot seks door tijdens het paringsritueel met hun poten op het water te slaan, zodat er rimpelingen ontstaan waar roofvissen op afkomen. Vrouwtjes zijn tijdens het paren veel kwetsbaarder voor aanvallen van vissen, omdat de mannetjes op hun rug zitten.

De mannetjes stoppen pas met hun roekeloze gedrag als het vrouwtje toestemt tot geslachtsgemeenschap. Dat schrijven onderzoekers van Seoul National University in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications.

 Baas

Het seksuele gedrag van de mannelijke schaatsenrijders is opvallend, omdat vrouwtjes normaal gesproken de baas zijn tijdens het paringsritueel. De vrouwelijke insecten beschikken namelijk over een soort schild dat hun geslachtsdeel beschermt. Ze openen dat schild alleen als ze toestemmen tot seks.

De dreigmethode van mannelijke schaatsenrijders is vermoedelijk in de loop van de evolutie ontstaan als een gevolg van het afwijzende gedrag van vrouwtjes, zo meldt hoofdonderzoeker Piotr Jablonski op BBC News.

 Aanval

Vrouwtjes die al eens het slachtoffer zijn geweest van een aanval van een roofvis zijn volgens de wetenschappers het meest gevoelig voor de dreigementen van mannelijke schaatsenrijders.

  

Microscooptafel

 Geachte heer/mevrouw,

 De participanten binnen uw werkgroep maken voor hun werkzaamheden gebruik van een microscoop. Daarom willen wij uw aandacht vragen voor onze microscooptafel.

Wat deze microscooptafel bijzonder maakt is het afzonderlijk instelbare microscoopniveau.

 Kpa bedrijfsinrichting is gespecialiseerd in ergonomische werktafels voor de productieomgeving.

Niet alleen bieden wij een uitgebreid standaard programma aan, ook denken wij actief mee met de meer vakgerichte toepassingen.

Onze microscooptafel is ontwikkeld voor die werkzaamheden waarbij intensief gebruik wordt gemaakt van een microscoop, zoals onderzoek en kwaliteitscontrole.

De aard van deze werkzaamheden leidt vaak tot een eenzijdige werkhouding en vraagt daarom om

uitgebreide instelmogelijkheden, in het bijzonder voor het bovenlichaam.

 Met dit in gedachte hebben wij onze microscooptafel voorzien van een instelbaar microscoopniveau.

De werkhoogte is motorisch instelbaar van 720 mm tot  1220 mm en daarmee geschikt voor werkzaamheden die zowel zittend als staand worden verricht.

In het midden van de tafel bevindt zich het niveau voor de microscoop. Dit niveau is ten opzichte van het werkblad in hoogte aan te passen, zowel naar boven als naar beneden.

Het aanpassen van het microscoopniveau verloopt ook motorisch en werkt onafhankelijk van de werkhoogteverstelling.

De werkhouding is hiermee individueel instelbaar, gericht op de verhoudingen van het bovenlichaam, wat ten goede komt aan nek, schouders en rug. 

 Juist dan wanneer meerdere personen van dezelfde tafel gebruikmaken, komt onze microscooptafel  bijzonder goed tot zijn recht.

 Met vriendelijke groeten,

Kpa bedrijfsinrichting

Patrick Kolmus

 Voor nadere informatie:

Kpa bedrijfsinrichting

Achterdijk 5

5705 CB  Helmond

T 0492 317466

F 0492 317327

E info@kpabedrijfsinrichting.nl

 http://www.kpabedrijfsinrichting.nl/ergonomie/microscooptafel-24.html

 www.vermandel.com

 Beten en Steken

Willem Takken (2007) P/B. 128 blz.

Hinderlijke insecten en andere plaaggeesten

en hun effecten op onze gezondheid. Van 46

organismen worden de levenscyclus,

voedingswijze, het gezondheidsrisico en van

het dier ondervinden beschreven.

Euro 14,95

 

Einde macrofaunanieuwsmail 94


By on 09:17
Macrofaunanieuwsmail 93, 2 september 2010

 

Beste lezers,

 

De meteorologische herfst is begonnen. Velen zijn weer terug van meer of minder zonnige oorden.

De nieuwsmail is weer goed gevuld.

 

Zojuist ontving ik het droevige bericht van het overlijden van Bert Higler.

Ik ben zo vrij dit bericht hier over te nemen, een plek waar Bert zijn digitale nieuwsbrief van de EIS werkgroep Trichoptera ook liet verschijnen.

Dat alle herinneringen een goede steun mogen zijn voor de familie en vrienden.

 

 

Als je wat ziet, hoort of leest, blijf je berichten sturen naar macrofauna@rws.nl

 

Ook kan je nu via het weblog op  http://macrofauna.web-log.nl/ zoeken naar

eerder verschenen verhalen/artikelen en dan dat nummer downloaden

via http://www.helpdeskwater.nl/overlegkaders_en/macrofaunanieuwsmail/.

 

Groeten, Myra Swarte

 

In dit nummer:

 

Bericht van overlijden.. 1

Waterwoordenboek. 2

Vondst Ephemera glaucops Grote Maarsseveense plas. 3

Presentatie Handboek Hydrobiologie. 4

Wie herkent deze code. 4

Vondst Oxus carpenteri  Waterleidingplas Loenen aan de Vecht. 5

Wie heeft waarnemingen  van Stenochironomus. 9

Siamese tweeling of een foutje?.. 9

Stel je voor. 10

Leestip: De effectiviteit van bodemhappers. 10

www.vermandel.com… 10

 

 

Bericht van overlijden

(overgenomen van de WEW)

 

Ons bereikte het droevige bericht dat Bert Higler is overleden. Bert was een van de oprichters van de Werkgroep Biologische Waterbeoordeling, waar later de WEW uit is voortgekomen. Op het veertig jarig jubileum hebben we hem het erelidmaatschap van de WEW aangeboden.

 

Op de website van de WEW is zijn overlijdensbericht geplaatst: http://www.wew.nu/mededelingen/rouwkaartberthigler.pdf

Er is tevens routebeschrijving geplaatst voor de afscheidsbijeenkomst: http://www.wew.nu/mededelingen/routedenenrust.pdf

 

Het bestuur wenst familie en vrienden van Bert veel kracht om het verlies te verwerken.

 

Met vriendelijke groet,

Ellis Penning

(secretaris WEW)

Waterwoordenboek

 

Eind vorig jaar is het Waterwoordenboek verschenen. Het boek bevat alle woorden die op -water eindigen, en dat zijn er zo'n 850. Elk trefwoord krijgt een toelichting en het geheel heeft geleid tot een prachtig, fraai uitgegeven, gexc3xafllustreerd boek, dat in de pers, onder andere in het Weekblad Elsevier, zeer goed gerecenseerd is.

Het boek maakt duidelijk hoe omvangrijk de waterindustrie is geworden en hoe groot de waterproblemen zijn. Tegelijkertijd geeft het ook aan dat mensen enorm veel plezier aan water kunnen beleven.

De winkelprijs van het boek is xe2x82xac 17,50. De levertijd is 2 dagen.

Bestellen kan via: info@kuux.nl.
Voor educatieve doeleinden is korting mogelijk.                                                                                      isbn: 978-90-809501-6-0

Auteur: Wim Danixc3xabls

Met vriendelijke groet,                                                                                      Illustraties: Marcel Hoogerman uitgever Kuux Media                                                                                                                      172 paginaxe2x80x99s (genaaid)
Eindhoven                                                                                                                             

http://www.kuux.nl/alle-uitgaven/

 


Vondst Ephemera glaucops Grote Maarsseveense plas.

 

Tijdens een macrofaunabemonstering  van de Grote Maarsseveense plas (Utrecht) op 12 april 2010 werden door Casper Zuyderduyn en Wil Leurs twee larven van de haft Ephemera glaucops aangetroffen.

 

Ephemera glaucops gold in Nederland voor lange tijd als zeer zeldzaam (tot 1981 2 gevallen bij Arnhem en Vlodrop) In de negentiger jaren werden larven gevonden in enkele zandwinplassen in Gelderland en de Maasplassen in Limburg. In recente jaren (2005 xe2x80x93 2007), zijn enkele adulten op licht gevangen in Noord-Brabant (Koese, 2008). De meest nabijgelegen vindplaats van deze soort is Dronten, Flevoland op 5 mei 2007 (Van Ee & van Maanen). Ephemera glaucops is een van oorsprong zuidelijke soort die de laatste jaren in Nederland lijkt toe te nemen. In tegenstelling tot de 3 andere Ephemera-soorten in Nederland is Ephemera glaucops een karakteristieke soort van heldere meren en niet zo gebonden aan stromend water (Koese, 2008).

 

 

Afbeelding: Ephemera glaucops larve, xc3xa9xc3xa9n van de exemplaren uit de Grote Maarsseveense plas

( Foto Casper Zuyderduyn)

 

 

Casper Zuyderduyn

Hydrobiologisch medewerker

Stichting Waterproef

Email: c.zuyderduyn@waterproef.nl

 

Literatuur

Koese, B.Ephemera glaucops uit: De soorten van het leefgebiedenbeleid, EIS-NEDERLAND, 2008.

 

Presentatie Handboek Hydrobiologie

 

 

Naar aanleiding van het verschijnen van het STOWA Handboek Hydrobiologie vindt op 16 en 17 september een speciale thema-tweedaagse plaats over biologische bemonstering.

De bijeenkomst is bedoeld voor iedereen die betrokken is bij hydrobiologisch onderzoek voor het waterbeheer: monsternemers, analisten en ecologen.

 

 

 

De eerste dag staat geheel in het teken van de kwaliteit van ecologische monitoring.

Er zijn inleidingen over kwaliteitszorg, werken in het veld en in het laboratorium, en over statistiek.

Tevens wordt het Handboek Hydrobiologie gepresenteerd en toegelicht.

Het thema van deze dag is: zorgen voor kwaliteit is zorgen voor de toekomst.

 

Op de tweede dag leren de deelnemers fytoplankton, sieralgen, vegetatie, macrofauna en vis bemonsteren volgens de voorschriften van het handboek, conform de eisen van de KRW.

Het thema van deze dag is: zelf doen, maar wel verantwoord.

 

De thema-tweedaagse vindt plaats op Texel, bij het NIOZ. Geef je op voor beide dagen en geniet ook nog van een streekeigen diner en van een avondvullend programma met collegaxe2x80x99s uit het hele land, op dit mooie eiland.

Voor overnachting wordt gezorgd. Opgave is nog mogelijk tot en met donderdag 9 september. Deelnemers ontvangen een certificaat.

 

Kosten
Dag 1: xe2x82xac 125,-

 Dag 1 + diner: xe2x82xac 160,-

 Dag 1 + Dag 2 + diner + overnachting: xe2x82xac 335,-

Vermelde bedragen zijn inclusief 19% BTW.

 

Voor meer informatie verwijzen wij u door naar de website:   http://themas.stowa.nl/Themas/Kwaliteitshandboek_Hydrob.aspx?rID=1020

 

Of geef je op:

 http://www.stowa.nl/Form_Manager/Aanmeldingsformulier_16-17_sep_/Default.aspx?mId=11021

 

Mocht u nog vragen hebben over de thema-tweedaagse, dan kunt u contact opnemen met Sandra Broekhof van het Communicatiebureau CURNET.

 

Telefoon: 0182 – 540 650

Mobiel: 06 4622 8837

E-mail: sandra.broekhof@curnet.nl

 

Met vriendelijke groet namens de STOWA,

Sandra Broekhof

 

 

 

Wie herkent deze code

 

In de spullen van Henk van der Hammen vond ik onlangs een potje met een onbekende Arrenurus man. Het glazen potje (zwart dekseltje met rood plastic centrum) heeft de codering  30407, 21-7-1993. Het is niet afkomstig uit de collectie van de provincie Noord-Holland. Herkent iemand deze codering? Zo ja, dan hoor ik graag waar dit monster vandaan komt.

 

Harry Smit (e-mail smit.h@wolmail.nl)

Vondst Oxus carpenteri  Waterleidingplas Loenen aan de Vecht.

 

In een macrofaunabemonstering van 19 april 2010 in de Waterleidingplas bij Loenen aan de Vecht (Utrecht) trof ik 2 exemplaren van de watermijt Oxus carpenteri aan. Tot op heden was de soort in Nederland alleen bekend van een vondst uit 1966 in een sloot bij Tienhoven (Smit & van der Hammen, 2000). Deze oude vindplaats is slechts enkele kilometers verwijderd van de Waterleidingplas. Oxus carpenteri is beperkt tot het West-Palearctisch gebied en vondsten zijn bekend uit Ierland, Groot-Brittanixc3xab, Zweden, Finland, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Italixc3xab en Nederland. De soort is nergens algemeen. Over de biologie van deze soort is weinig bekend (Di Sabatino et al, 2010).

 

Beschrijving vindplaats

De Waterleidingplas is een drinkwaterbekken van het Amsterdamse waterleidingbedrijf Waternet. De Waterleidingplas wordt door kaden afgescheiden van de Loenderveense Plas, gelegen tussen Loenen aan de Vecht en Oud-Loosdrecht in de gemeente Wijdemeren (zie kaart 1). De Waterleidingplas heeft een oppervlakte van ruim anderhalve vierkante kilometer. Waternet voegt grondwater (kwelwater uit de Bethunepolder) en Rijnwater aan de Waterleidingplas toe. Het water in de plas ondergaat een natuurlijk reinigingsproces waarbij ammonium, organische stoffen en bacterixc3xabn worden afgebroken. De zuurgraad van het plaswater wordt geregeld door zoutzuur toe te voegen. Na ongeveer 100 dagen wordt het water afgevoerd naar het productiebedrijf Weesperkarspel bij Driemond voor verdere behandeling tot drinkwater.

 

 

Kaart 1: ligging vindplaats Oxus carpenteri en vast meetpunt fysisch-chemische bemonstering.

 

De Waterleidingplas is gemiddeld 5,6 meter diep. Het macrofaunamonster is afkomstig uit de oeverzone van de Waterleidingplas op een diepte van 0,5 tot 2 meter (zie kaart 1). Op de monsterpuntlocatie is een brede helofytenzone aanwezig dat voornamelijk bestaat uit riet.

(zie afbeelding 1). De ondergedoken vegetatie is in augustus 2010 gexc3xafnventariseerd op waterplanten nabij de vindplaats van O. carpenteri. Aspectbepalende soorten in de  watervegetatie zijn hier Gele plomp (Nuphar lutea) en Brokkelig kransblad (Chara contraria). In mindere mate zijn hier onder meer Teer kransblad (Chara virgata), Ruw kransblad (Chara aspera), Kleine egelskop (Sparganium emersum), Groot nimfkruid (Najas marina), Doorgroeid fonteinkruid (Potamogeton perfoliatus) en Smalle waterpest (Elodea nuttallii) aanwezig (bron Stichting Waterproef/ E. Nat &  W.Leurs).

 

 

Afbeelding 1: vindplaats Oxus carpenteri

 

In tabel 1 staan de milieuvariabelen vermeld, afkomstig van het vaste meetpunt fysisch-chemische bemonstering in de Waterleidingplas. Deze locatie ligt in een ander gedeelte van de Waterleidingplas dan waar de vondst van O. carpenteri is gedaan.

 

Tabel 1 Fysisch chemische gegevens Waterleidingplas, meting 14 april 2010 (Bron: Stichting Waterproef)

Doorzicht

360 cm 

PH

8.3

Temperatuur

11 xc2xb0c

Zuurstofverzadiging

63%

EGV bij 25 xc2xb0c

43 mS/m

Chloride-gehalte

57 mg/l

Nitraat-gehalte

0.49 mg/l

Ammonium-gehalte

1,018 mg/l

 

Begeleidende soorten

In het macrofaunamonster waar O. carpenteri is aangetroffen, zijn 52 soorten gevonden. Dit is lager dan je op basis van de ligging van het monsterpunt zou verwachten. Mogelijk heeft dit te maken met het vroege tijdstip van de bemonstering na een strenge winter en een relatief koud voorjaar. De watermijten die zijn aangetroffen, zijn in volgorde van abundantie: Hygrobates longipalpis, Limnesia maculataPiona longipalpis en Mideopsis orbicularis.  De meest abundante overige soorten in het monster zijn Asellus aquaticus, Planorbis carinatus, Endochironomus albipennis, Pseudochironomus prasinatus, Procladius sp. en Limnephilus lunatus. Een aantal zeldzamere soorten die zijn aangetroffen betreffen Myxas glutinosa, Theodoxus fluviatilis, Haliplus confinus en  H. flavicollis.

 

Determinatie

O. carpenteri is alleen te verwarren met O. musculus. Tot voor kort vormden deze soorten een apart Genus (Frontipoda) (Smit & van der Hammen, 2000). Deze twee soorten zijn te onderscheiden van de andere Oxus-soorten door het sterk zijdelings afgeplatte lichaam, de coxale plaat die vrijwel de gehele onderzijde van het lichaam bedekt en de aanwezigheid van een anaalscleriet. Alleen O. setosus  heeft eveneens een sterk zijdelings afgeplat lichaam, maar verschilt op de andere hierboven genoemde kenmerken. Hoewel tijdens de determinatie direct vergelijkingsmateriaal ontbrak (O. musculus), viel de geringe afmeting in combinatie met de lichaamskleur meteen op. Ik heb nog niet zoveel ervaring met O. musculus, maar de exemplaren die ik tot nu toe heb gezien, hadden zonder uitzondering een opvallend rode lichaamskleur. De exemplaren in dit monster waren zandkleurig (bij conservering in Koenike-vloeistof). In de meest recente determinatieliteratuur (Di Sabatino et al, 2010) staat de kleur van O. carpenteri niet beschreven. Van O. musculus staat vermeld dat de kleur roodachtig is en in uitzonderlijke gevallen blauwgroen. De lichaamslengte van de mannetjes van O. carpenteri ligt tussen de 725 en 850 mm. De vrouwtjes zijn gemiddeld iets groter (755- 925 mm). De kleinste mannetjes van O. musculus zijn minimaal 850 mm (Di Sabatino et al, 2010). De lichaamslengten van de exemplaren uit de Waterleidingplas bedragen 765 en 857 mm. De determinatie van O. carpenteri is relatief eenvoudig. Een goed kenmerk is de samenstelling van de eindelingse setae op het zesde lid van het vierde pootpaar (zie afbeelding 7 & 8). Bij O. musculus zijn hier 2 korte en 1 lange aanwezig, terwijl O. carpenteri hier 2 lange en 1 korte heeft (Di Sabatino et al, 2010). Het vierde palplid is bij O.musculus korter dan het tweede. Bij O. carpenteri is het vierde palplid langer dan het tweede (zie afbeelding 3 & 4). De dorsale zijde van het vierde palplid is bij O. carpenteri recht, terwijl deze bij O.musculus enigszins bol is (Di Sabatino et al, 2010). Daarnaast is de scleriet waar op de anaalopening ligt, bij beide soorten verschillend van vorm (zie afbeelding 5 & 6). Bij O. musculus is deze meestal langwerpig en uitgetrokken. Bij O. carpenteri is deze kort en afgerond (Di Sabatino et al, 2010).

 

 

Afbeelding 2 Oxus carpenteri ,Waterleidingplas 19 april 2010  (boven) en  O. musculus 26 april 2010 Nieuw Loosdrecht (onder).

 

Afbeelding 3 &4 Palp Oxus carpenteri (links) en O. musculus (rechts). P4 is bij O. carpenteri duidelijk langer dan P2.

Bij O. musculus is deze korter.

 

Afbeelding 5 & 6 Anaalopening Oxus carpenteri (links) en O. musculus (rechts). Anaalopening ligt bij O. carpenteri op een korte scleriet, Bij F. musculus is deze lang en uitgetrokken.

 

Afbeelding 7 & 8 Eindstandige setae segment 6 vierde pootpaar. Bij Oxus carpenteri staan hier 2 lange en 1 korte geplaatst (links). Bij O. musculus betreft dit 2 korte en 1 lange.

 

Literatuur

Di Sabatino, A., Gerecke, R., Gledhill, T., Smit. H. Chelicerata: Acari II. Susswasserfauna von Mitteleuropa 7/2-2. Spektrum Akademischer Verlag, Heidelberg, 2010.

Smit, Harry & Henk van der Hammen. Atlas van de Nederlandse watermijten (Acari: Hydrachnidia). Nederlandse faunistische mededelingen 13.

 

Casper Zuyderduyn

Hydrobiologisch medewerker

Stichting Waterproef

Email: c.zuyderduyn@waterproef.nl

 

Wie heeft waarnemingen  van Stenochironomus

 

Stenochironomus is enkele malen ik kleine loopjes in Oost-Brabant  gevonden.

Het gaat om een soort, die mineert in de drijvende bladdelen van Glyceria maxima (zie foto),

naar alle waarschijnlijkheid S. hibernicus.

Vanwege het microhabitat is deze soort waarschijnlijk niet zeldzaam in Nederland.

Graag jullie waarnemingen doorgeven aan Henk Vallenduuk.  buro.vallenduuk@home.nl

Voor meer informatie zie Moller Pillot, 2009.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Siamese tweeling of een foutje?

 

 

Of dit nou een Siamese tweeling is

dat blijft de vraag.

Een Stylaria Lacustris met twee koppen

kom je in ieder geval niet zo vaak tegen.

Ik blijf me afvragen wat er gebeurd

als worm 1a linksaf wil slaan

en worm 1b rechtsaf.

 

 

 

 

Rob Heusinkveld

Hydrobiologisch analist

Waterschap Groot Salland

Stel je voor

 

Hallo allemaal,

 

Mijn naam is Cary de Vries en ben sinds 1 januari groepshoofd biologie bij Het Waterlaboratorium in Haarlem. In het verleden ben ik hydrobiologisch analist geweest waarbij ik me met name bezig hield met zoo- en fytoplankton en helaas maar een klein beetje met macrofauna. Na omzwervingen naar andere takken van sport zoals het werken met biological early warning systems en leiding geven aan een afdeling logistiek & monsterneming ben ik weer terug in het vakgebied. Hoewel nog wel wat op afstand, want zelf determineren zit er niet meer in. Maar ik kijk graag zo nu en dan mee over de schouders van de analisten.

 

Met vriendelijke groet,

 

Cary de Vries

Groepshoofd Biologie

www.hetwaterlaboratorium.nl

 

 

 

Leestip: De effectiviteit van bodemhappers

 

In het blad H2O, nr. 10 pag 30-32 stond een opmerkelijk artikel over de effectiviteit van bodemhappers.

Het is geschreven door Wouter Lengkeek en Sietse Bouma van Bureau Waardenburg en Bas van der Wal, Stowa.

 

 

 

www.vermandel.com

Opnieuw leverbaar :

Deze boeken zijn ook uitstekende determinatiewerken !

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

xe2x82xac 17,50xe2x82xac 19,90 

 

 

 

Fauna Zeelandica. 208 blz. H/B 

 

Deel 1 : Sponzen, Neteldieren,                                 Deel 2 : Kreeften krabben en garnalen

Ribkwallen, Wormen, Tentakeldieren,

Stekelhuidigen en Zakpijpen.

 

 

Einde macrofaunanieuwsmail 93

19 October 2010
By on 07:23
Macrofaunanieuwsmail 92, 28 juli 2010

 

Beste lezers,

 

 

 

 

 

xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6Het is zomer

 

 

 

Als je wat ziet, hoort of leest, blijf je berichten sturen naar macrofauna@rws.nl

 

Ook kan je nu via het weblog op  http://macrofauna.web-log.nl/ zoeken naar

eerder verschenen verhalen/artikelen en dan dat nummer downloaden

via http://www.helpdeskwater.nl/overlegkaders_en/macrofaunanieuwsmail/.

 

Groeten, Myra Swarte

 

 

 

In dit nummer:

 

[exoten] Veldgids Invasieve waterplanten in Nederland. 1

De Digitale Kokerjuffer. 2

De fossiele schelpen van de Nederlandse kust 5

Karnoea en Keylxe2x80x99s solution. 6

Presentatie Handboek Hydrobiologie. 7

1000-SOORTENDAG, Boswachterij Staphorst, 28 augustus 2010. 8

De eendagsvlieg Brachycercus harrisella (Insecta, Ephemeroptera, Caenidae): zeldzaam, bedreigd en/of zelden opgemerkt in Vlaanderen?. 9

www.vermandel.com.. 12

 

 

 

 

 

[exoten] Veldgids Invasieve waterplanten in Nederland

Beste lezers,

Graag wil ik jullie attent maken op het verschijnen van de Veldgids Invasieve waterplanten in Nederland. Toevallig kwam ik er achter dat deze gids onlangs is uitgebracht en wellicht is dit voor meer mensen nieuws. Voor wie er meer van wil weten verwijs ik kortheidshalve voor meer informatie naar de volgende link: http://invasieve-exoten.nieuwslog.nl/article/invasieve-exoten_106557/Veldgids_over_invasieve_waterplanten_uitgebracht.html?www  

Met vriendelijke groet,
Wilfred Reinhold
www.werkgroepexoten.nl



De Digitale Kokerjuffer

Jaargang 6, Nummer 11: juli 2010

Digitale nieuwsbrief van de EIS werkgroep Trichoptera

Leersum/Gent/Amsterdam, juli 2010

Deze nieuwsbrief is bedoeld om gexc3xafnteresseerden in kokerjuffers of schietmotten op de hoogte te brengen van recente ontwikkelingen over Trichoptera.

Onder deze nieuwsbrief staan nu drie namen. Naast die van Bert zijn dat die van Koen en David. Zoals een aantal mensen zal weten, is Bert helaas getroffen door een bijzonder ernstige ziekte, die zijn kokerjuffer-activiteiten bexc3xabindigt. 

Koen en David zullen zich inspannen om een aantal activiteiten die Bert heeft ondernomen voort te zetten. Exc3xa9n daarvan is het voornemen om deze nieuwsbrief voort te zetten. Daarmee wordt het werkgebied van deze nieuwsbrief meteen ook uitgebreid met Belgixc3xab, waardoor ook de naam xe2x80x98De Nederlandse Kokerjufferxe2x80x99 is aangepast, nu tot xe2x80x98De Digitale Kokerjufferxe2x80x99. Daarnaast zijn we tolerant met betrekking tot nieuws over steenvliegen en haften (oftewel xe2x80x98EPTxe2x80x99).

Bijdragen met nieuwtjes over kokerjuffers of schietmotten kunnen daarom voortaan gestuurd worden aan Koen of David. Dat geldt ook voor fotoxe2x80x99s van deze mooie dieren. Ook materiaal kan worden toegestuurd – graag eerst even een mailtje.

Andere activiteiten, die wij willen voortzetten betreffen het vervaardigen van een tabel voor de volwassen dieren voor de Benelux. Hiervoor heeft Bert al een begin gemaakt. Daarnaast genieten ook larven, poppen en exuviae onze belangstelling. Verder willen we werken aan het gegevensbestand van de Trichoptera.

Hartelijk groet,

Bert, Koen en David

 

Adressen:

Koen.Lock@UGent.be of david.tempelman@grontmij.nl

 

 

 

Foto 1 Het voorlijf van de pop van de kokerjuffer Philopotamus montanus, verzameld door Bert Higler op 7 april 1961 in de Warche bij Robertville (B.) (collectie Bert Higler, foto David).

Foto 2 De schietmot Agraylea sexmaculata, mannetje. Gevangen op licht in Lexmond (NL), 26 juli 2009 (collectie Bert Higler, foto David).

Oude nummers van xe2x80x9cDe Nederlandse Kokerjufferxe2x80x9d zijn bij David aan te vragen.

 


Haften, steenvliegen en kokerjuffers in Belgixc3xab

 

Koen Lock

 

Universiteit Gent, Laboratorium voor Milieutoxicologie en Aquatische Ecologie

J. Plateaustraat 22, B-9000 Gent (Koen.Lock@UGent.be)

 

 

Van de in Belgixc3xab voorkomende steenvliegen heb ik ondertussen reeds een vrij goed beeld: 52 soorten werden waargenomen in Belgixc3xab, voor 14 soorten heb ik echter geen recente waarnemingen (Lock et al., 2010a). Vier soorten konden aan de Belgische fauna worden toegevoegd. In Vlaanderen werden echter slechts 16 soorten waargenomen, waarvan er drie vermoedelijk zijn uitgestorven.

(Lock & Goethals, 2008; met verspreidingskaartjes).

 

Ook voor de haften heb ik al een vrij goed beeld. In Vlaanderen werden 32 soorten waargenomen, waarvan er zes vermoedelijk zijn uitgestorven (Lock & Goethals, in voorbereiding; met verspreidingskaartjes). In gans Belgixc3xab werden 64 soorten waargenomen, waarvan ik er recent nog 56 heb teruggevonden en daarnaast zijn er vier soorten waarvan ik hoop dat ik ze deze zomer nog kan terugvinden (Lock & Goethals, in voorbereiding). Minstens 8 soorten konden aan de Belgische fauna worden toegevoegd, heel wat andere soorten zullen echter worden geschrapt wegens een verkeerde determinatie of vanwege het ontbreken van bewijsmateriaal.

 

Van de kokerjuffers heb ik nog niet al het collectiemateriaal kunnen bekijken, maar toch begin ik al een vrij goed idee te krijgen van de voorkomende soorten. In Vlaanderen heb ik recente waarnemingen voor iets meer dan 100 soorten. Een aantal soorten is vermoedelijk uitgestorven zoals Ceraclea annulicornis, Cheumatopsyche lepida, Hydropsyche exocellata, Oligostomis reticulata, Philopotamus montanus and Psychomyia pusilla. Volgende soorten hoop ik nog te kunnen terugvinden: Adicella reducta, Anabolia brevipennis, Ernodes articularis, Holocentropus dubius, Hydropsyche bulgaromanorum, Hydroptila pulchricollis, Limnephilus centralis, L. decipiens, L. fuscicornis, L. ignavus, L. luridus, L. nigriceps, L. politus, L. subcentralis, L. vittatus, Molannodes tinctus en Tricholeiochiton fagesii. De meeste van deze soorten zijn vooral te vinden in stilstaand water. Omdat de Vlaamse Milieumaatschappij vooral stromend water bemonstert, zijn stilstaande wateren immers onderbemonsterd. In het bijzonder in vennen en laagveengebieden zijn nog bijzondere soorten te verwachten. Materiaal van lichtvangsten in deze terreinen is dus uiterst welkom. Daarnaast zijn er ongetwijfeld nog een aantal soorten te verwachten die nog niet eerder werden waargenomen in Vlaanderen.

 

In gans Belgixc3xab werden ongeveer 210 soorten kokerjuffers waargenomen. Van iets meer dan 150 soorten heb ik al recente waarnemingen, maar daar komen nog wekelijks soorten bij. Vijf soorten konden reeds aan de Belgische fauna worden toegevoegd.

 

Limnephilus binotatus

Deze soort werd voor het eerst waargenomen door Guido De Prins tijdens het vangen van nachtvlinders op licht. Een mannetje werd gevangen op 5/5/2008 en nog eens twee mannetjes werden gevangen op 27/5/2008 in het natuurreservaat Bospolder-Ekers Moeras in Ekeren (Lock et al., 2010b). Dit jaar werden ook fotoxe2x80x99s van deze soort gepost op www.waarnemingen.be: Leo Janssen vond de soort in de Hobokense Polders op 30/4/2010 en Pieter Cox in xe2x80x99t Plat te Overpelt op 27/6/2010.

 

Tinodes dives

Exc3xa9n mannetje werd waargenomen langs Rau de Rabais in Ethe op 25/6/2009 (Lock & Goethals, 2010).

 

Synagapetus dubitans

Exc3xa9n mannetje en twee vrouwtjes werden waargenomen langs de Rau de Rabais in Ethe op 25/6/2009 en xc3xa9xc3xa9n vrouwtje werd gevonden langs de Rau de Radru in Lamorteau op 16/7/2009 (Lock & Goethals, 2010).

 

Hydroptila occulta

Exc3xa9n mannetje werd gevonden in het collectiemateriaal van het KBIN. De soort werd verzameld in de Burnot te Rivixc3xa8re op 18/8/1917.

 

 

Hydropsyche incognita

Deze recent beschreven soort blijkt niet zeldzaam te zijn in de grote rivieren in de Ardennen en werd ondermeer waargenomen in de Ourthe, de Lomme, de Lesse, de Our, de Semois en de Amblxc3xa8ve.

 

Ingezamelde kokerjuffers uit Belgixc3xab, zowel larven als adulten, blijven uiteraard zeer welkom. Fotoxe2x80x99s kunnen gepost worden op www.waarnemingen.be, maar veel soorten zijn helaas niet te determineren op basis van een foto.

 

Literatuur

Lock, K., Goethals, P.L.M. (2008). Distribution and ecology of the stoneflies (Plecoptera) of Flanders (Belgium). Annales de Limnologie – International Journal of Limnology 44, 203-213.

Lock, K., Goethals, P.L.M. (2010). Tinodes dives (Pictet 1834) and Synagapetus dubitans McLachlan 1879 : two caddisflies (Trichoptera) new for Belgium. Bulletin de la Socixc3xa9txc3xa9 Royale Belge dxe2x80x99Entomologie 146, 30-32.

Lock, K., Vanden Bossche, J.-P., Goethals, P.L.M. (2010a). Checklist of the Belgian stoneflies (Plecoptera). Bulletin de la Socixc3xa9txc3xa9 Royale Belge dxe2x80x99Entomologie 146, in press.

Lock, K., De Prins, G., Goethals, P.L.M. (2010b). First record of Limnephilus binotatus Curtis 1834 in Belgium (Trichoptera Limnephilidae). Phegea 38, in press.

Lock, K., Goethals, P.L.M. (in voorbereiding). Distribution and ecology of the mayflies (Ephemeroptera) of Flanders (Belgium). Annales de Limnologie – International Journal of Limnology.

Lock, K., Goethals, P.L.M. (in voorbereiding). Checklist of the Belgian mayflies (Ephemeroptera). Bulletin de la Socixc3xa9txc3xa9 Royale Belge dxe2x80x99Entomologie.

 

 



 


 

De fossiele schelpen van de Nederlandse kust

 

Een opgeraapte strandschelp kan zomaar (honderd)duizenden jaren oud zijn.

Deel 2 in de serie Geologie van Nederland behandelt de fossiele tweekleppigen, keverslakken en stoottanden. Zoxe2x80x99n 350 soorten in totaal komen aan bod: hoe zien ze er uit, uit welke laag komen ze, hoe hebben ze geleefd? Fossiele schelpen van Nederland presenteert ze voor het eerst allemaal samen in een compleet overzicht. Een verrassende verzameling!

 

Weinig mensen zullen zich realiseren dat een schelp die opgeraapt wordt op het strand zomaar duizenden jaren oud kan zijn. Maar langs vrijwel de hele kust zijn ook schelpen van meer dan honderdduizend jaar oud te vinden. Deze stammen uit de voorlaatste tussenijstijd toen de zee tot aan Amersfoort reikte.

 

Maar ook schelpen van miljoenen jaren oud zijn er op de Nederlandse stranden te vinden, met name in Zeeland. Getuigen uit tijden dat er ijsbergen ronddreven in de Noordzee of dat er juiste welige mangrovebossen langs de kust groeiden. In totaal zijn er op de Nederlandse stranden en uit de estuaria zoxe2x80x99n 700 soorten fossiele schelpen bekend.

 

Deze uitgave behandelt de fossiele tweekleppigen, keverslakken en stoottanden. Zoxe2x80x99n 350 soorten in totaal komen aan bod: hoe zien ze er uit, uit welke laag komen ze, hoe hebben ze geleefd? Deze uitgave is vooral mogelijk door de inzet van liefhebbers, door wiens collecties en kennis de fossielenrijkdom van ons land nu goed in kaart gebracht kan worden.

 

De fossiele schelpen van de Nederlandse kust  is een onmisbaar naslagwerk voor fossielenliefhebbers en een waardevolle aanwinst voor iedereen die breed gexc3xafnteresseerd is in de bodemschatten van Nederland.

 

De fossiele schelpen van de Nederlandse kust  is deel 2 in de serie Geologie van Nederland.

Eerder verschenen in deze serie: De mineralen van Nederland.

 

 

 

Auteurs: P.W. Moerdijk, A.W. Janssen, F.P. Wesselingh, G.A. Peeters, R. Pouwer, F.A.D. Van Nieulande, A.C. Janse, L. Van Der Slik (xe2x80xa0), T. Meijer, R. Rijken, G.C. Cadxc3xa9e, D. Hoeksema, G. Doeksen, A. Bastemeijer, H. Strack, M. Vervoenen & J.J. Ter Poorten

Uitgever: NCB naturalis ism de Nederlandse Malacologische Vereniging en het Koninklijk Zeeuws Genootschap

ISBN:   978 90 5011 342 7

Prijs:    xe2x82xac 45,00

Verkrijgbaar in de boekhandel en via www.knnvuitgeverij.nl



Karnoea en Keylxe2x80x99s solution

Henk Vallenduuk – 9 juli 2010

 

In de WEW-nieuwsbrieven 26 en 27 heb ik geschreven over het middel xe2x80x9cKarnoeaxe2x80x9d. Na correspondentie met Dr. W. Wxc3xbclker deze vernieuwde informatie.

 

Keylxe2x80x99s solution

Larven die verzameld zijn in deze oplossing van melkzuur en alcohol zijn wel geschikt voor cytologisch onderzoek, maar deze oplossing is niet ideaal. In deze oplossing blijven larven enkele maanden goed. Tevens is melkzuur erg agressief en zullen de larven – zeker de kleinere xe2x80x93 op den duur oplossen. Dit middel is dus niet geschikt om larven voor lange termijn op te slaan. De larven kunnen uit de oplossing met melkzuur in de goede vloeistof gedaan worden. Als het niet mogelijk is om de larven snel te determineren, kunnen ze voor opslag het beste zo snel mogelijk in alcohol gedaan worden.

 

Karnoea

Karnoea is een oplossing van alcohol 99% en geconcentreerde azijnzuur (98%) in de verhouding 3 : 1.

Ik gebruik de naam Karnoea, omdat de Russische collegaxe2x80x99s het zo noemen en geschreven als KAPHYA. Ik vind het wel grappig klinken. Het wordt aangeraden om een vers aangemaakte of een maximaal drie dagen oude oplossing te gebruiken.

 

Voor het bewaren van larven op lange termijn is deze vloeistof wel te gebruiken. Wxc3xbclker wist mij te vertellen dat larven na 30 jaar nog goed bleken te zijn. Er is echter geen ervaring met langer bewaard materiaal, maar het laat zich aanzien dat dit middel geen problemen geeft. Zekerheid is er echter niet. Larven, die een tijd in deze oplossing bewaard zijn, kunnen zonder nadelige gevolgen weer in alcohol gedaan worden.

In Karnoea kunnen de larven op lange termijn tamelijk hard en breekbaar worden, maar met mijn materiaal is dat nog niet gebeurd. Nadat ze in alcohol 70% zijn gedaan, worden ze soepeler. Als de larven voor determinatie of studie een poosje in de alcohol zijn geweest, kunnen ze weer terug in (verse) Karnoea en blijven ze geschikt voor cytologisch onderzoek.

 

Verzamelen van larven voor cytologisch onderzoek

Alleen prepupae en larven in een vergevorderd vierde stadium zijn geschikt. De larven die vanaf de winter tot aan het eind van het voorjaar verzameld zijn, blijken de beste (grootste) chromosomen te hebben. Het wordt aangeraden om de larven xe2x80x93 zeker die uit de zomer en het najaar – niet meteen dood te maken, maar eerst twee dagen in koel water in leven te houden.

 

Methode

Larven, die gebruikt (kunnen) gaan worden voor cytologisch onderzoek, moeten levend in de Karnoea worden gedaan. Reeds dode dieren hebben geen goede chromosoom-structuur meer. Dus ook de met heet water gedode larven zijn ongeschikt. Het wordt aanbevolen om steeds vers aangemaakte Karnoea (niet ouder dan drie dagen) te gebruiken.

 

1.    Pak de larven niet achter de kop maar bij de laatste segmenten op.

2.    Droog de larven door ze even op een filtreerpapier of een doekje te deppen.

3.    Doe de larven in verse Karnoea.

4.    Ververs de oplossing na 1-2 uur.

5.    Ververs eventueel na enkele dagen en herhaal dit totdat de vloeistof niet meer verkleurt.

6.    Bewaar de flesjes altijd in de koelkast.

 

Hoe lang de larven nog geschikt blijven voor cytologisch onderzoek, wordt bepaald door de bewaartemperatuur. Deze varieert van enkele maanden bij kamertemperatuur tot enkele jaren bij ongeveer + 4xc2xba C. Jon Martin heeft mij meegedeeld dat het materiaal nog goed was na jaren bewaard te zijn bij een temperatuur van xe2x80x9320xc2xba C.

 

Cytologisch onderzoek

Vooral bij het genus Chironomus is veel onderzoek gedaan. Hierdoor is het mogelijk geworden om larven te bestuderen met een grote mate van zekerheid van de soort. Ook bij andere genera zijn larven bestudeerd. Tot nu toe heb ik geen Russische collegaxe2x80x99s, die belangstelling hebben voor Nederlands materiaal, kunnen vinden.

Algemeen gebruik

Door de larven in Karnoea te doden, worden meestal (vooral bij Tanypodinae) de klauwtjes uitgestrekt. Bovendien, ook geen verkeerd argument, zijn de dieren vrij snel dood zonder te verkrampen. Als de larven in een hoge concentratie alcohol gedood worden, verkrampen de dieren en zijn dan erg stijf. Door sommige laboratoria wordt een hoge concentratie gebruikt met het idee dat na het toevoegen van de dieren en aanhangend water de concentratie wel ergens inde buurt van 70% zal brengen. Jammer dus voor de eerste slachtoffers.

Ook kevers, wantsen en vele andere dieren gaan sneller dood in Karnoea. Probeer het eens uit. De geur is alleen een beetje die van azijn natuurlijk.

 

 

 

Presentatie Handboek Hydrobiologie

 

 

Naar aanleiding van het verschijnen van het STOWA Handboek Hydrobiologie vindt op 16 en 17 september een speciale thema-tweedaagse plaats over biologische bemonstering.

De bijeenkomst is bedoeld voor iedereen die betrokken is bij hydrobiologisch onderzoek voor het waterbeheer: monsternemers, analisten en ecologen.

 

 

 

De eerste dag staat geheel in het teken van de kwaliteit van ecologische monitoring.

Er zijn inleidingen over kwaliteitszorg, werken in het veld en in het laboratorium, en over statistiek.

Tevens wordt het Handboek Hydrobiologie gepresenteerd en toegelicht.

Het thema van deze dag is: zorgen voor kwaliteit is zorgen voor de toekomst.

 

Op de tweede dag leren de deelnemers fytoplankton, sieralgen, vegetatie, macrofauna en vis bemonsteren volgens de voorschriften van het handboek, conform de eisen van de KRW.

Het thema van deze dag is: zelf doen, maar wel verantwoord.

 

De thema-tweedaagse vindt plaats op Texel, bij het NIOZ. Geef je op voor beide dagen en geniet ook nog van een streekeigen diner en van een avondvullend programma met collegaxe2x80x99s uit het hele land, op dit mooie eiland.

Voor overnachting wordt gezorgd. Opgave is mogelijk tot en met donderdag 9 september. Deelnemers ontvangen een certificaat.

 

Kosten
Dag 1: xe2x82xac 125,-

 Dag 1 + diner: xe2x82xac 160,-

 Dag 1 + Dag 2 + diner + overnachting: xe2x82xac 335,-

Vermelde bedragen zijn inclusief 19% BTW.

 

Voor meer informatie verwijzen wij u door naar de website:   http://themas.stowa.nl/Themas/Kwaliteitshandboek_Hydrob.aspx?rID=1020

 

Of geef je op:

 http://www.stowa.nl/Form_Manager/Aanmeldingsformulier_16-17_sep_/Default.aspx?mId=11021

 

Mocht u nog vragen hebben over de thema-tweedaagse, dan kunt u contact opnemen met Sandra Broekhof van het Communicatiebureau CURNET.

 

Telefoon: 0182 – 540 650

Mobiel: 06 4622 8837

E-mail: sandra.broekhof@curnet.nl

 

Met vriendelijke groet namens de STOWA,

Sandra Broekhof

1000-SOORTENDAG, Boswachterij Staphorst, 28 augustus 2010

Op 28 augustus van dit jaar vindt in Boswachterij Staphorst de door de VOFF, Waarneming.nl en SBB georganiseerde 1000-soortendag plaats.

 

Doel van deze dag is om zoveel mogelijk dieren en

planten te zien. Daarnaast wordt het een leuke en gezellige dag waarop vrijwilligers van de verschillende organisaties elkaar kunnen ontmoeten. De dag wordt afgesloten met een barbecue.

 

Waar? De dag vindt plaats in Boswachterij Staphorst bij de werkschuur en camping van Staatsbosbeheer (Amersfoort-coxc3xb6rdinaat 214-515). Boswachterij Staphorst is voor veel mensen een onbekend gebied. Toch is er veel te beleven Een groot deel van het gebied bestaat uit naaldbos van 70 jaar of ouder afgewisseld met loofbos. In het gebied bevinden zich meerdere heideterreinen met vennen.

 

Wanneer? De 1000-soortendag vindt plaats op zaterdag 28 augustus maar een deel van de activiteiten begint al op vrijdagavond en loopt door tot zondag.

 

Wie? We zijn te gast bij Staatsbosbeheer. De activiteiten worden georganiseerd door de PGOxe2x80x99s, Waarneming.nl en enkele andere landelijke natuurverenigingen. De excursies zijn gericht op actieve vrijwilligers. Voor de dag wordt dus niet een algemeen publiek uitgenodigd.

 

Wat? In totaal worden er een twintigtal excursies gehouden varixc3xabrend van slakken tot libellen en van planten tot lieveheerbeestjes. Het is ook mogelijk om zelf het gebied in te gaan. In juli wordt een volledig excursieprogramma aangekondigd.

 

Verwerking gegevens Voor een deel van de groepen wordt er op de dag zelf een complete lijst bijgehouden. Voor andere groepen (bijen, vliegen, kevers) is dit niet mogelijk en van deze groepen

wordt alleen een schatting van het aantal soorten gemaakt. Een teller met het aantal soorten voor het gebied is te zien op Waarneming.nl.

 

Slapen, drinken en eten? De camping van Staatsbosbeheer is gedurende het weekend gratis. Koffie en thee is aanwezig. Op zaterdagavond is er een barbecue voor mensen die zich van te voren hebben aangemeld. Staatsbosbeheer maakt de werkschuren leeg zodat er gelegenheid is om bij regen te schuilen.

 

Aanmelden? Aanmelden hoeft niet. Je moet je wel aanmelden als je gebruik wilt maken van de camping of als je mee wilt doen met de barbecue. Stuur dan een mailtje naar Vincent Kalkman

(kalkman@naturalis.nl).

 

Vergunning ontvangen?

Op het einde van het jaar willen we natuurlijk een zo compleet mogelijke lijst hebben van wat er in het gebied voorkomt. We hopen dan ook dat zoveel mogelijk mensen al in de zomer het gebied ingaan. Vergunning voor veldwerk worden centraal geregeld. Stuur hiervoor een mailtje naar Vincent Kalkman (kalkman@naturalis.nl) met vermelding van je naam en de dier- of plantengroep waaraan je werkt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De eendagsvlieg Brachycercus harrisella (Insecta, Ephemeroptera, Caenidae): zeldzaam, bedreigd en/of zelden opgemerkt in Vlaanderen?

 

Thierry Vercauteren (1), Brigitte Neven (2), Frank Higgs (3), Christophe Maes (3), Annick Stickens (3), Koen Lock (4)

 

(1)     Provinciaal Instituut voor Hygixc3xabne, Kronenburgstraat 45, 2000 Antwerpen

    (thierry.vercauteren@pih.provant.be)

(2)     Rubenslaan 12, 3500 Hasselt (b.neven@cebetox.be)

(3)     Vlaamse Milieumaatschappij, Buitendienst Herentals, labo hydrobiologie,

    Belgixc3xablaan 6, 2200 Herentals (f.higgs@vmm.be)

(4)     Universiteit Gent, Laboratorium van Milieutoxicologie en Aquatische Ecologie

    J. Plateaustraat 22, 9000 Gent (Koen.Lock@UGent.be)

 

De eendagsvlieg Brachycercus harrisella Curtis, 1834 behoort tot de familie van de Caenidae. Mensen, die het waterleven bestuderen, treffen regelmatig larven van deze familie aan: meestal in zandige modder, in zowel plassen als beken, rivieren en kanalen. De volgroeide larven zijn relatief klein, afhankelijk van de soort 4 tot 11 mm lang (zonder de staartdraden), maar direct herkenbaar aan de rechthoekige platen op hun achterlijf. Bij Caenidae-larven is het eerste paar kieuwen draadvormig, maar het tweede paar omgevormd tot rechthoekige platen, die de daarop volgende kieuwenparen (3-7) bedekken.

Bij larven van Brachycercus draagt de kop drie verdikkingen of tuberkels, waarop de ocellen zitten, en zijn de zijdelingse, achterwaarts gerichte uitgroeiingen op de achterlijfssegmenten 3 tot 7 alle van bovenaf zichtbaar. Larven van de Caenis-soorten hebben deze kenmerken niet.

 

 

Figuur 1: Brachycercus harrisella, verzameld op 27.08.1993 in de Abeek-Lossing te Bree:

1.  volledige larve; 2. kop; 3. kop en borststuk (p: tweede paar kieuwen, omgevormd tot platen,

u: plaatvormige uitgroeiingen, t: uitwassen of tuberkels). (fotoxe2x80x99s: xc2xa9 Frank Higgs/VMM Herentals; kaart: PIH)

 

 

    Figuur 2: De actueel gekende vindplaatsen in Vlaanderen (kaart: xc2xa9 PIH)


Brachycercus harrisella is tot nu toe de enige soort, die in Belgixc3xab is aangetroffen.

De vindplaatsen in Vlaanderen zijn:

 

01.07.1976

? ex. in de Warmbeek-Tongelreep (zijbeek van de Dommel) in Achel (Achelse Kluis door A. Mol. De eerste vondst in Belgixc3xab (Stroot & Mol, 1989).

juni 1978

1 larve in de Warmbeek in Achel door R. Kaiser (Stroot & Mol, 1989)

aug. 1978

1 larve in de Grote Nete in Balen-Olmen, afwaarts brug na de Hoolstmolen (UTM ED51: 31UFS 506 688) door T. Vercauteren

30.06.1982

9 larven in de Kleine Nete in Retie, afwaarts de watermolen (UTM ED51: 31UFS 433 792) door T. Vercauteren

03.07.1982

1 larve in de Kleine Nete in Kasterlee, afwaarts stuw bij oude watermolen,

(UTM ED51: 31UFS 382 772) door T. Vercauteren

25.10.1982

larve(n) in de Oude Beek, een zijbeek van de Warmbeek (bekken van de Dommel) in Achel (UTM ED51: 31UFS739842) door B. Neven

27.08.1993

 

1 larve in de Abeek-Lossing in het Stamprooiersbroek te Bree (UTM ED51: = 31 UFS 87088 72392) door F. Higgs, C. Maes & A. Stickens (Vlaamse Milieumaatschappij, Herentals)

29.07.2004

 

1 larve in de Grote Nete in Balen-Olmen, in molenkom na de Hoolstmolen (opwaarts brug) (UTM ED51: = 31 UFS 50576 68951) door F. Higgs, C. Maes & A. Stickens (Vlaamse Milieumaatschappij, Herentals)

 

Uit de momenteel gekende gegevens kan men afleiden dat:

xe2x80xa2  de eerste officieel geregistreerde vondst in Belgixc3xab slaat op exemplaren, verzameld in

  1976 in Achel (Limburg). Een eerdere melding van een subimago, verzameld op

  25.08.1912 in Lives (Namen) door de R.P. L. Navas (Navas, 1913, 1914) werd later door     Navas zelf gecorrigeerd: het betrof een subimago van Caenis horaria (Lestage, 1920).

xe2x80xa2  het aantal meldingen in Vlaanderen sindsdien zeer beperkt is: 8, afkomstig van 6

  locaties,

xe2x80xa2  de vindplaatsen zich situeren in het noordoosten, in de Antwerpse en Limburgse

  Kempen. Zij liggen in Kempense laaglandbeken, die worden gekenmerkt door een

  trage tot matige stroming en een overwegend zandige bedding.

xe2x80xa2  alle vondsten slaan op larven, aangetroffen in monsters, genomen in juni-oktober.

 

Deze vaststellingen sluiten aan bij de bevindingen uit de ons omringende landen.

Larven van B. harrisella worden meestal aangetroffen in traag tot matig stromende beken en rivieren, op plaatsen met fijne modder of zelfs slib (Bratton, 1990, Brittain, 1972; Landa, 1957). Mol (1985) beschouwt de soort in Nederland als kenmerkend voor laaglandbeken en -rivieren. Volgens Landa (1957) bezitten de larven speciale aanpassingen om te leven in vast, fijn slijk. In tegenstelling tot Caenis-larven is de onderzijde gewelfd en dragen de borststernieten uitgroeiingen. Hiermee woelen de larven een sleuf in de modder, waarin zij zich ophouden.

De periode van de vondsten, juni-oktober, past in de levenscyclus, zoals beschreven door

Landa (1968). B. harrisella heeft xc3xa9xc3xa9n generatie per jaar en kan worden beschouwd als een xe2x80x98zomersoortxe2x80x99: de in de herfst afgezette eieren blijven in diapause tot de volgende lente of zomer, waarna de larven zich snel ontwikkelen tijdens de zomermaanden.

Ook de schaarste van de vondsten is niet ongewoon. B. harrisella komt voor van Frankrijk tot de Oeral (Brittain, 1972; Itxc3xa4mies et al., 1979; Landa, 1957). Recent is de soort ook in Alaska aangetroffen (Randolph & McCafferty, 2005). De soort wordt echter overal weinig en verspreid teruggevonden (Brittain, 1972; Itxc3xa4mies et al., 1979; Landa, 1957, Mol, 1985). In veel landen wordt de soort als xe2x80x98zeldzaamxe2x80x99 aanzien en in Rode Lijsten vermeld als xe2x80x98bedreigdxe2x80x99 (Bratton, 1990; Landa, 1957; Haybach & Malzacher, 2002). Voor Wallonixc3xab is momenteel geen overzicht van vindplaatsen van B. harrisella beschikbaar (meded. Vanden Bossche, 2010). In Nederland is de soort xe2x80x98vermoedelijk niet zeldzaam, maar wordt de soort weinig verzameld, waarschijnlijk door de lage populatiedichthedenxe2x80x99 (Mol, 1985). Bratton (1990) komt voor Groot-Brittannixc3xab tot een gelijkaardige conclusie. De weinig talrijke, maar tegelijk verspreide vondsten laten niet toe om tendensen over de soort aan te geven.

 

In Vlaanderen zou meer aandacht voor B. harisella alvast welkom zijn. Vooral zandige beken en rivieren komen tijdens de zomer hiervoor in aanmerking. Vooralsnog blijft de vraag xe2x80x98komt B. harrisella ook elders voor in Vlaanderen?xe2x80x99 open.

Een gelijkaardige conclusie blijkt overigens ook voor Wallonixc3xab te gelden.

 


Dankwoord

De auteurs danken Dr. Boudewijn Goddeeris en M. Jxc3xa9rxc3xb4me Constant (Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN), Brussel) en dhr. Dimitri Van Pelt (Universiteit Antwerpen, Departement Biologie) voor hun hulp bij het opsporen van specimens van Brachycercus harrisella. Dr. Jean-Pierre Vanden Bossche (Universitxc3xa9 Libre de Bruxelles, Laboratoire de Zoologie et dxe2x80x99Ecologie animale; Departement de lxe2x80x99Etude du Milieu naturel et agricole, DGARNE, Service Public de Wallonie) en Dr. H. Nieuwborg (provincie Antwerpen)

lazen het manuscript. Dr. J.-P. Vanden Bossche en Dhr. Claude Massine (KBIN) controleerden de Franse samenvatting.

 

Samenvatting

Sinds de eerste vondst in 1976 is Brachycercus harrisella 8 keer gevonden op 6 locaties in het noordoosten van Vlaanderen. Alle exemplaren waren larven, die van juni tot oktober werden verzameld in laaglandbeken. Deze beken worden gekenmerkt door een trage tot matige stroming en en zandige bedding. Meer aandacht voor deze soort is vereist om zijn status in Belgixc3xab vast te stellen.

 

Summary

Since its discovery in 1976, Brachycercus harrisella has been found 8 times at 6 locations in NE-Flandres.

All specimens were larvae, which were collected from June until October in lowland brooks. These brooks are characterised by a slow to moderate current and a sandy bed. More attention for the species is needed to establish its status in Belgium.

 

Rxc3xa9sumxc3xa9

Depuis sa dxc3xa9couverte en 1976, Brachycercus harrisella a xc3xa9txc3xa9 trouvxc3xa9e 8 fois en 6 localitxc3xa9s, toutes situxc3xa9es dans le nord-est de la Flandre. Tous les specimens xc3xa9taient des larves,  collectxc3xa9s de juin xc3xa0 octobre dans des ruisseaux de plaine. Ces ruisseaux de plaine sont caractxc3xa9risxc3xa9s par un courant faible ou modxc3xa9rxc3xa9 et un fond sablonneux.

Il est nxc3xa9cessaire dxe2x80x99attirer lxe2x80x99attention sur cette xc3xa9spxc3xa8ce pour xc3xa9tablir son xc3xa9tat en Belgique.

 

Literatuur

 

Bengtsson S., 1917: Weitere Beitrxc3xa4ge zur Kenntnis der nordischen Eintagsfliegen. Entomologisk Tidskrift, 38 (1): 174-194.

 

Bratton J.H., 1990: A review of the scarcer Ephemeroptera and Plecoptera of Great Britain.

Research & survey in nature conservation, No 29. Nature Conservancy Council, Peterborough. 40 p.

 

Brittain J.E., 1972: Brachycercus harrisella Curtis (Ephemeroptera) New to Norway. Norsk Entomologisk Tidsskrift, 19: 172.

 

Curtis J. 1834: Descriptions of some nondescript British Species of May-flies of Anglers.

The London and Edinburgh Philosophical Magazine and Journal of Science, 3rd Series, Vol. 4: 120-125.

 

Haybach A. & Malzacher P., 2002: Verzeichnis der Eintagsfliegen Deutschlands (Insecta: Ephemeroptera). Entomologische Zeitschrift, 112: 34-45.

 

Itxc3xa4mies J., Kuusela K. & Savolainen E., 1979: Brachycercus harrisella (Ephemeroptera, Caenidae) found in Finland. Notulae Entomologicae, 59: 89-90.

 

Landa V., 1957: Morfologicko-ekologicka studie druhu Brachycercus harrisella Curtis (Ephemeroptera). Acta societatis entomologicae xc4x8dechosloveniae, 54 (4): 363-368, 1 pl. 2 fotoxe2x80x99s.

 

LandaV., 1968: Developmental cycles of Central European Ephemeroptera and their interrelations. Acta ent. bohemoslov., 65: 276-284.

 

Mol A.W.M., 1985: Een overzicht van de Nederlandse haften (Ephemeroptera). 2. Overige families. Entomologische berichten, 45: 128-135.

 

Navas L., 1913: Mis excursiones por el extranjero en el Verano de 1912. Memorias de la Real Academia de Ciencias y Artes de Barcelona (3)10: 479-514.

 

Navas L., 1914: Supplxc3xa9ment aux nxc3xa9vroptxc3xa8res de Belgique. Rev. mens. Soc. Entom. Namur., 14: 479-514.

 

Lestage J.A., 1920: Addition xc3xa0 la faune des Ephxc3xa9mxc3xa8res de Belgique. Bulletin de la Socixc3xa9txc3xa9 Entomologique de Belgique, 2: 65.

 

Randolph R.P. & McCafferty W.P., 2005: The mayflies (Ephemeroptera) of Alaska, including a new species of Heptageniidae. Proceedings of the Entomological Society of Washington, 107: 190-199.

 

Smissaert H.R., 1956: De larven van voor de Nederlandse fauna nieuwe soorten Plecoptera, Ephemeroptera en Trichoptera. Entomologische berichten, 16: 89-92.

 

Stroot P. & Mol A.W.M., 1989: Updated check-list of the Ephemeroptera from Belgium.

In: Wouters K. & Baert L.: Verhandelingen van het symposium xe2x80x9cInvertebraten van Belgixc3xabxe2x80x9d. Brussel, 25-26 nov. 1988. Koninklijk Belgisch Instituut voor natuurwetenschappen, Brussel: p. 239-241.

 

 

 

 

 

www.vermandel.com

Opnieuw leverbaar :

Deze boeken zijn ook uitstekende determinatiewerken !

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

xe2x82xac 17,50xe2x82xac 19,90 

 

 

 

Fauna Zeelandica. 208 blz. H/B 

 

Deel 1 : Sponzen, Neteldieren,      Deel 2 : Kreeften krabben en garnalen

Ribkwallen, Wormen, Tentakeldieren,

Stekelhuidigen en Zakpijpen.

 

 

 

Einde macrofaunanieuwsmail 92

28 July 2010
By on 13:04
Macrofaunanieuwsmail 91, 26 mei 2010

Beste lezers,

 

 

Deze keer is de nieuwsbrief vooral gevuld met boekennieuws en cursussen. Iedereen zit nu denk ik in het veld en dat geeft weinig macrofauna nieuws.

Maar als je wat ziet, hoort of leest blijf je berichten sturen naar macrofauna@rws.nl

 

Ook kan je nu via het weblog op  http://macrofauna.web-log.nl/ zoeken naar

eerder verschenen verhalen/artikelen en dan dat nummer downloaden

via http://www.helpdeskwater.nl/overlegkaders_en/macrofaunanieuwsmail/.

 

 

 

Groeten, Myra Swarte

 

 

 

In dit nummer:

 

Bestimmungskurs "Wassermoose Wasserflechten" (Bryophyta and Lichenes) 1

Aankondiging Trichoptera cursus, 4 en 5 november 2010. 2

Opgaveformulier determinatiecursus. 3

A guide to European terrestrial and freshwater species of Enchytraeidae. 4

Stelt zich voor 5

Nieuws van de ILOW werkgroep hydrobiologie. 5

Vraag van de KNNV afdeling Haarlem.. 6

2 FBA boeken zijn te downloaden: 7

www.vermandel.com.. 7

 

 

 

 

This is the next course of the German Limnological Society in cooperation with the Gustav Stresemann Institute in Bad Bevensen:

Bestimmungskurs "Wassermoose Wasserflechten" (Bryophyta and Lichenes)

 

Lecturer: Dr. Helga Bxc3xbcltmann und Dr. Carsten Schmidt, Mxc3xbcnster

Venue: Gustav Stresemann Institute, Klosterweg 4, D-29549 Bad Bevensen

 

Date: 01/04-november-2010

 

Fee: Euro 425,00 all inclusive (course, scriptum, full board).

Invitation with all information and registration form available from Gustav Stresemann Institute.

 

email: kai.moeller@gsi-bevensen.de or

info@gsi-bevensen.de, phone +49-(0)5821-955-0 or -115

 

Greetings,

Erik Mauch


 

 

 

 

 

Aankondiging Trichoptera cursus, 4 en 5 november 2010

 

Beste mensen,

 

Dit najaar organiseren wij een Trichoptera larven cursus. De cursusdata vallen op donderdag 4 en vrijdag 5 november 2010. Bert Higler voelt zich weer helemaal fit en gaat samen met Johann Waringer en Wolfram Graff de cursus leiden.

 

De cursus vindt plaats in hotel en congrescentrum Hof van Wageningen, Lawickse Allee 9 te Wageningen.

 

De cursus omvat introducties over onder andere taxonomie, systematiek, anatomie, morfologie en biologie van kokerjufferlarven. Verder wordt zoveel mogelijk tijd besteed aan determinaties. Waar mogelijk wordt referentiemateriaal ter beschikking gesteld, die je na de cursus kunt gebruiken voor je eigen collectie. Dit geldt niet voor het materiaal van Waringer en Graf. Zij willen hun materiaal zelf houden omdat ze dit regelmatig gebruiken bij andere determinatie cursussen. Het is ook mogelijk om eigen materiaal mee te nemen.

 

De kosten van de cursus bedragen xe2x82xac 775,- per persoon. Dit is inclusief 1 overnachting op een tweepersoonskamer, onbeperkt koffie en thee, ontbijt (1x), lunch (2x) en avondeten (1x), en exclusief BTW.

 

Je kunt je voor de cursus opgeven door onderstaand formulier volledig in te vullen en via post of mail te zenden naar onderstaand adres. Hier kun je ook terecht voor verdere informatie. Het maximaal aantal deelnemers voor deze cursus is 25 personen. Bij onvoldoende deelnemers zal de cursus niet doorgaan.

 

Ken je collegaxe2x80x99s of mensen in je omgeving die mogelijk gexc3xafnteresseerd zijn maar nog niet bekend met de determinatiecursussen van het team zoetwaterecologie of de macrofaunanieuwsmail niet ontvangen, zou je deze informatie dan willen doorsturen? Alvast bedankt!

 

Nadere mededelingen over het programma, de locatie, routebeschrijving en huishoudelijke zaken worden vier weken voor aanvang van de cursus toegezonden.

 

Met vriendelijke groeten,

 

Dorine Dekkers

Alterra, Wageningen UR

Centrum Ecosystemen

Team Zoetwaterecologie

Postbus 47

6700 AA Wageningen

Email: dorine.dekkers@wur.nl

Tel: 0317-485397 (in het lab op di, wo en do)



Opgaveformulier determinatiecursus

 

Opgaveformulier determinatiecursus Trichoptera-larven

4 en 5 november 2010

 

Voornaam:     xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

Achternaam: xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

Organisatie:   xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..

 

Straat en huisnummer:  xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

Postcode: xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

Plaats: xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

Telefoon (werk): xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

E-mail: xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6

 

Vegetarixc3xabr ja/nee/anders, namelijkxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6…

 

Voorkeur kamergenoot:  xe2x80xa6xe2x80xa6..xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..

 

Opgave verplicht tot betaling, ook bij afwezigheid.

 

 


Dear colleague, dear soil or freshwater biologist,

we would like to call your attention to the following publication:

A guide to European terrestrial and freshwater species of Enchytraeidae

Rudiger M. Schmelz & Rut Collado

University of A Coruna, Faculty of Sciences, Department of Animal Biology, Plant Biology and Ecology; Alejandro da Sota, 1; 15008 A Coruna, Spain; e-mail rutco@udc.es

 

Abstract

A guide to European terrestrial and freshwater enchytraeid species is presented, designed for the

identification of living specimens. Altogether 206 species are included. Recent taxonomic advances

regarding new species, revisions, and improved standards of description are integrated. Marine and

exotic species are excluded. The illustrated keys are preceded by introductions into the taxonomic traits, the general anatomy of enchytraeids, and the technique of handling living worms during the

identification process. Due to persistent taxonomic problems in many groups, a 'sensu lato' approach is

adopted in the circumscription of several common species. Bryodrilus ehlersi glandulosus Dozsa-Farkas, 1990 and Enchytraeus christenseni bisetosus Rota & Healy, 1994 are elevated to species rank; the latter receives a new name, Enchytraeus dichaetus, due to homonymy with Enchytraeus bisetosus Levinsen, 1884, now Fridericia bisetosa. Marionina libra Nielsen & Christensen, 1959 is transferred to

Bryodrilus. Marionina serbui Botea, 1984 is synonymised with Buchholzia simplex Nielsen & Christensen, 1963. Mesenchytraeus franzi Nurminen, 1977, Euenchytraeus bisetosus Bretscher, 1906

and Cognettia clarae Bauer, 1993 are probably one species. The youngest name is maintained here,

pending a systematic revision of the group. The purpose of this key is to facilitate and to stimulate work

with enchytraeids.

 

Keywords: Clitellata, enchytraeids, key, species identification, taxonomy

 

A Guide to European Terrestrial and Freshwater Species of Enchytraeidae (Oligochaeta)

Rxc3xbcdiger M. Schmelz, Rut Collado

A special issue of Soil Organisms 82 (1), pp.1 – 176.

(formely "Abhandlungen und Berichte des Naturkundemuseums Gxc3xb6rlitz")

ISBN 978-3-0909854-6-8

Publisher: Senckenberg Museum fxc3xbcr Naturkunde Gxc3xb6rlitz.

Price:  xe2x82xac 38, -+ shipping costs

 

The purpose of this book is to facilitate and to stimulate work with enchytraeids, a notoriously difficult but ecologically important group of small oligochaete worms. Our critical guide to the identification of 206 species of European enchytraeids includes the recent taxonomic advances (new species, revisions, improved standards of description) and also results of original research on a number of genera. Marine and exotic species are excluded. The illustrated keys are preceded by detailed introductions into the taxonomic traits, the general anatomy of enchytraeids, and the technique of handling living worms during the identification process xe2x80x93 fixed specimens cannot be identified with certainty. Due to persistent taxonomic problems in many groups, a 'sensu lato' approach is adopted in the circumscription of several common species. We attach a preview of the first 14 pages of the book. Please forward this announcement to other possibly interested persons.

 

Print copies can be ordered through

Senckenberg Museum fxc3xbcr Naturkunde Gxc3xb6rlitz xe2x80x93 Bibliothek, Frau Grosche

E-mail:      ilse.grosche{att}senckenberg.de

Fax: ++49(0)-3581-401742.

Surface mail: PF 30 01 54; 02806 Gxc3xb6rlitz; Germany

 

Please indicate the shipping address in your order. The invoice will be sent together with the print copy.

 

Thank you for your attention,

 

Rxc3xbcdiger M. Schmelz, Rut Collado, authors 

 

Stelt zich voor

Ik ben Dirk Kruijt en werk nu bijna 3 jaar bij Bureau Waardenburg. Ik ben 28 jaar en heb Hogeschool Larenstein in Velp en Biologie in Nijmegen gestudeerd. Daar hield ik mij vooral bezig met ecologie en wetenschapscommunicatie. Met name op het gebied van ecologie was ik veel bezig met aquatische systemen.

Heb onder andere onderzoek gedaan naar de macrofaunasamenstelling van een bronbeek-gradixc3xabnt bij Beek-Ubbergen. Tevens heb ik experimentele onderzoekjes (predatie/stabiele isotopen-analyse) aan Dikerogammarus villosus uitgevoerd.

 

Die macrofaunakennis heb ik meegenomen naar Bureau Waardenburg. Hier doe ik onder andere monsternames, uitzoeken en determineren. Ik ben thuis in de soortgroepen kokerjuffers, diptera, mollusken, haften, libellen en kreeftachtigen.

 

Hartelijke groet,

 

Dirk Kruijt

 

 

Nieuws van de ILOW werkgroep hydrobiologie.

 

Beste macrofauna collega's,

 

Tijdens het PHM – NAP overleg van alweer 2 jaar geleden heeft Jan Willem Rodenburg van GWL een verhaal gehouden over de vertegenwoordiging van waterbeheerders in de NEN-subcommissie Aquatische Ecologie. Binnen deze commissie houdt men zich bezig met de ontwikkeling van richtlijnen en normen betreffende ons vakgebied.

 

 

Begin 2009 is een start gemaakt met de ILOW werkgroep hydrobiologie. De ILOW is een koepel van waterschapslaboratoria en mede financier / ontwikkelaar van normen voor waterkwaliteitsnormering.

De ILOW werkgroep hydrobiologie is opgericht om namens de waterschappen een goede praktijk gerichte inbreng te hebben in de NEN-subcommissie Aquatische Ecologie.

 

De samenstelling en rolverdeling binnen de werkgroep is als volgt:

Jan Willem Rodenburg

voorzitter

Emiel Nat

vakdeskundige macrofyten

Ruben van Kessel

vakdeskundige macrofyten

Ilse Romijn

vakdeskundige fytoplankton

vacature

vakdeskundige zoxc3xb6plankton

Minke de Vries

vakdeskundige diatomeexc3xabn

Jako van der Wal

vakdeskundige vissen

Marion Geerink

vakdeskundige hydromorfologie

Hans Hop

vakdeskundige macrofauna

Gert van Ee

ecoloog

Bart Schaub

ecoloog

Marianne Thannhauser

ecoloog

Barend van Maanen

ecoloog (cc-lid)

 

De bedoeling is dat elke vakdeskundige namens zijn/haar eigen achterban (vakgenoten) inbreng kan leveren in de werkgroep. De rol als vakdeskundige is die van verdeel- en verzamelpunt, die namens zijn/ haar achterban een gedragen standpunt kan innemen en die voor een gebundelde reactie zorgt aan de Nen-subcie.

 

Tot zover de theorie. Aan mij is de eer te beurt gevallen vakinhoudelijke te worden voor de macrofauna. Om te weten wat jullie belangrijk vinden en vanuit de werkgroep te laten weten wat er speelt lijkt het mij handig de macrofauna nieuwsmail als informatiemedium te gebruiken. Nagenoeg allen die met macrofauna bezig zijn lezen dit toch? Zelf blijf ik ook graag op de hoogte, dus mochten er zaken spelen betreffende standaardisatie dan hoor ik die graag! hhop@wgs.nl

 

De huidige stand van zaken is dat van de ILOW werkgroep hydrobiologie tot nu toe 2 bijeenkomsten geweest. Een oprichtingsvergadering in 2009 waarbij vooral bovengenoemde werkwijze is besproken, en het vervolg daarop in april van dit jaar.

Tijdens deze vergadering zijn ondermeer de kwaliteitsborging van determinaties d.m.v. ringonderzoeken besproken. Ook kwam van diverse deelnemers de wens om macrofauna methodes verder te standaardiseren. Dit lijkt mij echter een lastig proces. Dit blijkt wel uit de lange periode die nodig was om de macrofauna methodiek te beschrijven voor het Handboek Hydrobiologie.

Het Handboek Hydrobiologie schijnt binnenkort uit te komen. Een theorie- en praktijkdag zijn gepland in september. Het is mijn idee om in november tijdens het volgende PHM xe2x80x93 NAP overleg, wanneer iedereen de tijd heeft gehad om het handboek goed tot zich te nemen een discussie te voeren over welke zaken van het macrofauna hoofdstuk een grote mate van consensus bestaat.

Mogelijk kunnen dan vandaar uit verdere stappen tot standaardisering worden genomen. Heb je opmerkingen, vragen of aanvullingen dan hoor ik die graag.

 

Voor gexc3xafnteresseerden zijn de verslagen van de ILOW-werkgroep hydrobiologie opvraagbaar bij ondergetekende.

 

Met vriendelijke groet,

 

Hans Hop

 

Waterschap Groot Salland

Afd. Ecologie & Kwaliteit

Dr. van Thienenweg 1

Postbus 8000 AB   Zwolle

tel (038) 4557336   e-mail:  hhop@wgs.nl

 

Vraag van de KNNV afdeling Haarlem

 

Hierbij de melding van de vondst van kokerjuffer Oxyethira soort in landgoed Elswout bij Overveen, gemeente Bloemendaal, Noord Holland.

De plaatselijke KNNV-afdeling heeft in 2009 inventarisatie van enkele soortengroepen uitgevoerd, waaronder waterdiertjes.

Ondergetekende is geen ervaren kenner van macrofauna, maar heeft er wel al heel lang belangstelling voor als xe2x80x9camateur met te weinig tijdxe2x80x9d . De kokerjuffer is aan de hand van een foto als geslacht herkend. Er zaten 6 exemplaren vermoedelijk als pop op een stuk blad van gele plomp en er waren tientallen exemplaren in totaal gezien. Er is geen materiaal verzameld.

 

Bij raadplegen van Limnodata blijkt in 1982 ook Oxyethira in de omgeving te zijn gevonden, in de Brouwersvaart en de Houtvaart ten westen van de randweg. Ik heb nog niet echt gezocht of er na 1982 nog vondsten zijn gedaan. Van heel Nederland geeft Limnodata slechts 11 meldingen.

Mijn vraag: is deze soort echt zo bijzonder.

 

De zeldzame platworm Bdellocephala punctata [de schele engerd] is eveneens in Elswout terug gevonden. Ook van deze soort zijn oude waarnemingen bekend uit de omgeving. Door gebrek aan inventarisaties is deze soort heel lang niet meer gezien. Omdat in Elswout schoon duinwater voorkomt zonder vermenging met boezemwater en zonder vervuiling, is deze soort kennelijk gewoon blijven bestaan. Voor Oxyethira geldt kennelijk hetzelfde.

 

Met vriendelijke groet,

 

Dik Vonk

Bestuurslid KNNV afdeling Haarlem

Stadsecoloog gemeente Haarlem

2 FBA boeken zijn te downloaden:

 

Dear All

 

You probably already have these FBA-books, but you can download the digital versions (for free) from the internet.

For the ones who don't know: Both papers (and especially Brinkhurst's) is not up-to date for other countries.

 

Brinkhurst 1971 on british oligochaeta

http://www.freshwaterlife.org/servlet/BinaryDownloaderServlet?filename=1176885295301_Oligochaeta.pdf

 

and Elliott 1996 on Megaloptera and Neuroptera

http://www.freshwaterlife.org/servlet/BinaryDownloaderServlet?filename=1176884952772_Megaloptera_Neuroptera.pdf&refID=26726

 

With best wishes

 

Ton van Haaren

 

www.vermandel.com

 

Een nieuwe visie op insectenbescherming  xe2x82xac 26,95

Frits Bink (2010) H/B. 264 blz. full colour. 17×24,5 cm. Hoewel mensen bepaalde insecten liever kwijt dan rijk zouden zijn, vormen insecten een onmisbare schakel in diverse ecosystemen. Natuurbehoud richt zich echter zelden specifiek op insecten. Ruimte voor insecten kan daar verandering in brengen. Dit boek biedt een geheel nieuwe kijk op natuurbeheer: niet vanuit een menselijk standpunt, maar vanuit de behoeften van insecten. Aan de hand van concrete voorbeelden belicht auteur Frits Bink de relatie tussen insecten en bepaalde uitdagingen in het natuurbeheer. Welke vegetatietypen zijn bijvoorbeeld voor insecten onmisbaar? Wat te doen met dood hout, en hoe om te gaan met verzuring? Alle landschappen van Nederland komen aan bod, met een beschrijving van de praktische betekenis van ieder gebied voor de insectenwereld. Ruimte voor insecten bevat veel tips om insecten beter te begrijpen, door bijvoorbeeld een ecologisch profiel op te stellen of de voedselrelaties te ontrafelen. Als vanzelf ontwikkelt de lezer daardoor een entomologische kijk op de natuur.

Tot slot brengt een uitgebreid overzicht van de insectenfauna per orde de leefwijze in kaart. Bij elke soort weet Frits Bink interessante en soms verbijsterende details te vermelden. Ruimte voor insecten biedt verrassende inzichten in natuurbeheer en vormt een praktische handleiding voor insectenliefhebbers, tuinenbezitters, vrijwilligers in de natuurbescherming, en professionals uit de beheers- en beleidshoek. Frits Bink werkte jarenlang bij het Rijksinstituut voor Natuurbeheer en schreef eerder de Ecologische atlas van de dagvlinders van Noordwest-Europa.

 

 

Zoetwaterleven van NW-Europa xe2x82xac 29.95

Greenhalgh en Ovenden (2010) H/B. 256 blz.

DE veldgids voor alles wat leeft in en rond plassen, rivieren, meren en vijvers.

Ruim 900 soorten van de meest voorkomende planten en dieren kundig beschreven en zeer fraai met tekeningen in beeld gebracht.

Beschrijft het dieren- en plantenleven in zoetwatergebieden in Noordwet-Europa, met inbegrip van de Baltische staten.

Geactualiseerde bewerking door Nederlandse deskundigen.

 

Einde macrofaunanieuwsmail 91

4 June 2010
By on 12:18
Macrofaunanieuwsmail 90, 22 maart 2010

Beste lezers,

Het is lente.

Er is weer leuke en informatieve kopij binnengekomen. Hiervoor hartelijk dank.

Zeker genoeg voor een lekker leesuurtje in de zon.

Ook kan je nu via het weblog op  http://macrofauna.web-log.nl/ zoeken naar

eerder verschenen verhalen/artikelen en dan dat nummer downloaden

via http://www.helpdeskwater.nl/overlegkaders_en/macrofaunanieuwsmail/.

Veel plezier met lezen en blijf je berichten sturen naar macrofauna@rws.nl

als je iets leuks leest, weet of hoort.

Groeten, Myra Swarte

In dit nummer:

Witte fotobakken. 1

Onderscheid van de larven van het genus Paracladopelma. 2

Uitnodiging boekpresentatie xe2x80x9cKruipende huisjesxe2x80x99 4

De Nederlandse Kokerjuffer Jaargang 6,  Nummer 10:  maart 2010. 5

www.vermandel.com.. 8

Witte fotobakken

Wie weet waar je nog witte fotobakken voor het uitzoeken van macrofauna kunt kopen? De fotohandels die ik ken verkopen ze niet meer.

Groet,

Harry Smit

(e-mail smit.h@wolmail.nl)                               



Onderscheid van de larven van het genus Paracladopelma

(Diptera Chironomidae: Chironomini)

David Tempelman en

Ton van Haaren

, december 2009

Het genus Paracladopelma is in Nederland vertegenwoordigd met drie soorten: P. camptolabis,  P. laminatum en P. nigritulum. Bij de determinatie van larven van dit genus werd in eerdere literatuur (Moller Pillot 1984) verwarring veroorzaakt, doordat de soorten werden gegroepeerd in een xe2x80x9ccamptolabis-aggregaatxe2x80x9d en een xe2x80x9claminata-aggregaatxe2x80x9d. Latere publicaties maakten duidelijk dat camptolabis-aggregaat alleen de soort nigritulum betrof en dat camptolabis moest worden ondergebracht in het laminatum-aggregaat tezamen met P. laminatum (Moller Pillot, 1990). Onlangs hebben wij materiaal uit verschillende Limburgse beken bestudeerd. Naar ons blijkt nu, dat de larven van alle drie verschillende soorten eenvoudiger kunnen worden onderscheiden dan eerst gedacht. Deze notitie geeft een overzicht van de kenmerken.

In Moller Pillot (2003) worden verschillen tussen de larven van Paracladopelma genoemd die moeilijk onder de binoc te zien zijn: de vorm van de buitenste zijtanden en de antenne. De buitenste zijtanden donker, zijn bijna versmolten en steken iets boven de andere zijtanden bij xe2x80x9claminata agg.xe2x80x9d (dus bij de soorten laminatum en camptolabis); bij nigritulum zijn ze meer geelachtig, niet versmolten en steken ze niet boven de andere zijtanden uit. Echter dit is vaak lastig te zien in niet-opgehelderd materiaal, omdat deze tanden vaak onder de ventro-mentale plaat verborgen zitten. Soms zit de mandibel ook nog xe2x80x9cin de wegxe2x80x9d. Bij nigritulum kunnen de zijtanden tenslotte ook nogal donker lijken.

Er zijn echter ook enkele kenmerken die wat makkelijker onder de binoc zichtbaar zijn: de V-vormige haar op de fronto-clypeus (reeds bekend kenmerk) en de grootte en kleur van de kop (nieuw kenmerk) is sterk verschillend.

Samenvattend:

  • P. nigritulum (fig. 1A). Grote soort (kop xc2xb1 400 xc2xb5m). Het frontaalapotoom is geel en is er alleen langs de achterrand wat pigmentering. Ogen staan aaneen of zijn bijna versmolten. Deze soort heeft unieke, grote, V-vormige haren op de fronto-clypeus (fig. IV.30.c in Moller Pilot 1984). Deze haren zijn zoals Moller Pillot al zegt het best zichtbaar van opzij. Ze kunnen wellicht afbreken, maar bij tientallen larven uit Brabantse beekjes was dat niet het geval.
  • P. camptolabis (fig. 1B). Grote soort (kop xc2xb1 400 xc2xb5m). Hele frontaalapotoom bruin getekend. Gula en de aansluitende wangen bruin, de ogen staan wijd uiteen.
  • P. laminatum (fig. 1C). Dit is de kleinste soort van de drie (komt tot uiting in de kleinere kop: 240-270 xc2xb5m). De kop is geel (zonder donkere tekening op het frontaal-apotoom).

Figuur 1 Habitus van vierde stadium-larve van A) P. nigritulum; B) P. camptolabis; C) P. laminatum.

Sleutel voor de vierde stadium larven.

-        Kop klein (lengte 240-270 xc2xb5m; breedte 185-190; n=12) en geheel geel incl. mentumtanden en postoccipitaalskleriet. Frontoclypeus zonder V-vormige haren. VMP[1]: breedte 80-85 xc2xb5m; IPD[2]: 60 xc2xb5m………. P. laminatum

-        Kop groot (lengte ca. 400 xc2xb5m, breedte 280-310 xc2xb5m; n=4), eenkleurig geel-bruin en met een zwart postoccipitaalskleriet. Frontoclypeus met teruggeslagen V-vormige haren. VMP: breedte 130-135 xc2xb5m; IPD 82-92 xc2xb5m (n=4). Ogen staan aaneen of zijn versmolten………………………………………………………………………………………… P. nigritulum

-        Kop groot (lengte ca. 400 xc2xb5m; breedte 290-320 xc2xb5m; n=7), geelbruin met donkerder aangelopen frontoclypeus, gula en wangen. Postoccipitaalskleriet zwart. Frontoclypeus zonder V-vormige haren. VMP: breedte 110-120 xc2xb5m; IPD 95-100 um (n=7). Ogen duidelijk gescheiden
……………………………………………………………………………………………………….. P. camptolabis

Tabel 1    Enkele dimensies binnen het genus Paracladopelma (in xc2xb5m).

Koplengte

Kopbreedte

VMP breedte

IPD

P. nigritulum

380-400

280-310

130-135

82-92

P. camptolabis

380

290-320

110-120

95-100

P. laminatum

240-270

185-190

80-85

60

-VMP: Ventro Mentale Plaat

-IPD: Inter Plate Distance, onderlinge afstand tussen VMP

Literatuur

Moller Pillot, H.K.M. (1984). De larven der Nederlandse Chironomidae (Diptera). Inleiding, Tanypodinae & Chironomini. Ned. Faun. Meded. 1A, EIS,

Leiden

. 277p.

Moller Pillot, H.K.M. (1990). Opmerkingen over nomenclatuur en determinatie van Chironomidae. Nederlandse Faunistische mededelingen, 1C. 86-87. zie ook:  http://www.repository.naturalis.nl/document/148654

Moller Pillot, H.K.M. (2003). A key to the larvae of the aquatic Chironomidae of the north-west European lowland. Provisional translation of De larven der Nederlandse Chironomidae (Moller Pillot, H.K.M., 1984) (with many additions.

Tilburg

, 78p.

Moller Pillot, H.K.M. (2009). A key to the larvae of the aquatic Chironomidae of the north-west European lowland. Provisional translation of De larven der Nederlandse Chironomidae (Moller Pillot, H.K.M., 1984) (with many additions. Second edition, with only minor corrections.

Tilburg

, 78p.

Uitnodiging boekpresentatie xe2x80x9cKruipende huisjesxe2x80x99

Beste Nieuwsbrieflezers,                      

Hierbij een uitnodiging voor het bijwonen van de presentatie van het boek xe2x80x9cKruipende huisjesxe2x80x9d.

Dit boek is geschreven door

Bert Jansen

,

collega bij de Waterdienst.

Hij is de afgelopen 14 jaar bezig geweest met het inventariseren van mollusken in Oostelijk en Zuidelijk Flevoland en heeft de resultaten hiervan samengevat in een prachtig boek.

Dit wordt ten doop gehouden op dinsdag 20 april

in Lelystad tijdens een informatieve en interessante middag met een feestelijk karakter.

U wordt van harte uitgenodigd hierbij aanwezig te zijn. De toegang is gratis.

Wel wordt het zeer op prijs gesteld als u zich

vooraf aanmeldt bij mij.

Myra Swarte


Uitnodiging

Na 14 jaar inventariseren en met steun van vele instanties en vrienden is het dan zover.Het boek ‘Kruipende Huisjes’ is gereed en kan worden gepresenteerd.

Langs deze weg nodig ik u uit tot het bijwonen van deze presentatie en de uitreiking van het eerste exemplaar aan de heer B. Fokkens,voorzitter van het Flevolandschap.

De uitreiking vindt plaats op

20 april 2010

in het Rijkswaterstaatkantoor ‘Smedinghuisxe2x80x99

(Harry Prinszaal), Zuiderwagenplein 2 in Lelystad.

Tijdens deze presentatie worden een viertal lezingen gehouden en kan onder het genot van kofie,een drankje en een hapje het boek worden bekeken en eventueel worden gekocht.

Bert Jansen

Delta 68,8224 EP Lelystad

Telefoon: 0320-243936

E-mail: natura-parva@planet.nl

Het wordt op prijs gesteld mij van te voren op de hoogte te stellen van uw komst.

Het Smedinghuis is vanaf het NS-station te bereiken met de buslijnen 143,154,stadsbus A of Interliner 315. Uitstappen bij

bushalte ‘Noorderwagenplein’.

Programma

14.00   Ontvangst met kofie/thee

14.15   Welkom

14.20   Lezing Frans Kouwets getiteld:"Hoe moet ons kindje heten?" Over naamgeving in de biologie.

14.45   Lezing Bram bij de Vaate getiteld: "Waar komen sommige van onze kindjes vandaan!" Over mollusken met een allochtone afkomst.

15.10   Pauze met kofielthee

15:30   Lezing Adriaan Gmelig Meyling getiteld:

"Hoe laten de Stichting ANEMOON en het ANM de kindjes kruipen?" Over de activiteiten van de

stichting en de resultaten ervan.

15:50          Lezing

Bert Jansen

getiteld:"Flevolands kruipende huisjes bijeengebracht in xc3xa9xc3xa9n boek geen kinderachtige klus." Over het verleden, heden en de toekomstplannen.

16.10   Uitreiking 1 ste exemplaar van ‘Kruipende huisjes’ aan de heer B.Fokkens,voorzitter van het Flevolandschap.

16.15   Napraten onder het genot van een hapje en een drankje.De aanwezigen worden dan tevens in de gelegenheid gesteld het boek met korting te kopen.


De Nederlandse Kokerjuffer Jaargang 6,  Nummer 10:  maart 2010

Digitale nieuwsbrief van de EIS werkgroep Trichoptera

Verschijnt onregelmatig, alleen als er iets te melden is. Bijdragen van de werkgroepleden zijn van

harte welkom bij Bert Higler (bert.higler@wur.nl)

De nummering is doorgaand.

Inhoud

Nieuwsbrief nummer 10 heeft wat langer op zich laten wachten, omdat ik de zomer van 2009 in Japan verbleef wegens een pittige operatie. Inmiddels ben ik weer present en op tijd om een prachtige bijdrage van Barend van Maanen en Monique Korsten te kunnen opnemen.over Zuid-Limburgse bronnen en bronbeken. Dorine Dekkers meldt haar ervaringen in Polen en kondigt de larven-cursus aan.Verder zijn er weer enkele bijzondere waarnemingen.

Interessante vondsten van kokerjuffers in Zuid- en Midden-Limburg

Barend van Maanen

&

Monique Korsten

Inleiding

In het routinematig meetnet macrofauna van Waterschap Roer en Overmaas worden vanouds met enige regelmaat bijzondere soorten gevonden in Zuid- en Midden-Limburg. Dat heeft onder meer te maken met de geografische ligging, door de aansluiting op het Centraal-Europese middelgebergte. Het aantal bijzondere vondsten neemt nu spectaculair toe, sinds we in 2008 zijn gestart met een intensief bronnenonderzoek. Doel van het onderzoek is de ecologische toestand van bronnen (meer dan duizend!) in het beheersgebied redelijk dekkend in beeld te brengen. We zijn begonnen met bronnen in het gebied van Selzerbeek, Mechelderbeek en Boven-Geuldal (bovenstrooms van Epen). De komende jaren zullen de overige bronnen gebiedsgewijs de revue passeren.

Daarnaast hebben we een aanvullend onderzoek gedaan naar enkele goed ontwikkelde kalktufbronnen, omdat zij een belangrijk habitattype vertegenwoordigen in Natura

2000. In

dat kader zijn o.a. de Noor, de Vliekerwaterlossing, de Strabekervloedgraaf, Terzieterbeek en enkele bronnen in het Bunder- en Elsloxc3xabrbos bemonsterd.

Het is bekend dat bronnen belangrijke hotspots van biodiversiteit zijn. Dat blijkt nu ook uit de vondsten van diverse zeldzame kokerjuffers. Voor deze groep worden de eerste voorlopige resultaten uit de bronnenonderzoeken hier gepresenteerd, vooruitlopend op artikelen die zijn voorzien over deze projecten. Overigens is op dit moment nog slechts een beperkt deel

van de bronnenmonsters

gedetermineerd.

Tinodes rostocki

Tinodes rostocki is aangetroffen in

2007 in

de Poortlossing, onderdeel van het Hemelbeeksysteem bij Elsloo. Deze nieuwe vondst voor Nederland is gebaseerd op xc3xa9xc3xa9n mannelijke, rijpe pop, waarvan de genitaalaanhangsels goed ontwikkeld waren. Determinatie met Malicky (1983) leidt dan tot een zekere determinatie. Daarnaast werden twee larven gevonden, waarvan er xc3xa9xc3xa9n vermoedelijk ook T. rostocki betreft. De andere is mogelijk Tinodes unicolor. De determinatie van Tinodes larven is lastig en naar wij vermoeden niet altijd betrouwbaar, zonder goede complete referentiecollectie.

Tinodes unicolor

Het bronnenonderzoek levert veel nieuwe vondsten van Tinodes op, waaronder T. assimilis en unicolor. We zoeken daarbij gericht naar de galerijen op harde substraten zoals stenen en hout en borstelen het substraat af. Omdat de determinatie van larven op dit moment nog niet geheel probleemloos verloopt, moeten we enig voorbehoud maken met presentatie

van de resultaten.

Hopelijk leiden de vondsten van rijpe poppen tot meer zekere determinaties en kan dan door associatie met de larven voldoende inzicht worden verkregen in de betrouwbaarheid van determinaties.

Overigens is ook een kweek van Tinodes succesvol verlopen. Enkele kleinere stenen met daarop de galerijen van larven, zijn verzameld in het bronbos

van de Terzieterbeek

op 13 mei 2009. Ze zijn aanvankelijk in de koelkast en later bij kamertemperatuur in een afgesloten bakje geplaatst met een dun laagje water. De volwassen dieren begonnen uit te komen vanaf 6-juli 2009. Alle mannelijke dieren konden worden gedetermineerd als Tinodes unicolor.

Recente larvenvondsten van T. unicolor zijn afkomstig van diverse bronlocaties: Cottesserbeek en Terzieterbeek (Epen), bron Putberg (Heerlen), Bunder en Elsloxc3xabrbos (Elsloo, Bunde), en Noor (Noorbeek).

Athripsodes albifrons

Athripsodes albifrons treffen we sinds 2003 regelmatig aan in de Geul (Partij, Wijlre, Bunde) en tot nu toe eenmaal in de benedenloop

van de Gulp

(Gulpen). In de Geul bij de Belgische grens wordt A. albifrons nog niet gevonden. Mogelijk is hier de waterkwaliteit nog een probleem, dan wel de frequente afwezigheid van natuurlijke houtige begroeiing langs de beek. De vondsten zijn gebaseerd op determinaties van larven. De determinatie blijkt niet altijd eenvoudig en alleen mogelijk voor vierde en vijfde stadium larven. Het gaat dan vooral om het onderscheid met Athripsodes cinereus, waarmee hij bovendien vaak samen blijkt voor te komen. Hierdoor kan A. albifrons gemakkelijk over het hoofd worden gezien, door de minder uitgesproken (kop)tekening en vaak wat kleinere (koker)afmetingen. Wij adviseren vooral Wallace et al. (2003) te gebruiken, omdat zij het kenmerk

van de beharing van

de voortibia goed illustreren en informatie geven om het stadium te bepalen (kopbreedtes). In de habitus lijken beide soorten dus ook wat verschillen te vertonen (aanwezigheid kopvlekken en kokervorm). De koker loopt bij A. albifrons wijder naar voren uit dan bij A. cinereus en is wat sterker gekromd.

Plectrocnemia brevis

Het bronnenonderzoek levert veel nieuwe vondsten van Plectrocnemia brevis op: bronnen uit de systemen

van de Hemelbeek

(Elsloxc3xabrbos, Elsloo), Bunderbos (Geulle), Klitserbeek (Epen) en Noor (Noorbeek). Als larve was deze soort alleen bekend van het Bunderbos (Hemelbeek, andere locatie) (Wiggers et al., 2006). De soort werd nieuw gemeld voor Nederland door Botosaneanu (2004) op grond van vondsten van adulten uit Vijlen en van Cottessen.

Chaetopteryx major

Er zijn verscheidene nieuwe recente vondsten van Chaetopteryx major: Terzieterbeek, Klitserbeek en Cottesserbeek (omgeving Epen), Strabekervloedgraaf (Valkenburg), Zavelbeek (Bunde) en heel opmerkelijk in de Putbeek in Midden-Limburg (een langzaam stromende, vegetatierijke beek). Door Wiggers et al (2006) werden larvenvondsten gemeld van een

van de vele

Bunderbosbeken (Bunde, Elsloo), de Bervesbergbeek en Bommerigerbeek (Epen), naast oude vondsten van adulten. Alhoewel de larve al door Marlier (1981) werd beschreven, is de determinatie pas bevredigend mogelijk sinds de uitgave van Waringer & Graf (1997). Nieuwe vondsten kunnen deels daaraan worden toegeschreven, maar blijken ook hoofdzakelijk beperkt tot de fraaiere bronbeken.

Wormaldia occipitalis

Van Wormaldia occipitalis zijn veel nieuwe recente vondsten uit diverse bronnen en bronbeken in het Bunder en Elsloxc3xabrbos, Strabekervloedgraaf (Valkenburg), Vliekerwaterlossing (Ulestraten), Terzieterbeek en Klitserbeek (Epen) en de Noor (Noorbeek).

Adicella filicornis

Exc3xa9n larve van deze zeer zeldzame soort is aangetroffen in een bron

van de Noor

bij Noorbeek. Higler (2008) vermeldt slechts xc3xa9xc3xa9n of twee vindplaatsen nabij Nijmegen bij de Duivelsberg.

Drusus annulatus

Zowel uit regulier onderzoek als uit het bronnenonderzoek is er een uitbreiding van het aantal vindplaatsen van Drusus annulatus. De nieuwe locaties liggen in het stroomgebied

van de Geul

in het zuidoosten van Limburg, waar de soort volgens Higler (2008) uitsluitend voorkomt. Opmerkelijk is dan de vondst in de Crombacherbeek (Kerkrade) in het stroomgebied

van de Worm

en in de bovenloop

van de Geleenbeek

(Heerlen).

Tot slot

Het onderzoek aan bronnen in Zuid-Limburg laat duidelijk de hoge natuurwaarden van deze kleine wateren zien. Ze vervullen daarmee een belangrijke ecologische functie voor een groot aantal bijzondere soorten. Bronnen verdienen daarom meer aandacht en een volwaardige plaats in het waterbeheer, zoals ook door Verdonschot en Keizer-Vlek (2008) wordt beargumenteerd.

Literatuur

Botosaneanu, L., 2004. Plectrocnemia brevis, a caddisfly species (Trichoptera) new for the fauna of The Netherlands. Entomologische berichten 64:97-98.

Higler, L.W.G., 2008. Verspreidingsatlas Nederlandse kokerjuffers (Trichoptera). EIS-Nederland, Leiden.

Malicky, H., 1983. Atlas of European Trichoptera. Series Entomologica 24: 1-298.

Marlier, G., 1981. La larve et la nymphe de Chaetopteryx major M.L. (Trichoptera). Bull. Inst. R. Sci. Nat. Belg. Bruxelles 53(8): 1-9, 3 pl.

Verdonschot, P.F.M. & Keizer-Vlek, H.E., 2008. Abiotische randvoorwaarden. Deel 1: Permanente bronnen. Alterra-rapport 1715: 1-98.

Wallace, I.D., Wallace, B. & Philipson, G.N.,

2003. A

key to the case-bearing caddis larvae of

Britain

and

Ireland

. Scientific Publications of the Freshwater Biological Association 61: 1-259.

Waringer, J. & Graf, W., 1997. Atlas der xc3x96sterreichischen Kxc3xb6cherfliegenlarven unter Einschluxc3x9f der angrenzenden Gebiete. Facultas Universitxc3xa4tsverlag, Wien. p.286.

Wiggers, R., T.H. van den Hoek, B.

van Maanen

, B. Higler & H. van Kleef, 2006. Some rare and new caddis flies recorded for the

netherlands

(Trichoptera). Nederlandse Faunistische Mededelingen 25: 53-68.

13de Internationale Symposium over Trichoptera

Eind juni ben ik naar het driejaarlijks Internationale Symposium over Trichoptera geweest. Dit keer werd het gehouden in Bialowieza, Polen en georganiseerd door Katarzyna Majecka en Janusz Majecki. De accommodatie lag dichtbij het Bialowieza Nationaal Park met de laatste Europese oerbossen en haar wisenten. Tijdens de excursie gingen we met zijn allen wandelen in het Bialowieza Nationaal Park. Helaas hebben we niet veel gezien omdat we na 20 minuten, het bos in alle haast moesten verlaten vanwege een zeer heftige onweersbui. Veel vallende bomen en xe2x80x98piekafvoerenxe2x80x99 op de zandpaden deden menigeen het bos uitrennen. De sfeer tijdens het congres werd er echter niet minder om en na deze verkorte excursie was iedereen juist vol energie om met behulp van lichtvallen adulte kokerjuffers te vangen.

Met 70 deelnemers uit 30 landen waren op het congres alle continenten van de wereld vertegenwoordigd. In totaal werden 35 presentaties en 45 posters gepresenteerd. Allen zeer leerzaam. Vooral de onderlinge gesprekken en discussies waren inspirerend. Zeker doordat een redelijk aantal deelnemers een jarenlange staat van dienst als Trichoptera specialist heeft.. Publicaties van de presentaties zullen te zijner tijd verschijnen in Zoosymposia.

Enkele onderwerpen die tijdens het symposium zijn besproken, en die extra aandacht behoeven zijn:

-          Trichoptera Literature Database door Ralph Holzenthal: een bibliografische database met meer dan 4000 citaties van Trichoptera literatuur. Het literatuurbestand is gratis te gebruiken, je kunt zoeken via auteur en publicatiejaar, het geeft links naar bestaande PDFjes. Het literatuurbestand is te downloaden (in Endnote) via http://www.trichopteralit.umn.edu

-          Trichoptera World Checklist door John Morse: een database van meer dan 13.500 Trichoptera soorten met correcte namen en synonymen. De checklist is te vinden op http://entweb.clemson.edu/database/trichopt/index.htm

-          Braueria door Hans Malicky: tegenwoordig online op www.biologiezentrum.at/de/bz. De oude nummers zijn gratis, de jongste moeten schijnbaar betaald worden.

Een analoog abonnement op Braueria kost 10 Euro.

-          Trichoptera Barcoding of Life: Sinds 2007 is Xin Zhou, bezig met het samenstellen van een wereldwijde DNA barcode reference library voor Trichoptera. Aanleveren van Trichoptera materiaal maakt het mogelijk om de reference library te gebruiken. Voor meer informatie zie www.TrichopteraBOL.org

Dorine Dekkers

Team ZWE

Alterra, Wageningen UR

De kokerjufferlarven cursus wordt gehouden op 4 en 5 november 2010.

Voor de begeleiding zijn behalve Bert de bekende Oostenrijkers Waringer en Graf gepolst. In de volgende MF nieuwsmail zal een aanmeldingsformulier staan.

Dorine Dekkers

Opvallende soorten

Athripsodes albifrons

Omdat het zulke opvallend getekende schietmotjes zijn, komen ze wel eens op Waarneming.nl. Er zijn nu ook nieuwe vindplaatsen uit het noordelijkste puntje van de provincie Limburg,

Ceraclea annulicornis

Bert Knol meldt larven, die ook in 2009 in de Dinkel zijn gevonden.

Hydroptila dampfi

David Tempelman stuurde me een mannetje op. Het diertje ziet er net zo uit als H. sparsa (foto in de uitklapfolder van AIDGAP), maar nadat ie in de alcohol is gestopt, verdwijnen de kleuren direct. De vindplaats is niet zo gek ver van de Reeuwijkse Plassen, waar Geyskes ze gevonden heeft in 1935 en 1936.

Henk Spijkers en Paul van Wielink hebben in 2009 ook extra aandacht besteed aan de zeer kleine Hydroptilidae. Daarbij kwamen een aantal mannetjes van Hydroptila sparsa te voorschijn. Vermoedelijk is het geen zeldzame soort.

In Lexmond werden door Cees Gielis ook mannetjes en vrouwtjes van H. sparsa gevonden. Hij heeft een seizoen lang Malaise-vallen in zijn tuin opgesteld en daar zaten buitengewoon veel Hydroptilidae in. Beide Agraylea soorten, zeer veel Oxyethira flavicornis en een mooie serie Orthotrichia costalis. Het is opvallend, dat op sommige plaatsen veel schietmotten in dergelijke vallen worden gevangen en op andere plaatsen bijna helemaal niet.

Henk Spijkers en Paul van Wielink vonden in de Kaaistoep 2xe2x99x82xe2x99x82 van Hydropsyche exocellata (zeer zeldzaam) en een xe2x99x82 van Limnephilus elegans (zeldzaam).

Bij de honderden monsters met kokerjuffers uit de provincie Zeeland in 2009, zat een

xe2x99x82 Limnephilus hirsutus. Dit is een ongewone treffer, hoewel er 2 (zeer) oude waarnemingen uit Zeeland zijn. Dit zou een soort van pioniersmilieuxe2x80x99s kunnen zijn (veronderstelling van Rink Wiggers, die onlangs in de boven-Dinkel larven van Limnephilus fuscicornis heeft gevangen). Dit is ook een zeldzame soort.

Met dank aan Barend en Rink voor het melden van bijzondere soorten en aan de vlinderaars in Zeeland, die stelselmatig de hele provincie bemonsteren, aan Henk en Paul, die jaarlijks de vondsten uit de Kaaistoep voor mij bewaren en aan Cees Gielis voor zijn kokerjuffers uit Lexmond. Omdat het jaarrond bemonsteringen betreft, geven deze gegevens een goed overzicht van de verspreiding van volwassen schietmotten in drie delen van Nederland. Daarbuiten worden meer incidenteel door bevriende entomologen volwassen dieren verzameld van andere plekjes (onbewoonde Wadden-eilanden, omgeving van Heerde, Middelharnis, Haren en Zelhem).

Al deze gegevens worden doorgegeven aan EIS-Nederland, waar het totale bestand aanwezig is. In mijn verspreidingsatlasje van 2008 staat de stand van zaken t/m 2006. Voor een aantal soorten zijn er opvallende uitbreidingen van de verspreiding bij gekomen. Nieuwe kaartjes worden binnenkort gemaakt. Deze zijn met het meest recente databestand bij mij aanwezig en er kunnen gerichte vragen over de verspreiding beantwoord worden. Eigenlijk zou ik een eigen website moeten beheren, waarop dat bijgehouden kan worden. Misschien komt dat er nog wel eens van.

Veel leesplezier.

www.vermandel.com

Identification keys to the Microlepidoptera of the Netherlands

Alle 1427 microxe2x80x99s via determineertabellen

Joop Kuchlein, Leo Bot (2010)

Het determineren van Kleine vlinders, ook wel motvlindertjes genoemd, is lastig, voornamelijk door het ontbreken van goede en toegankelijke boeken. Dit boek brengt uitkomst en ontsluit de wereld van deze insectengroep voor zover in Nederland voorkomend. xe2x82xac 59,95

Einde macrofaunanieuwsmail 90


[1] VMP: Ventro Mentale Plaat

[2] IPD: Inter Plate Distance, onderlinge afstand tussen de VMP

23 March 2010
By on 07:14